De halve finales van het Nederlands kampioenschap waren ditmaal wel een groot succes voor mij. Vier overwinningen, drie nederlagen en slechts twee remises hebben mij naast veel speelplezier een plaatsing voor volgend jaar en een halve meesterpunt opgeleverd. Turbo dambase wees de weg voor de opening van mijn winstpartij tegen Toby Hage.

 

Hage,T. - Luteijn,F. NLD-ch sf4, 13-01-1996
1.32-28 19-23 2.28x19 14x23 3.37-32 10-14 4.35-30 20-25 5.33-29 14-19 6.40-35 5-10 7.31-27 10-14 8.30-24 19x30 9.35x24 14-20 10.45-40 17-21 11.38-33 21-26 12.41-37 11-17 13.42-38 17-21 14.40-35 12-17 15.47-42 7-11 16.33-28 4-10 17.28x19 9-14 18.39-33 14x23 19.33-28 17-22 20.28x19 22x31 21.36x27 11-17 22.46-41 17-22 23.41-36 22x31 24.36x27 6-11 25.44-40 11-17 26.29-23 20x29 27.23x12 13x24 28.34x23 10-14 29.40-34 8-13 30.38-33 17x8 31.34-29 13-18 32.29x9 18x47 33.9-4 8-12 34.4-22 47-20 35.35-30 25x34 36.50-45 20-25 37.49-44 1-6 38.22-4 25-20 39.27-22 21-27 40.22x31 20-38 X.


Mijn tegenstander toonde zich er niet van op de hoogte, dat ik een boek heb geschreven over deze opening. Turbo dambase wees uit, dat hij tot driemaal toe in deze stelling de zet 7.31-27 heeft gespeeld. Tegen zulke scherpe zetten kan zwart onmogelijk bezwaar hebben. De bedoeling van 7.31-27 is om de Springeruitval te blokkeren. Deze Springeruitval geldt onder topspelers zo'n beetje als de weerlegging van de witte opening. Op 7.41-37 9-14 8.45-40 23-28 9.32x23 19x28 10.46-41 3-9 zien we een bekende stelling.

 

Na 11.50-45? 16-21 12.31-26 ontstaat een bekende positie uit "Beter dammen" van Ton Sijbrands en Philip de Schaap. Zowel 13.38-33 als 13.37-31 zijn verhinderd door een simpele combinatie. Op 13.50-45 kan 13...28-32 14.39x28 14-19 volgen met grappige afwikkelingen, waar wit veel randschijven aan overhoudt. De voortzetting 11.30-24 is uitvoerig bestudeerd. Na 11...18-22 12.38-33 12-18 13.42-38 7-12 14.31-26 14-20 15.48-42 10-14 16.50-45 1-7 17.37-31 16-21 18.35-30 21-27 19.41-37 ontstaat een huisvlijt van Anatoli Gantwarg (diagram 3). Later heeft Gantwarg ook 15.24-19 13x24 16.38-32 onderzocht.

 

Regelmatig vallen in deze bekende stelling nog slachtoffers. Het eerste slachtoffer was Gantwarg zelf, die na het 'schijnoffer' 19...27-32 20.38x27 11-16 verrast werd door 21.42-38 17-21 22.26x17 12x41 23.38-32!! (geen 24-19?) 28x26 24.33-28 22x33 25.29x38 20x29 26.34x1 25x34 27.40x29 met vangstelling. Op het aangewezen 19...11-16 geldt het droge 20.24-19 13x35 21.29-24 en 37-32 als de kansrijkste voortzetting. Maar ook 20.38-32 27x38 21.43x23 7-11 22.33-28 22x33 23.39x28 17-21 24.26x17 11x33 25.29x38 20x29 geldt als speelbaar. Wit verdedigt zijn voorpost met de hulp van de Haarlemmer.

 

Volstrekt kansloos is 19...11-16 20.38-32 27x38 21.43x23 7-11 22. 31-27? 22x31 23.36x27 17-21 24.26x17 12x41 25.23x3 13-18 26.47x36 18-23. Tal van vangstellingen maken wit het leven zuur. Hij moet al beginnen met een stuk te geven via 28.30-24.

 

Beter voor zwart in diagram 2 is 11.30-24 14-20 12.31-27 10-14 (diagram 4). Aanvankelijk werd hier veel met 13.38-33 25-30 14.33x22 30x19 15.35-30 17x28 16.29-24 afgewikkeld. Tegenwoordig zie je regelmatig 13.38-33 17-21 14.33x22 21x32 15.37x28 18x27 met aardig spel. Tijdens het lopende correspondentie kampioenschap van Nederland speelde Georg Buma het verrassende 13...4-10 14.33x22 17x28 15.50-45 11-17 16.36-31 6-11 (diagram 5).

 

De witte stelling is problematisch. Dank zij de dubbele ruil 18-23x22x23 is de zwarte voorpost geen moment in gevaar. Na 17.31-26 1-6 18.37-31 kan zwart straffeloos en sterk 18...14-19 spelen. Op 19.29-23 volgt dam op 46, terwijl zwart na 19.41-36 19x30 20.35x24 weer 17-21 kan spelen met groot positievoordeel. Uit armoede in de partij daarom in de diagramstand maar 17.42-38 gespeeld. Zwart reageerde met 28-32 en 18-22 en het ging wel weer een beetje.

 

Een goed alternatief lijkt 17.42-38 17-21 18.38-32 18-23 19.29x18 20x29 20.34x23 28x19 21.31-26 12x42 22.26x6 en zwart staat overwegend. Na 17.42-38 17-21 18.31-26? 21x32 19.38x27 volgt sterk 19...25-30 20.34x25 18-23. Op 17.42-38 17-21 18.48-42x27 gaat zwart gewoon verder met 11-17 etc. Tegenwoordig proberen witspelers vanuit diagram 4 hun spel te versterken met 13.36-31. In de partij van Ballegooijen - van Eijk volgde het voor wit wel bijzonder onaangename: 13...17-21 14.31-26 21x32 15.38x27 11-17 16.37-31 6-11 17.41-36 17-22 18.47-41 11-17 19.42-37 1-6 20.50-45 6-11 21.35-30 4-10 22.40-35 14-19 23.44-40 10-14 24.29-23 20x29 25.23x32 28-33 26.30-24 etc.

 

Vanuit diagram 2 wordt daarom meestal geen 11.30-24 meer gespeeld, maar de ruilactie 11.39-33 28x39 12.44x33 16-21 13.31-26 21-27 14.43-39 (diagram 6). De eerste onderzoekingen hebben zich gericht op de variant 14...17-22 15.48-43 11-17 16.50-45 6-11 17.29-23 resp. 14...17-22 15.48-43 18-23 16.29x18 12x23 17.30-24 13-19x18 met ongeveer gelijke kansen.

 

De moderne spelers richt zich tegenwoordig in navolging van de toptraining op het plan 14...11-16 15.48-43 17-21 16.26x17 12x21. De zwarte omsingelingskansen tegen het machteloze blok schijven op de witte korte vleugel blijken zeer aantrekkelijk te zijn. Meestal volgt 17.37-31 7-12 18.31x22 18x27. Op 17.50-45 speelt zwart namelijk schijf 18 naar 22 en de ruil 29-23 verdwijnt uit het zicht.