SCHIEDAM - Het belangrijkste misverstand, dat bestaat over de Kelleropening is dat het een methode zou zijn om met wit gemakkelijk aan de punten te komen. Ik speel de witte opening vooral als een begin van een interessant strategisch middenspel. Veel zwartspelers hebben de neiging hun stand te overschatten en dan komen er tegenkansen. Ook in mijn partij tegen Henk van Marle duurde het ruim 40 zetten voor wit wat had. Hoewel de Kelleropening minder vaak voorkomt als andere openingen begint het met 3719 voorkomens van de diagramstand een echte opening te worden.
Tegenwoordig
proberen witspelers af te wijken. De opmars 35-30-24 wordt vaak vervangen door
29-24 op diverse momenten. Een belangrijk probleem in de opening is de
Chizhov-ruil. Deze kan vermeden worden door te beginnen met 34-29 (17-22) 40-34
(11-17) 45-40 (6-11) 32-28 (16-21) 31-26 (19-23) 28x19 (14x23) 35-30 (10-14)
30-24 (diagram 2). De kenmerkende zet (5-10) komt na 33-28 neer op een gambiet.
Zie de partij Ladage - Luteijn.
Diagram 1
biedt een groot aantal mogelijkheden voor zwart. Naast het zeer populaire
9...5-10 10.37-31 20-25 11.24-20 van de laatste tijd zag je voorheen veel de
zetten 21-27 en 23-28. Minder geslaagd is 9...14-19. Dat bleek in de roemde
partij Sijbrands - Korchow uit het Scholten-Honig toernooi 1971.
Hier ging het verder met 10.37-32 19x30 11.34x14 9x20 12.32-28 23x34 13.40x29 3-9(?) 14.41-37 11-16 15.38-32 en er ontstond een korte vleugel opsluiting. Inmiddels is gebleken, dat 13...21-27 speelbaar is, hoewel dit bepaald niet blijkt uit de resultaten (uitslag 13-3 voor wit). Het ruiltje 38-32x32 geeft wit een langdurig initiatief in het centrum.
De eerste scherpe zet die geprobeerd is in diagram 1 was 9...21-27. Je ziet hem niet veel meer. In de variant van diagram 2 wordt 8...21-27 wel regelmatig gespeeld. Het waarom is niet helemaal duidelijk. Zelf reageer ik in die stand met 9.40-35. De oversteek van schijf 40 naar 35 is in veel varianten belangrijk.
Aardig wordt het na 9...13-19!? 10.24x13 8x19 11.37-32 11-16 12.32x21 16x27 13.41-37. Het zetje 29-24 en 39-34 verhinderd de ontsnapping 27-31x31. Volgens Turbo dambase is het nog nooit voorgekomen. De zwarte korte vleugel kan ongestraft kaal gegeten worden. Na 13...7-11 14.37-32 11-16 15.32x21 16x27 16.46-41 3-8 17.41-37 17-21 18.26x28 23x41 19.42-37; 29-24 en 39-34x31 is het wederom prijs. In het lopende wereldkampioenschap ontstond het verloop:
wk14: Frits
Luteijn - Aleksei Verkhovykh
01.34-29 17-22 02.40-34 11-17 03.45-40 06-11 04.32-28 19-23 05.28*19 14*23 06.35-30 16-21 07.31-26 10-14 08.30-24 21-27 09.40-35 27-31 10.36*27 22*31 11.37-32 31-36 12.41-37 01-06 13.46-41 05-10 14.50-45 17-21 15.26*17 11*22 16.33-28 22*33 17.39*19 14*23 18.38-33 10-14 19.44-39 06-11 20.42-38 11-17 21.32-28 23*32 22.37*28 17-22 23.28*17 12*21 24.33-28 20-25 25.38-32 14-20 26.41-37 07-11 27.43-38 11-17 28.48-42 21-26 29.28-22 17*28 30.32*12 08*17 31.38-32 17-21 32.32-28 13-18 33.28-23 18-22 34.49-43 en de partij loopt nog.
Ik weet nog niet wat je daar als witspeler precies tegen moet doen. Het partijverloop is verschrikkelijk. Twee opties zijn 11.44-40 31-36 12.33-28 23x32 13.37x28 20-25 14.39-33 5-10 (Truus) en 11.37-32 31-36 12.33-28 5-10 13.28x19 14x23 14.38-33. In de laatste variant oefent wit druk uit tegen schijf 23 in de hoop dat de stellingen geopend worden met behoud van een mooie korte vleugel voor wit. De achterloop 12.33-28 verliest tempi. Dat is onder gegeven omstandigheden misschien wel gunstig.
