Tegen de tijd, dat ik dit schreef was de halve finale van Nederland 1985 bezig aan de laatste ronde. De thematiek uit de partij Scholma - Jansen is ondertussen het onderwerp geweest van een bespreking op de centrale trainingen en een heel stuk nieuwe openingstheorie is aan het geboren worden. Drie partijen mij bekend Auke Scholma - Gerard Jansen, Jannes van der Wal - Gerard Jansen en Frits Luteijn - Herman van Wetserloo zijn een aardig uitgangspunt. In elk van deze partijen wordt de 'nieuwe' zet 10.37-31 gespeeld.
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23 7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 5-10 10.37-31 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20
Nu twintig jaar later is het een van de meeste gespeelde varianten (1446). 1136 keer is verdergegaan met (20-25) 24-20x20. Slechts 22 maal is de Chizhov ruil 22-27xxx27 direct gespeeld. De meeste zwartspelers gingen verder met (14-19) 20-15 (10-14). Na zowel 41-37 als 40-35 geldt heden ten dage de Chizhov ruil als de vervelendste voortzetting. Maar andere plannen zijn interessanter en speelbaar. Zelf heb ik inmiddels met wit 36 keer de stand na 20-25 op het bord gehad en geldt enigszins als expert. Een dozijn keer kwam de Chizhov ruil op het bord tegen spelers als Wiersma, Dibman en vele anderen. De resultaten vallen niet tegen. Maar meer dan 50% is het niet. In 1985 was men nog niet zover en kwam de grootste mogelijke 'onzin' op het bord.
Diagram 1
is de uitgangspositie van de VAD-variant. De zet 9...5-10 behoorde aanvankelijk
niet tot de serieuze mogelijkheden. Maar het falen van de ene weerlegging na de
andere heeft de witspelers doen uitzien naar alternatieven als 10.37-31, dat
gespeeld werd in alle drie de bovenstaande partijen.
Overigens kan opgemerkt worden, dat zwart met 9...11-16 eenzelfde soort effect kan bereiken (slechts 61 keer gespeeld). De reactie 10.33-28 23x32 11.37x28 22x33 12.39x28 is om diverse redenen weinig aantrekkelijk. Bijvoorbeeld 12...17-22 is een probleem, omdat 13.28x17? 18-22 en 14-19 X het niet is. Maar in tegenstelling tot de varianten na 9...5-10 komen nu de zetten 37-32 en 38-32 in aanmerking.
De bedoeling
van 9...5-10 is het uitlokken van 10.33-28 22x33 11.39x19 14x23 12.38-32 met
scherp spel. Het probleem van een potentiële korte vleugel opsluiting wordt gecompenseerd
door het enorme gat in het witte centrum. In Amsterdam heeft men aangetoond, dat
zwart altijd los komt. Een van de varianten is 12...20-25 13.43-39 11-16
14.37-317-11 15.31-27 23-28 16.32x23 21x32 17.39-33 9-14. Er zijn inmiddels 353
partijen gespeeld. Daarbij ging de helft verder met 12...20-25. Dat is naar mijn
weten de juiste zet. De volgende variant is 28 keer gespeeld:
Westerloo,van,H. - Meijer,Hein NLD-ch qf3, 05-05-1984
12...20-25 13.44-39 11-16 14.37-31 10-14 15.42-38 14-19 16.40-35 19x30 17.35x24
9-14 18.38-33 14-19 19.45-40 19x30 20.40-35 7-11 21.35x24 23-28 22.33x22 18x38
23.43x32 3-9 24.31-27 9-14 25.49-44 14-19 26.32-28 21x23 27.29x7 19x30 28.44-40
13-19 29.7-1 19-24 30.1-23 8-13 31.40-35 13-18 32.23x21 16x27 33.41-37 11-17
