Over de 32-28 19-23 opening heb ik vijf en dertig jaar geleden een boek geschreven. De stellingen bleven toen meestal gesloten en de witspeler staat overwegend. Inmiddels is de studie van de theorie verder gegaan. Een belangrijke uitkomst van deze studies is dat de Springeruitval een uitstekend plan is voor zwart. Een belangrijke aanleiding daarvoor is de bestudering op de toptraining in 1990 van het systeem 39-33x33, (16-21), 31-26, (21-27), 43-39, (11-16), 48-43 en (17-21x21). Er werden 16 oefenpartijen gespeeld. Vrijwel alle zwartspelers kregen de omsingeling rond met dien verstande dat de grootmeesters meestal de zwarte stukken hanteerden.

 

Diagram 1 is de sleutelpositie van de opening. Drie plannen komen in aanmerking. Twee beginnen met 30-24 en een met 39-33x33. De ruil 39-33x33 is in de helft van de partijen gespeeld. In 200 van 500 werd 30-24 gespeeld. Bij de partij Hage - Luteijn laat ik wat varianten zien. De variant 11.30-24 14-20 12.31-27 10-14 13.38-33 25-30 14.33x22 30x19 15.35-30 17x28 16.29-24 heb ik tweemaal geprobeerd tegen Agafonof en Sidelnikov tijdens het wereldkampioenschap correspondentiedammen. Er ontstaat een 'technical game'. Veel succes had ik er niet mee. Het verst kwam ik nog tegen Sidelnikov:

 

Luteijn,F. - Sidelnikov,V. WchC, 01-01-1983, 1-1

11.30-24 14-20 12.31-27 10-14 13.38-33 25-30 14.33x22 30x19 15.35-30 17x28 16.29-24 20x29 17.34x32 11-17 18.43-38 17-21 19.49-43 6-11 20.39-33 11-17 21.40-35 21-26 22.30-25 17-21 23.44-39 15-20 24.39-34 1-6 25.33-29 6-11 26.34-30 18-22

 

Het is opmerkelijk hoe weinig de witspelers in 11 voorbeelden weten te bereiken. Misschien heeft wit nog wat na 25.50-44-39.

 

De witte afwikkeling kan op een groot aantal manieren genomen worden. Misschien is 15.37-31 17x28 16.29-23x32 uit de eerste partij Kuyken - Agafonof een aardig idee. Er ontstaat een zogenaamde Chizhov vuist. Schwarzman heeft tweemaal 42-38 en 29-23x32 gespeeld. Een beetje jammer is dat zwart na afloop ontwikkelingsvoorsprong heeft. Een grappig zetje deed zich voor in:

 

Wigman,V. - Laimite,U. Andreiko mem, 03-10-1989

11.30-24 14-20 12.31-27 10-14 13.38-33 25-30 14.33x22 30x19 15.42-38 17x28 16.29-23 18x29 17.34x32 12-18 18.39-33 7-12 19.44-39 1-7 20.47-42 11-17 21.49-44 18-23 22.33-28 20-24 23.39-33 13-18 24.35-30 24x35 25.44-39 35x44 26.28-22 17x28 27.33x24 44x33 28.38x18 12x23 29.24-19 X

 

Een belangrijke stand is diagram 4. Zwart heeft 71 keer 11-16 gespeeld en 53 keer 17-22 op 138 voorbeelden. De zet 14...17-22 is degelijk. Meestal is het bord snel leeg na 15.48-43 18-23 16.29x18 13x22 17.30-24 13-19x18. Een aantal keer is 15.48-43 14-20 16.50-45 10-14 17.29-23 18x29 18.33x24 20x29 19.34x23 25x34 20.40x29 gespeeld. Een aantal zwartspelers verslikten zich.

 

Kansrijker is het plan 14...11-16. De ruil 27-31 en 17-21x43 wil niemand toelaten. Na 15.48-43 mist wit voor de rest van de partij het belangrijke punt 48. Tien keer is 15.37-31 7-11 16.31x22 18x27 gespeeld. Dat maakt weinig verschil. Vrijwel altijd sneuvelde de kroonschijf alsnog. Gantwarg heeft enige aansprekende successen geboekt met het zwarte spel. Kenmerkend in de partij tegen Clerc is het handhaven van de formatie 4,9,10,14 zonder in de verleiding te komen 14-20 te spelen.