De
ouderwetse varianten met 9...21-27 10.37-31 vanuit diagram 1 zijn diepgaand
bestudeerd (487 stuks). De zetten 23-28 (194), 14-19(131) en 5-10 (126) zijn het
vaakst gespeeld. De mogelijkheid 10...14-19 leidt meestal tot aanval tegen
schijf 27. Enige gelijkenis met de partij
Luteijn - Bootsma
uit 32-28 16-21 opening is aanwezig. Wit zorgt dat hij schijf 33 kwijt raakt en
gaat lopen op schijf 27. Als beide spelers het goed doen, loopt de partij rustig
remise. Bijvoorbeeld:
Samb,N. -
Gantwarg,A. Wch blind Van Stigt Than, 30-04-2005
10.37-31 14-19 11.41-37 19x30 12.34x14 9x20 13.47-41 23x34 14.39x30 18-23 15.44-39 13-18 16.49-44 8-13 17.30-25 4-10 18.25x14 10x19 19.33-29 23x34 20.40x29 11-16 21.37-32 19-23 22.32x21 23x34 23.39x30 16x27 24.41-37 7-11 25.37-32 11-16 26.32x21 16x27 27.42-37 6-11 28.37-32 11-16 29.32x21 16x27 30.46-41 18-23 31.44-39 2-7 32.41-37 7-11 33.45-40 15-20 34.40-35 20-25 35.37-32 25x34 36.32x21 11-16 37.39x30 16x27 38.30-24 5-10 39.43-39 12-18 40.48-42 23-28 41.26-21 17x48 42.38-32 48x19 43.32x5 27-31 44.36x27 22x31
Valneris,G.
- Watoetin,E. POL-ch open, 21-10-1997
10.37-31 14-19 11.41-37 19x30 12.34x14 9x20 13.47-41 23x34 14.39x30 18-23 15.44-39 13-18 16.39-34 8-13 17.40-35 3-8 18.33-29 20-24 =
Chizhov,A. - Lith,van,K. Harderwijk Maars, 06-05-1991, 2-0
10.37-31 14-19 11.41-37 19x30 12.34x14 9x20 13.47-41 23x34 14.39x30 18-23 15.44-39 13-18 16.40-34 8-13 17.33-29 20-25 18.37-32 11-16 19.32x21 16x27 20.42-37 6-11 21.37-32 11-16 22.32x21 16x27 23.41-37 23-28 24.38-32 27x38 25.43x23 7-11 26.26-21 17x26 27.48-42 22-27
Wirny,V. - Wiersma,H. Wch, 14-04-1984, 1-1
10.37-31 14-19 11.41-37 19x30 12.34x14 9x20 13.47-41 23x34 14.39x30 18-23 15.37-32 11-16 16.32x21 16x27 17.42-37 7-11 18.37-32 11-16 19.32x21 16x27 20.44-39 13-18 21.30-25 4-10 22.25x14 10x19 23.33-29 23x34 24.40x29 15-20 25.48-42 6-11 26.41-37 2-7 27.46-41 8-13 28.49-44 19-23 29.37-32 23x34 30.39x30 11-16 31.32x21 16x27 32.30-25 20-24 33.41-37 7-11 34.25-20 24x15 35.37-32 5-10 36.32x21 10-14 37.21-16 14-19 38.16x7 12x1 39.38-32 19-23 40.42-38 15-20 41.38-33 20-24 42.31-27 22x31 43.36x27
In deze laatste
partij loopt wit tweemaal achter schijf 27 zonder eerst veld 39 te sluiten. Het
aantal beslissingen in dit systeem is gering. Soms slaagt de witspeler erin een
overgang naar een ander spelbeeld te realiseren en de resulterende stand te
winnen. Valneris en Chizhov doen het zo. Het heeft weinig met de opening te
maken. Het toont vooral hun handigheid. De bekendste partij is:
Wiersma,H.