34.48-42 17-22 35.42-38 6-11 36.47-42 4-9 37.37-32 11-16 38.32x21 16x27 39.42-37
9-14 40.46-41 2-7 41.37-31 14-19 42.41-37 7-11 43.26-21 27x16 44.37-32 19-23
45.32-27 15-20 46.27x29 24x44 47.35x15 44-49 =
Een belangrijke wending zou kunnen zijn de vier om vier 13...15-20 14.24x15 17-22 15.26x19 13x35. Hij is volgens Turbo Dambase in deze stand nog nooit uitgevoerd. Er zijn dan ook weinig witspelers, die 13.44-39 spelen. Het meest gespeeld is 43-39, daarna komt 42-38 en 40-35. Opgemerkt moet worden, dat in het kader van de ruil 33-28 het handiger is om de witte opening te spelen met 34-29, 40-34 en 45-40. Dat scheelt een belangrijk tempo voor de opsluiting. Zwart moet dan als volgt een stuk verliezen (met veel compensatie):
Ladage,H. -
Luteijn,F. NLD-chC, 01-01-1999
1.34-29 18-22 2.40-34 12-18 3.45-40 7-12 4.31-26 16-21 5.32-28 19-23 6.28x19
14x23 7.35-30 10-14 8.30-24 5-10 9.33-28 22x33 10.39x19 14x23 11.38-32 20-25
12.40-35 9-14 13.42-38 11-16 14.37-31 6-11 15.31-27 1-6 16.36-31 14-20 17.47-42
10-14 18.35-30 2-7 19.50-45 23-28 20.32x23 21x32 21.38x27 14-19 22.23x14 20x9
23.41-36 17-21 24.26x17 12x32 25.42-38 8-12 26.38x27 9-14 27.46-41 11-17
28.43-38 4-9 29.44-40 17-21 30.49-43 21x32 31.38x27 18-23 32.29x18 12x23
33.34-29 23x34 34.30x39 14-19 35.40-35 19x30 36.35x24 9-14 37.45-40 14-19
38.40-35 19x30 39.35x24 3-9 40.39-34 9-14 1-1
De variant
met 10.33-28 22x33 11.39x19 14x23 12.37-32 is wat veiliger voor beiden. In de
helft van de partijen werd afgewikkeld met 12...21-27 13.32x21 11-16. Vaak
gevolgd door 14.41-37 16x27 15.43-39 7-11 16.48-43 17-22 17.37-31 13-19 en de
boel loopt vlot remise. Enige voorzichtigheid is overigens op zijn plaats. Een
winstpoging zoals in onderstaande partij kan gemakkelijk verkeerd aflopen.
Overigens ontstond de kenmerkende formatie vanuit een iets andere opening. In de
diagramstand dreigt wit met 37-32 gevolgd door 24-19x17. De zwarte stand is
daardoor kritiek.
Wal,van der,J. - Gantwarg,A. Kislovodsk, 05-10-1982, 2-0
1.33-29 17-22 2.38-33 11-17 3.42-38 6-11 4.48-42 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23
7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 5-10 10.33-28 22x33 11.39x19 14x23 12.44-39
11-16 13.37-32 7-11 14.41-37 20-25 15.50-44 9-14 16.46-41 21-27 17.32x21 16x27
18.37-31 17-22 19.41-37 23-28 20.38-32 27x38 21.43x23 13-19 22.24x13 8x28
23.42-38 4-9 24.38-33 9-13 25.47-42 12-17 26.29-24 2-8 27.49-43 3-9 28.34-29
8-12 29.42-38 11-16 30.37-32 28x37 31.31x42 6-11 32.38-32 22-27 33.32x21 16x27
34.33-28 14-19 35.40-35 19x30 36.35x24 9-14 37.44-40 14-19 38.40-35 19x30
39.35x24 10-14 40.45-40
De
andere helft ging verder met 12...11-16. Dan is de opsluiting 13.36-31 7-11
14.31-27 mogelijk. De afwikkeling 14...23-28 15.32x23 21x32 16.38x27 17-21
17.26x17 11x31 is 5 keer genomen. Wit mag niet achterlopen met 18.41-36 vanwege
31-37, 12-17 en 13-18x50 X. De variant 14...20-25 etc. lijkt gevaarlijker voor
zwart. Maar dat valt best mee. De vier om vier naar 35 zit erin. De volgende
afwikkeling is werkelijk prachtig.
