Tijdens de eerste ronde van halve finale van Nederland kreeg ik een bijzonder aardige Roozenburgstelling op het bord tegen Toby Hage. In vergelijking met de hoofdvariant van deze Roozenburgopening heeft wit twee tempi ontwikkelingsachterstand. Deze twee tempi zetten zijn stelling zwaar onder druk. Onlangs had ik zelf de brutaliteit om deze opening met wit te spelen. De alternatieve opbouw met 40-35 en 39-33 werd geprobeerd. Maar een vetpot werd het niet. Waarschijnlijk zit er veel meer in voor zwart, dan eruit komt.
Luteijn,F. - Burgerhout,A. OC Schiedam, 08-12-1995
1.32-28 19-23 2.28x19 14x23 3.35-30 20-25 4.33-29 10-14 5.40-35 5-10 6.37-32
14-19 7.31-27 10-14 8.30-24 19x30 9.35x24 14-20 10.45-40 17-21 11.40-35 11-17
12.39-33 6-11 13.44-39 21-26 14.41-37 17-21 15.50-44 11-17 16.47-41 7-11
17.36-31 4-10 18.41-36 1-7 19.44-40 17-22 20.49-44 11-17 21.33-28 22x33 22.39x19
18-22 23.27x18 12x14 24.31-27 =
In diagram 1 van de partij Hage - Luteijn is de opbouw met 42-38 etc. vrijwel gedwongen. Op 13.33-28 volgt de bekende wending 13...25-30 14.34x14 23x45 15.14-10 18-23 en 17-22 X. Na 13.40-35 is de afwikkeling 16-21 en 25-30 onaangenaam, terwijl 13.43-38 25-30x43 gevolgd door 7-11 met damdreigingen naar 48 levensgevaarlijk is. De beginzet 13.50-45 17-22 14.46-41 22x31 15.36x27 6-11 dreigt met het zetje naar 46. De voortzetting 16.33-28 kan nog net, maar is geen vetpot. Na 16.41-36 kom je terecht in de beroemde partij Wiersma - Kuijken:
Wiersma,H.
- Kuyken,A. NLD-chT ereklasse, 15-09-1973
1.32-28 19-23 2.28x19 14x23 3.37-32 10-14 4.35-30 20-25 5.33-29 5-10 6.40-35
14-19 7.41-37 10-14 8.46-41 17-22 9.31-27 22x31 10.36x27 11-17 11.45-40 6-11
12.30-24 19x30 13.35x24 14-20 14.38-33 17-21 15.42-38 21-26 16.41-36 11-17
17.48-42 1-6 18.50-45 4-10 19.33-28 9-14 20.28x19 14x23 21.38-33 6-11 22.36-31
10-14 23.43-38 14-19 24.40-35 19x30 25.35x24 17-21 26.33-28 12-17 27.28x19 18-23
28.29x9 20x40 29.45x34 3x23 30.47-41 7-12 31.49-43 8-13 32.39-33 12-18 33.44-40
13-19 34.33-28 18-22 35.27x29 21-27 36.32x12 11-17 37.12x21 16x47 38.29-23 19-24
39.28-22 24-30 40.34-29 30-34 41.22-17 34x45 42.17-11 47-36 43.11-6 2-7 44.38-33
45-50 45.43-39 50-45 46.42-38 7-11 47.6x17 15-20 48.17-12 20-24 49.29x20 45x7
50.20-14 7-23 X.
De partijvoortzetting 14.40-35 in diagram 3 brengt wit op de rand van de afgrond. De rustigste mogelijkheid is 14.47-42 gevolgd door het openen van de stelling met 33-28 eventueel voorbereid met 50-45. Na 14.50-45 12-17 15.47-42 18-22 27x18 23x12 heeft zwart geen enkel achtergebleven stuk op de velden 5, 10 en 14, zodat een welhaast ideale omsingeling is ontstaan. Een alternatief is 14.36-31. Wit dreigt met 33-28 eventueel voorbereid met 50-45 de stelling open te breken. Zwart kan niet goed reageren met 14...23-28 15.33x22 (zwart hoopt natuurlijk op 32x23) 18-23 16.29x18 12x23 17.39-33 20x29 18.33x24 13-18 19.22x13 8x39 20.43x34 en wit staat overwegend.
Hoewel
ik van tevoren wist, dat dit zo ongeveer op het bord zou komen, bleken er nog
een groot aantal niet voorziene problemen te overwinnen. Ik had ruim de tijd om
mij zorgen te maken, aangezien mijn tegenstander veel tijd gebruikte. Na
19.33-28 17-22 kan wit overwegen met 20.28x17 11x31 21.36x27 te slaan. Hij
dreigt dan met 22.27-22 naar dam te gaan. Waarschijnlijk doet zwart er het beste
aan met 21...3-9 en 18-22 te hergroeperen. De voortzetting 21...10-14 22.44-39
14-19 23.35-30 is buitengewoon slecht voor zwart. Onder ander dreigt opnieuw
27-22 met dam.
Ron Heusdens gaf na de partij aan, dat wit in deze stelling beter 25.43-39 had kunnen spelen in plaats van 44-40. Na 25...11-17? 26.39-33 is 26...17-22 verhinderd door de bekende wending 37-31, 19-14 met naslag naar 6 en zwart krijgt de dam er niet goed vanaf. Op 25...3-9? is 26.37-31 26x30 27.29-23 nog een slagje erger. Op de meeste andere zetten forceert wit de stelling met 33-28-23. Bijvoorbeeld 25...2-7 26.33-28 7-11 27.28-23! 17-22 28.23x12 22x31 29.38-33 en 42-38 met groot overwicht voor wit. Het gevolg is dat zwart een extra stuk in zijn doorbraak moet stoppen met 25.43-39 1-6 26.39-33 8-12. Wit heeft dan veel vangstellingen. Maar bij analyse bleken er nog wat tempoproblemen te ontstaan voor wit bij handhaven van de vangstellingen.
De
manoeuvre 29-23 is van levensbelang voor de witte stelling na het missen van de
aanbeveling van Ron Heusdens. Bijvoorbeeld met schijf 17 op 12 en 1 op 6 komt
wit in het voordeel met via 26.29-23 18x29 27.24x33 13x24 28.43-39 12-18
29.50-45 etc. Nooit mag zwart met schijf 20 slaan, vanwege 26.29-23 20x29
27.50-45 13x24 28.37-31 X. Bijzonder pijnlijk in diagram 5, dat hij gedwongen is
26...29-23 te spelen, terwijl zwart wel straffeloos met schijf 20 kan slaan.
Zwart dreigt in diagram 6 na het slaan met 14-20 en 24-30 zijn stuk met rente terug te halen. Na 29.23-18 2-7 30.27-22 17x28 31.32x23 8x17 dreigt wederom van alles. Op 32.18-13 14-20 33.23-18 17-22 34.18x27 21x41 35.42-37 41x32 36.38x27 wint wit een belangrijk tempo voor de winstvoering met 7-12x12 en damgeven op veld 2.
In diagram 7 haalt zwart zijn stuk terug zonder dat wit kan voorkomen, dat er nog een tweede stuk vanaf gaat. De afwikkeling naar het eindspel berustte op een vergissing in tijdnood van Toby. Hij overzag na 30.38-33 17x8 31.34-29 13-18 32.29x9 18x47 33.9-4 8-12 34.4-22 de mogelijkheid 34...47-20! met dood en verderf.