- Sijbrands,T. Suiker GMA, 18-12-1972
10.37-31 14-19 11.42-37 19x30 12.34x14 9x20 13.47-42 23x34 14.39x30 18-23 15.44-39 13-18 16.40-34 5-10 17.30-25 10-14 18.45-40 8-13 19.40-35 14-19 20.25x14 19x10 21.35-30 10-14 22.30-25 2-8 23.49-44 14-19 24.25-20 15x24 25.33-28 22x33 26.38x20 4-10 27.31x22 18x27 28.43-38 10-15 29.39-33 15x24 30.33-29 24x33 31.38x9 3x14 32.42-38 17-22 33.37-32 11-16 34.32x21 16x27 35.41-37 6-11 36.46-41 12-18 37.37-31 18-23 38.41-37 23-29 39.34x23 19x28 40.44-39 7-12 41.48-43 12-18 42.39-34 8-13 43.43-39 18-23 44.34-30 13-19 45.37-32 28x37 46.31x42 14-20 47.30-25 20-24 48.39-34 22-28 49.34-30 24x35 50.25-20 35-40 51.20-15 40-44 52.15-10 11-17 53.10-4 44-49 54.4x31 49x16 55.31-9 28-33 56.9-25 23-29 57.25-9 33-39
In het
boekje 'Ton Sijbrands dammer' wordt als eerste de opmerking gemaakt, dat de
inlas 15.37-32 mogelijk is, Het is een manier om de aanval te openen zonder
allerlei voorbereidingen op de korte vleugel en wegspelen van schijf 29. In
diagram 10 merkt Sijbrands op, dat het positioneel sterke 18.34-29 23x34
19.39x30 faalt op het zetje 19...17-21; 27-32 en 14-19x47 X. De zetjes blijven
daarna een rol spelen. De kracht van bijvoorbeeld 22...2-8 is dat nog steeds de
ruil 34-29x30 niet mogelijk is.
In de
partij gaat wit verder met 23.49-44 en wordt daarna weggecombineerd.
Vermoedelijk was 23.34-30 4-9 en daarna pas 49-44 beter geweest. Na 23.49-44
14-19 dreigt er 27-32 met dam. Na 34-29x30 volgt nog steeds de eerder genoemde
dam, terwijl 24.34-30 faalt op de meervoudige combinatie 19-24; 27-32; 15-20 en
13-19 X.
In diagram 12 de klap op de vuurpijl. Na 28.20-15 19-24 29.15x4 24-29 30.4x31 29x47 krijgt zwart een gewonnen afspel. Op 28.20-14 10-15 29.34-29 faalt op 29...23x34 30.14x23 34-40; 27-32 en 17-21x44 X. Een tweede belangrijke ruil zien we in de variant (diagram 1) 9...21-27 10.37-31 23-28 11.42-37 5-10 12.40-35 28-32 13.37x28 18-23 (diagram 13).
Deze
stand heeft zich 187 keer voorgedaan. Er ontstaat meestal een omsingeling,
waarbij veld 33 ontruimd wordt een of meer keren oplopen over veld 32 en
afruilen met 38-32x32. Zwart heeft bijzonder gebonden spel. Elk tempoverlies kan
fataal zijn. Echter als hij de juiste zetten speelt, dan is er ook voor wit
weinig te halen. De verleidelijke opmars naar 25 kan de zwarte stand eigenlijk
niet hebben. De variant is bestudeerd door Evert Bronstring.
Bronstring,E. - Kalbfleisch,K. The Hague, 18-07-2000, 2-0
17.41-37 8-12 18.33-29 13-18 19.35-30 9-13 20.47-41 3-8 21.37-32 11-16 22.32x21 16x27 23.38-32 27x38 24.43x32 10-14 25.39-33 13-19 26.31-27 22x31 27.26x37 7-11 28.44-39 17-22 29.48-42 4-9 30.32-27 22x31 31.36x27 12-17 32.29-24 9-13 33.33-29 8-12 34.41-36 17-22 35.46-41 22x31 36.36x27 11-17 37.41-36 17-22 38.37-31 12-17 39.49-43 6-11 40.43-38 2-7 41.31-26 22x31 42.36x27 17-22 43.38-32 22x31 44.26x37 7-12 45.32-27 12-17 46.37-31 17-22 47.42-38 23-28 48.30-25 19x30 49.29-23 18x40 50.27x20 15x24 51.25x45 24-30 52.45-40
Bronstring,E. - Okken,J. NLD-ch sf3 dec, 03-03-1996, 2-0