Bhawanibhiek,R. - Borst,van den,Jac.NLD-chT
1b, 06-01-1990
14.31-27 20-25 15.44-39 10-14 16.38-33 14-20 17.42-37 2-7 18.48-42 9-14 19.42-38
14-19 20.40-35 19x30 21.35x24 25-30 22.34x14 23x34 23.39x30 13-19 24.24x2 3-8
25.2x22 17x48 26.26x8 48x2 27.41-36 2-24 X.
Het belangrijkste probleem van de opening acht men tegenwoordig (twintig jaar
later) de Chizhov ruil. Deze kan genomen worden op diverse momenten. Hiernaast
het resultaat als zwart 12...22-27 speelt. Dat is 22 keer voorgekomen. Vaker wacht
zwart nog twee zetten alvorens de beuk erin te zetten. In de begintijd wisten de
witspelers nauwelijks wat ze ermee aanmoesten. Zelf heb ik het schema
ontwikkeld, waarbij wit schijf 41 laat staan.
Luteijn,F. -
Wiersma,H. NLD-chT, 18-02-1995
12...14-19 13.20-15 10-14 14.40-35 22-27 15.31x22 17x28 16.33x22 18x27 17.26x17
12x21 18.34-30 25x34 19.39x30 7-12 20.44-39 12-18 21.45-40 11-17 22.40-34 6-11
23.30-25 21-26 24.34-30 17-21 25.30-24 19x30 26.25x34 11-16 27.34-30 13-19
28.39-34 8-13 29.38-33 2-8 30.43-39 8-12
31.49-44 18-22 32.30-25 13-18 33.34-30
27-31 34.36x27 22x31 35.41-37 31-36 36.46-41 18-22 37.30-24 19x30 38.25x34 23-28
39.44-40 21-27 40.42-38 12-17 41.34-30 9-13 42.40-34 13-19 43.34-29 4-10 44.15x4
28-32 45.37x28 17-21 46.28x17 21x12 47.4x31 26x46 48.30-25 12-18 49.29-23 18x29
50.33x13 14-20 51.25x14 46x10 52.38-33 16-21 53.33-29 10-4 54.13-8 3x12 55.35-30
21-27 56.39-34 27-32 57.48-42 12-18 58.29-24 4-15 X.
In de diagramstand is alles naar wens verlopen voor wit. Maar er moet nu gespeeld worden. Het gespeelde 35.41-37 is om combinatieve redenen niet geslaagd. Ten koste van alles moet wit zijn onkwetsbare lange vleugel handhaven. Echter na 35.30-24 19x30 36.25x34 31-37 37.41x32 14-20 38.15x24 23-29x27 heeft zwart zich bevrijdt. Tegen Wiersma kun je zoiets best toelaten, want de overblijvende stand met de krachteloze hekstelling op de zwarte korte vleugel kan nooit goed zijn voor hem. Tegen zwakkere spelers zou wit kunnen overwegen eerder voor een andere opbouw te kiezen.