 

Agafonow,V. - Gantwarg,A. Kiev, 00-12-1988, 0-2

15.48-43 17-21 16.26x17 12x21 17.50-45 18-22 18.37-32 21-26 19.32x21 16x27 20.38-32 27x38 21.43x32 7-12 22.42-38 6-11 23.49-43 12-17 24.32-27 22x31 25.36x27 17-22 26.27x18 13x22 27.38-32 8-13 28.41-37 11-17 29.43-38 1-7 30.32-28 7-12 31.47-41 13-18 32.41-36 9-13 33.36-31 2-7 34.37-32 26x37 35.32x41 7-11 36.41-37 11-16 37.37-31 16-21 38.30-24 14-20 39.31-26 10-14 40.28-23 14-19 41.23x14 20x9 42.38-32 4-10 43.35-30 10-14 44.40-35 14-19 45.32-28 19-23 46.28x8 12x3 47.24-19 9-14 48.19x10 15x4 49.30-24 21-27 50.24-19 27-32 51.19-14 32-37 52.29-24 37-41 53.24-19 41-46 54.33-29 22-27 55.39-33 18-23

 

Clerc,R. - Gantwarg,A. NLD-chT, 03-03-1990, 0-2

15.48-43 17-21 16.26x17 12x21 17.37-32 7-12 18.41-37 6-11 19.33-28 21-26 20.32x21 26x17 21.38-33 16-21 22.42-38 21-26 23.38-32 1-6 24.30-24 17-21 25.28-23 21-27 26.32x21 26x17 27.50-44 17-22 28.33-28 22x33 29.39x28 11-17 30.43-38 6-11 31.44-39 11-16 32.38-33 18-22 33.49-43 22-27 34.43-38 17-22 35.28x17 12x21 36.24-20 15x24 37.29x20 10-15 38.34-29 15x24 39.29x20 8-12 40.40-34 21-26 41.34-29 12-17 42.20-15 17-22 43.29-24 13-19 44.24x13 9x29 45.33x24 2-8 46.39-33 8-13 47.33-29 13-18 48.38-33 14-20 49.37-32 27x38 50.33x42 22-28 51.42-37 16-21 52.36-31 18-22 53.37-32 28x37 54.31x42 22-28 55.24-19 20-24 56.19x30 25x23 57.35-30 28-33 58.30-25 33-39 59.25-20 39-43 60.42-38 43x32 61.20-14 21-27 62.47-42 27-31 63.14-9 4x13 64.15-10 13-19

 

Luteijn,F. - Sluisdom,C. NLD-chC, 01-01-1995, 1-1

1.32-28 19-23 2.28x19 14x23 3.37-32 10-14 4.35-30 20-25 5.33-29 5-10 6.41-37 14-19 7.40-35 9-14 8.45-40 23-28 9.32x23 19x28 10.39-33 28x39 11.44x33 16-21 12.31-26 21-27 13.43-39 14-20 14.48-43 17-21 15.26x17 11x22 16.50-45 6-11 17.46-41 10-14 18.38-32 27x38 19.43x32 11-16 20.42-38 16-21 21.49-43 7-11 22.47-42 21-27 23.32x21 22-28 24.33x22 18x16 25.37-32 16-21 26.41-37 11-17 27.39-33 3-9 28.36-31 21-26 29.31-27 1-7 30.27-21 13-18 31.32-28 9-13 32.37-32 7-11 33.29-23 18x29 34.34x23 25x34 35.40x29 13-19 36.21-16 2-7 37.42-37 17-22 38.28x6 19x48 39.6-1 48x31 40.29-24 20x29 41.16-11 7x16 42.1x36 15-20 43.32-27 16-21 44.27x16 8-13 45.36x9 14x3 46.16-11 26-31 47.11-7

 

In diagram 7 neemt zwart de terugruil 22...21-27 23.32x21 22-28 24.33x22 18x16. Met voorgaande zetten heeft wit deze ruil enigszins proberen uit te lokken. Zonder deze terugtocht kampt wit immers met veel zwaktes en gebrek aan ruimte.

 

Het is niet zo eenvoudig om met zwart een beter alternatief te vinden. De zet 22...11-17 is het niet. Na 23.32-27 21x32 24.37x28 zit de zwarte korte vleugel klem. Ook 22...21-26 is geen goede zet. Via 23.32-27 pakt wit de rest van het centrum. Op 22...22-27 23.32-28 11-16 gaat de omsingeling verder. Echter na 22...22-27 23.33-28 zal zwart waarschijnlijk wederom terug moeten.

 

Na bovenstaande voorbeelden is diagram 8 uit de partij Luteijn - Sluisdom beter te begrijpen. Wit moet het hebben van zijn grote ontwikkelingsvoorsprong. Slaagt hij erin de korte vleugel te ontwikkelen zonder teveel tempi prijs te geven, dan heeft hij fraaie vooruitzichten. Helaas betekent ver naar voren ook het nemen van snelle beslissingen. Zwart staat klaar...

 

Dagen ben ik met de stand bezig geweest. Het is mijn spel niet. De taak van de aanvaller is in zekere zin negatief. Hij moet voorkomen dat de omsingelaar grip op de stand krijgt. De ruil 28.29-24xx heb ik merkwaardig genoeg nauwelijks een blik waardig gekeurd (diagram 9).

