Marini,B. - Vidmar,A. WchC, 01-01-1983
1.32-28 19-23 2.28x19 14x23 3.35-30 20-25 4.33-29 15-20 5.37-32 17-21 6.41-37 21-26 7.31-27 10-15 8.40-35 11-17 9.38-33 6-11 10.43-38 17-21 11.45-40 12-17 12.50-45 5-10 13.30-24 10-14 14.33-28 4-10 15.28x19 14x23 16.38-33 18-22 17.27x18 23x12 18.42-38 10-14 19.49-43 17-22 20.32-28 1-6 21.28x17 11x22 22.38-32 21-27 23.32x21 16x27 24.33-28 22x33 25.39x28 14-19 26.44-39 19x30 27.35x24 27-32 28.28-23 32x41 29.46x37 12-17 30.43-38 7-11 31.48-43 11-16 32.34-30 25x34 33.39x30 9-14 34.40-34 17-21 35.45-40 20-25 36.23-19 14x23 37.29x9 3x14 38.40-35 14-20 39.24-19 21-27 40.38-33 16-21 41.43-38 6-11 42.37-32 11-17 43.32-28 17-22 44.28x17 21x12 45.47-42 12-17 46.33-28 26-31 47.38-33 2-7 48.28-23 7-12 49.34-29 25x34 50.29x40 17-22 51.40-34 12-17 52.34-30 20-25 53.19-14 25x34 54.23-19 31-37 55.42x31 27-32 56.35-30 34x25 57.14-9 8-13 58.9x38 25-30 59.19-14 30-35 60.14-9 35-40 61.31-27 40-44 62.9-3 X

Een furieus gevecht ontstond tijdens het wereldkampioenschap 1983 e.v. tussen beide Italiaanse deelnemers. Bruno Marini koos voor een opening, die ik zelf enige tijd geleden tegen hem speelde. Het vroegtijdige 3.35-30 heeft als bedoeling de overbekende theorie uit de weg te gaan, maar met behoud van de complicaties uit de Roozenburgopstelling. De opening is scherper voor wit dan de normale varianten, omdat zwart zoveel mogelijkheden heeft om af te wijken. Bijvoorbeeld:

De ontwikkeling van de partij doet denken aan partijen als Luteijn - Sijbrands, Jacobsen - Luteijn etc. Deze partij begonnen met:

Jacobsen,H. - Luteijn,F. 21-02-1975
1.32-28 19-23 2.28x19 14x23 3.37-32 10-14 4.35-30 20-25 5.33-29 14-19 6.31-27 5-10 7.40-35 10-14 8.30-24 19x30 9.35x24 14-20 10.45-40 17-21 11.41-37 11-17 12.38-33 6-11 13.42-38 21-26 14.50-45 1-6 15.40-35 17-21 16.48-42 12-17 17.33-28 7-12 18.28x19 9-14 19.19x10 26-31 20.37x26 13-19 21.24x22 17x48 22.26x17 11x31 23.36x27 20-24 24.29x20 25x5 25.46-41 12-18 26.41-36 48-26 27.34-30 0-2

Luteijn,F. - Sijbrands,T. 25-04-1975
14.50-45 17-21 15.36-31 4-10 16.40-35 11-17 17.48-42 9-14 18.35-30 17-22 19.45-40 12-17 20.40-35 23-28 21.32x12 21x41 22.46x37 7x18 23.47-41 17-21 24.41-36 14-19 25.33-28 22x33 26.39x28 19-23 27.28x19 10-14 28.19x10 15x4 29.24x15 4-10 30.15x4 18-22 31.4x27 21x41 32.36x47 26x50 0-2

Deze stelling is aanmerkelijk scherper, dan de gebruikelijke opstellingen. De witte lange vleugel is relatief zwak en gevoelig voor combinaties. In die tijd deed ik nogal wat onderzoek naar de mogelijkheid 14...17-21 15.36-31. De gedachte daarachter is, dat na op normale wijze openen de de stelling met 33-28 en 18-22x14 het niet veel uitmaakt of de schijf op 36 of 31 staat. Het wint een tempo voor de verdediging in de open Roozenburg. Het haalt combinaties eruit. Het doet iets aan de manoeuvre 12-17 en 18-22x12. Het maakt alleen verschil als zwart consequent de stelling gesloten houdt. Een later voorbeeld is de partij Hage - Luteijn.