Luteijn,F. -
Wollaert,B. Schiedam oc, 07-01-1999
12...22-27 13.31x22 17x28 14.26x17 12x21 15.33x22 18x27 16.20-15 8-12 17.40-35
12-18 18.34-30 25x34 19.39x30 7-12 20.44-39 2-7 21.45-40 11-17 22.40-34 6-11
23.30-25 21-26 24.34-30 17-21 25.30-24 14-19 26.38-33 19x30 27.25x34 11-16
28.34-30 12-17 29.39-34 17-22 30.30-24 9-14 31.42-38 14-19 32.34-30 10-14
33.30-25 19x30 34.25x34 3-9 35.34-30 7-12 36.49-44 14-20 37.15x24 13-19 38.24x13
27-31 39.36x27 22x31 40.13x22 31-37 41.41x32 21-27 42.22x31 26x50 43.43-39 50x42
44.47x38 =
Luteijn,F. -
IJzerman,W. NLD-chC, 01-01-1998, 0-2
12...14-19 13.20-15 10-14 14.40-35 11-16 15.34-30 25x34 16.39x30 7-11 17.44-39
22-27 18.31x22 17x28 19.26x17 12x21 20.33x22 18x27 21.45-40 8-12 22.40-34 11-17
23.30-25 6-11 24.38-33 17-22 25.34-30 21-26 26.30-24 19x30 27.25x34 13-18
28.34-30 11-17 29.39-34 2-8 30.43-39 8-13 31.33-29 13-19 32.49-44 23-28 33.44-40
19-23 34.42-38 17-21 35.38-33 28-32 36.30-24 14-20 37.24-19 23x14 38.15x24 12-17
39.35-30 9-13 40.30-25 3-9 41.24-20 13-19 42.48-42 19-24 43.29-23 18x38 44.20x29
9-13 45.42x33 13-18 46.40-35 18-23 47.29x18 22x13 48.33-29 17-22 49.29-24 13-18
50.24-20 14-19 51.20-15 32-38 52.34-30 38-42 53.47x38 27-31 54.36x27 21x34
55.30x39 26-31 56.39-34 22-27 57.34-29 27-32 58.35-30 32-38 59.29-24 19-23
60.24-20 31-36 61.41-37 38-43 62.20-14 43-48 63.14-10 48x26 64.46-41 36x47
65.30-24 47x20 66.25x14 26-37
De ruil naar veld 31 is niet de juiste richting voor de zwartspeler. Inmiddels is gebleken, dat veld 32 het punt is, waarna gekeken moet worden. In de partij tegen IJzerman is de uitval 35...28-32 ongewoon, maar uiterst effectief. Ik heb daarna geen spel meer gevonden voor wit en ik had er maanden de tijd voor. In de partij tegen Wollaert komt zwart niet tot de bezetting van veld 32. In plaats van de genomen damzet is 36...14-19 gevolgd door 27-32x32 kansrijker. Onderstaand vanuit een geheel andere opening dezelfde thema's:
Luteijn,F. -
Heusdens,R. competitie WHDB, 01-11-2005
1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-20 4.38-33 10-14 5.44-40 14-19 6.30-24
19x30 7.35x24 17-22 8.42-38 11-17 9.32-28 23x32 10.37x28 6-11 11.31-26 16-21
12.41-37 11-16 13.28-23 9-14 14.50-44 7-11 15.40-35 14-19 16.23x14 20x9 17.48-42
5-10 18.46-41 10-14 19.24-20 15x24 20.29x20 13-19 21.20-15 8-13 22.34-30 25x34
23.39x30 2-8 24.30-25 19-23 25.44-40 13-19 26.35-30 8-13 27.43-39 3-8 28.40-34
1-6 29.33-29 22-28 30.38-33 17-22 31.26x17 12x21 32.45-40 21-26 33.40-35 16-21
34.29-24 21-27 35.24-20 11-17 36.30-24 19x30 37.35x24 6-11 38.49-44 11-16
39.44-40 17-21 40.24-19 13x24 41.20x29 8-13 42.29-24 27-31 43.36x27 21x32
44.24-19 13x24 45.34-30 24x44 46.39x50 28x39 47.37x10 39-43 48.10-5 43-49
49.42-38 49x46 50.47-41 46x37 51.5x41 22-27 52.41-46 =
De bedoeling van het laten staan van schijf 41 is, dat de schijf daar altijd nog naar 37 kan, terwijl staande op 37 er diverse momenten zijn, waarop zwart schijf 37 tot spelen kan dwingen. In de onderstaande partij krijgt wit veld 26 onder controle door op het juiste ogenblik de oversteek van 41 naar 31 te realiseren.