 

Weliswaar slaat de de aanval tegen schijf 23 met 17-22 en 13-19 niet door. Anderzijds heeft wit vrijwel geen mogelijkheden om zijn stand te versterken en druk op te bouwen tegen de vijandelijke lange vleugel. Lijdzaam zou hij moeten toezien hoe zijn tegenstander met 17-22, 1-7-11-17 druk opbouwt tegen het witte centrum.

 

Naast het gespeelde 28.36-31 zijn in diagram 8 de zetten 28.33-28 en 28.37-31 langdurig overwogen. Het bezwaar van de zet 28.33-28 achtte ik de ruil 20-24 en 9-14x22. Dat is onzin. Na de ruil krijgt wit grip op de stelling. Flits speelt zonder aarzelen 28...21-26 met voortzetting van de omsingeling. Na 28.37-31 21-26 29.31-27 13-19 wordt schijf 37 node gemist bij het tegengaan van de dreigende korte vleugel opsluiting.

 

De partijvoortzetting 30...13-18 in diagram 10 heb ik merkwaardig genoeg pas vrij laat als mogelijkheid zien aankomen. Alle voorgaande berekeningen waren gebaseerd op het voor de hand liggende 30...13-19. De verdediging van wit is dan gebaseerd op 31.32-28 9-13(?) 32.29-24 20x29 33.33x24 (diagram 11)

 

Belangrijk is het zetje 33...4-10? 34.28-23; 24-20 en 34-30x9 X. Anders zou de ruil 19-23x23 kunnen. Zwart kan m.i. de stand ruimschoots overeind houden met het offer 33...15-20. Na 31.32-28 20-24 32.29x20 15x24 33.43-39 heeft wit wederom voldoende zetjes om de boel overeind te houden (diagram 12).

 

Op 33...9-13 beschikt wit over het verrassende 34.34-29!! X. Na 33...8-13 34.28-23x8 kom ik op dam. De afwikkeling 33...7-11 34.28-23 daarentegen is remise. De poging 33...4-10 34.38-32 9-13 35.32-27 leidt wederom tot een groot aantal grappige en even dodelijke zetjes ingeleid met 28-22! of zelfs 33-29! Bijvoorbeeld 35...14-20 36.33-29 en 30-24 of 35...13-18 36.28-22 17x28 37.33x13 26x17 38.27-22 en 39-33xx9 X. Maar i.p.v. 31...9-13 of 31...20-24, die ernstig te lijden hebben onder de zetjes, kan zwart de druk opvoeren met 30...13-19 31.32-28 7-11! 26-31

 

De pointe van diagram 13 is het zetje 32...26-31 33.28-22 17x28 34.21-17 12x21 35.29-24x3x1. Het is even tellen om de juiste naslag (6 stukken) te vinden. In de oorspronkelijke analyse meende ik nog dat wit op veld 48 zou eindigen. Naast het gespeelde 32...7-11 beschikt zwart over de alternatieven 32...4-9 en 32...18-22.

 

Aardig is het verloop 32...4-9 33.29-23 18x29 34.34x23 25x34 35.40x29 13-18 36.35-30 9-13 37.30-24? 17-22; 13-19 en 7-11x19 met een winnend afspel voor zwart. Niet zo best is het verloop 32...18-22 33.29-24 20x29 34.34x23 25x34 35.40x29 13-18 (of?) 36.42-37 22-27 37.21-16 27-31 etc.  Echter ook 32...18-22 33.42-37 13-19 34.43-39 4-10 35.30-24 is vervelend voor zwart.

 

Na het gespeelde 32...7-11 is het voor de hand liggende 33.30-24 levensgevaarlijk voor wit. Bijvoorbeeld 33...14-19 34.43-39 19x30 35.35x24 18-22! houdt de zwarte omsingeling moeiteloos gaande. Na 36.21-16 13-18 37.16x7 2x11 38.42-37 11-16 39.37-31 26x37 40.32x41 16-21 41.31-37 21-27; 36.42-37 11-16 37.28-23 16x27 38.32x21 22-28x6 of 36.42-37 11-16 37.40-35 16x27 38.32x21 13-18 heeft zwart een mooie toekomst.

 

In diagram 14 heeft wit besloten af te wikkelen naar remise. De formering van een massief blok in het centrum is daartoe de geëigende methode. Altijd komt er wel iets in naar veld 18 of 19. Aandacht werd besteed aan de zwarte zetten 20-25 en 11-16.

 

Na 35...20-25 is 36.29-24 11-16 37.24-19 16x27 38.19x10 4-9 een belangrijke variant. Een bezwaar van 35...11-16 is de afwikkeling 36.23-18 12x34 37.21x3 20-25 38.3x20 15x24 39.32-27 of 39.28-23. Ook 35...11-16 36.42-37 26x17 37.32x21 13-19 38.43-39 is geen feest voor zwart. Echter sluiten met (35...11-16) 36.32-27 is minder wegens 36...13-19 37.42-37 8-13 38.45-40 4-9 39.40-34 19-24 40.34-30 13-19 41.30-25 9-13 42.43-39 13-18 met een gevaarlijke omsingeling.