17.41-37 8-12 18.35-30 10-14 19.44-40 14-20 20.40-35 13-18 21.47-41 20-25 22.33-29 3-8 23.37-32 11-16 24.32x21 16x27 25.38-32 27x38 26.43x32 6-11 27.31-27 22x31 28.36x27 17-22 29.41-36 22x31 30.36x27 11-17 31.39-33 17-22 32.46-41 22x31 33.26x37 12-17 34.49-43 8-13 35.48-42 17-22 36.42-38 2-8 37.41-36 22-27 38.32x21 23-28 39.33x22 18x16 40.38-33 13-18 41.33-28 7-12 42.28-23 18-22 43.43-38 12-17 44.30-24 8-12 45.24-20 15x31 46.36x7 17-21 47.7-1 21-27 48.23-19 27-31 49.1-23 16-21 50.35-30 31-36 51.30-24
Dibman,A. - Sjarapow,W. URS-chM, 00-00-1982
17.41-37 8-12 18.33-29 13-18 19.35-30 10-14 20.44-40 14-20 21.40-35 20-25 22.37-32 11-16 23.32x21 16x27 24.38-32 27x38 25.43x32 6-11 26.39-33 9-13 27.32-28 23x32 28.26-21 17x37 29.33-28 22x24 30.30x6 7-11 31.6x17 18-22 32.17x28 32x23 33.47-42 2-0
De bovenstaande ruilvariant is behoudens bovenstaande uitzonderingen niet bijzonder aantrekkelijk voor wit. De oversteek van schijf 40 naar 35 zou wit graag willen realiseren zonder lastig gevallen te worden door de bovenstaande ruil. Daarom geldt 9...21-27 10.37-31 5-10 als een onnauwkeurigheid van zwart. Toch is het 204 keer gespeeld. Slechts een beperkt aantal witspelers (1/3) maakt van de gelegenheid gebruik om de oversteek 11.40-35 te doen.
Als
belangrijkste bezwaar geldt de ruil 11...13-19 12.24x13 8x19. Het is overigens
slechts 14 keer gespeeld en de afwikkeling 13.34-30 23x25 14.33-28 slechts
tweemaal. Dat moeten er veel en veel meer zijn. Ik heb het zelf enige keren
gespeeld. Aanvankelijk meende men dat wit na afloop beter staat. Onderstaande
correspondentiepartij zet dat misschien wat op losse schroeven.
In
diagram 16 is de dreiging 29-34 met bevrijding van de zwarte stand nauwelijks
tegen te houden. Maar echt een drama is dat nog niet voor wit. Het wordt pas een
probleem na de ruil 34...24-30x29. De voorgaande zet 34.44-40? is geen beste.
Typische een voorbeeld van het 'Ice
and byte' verhaal van Gantwarg.
Nagels,L. - Kwint,M. NLD-chC sfa, 01-01-1993, 0-2
13.34-30 23x25 14.33-28 22x33 15.31x24 20x29 16.39x28 2-8 17.41-37 14-19 18.38-32 17-21 19.26x17 11x33 20.43-39 19-24 21.39x28 15-20 22.36-31 10-15 23.31-27 9-13 24.46-41 13-19 25.41-36 4-9 26.36-31 9-13 27.31-26 29-34 28.44-39 34x43 29.48x39 12-18 30.26-21 6-11 31.21-16 18-23 32.42-38 8-12 33.49-44 3-9 34.44-40 24-30 35.35x24 20x29 36.40-34 29x40 37.45x34 15-20 38.39-33 9-14 39.33-29 13-18 40.34-30 23x34 41.30x39 25-30 42.38-33 30-35 43.39-34 11-17 44.47-42 20-24 45.42-38 14-20 46.34-30 20-25 47.28-22 17x39 48.27-21 25x34 49.38-33 39x28 50.32x14 34-39 51.14-9 39-44 52.21-17 12x21 53.16x27 44-50 54.9-3 24-29
Een
opmerkelijke mogelijkheid in diagram 1 is tenslotte de
Rewoenets variant met 9...22-28x28x22 (47 keer
gespeeld). Het duel Luteijn - Vermin heb ik
indertijd besproken voor damnieuws. Deze partij staat nog niet in Turbo dambase:
Luteijn,F. -
Vermin,H. WK corr, 01-01-1994, 1-1
9...22-28 10.33x22 17x28 11.26x17 11x22 12.38-33 20-25 13.24-20 15x24 14.29x20
5-10 15.20-15 14-19 16.42-38 10-14 17.38-32 7-11 18.43-38 2-7 19.40-35 19-24