Luteijn,F. -
Vrijland,W. Schiedam oc, 06-08-1999, 1-1
12...22-27 13.31x22 17x28 14.26x17 12x21 15.33x22 18x27 16.20-15 8-12 17.40-35
11-16 18.34-30 25x34 19.39x30 6-11 20.30-25 11-17 21.35-30 7-11 22.30-24 14-19
23.44-39 19x30 24.25x34 13-18 25.45-40 17-22 26.40-35 11-17 27.34-30 2-8
28.30-25 8-13 29.35-30 13-19 30.38-33 10-14 31.41-37 23-28 32.37-31 21-26
33.30-24 19x30 34.25x34 26x37 35.42x31 17-21 36.34-29 28-32 37.31-26 12-17
38.47-41 14-19 39.41-37 32x41 40.36x47 9-14 41.46-41 19-23 42.41-37 23x34
43.39x30 18-23 44.43-38 23-28 45.49-43 28x39 46.43x34 22-28 47.38-33 28x39
48.34x43 3-8 49.43-38 8-13 50.37-32 14-19 51.48-43 13-18 52.47-42 18-23 53.43-39
23-29 54.39-33 19-24 55.30x19 29-34 56.19-14 34-40 57.14-10 40-44 58.10-5 4-10
59.5x6 44-50 60.26x17 50x48 61.17-12 48-30 62.12-7 27-32 63.38x27 30-13 64.6-22
13-4 65.22-11 4x36 66.15-10 16-21 67.7-1 36-4
Luteijn,F. -
Dibman,A. The Hague, 11-08-1996, 0-2
12...14-19 13.20-15 10-14 14.40-35 22-27 15.31x22 17x28 16.26x17 12x21 17.33x22
18x27 18.34-30 25x34 19.39x30 7-12 20.44-39 13-18 21.45-40 9-13 22.40-34 11-17
23.30-25 17-22 24.41-37 6-11 25.34-30 21-26 26.37-31 26x37 27.42x31 23-28
28.30-24 19x30 29.25x34 13-19 30.34-30 8-13 31.39-34 18-23 32.43-39 12-18
33.49-43 2-8 34.38-33 8-12 35.47-42 28-32 36.42-38 23-29
Tegen Dibman kwam ik strategisch gezien gewonnen te staan. Kennelijk had hij mij wat onderschat. Maar met de zetjes weet hij het 'ongelukje' weer snel recht te breien. Bij analyse achteraf wist hij mijn stand vlot te winnen.
Luteijn,F. -
Borst,van den,J. NLD-chT 1a, 10-01-1998, 2-0
12...14-19 13.20-15 10-14 14.40-35 22-27 15.31x22 17x28 16.26x17 12x21 17.33x22
18x27 18.34-30 25x34 19.39x30 7-12 20.44-39 12-18 21.45-40 11-17 22.40-34 6-11
23.30-25 21-26 24.34-30 17-21 25.30-24 19x30 26.25x34 11-16 27.38-33 13-19
28.34-30 8-13 29.39-34 2-8 30.43-39 8-12 31.49-44 18-22 32.33-29 13-18 33.44-40
12-17 34.29-24 9-13 35.30-25 19x30 36.35x24 13-19 37.24x13 18x9 38.39-33 23-28
39.33-29 9-13 40.29-24 3-9 41.24-20 13-18 42.40-35 28-33 43.42-37 14-19 44.37-32
27x38 45.36-31 26x37 46.41x43 21-27 47.34-30 18-23 48.48-42 22-28 49.43-38 17-22
50.38x18 22x13 51.30-24 19x30 52.25x34 16-21 53.34-30 13-18 54.30-25 27-32
55.20-14 9x20 56.25x14 18-22 57.14-10 32-38 58.42x33 28x39 59.10-5 39-43
60.35-30 43-48 61.30-24 48-25 62.5-23 25-3 63.24-19 3-9 64.23-12
Een kenmerkend voorbeeld. Wit heeft zijn lange vleugel in de ideale formatie weten te handhaven. In tempodwang gekomen besluit zwart naar veld 33 te gaan. Dat kost een schijf. Ook hier is veld 32 een beter idee. Het gaat er dan even om of zwart de aanval 42...28-32 43.34-30 moet vrezen. Eerst 42...14-19 en 43...9-13 en daarna pas 28-32 is het alternatief.