De zet 15.36-31 tegen Ton Sijbrands is een redelijk idee. Echter dan moet het wel gevolgd worden door direct 33-28. De voortzetting 15.48-42 12-17 16.33-28 1-6, 26-31, 9-14 en 13-19x48 is verschrikkelijk. Na 15.48-42 12-17 16.36-31 18-22 17.27x18 23x12 hangt de schijf op veld 31 en wint zwart tamelijk eenvoudig.

Vanwege de mogelijkheid 18-22 is de voortzetting 13.30-24 in diagram 4 geen geweldig plan. Direct 13.33-28 is ook niet alles. Na 13...1-6 14.28x19 13x33 15.39x28 17-22 16.28x17 11x31 17.36x27 23-28 18.50-45 23-28 kan wit niet veel meer van de aanval verwachten. Eerst 13.50-45 en daarna 33-28 is goed speelbaar. Maar ook dan moet wit niet teveel van zijn aanval verwachten.

Strategisch gezien is de witte stand niet veel meer in diagram 5. Het stuk op 35 hoort daar niet. Evenals de schijven 40 en 45 behoort het tot de categorie achtergebleven materiaal. Het zwarte stuk op 10 is jammer, maar niet een al te groot probleem. Na 13-18, 9-13 kan het indien nodig teruggehaald worden met 10-14-19x9, terwijl de rommel op de witte korte vleugel gewoon blijft staan. Beide spelers begrijpen weinig van de ontstane positie. De zet 18.42-38 is veel te langzaam. De meeste tegenstand biedt een open Roozenburg met een open veld op 33. Dat kan bereikt worden met 18.33-28. Zwart zal dan 1-6 en 17-22x22 moeten spelen.

De voortzetting 18...13-18 heeft het bezwaar dat 19.29-23 20x29(?) 20.39-33 29x27 20.28-22 17x19 21.37-31x4 = kan. De zet 18...10-14 is speelbaar, maar een beetje vroeg. Na 18...13-18 19.42-38 met de dreiging 29-23 (20x29?) en 28-22x5 kan zwart goed 19...18-22 (20.47-42 22x33 21.39x28) spelen. Het is daarna onwaarschijnlijk, dat wit ooit nog zijn korte vleugel kan bevrijden met de ruilmanoeuvre 34-30x30. Op 18...13-18 19.42-38 10-14 20.49-43 9-13 kan wit zich bevrijden met 21.34-30x10.

Op de beginzet 18...10-14 19.49-43 dreigt eveneens 34-30. Na 19...14-19 20.35-30 9-14 21.37-31 26x37 22.42x31 21-26? 23.32-27 26x37 24.46-41 37x46 25.36-31 46x23 26.29x9 20x29 27.9x20 15x35 28.34x14 8-13 is het witte voordeel beperkt.

Toen de logische zet 18.33-28 uitbleef verzuimde zwart te profiteren met 18...17-22. Hij krijgt echter een herkansing. De ruil 22...21-27 23.32x21 16x27 in diagram 7 is niet goed vanwege 24.33-28x38x23 met druk tegen schijf 27. Veel beter is 22...22-27 23.43-38 7-11 24.47-42 12-17 en wit heeft niet beter dan 37-31x31.

In diagram 8 kan wit nog steeds niets anders dan verdedigen. De poging 34-x30x30 te verhinderen met 29...13-18 faalt op 30.40-35 met de dreiging 34-30x40=. Na 30...18-22 kan 34-30x30 weer. Wel beter dan de partijvoortzetting is 29...7-11. Op 30.34-30 25x34 31.39x30 20-25 kan wit niet laten slaan op straffe van verlies van schijf 23. Na 32.40-34 12-18 33.23x12 8x17 is de bevrijding 29-23 verhinderd door 9-14-20 met schijfwinst.

In diagram 9 staat zwart nog steeds goed. Belangrijk is om wit weg te houden van veld 23. Dat kan bereikt worden met 2-7-12-18 en met 6-11-17-22. Na 39...21-27 40.38-33 16-21 41.43-38 6-11 lijkt wit eenvoudig te kunnen winnen met 42.33-28 gevolgd 28-23. Echter op 42.33-28 kan zwart zich herstellen met 42...20-24! Later is de zet 45...12-17 wellicht een schrijffout. Na 45...12-18 wint zwart gemakkelijk.