20.44-40 23-29 21.32x23 24-30 22.35x24 29x20 23.15x24 18x20 24.37-32 14-19
25.41-37 13-18 26.46-41 8-13 27.48-43 3-8 28.47-42 11-17 29.37-31 6-11 30.41-37
22-27 31.31x22 18x27 32.32x21 17x26 33.38-32 13-18 34.33-28 11-17 35.42-38 17-22
36.28x17 12x21 37.39-33 20-24 38.33-28 21-27 39.32x21 26x17 40.38-32 18-23
41.36-31 17-21 42.43-39 9-13 43.31-27 21-26 44.49-44 8-12
Tijdens het WK 1972 zetten Harm Wiersma en Ton Sijbrands de opening voor het eerst eens goed op de kaart met het onderstaande duel:
Wiersma,H. - Sijbrands,T. Wch, 04-05-1972, 1-1
9...23-28 10.37-31 5-10 11.42-37 21-27 12.48-42? 20-25 13.40-35 14-20 14.35-30 9-14 15.44-40 3-9 16.40-35 28-32 17.37x28 18-23 18.28x19 14x23 19.29x18 20x40 20.45x34 12x23 21.42-37 8-12 22.30-24 13-18 23.33-29 9-13 24.38-33 11-16 25.47-42 6-11 26.42-38 2-8 27.37-32 4-9 28.32x21 16x27 29.41-37 23-28 30.37-32 28x37 31.31x42 9-14 32.42-37 27-31 33.36x27 22x42 34.38x47 17-22 35.43-38 14-20 36.38-32 10-14 37.46-41 22-27 38.32x21 18-23 39.29x9 20x38 40.9x20 15x24 41.41-37 8-13 42.37-31 11-17 43.31-27 13-18 44.47-41 38-42 45.34-30 25x43 46.49x47
Na de
partij werd aangegeven door Ton Sijbrands, dat zwart tot groot voordeel komt met
14.35-30 10-14 15.44-40(?) 11-16 16.38-32 27x38 17.43x23 6-11
18.31-27? 22x31 19.36x27 14-19 20.23x14 18-23 21.29x18 20x38 22.42x33 13x42
23.47x38 9x20 X. In een recent duel kwam het net iets anders te staan en blijkt
het nog wel te gaan voor wit. De verrassende zet 15...4-10 geeft een hoop
praktische kansen. De schijfwinst 15...18-23 leidt uiteindelijk slechts tot
gering voordeel. Dat is in een correspondentiedampartij niet genoeg.
Gerrit v.d. Werff - Frits Luteijn openingen toernooi 2006
01.34-29 17-22 02.40-34 11-17 03.45-40 06-11 04.32-28 16-21 05.31-26 19-23
06.28*19 14*23 07.35-30 10-14 08.30-24 23-28 09.37-31 05-10 10.50-45 20-25
11.41-37 14-20 12.40-35 01-06 13.44-40 10-14 14.35-30 21-27 15.40-35 04-10
16.45-40 28-32 17.37*28 18-23 18.28*19 14*23 19.29*18 20*29 20.33*24 12*23
21.42-37 08-12 22.38-32? 27*38 23.43*32 23-28 24.32*23 22-27 25.31*22 17*19
26.39-33 10-14 27.26-21 02-08 28.24-20
Wit moet het
stuk tijdig teruggeven met b.v. 21.24-20 en omsingeling zegt Schwarzman. Ook
dient de ruil 38-32x32 gespeeld te worden op een moment dat de twee om twee
23-28 en 22-27 er niet in zit. Lopen op schijf 27 met 37-32 al dan niet met
voorbereiding leidt tot tal van interessante mogelijkheden.
In de
partij Wiersma - Sijbrands is naderhand gebleken, dat zwart zich met 21...8-12
een hoop problemen op de hals haalt. De stand is daarna nog een aantal keren op
het bord geweest. In de partij Andreiko - Varkenvisser is het verrassende
21...22-28 22.31x22 23-29 gespeeld met goed spel voor zwart.
Een volslagen onbekende problemist uit Rusland heeft aangegeven, dat Wiersma later met een dubbeloffer heeft kunnen winnen en daarmee waarschijnlijk de wereldtitel. Koeperman plaagde Harm Wiersma ermee tijdens de match Sijbrands - Andreiko 1973. Na de beginzet 27.34-30 zijn er twee varianten:
27.34-30 25x34 28.39x30 23x25 29.35-30; 24-19 en 33-28 X.