Luteijn,F. -
Buis,J. NLD-chC, 01-01-1996, 0-2
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23
7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 5-10 10.37-31 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20
14-19 13.20-15 10-14 14.40-35 22-27 15.31x22 17x28 16.26x17 12x21 17.33x22 18x27
18.34-30 25x34 19.39x30 7-12 20.44-39 13-18 21.45-40 9-13 22.40-34 11-17
23.30-25 6-11 24.34-30 21-26 25.38-33 17-22 26.30-24 19x30 27.25x34 13-19
28.34-30 8-13 29.41-37 23-28 30.49-44 2-7 31.44-40 11-17 32.40-34 7-11 33.37-31
26x37 34.42x31 19-23 35.30-25 11-16 36.31-26 27-32 37.33-29 14-19 38.36-31 16-21
39.47-41 21-27 40.41-36 3-8 41.29-24 19x30 42.35x24 17-21 43.26x17 22x11
44.31x33 23-29 45.34x23 18x49 46.48-43 49x20 47.25x14 13-19 48.14x23 11-17
49.39-33 32-37 50.36-31 37x26 51.33-29 8-13
Tijdens deze partij om het kampioenschap van Nederland correspondentiedammen
gaat wit langdurig aan de leiding. De zetjes doen het tij keren. Ik had het
toentertijd erg druk. Dan vertrouw je op de computer. Truus die beter zou moeten
weten, waarschuwt dan niet. De stand van de omsingelaar wordt door haar niet
serieus genomen. Dammetjes zijn niet relevant, omdat volgens haar de verdediger
troosteloos staat. In de zeldzame geval, dat dit niet het geval is, kost dat
punten. De partij heeft langer geduurd, dan in Turbo dambase staat. In
remisepositie loodst Truus mij later in een verloren oppositie. Dat irritante foutje in de
programmering van Truus zit er al ruim 10 jaar in.
Luteijn,F. -
Burgerhout,A. Zilveren Ooievaar, 14-01-1995, 2-0
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23
7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 5-10 10.37-31 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20
14-19 13.20-15 10-14 14.41-37 22-27 15.31x22 17x28 16.33x22 18x27 17.26x17 12x21
18.40-35 8-12 19.34-30 25x34 20.39x30 12-18 21.44-39 7-12 22.45-40 2-7 23.40-34
11-17 24.39-33 6-11 25.33-29 21-26 26.38-33 17-21 27.43-39 11-16 28.47-41 27-32
29.37x28 23x32 30.49-43 12-17 31.30-25 7-12 32.34-30 17-22 33.30-24 19x30
34.25x34 22-27 35.42-38 26-31 36.34-30 12-17 37.30-25 31-37 38.39-34 17-22
39.34-30 13-19 40.29-24 9-13 41.43-39 32x34 42.30x39 19x30 43.41x32 27x29
44.25x12 13-18 45.12x23 21-27 46.35-30 16-21 47.39-33 21-26 48.30-24 14-20
49.33-29 27-32 50.24-19
In deze partij speelt wit vroegtijdig 41-37 en wordt gedwongen tot het positioneel bezwaarlijke 28.47-41. Later gaat zwart naar veld 32. Bij analyse bleek dat opmerkelijk genoeg erg goed. In de diagramstand gaat zwart in de fout met 39...13-19. De formatie 3,4,9,13,14 is hier van essentieel belang. Na 28...21-26 heeft wit geen behoorlijke zet meer.