27.34-30 23x34 28.26-21 17x26 29.24-19 13x24 30.30x19 25-30 31.35x24 4-9 32.39x30 9-13 33.24-20; 49-44; 44-40 en 33-28x2 X
Zie verder
het boekje 'Ton Sijbrands dammer'.
Na 9...23-28 wordt tegenwoordig meestal 10.40-35 gespeeld. Dat haalt de ruilvarianten eruit. Voorts speculeert het op de foutzet 10...5-10. De zet 23-28 is alleen mogelijk vanwege het zetje 9...23-28 10.38-32 5-10 11.22-28. Na 9...23-28 10.40-35 5-10 11.38-32 heeft zwart geen tempo om de slagwending te nemen.
Toch is de zet 10...5-10 zes en dertig keer gespeeld. Slechts in de helft van de partijen werd 38-32 gespeeld. Twee en twintig partijen werden gewonnen, maar acht werden er gewonnen door zwart. Kennelijk is de winstvoering na 11.38-32 20-25 12.32x23 13-19 13.24x13 8x28 nog niet zo eenvoudig. In het eerst bekende voorbeeld tussen Hans Jansen en Frank Teer volgde 38-32 pas in tweede instantie. Hein Meijer laat vervolgens zien hoe het moet.
Jansen,H. - Teer,F. KSH MA, 06-08-1973, 2-0
11.44-40 21-27 12.35-30 20-25 13.38-32 27x38 14.43x23 13-19 15.24x13 8x28 16.42-38 3-8 17.48-43 9-13 18.37-31 17-21 19.26x17 12x21 20.30-24 14-19 21.31-26 19x30 22.26x17 10-14 23.38-32 28x37 24.17x28 7-12 25.41x32 11-17 26.47-42 6-11 27.42-38 30-35 28.34-30 25x23 29.28x10 35x44
Meijer,Hein - Aksanow,A. Moscow, 11-12-1990, 2-0
11.38-32 13-19 12.24x13 8x19 13.32x23 19x28 14.42-38 20-24 15.29x20 15x24 16.37-31 9-13 17.34-30 14-19 18.45-40 10-14 19.40-34 21-27 20.47-42 3-8 21.34-29 4-9 22.29x20 14x34 23.39x30 28x50 24.38-33 50x28 25.26-21 17x37 26.41x3 X.
Na 9...23-28
10.40-35 beschikt zwart over nog een verrassende afwijking t.w. 10...21-27
11.44-40 27-31 12.36x27 22x31 13.33x22 17x28. Rob Clerc heeft mij profiterend
van de overladen witte korte vleugel eens verschrikkelijk ingemaakt. Toch is het
geen blijvertje gebleken (28 keer). Een belangrijk bezwaar van deze variant is
het remisedammetje 14.38-33 31-36 15.33x22 18x27 16.43-38 11-17 17.37-32 17-21
18.26x17 12x21 19.39-23 en 38-33x1=. Een leuke reactie is:
Bercys,R. -
Tjestkow,A. URS-Cup, 21-09-1988, 2-0
14.35-30 31-36 15.30-25 4-10 16.26-21 11-17 17.21-16 6-11 18.34-30 18-23 19.29x18 20x29 20.39-34 X.
Haagh,E. - Klein,de,S.J. Tilburg Info, 17-07-1991
14.38-33 31-36 15.33x22 18x27 16.43-38 20-25 17.37-32 11-16 18.32x21 16x27 19.41-37 7-11 20.37-32 11-16 21.32x21 16x27 22.42-37 6-11 23.37-32 11-16 24.32x21 16x27 25.46-41 2-7 26.41-37 7-11 27.37-32 11-16 28.32x21 16x27 29.48-42 12-18 30.42-37 8-12 31.49-44 3-8 32.37-32 18-22 33.32x21 12-17 34.21x3 13-19 35.24x13 9x18 36.3x20 15x42 37.47x38 36-41 38.26-21 41-47 39.38-32 47-41 40.21-16 41x10 41.16-11 10-15 42.11-7 22-27 43.7-2 27-31 44.2-16 31-36 45.16-49 36-41 46.34-30 25x43 47.49x13 41-46 48.13-22 46-23 49.22-6 4-10 50.35-30 10-14 51.40-35 23-18 52.44-40 18-22 53.6x10 5x14 54.40-34 14-19 55.30-25 15-47
De diagramstand is vijf keer voorgekomen. Echt een succes voor zwart kan ook 16...20-25 niet genoemd worden. Hier verliest het zelfs.