Den Haag - Nico Knoops behoort tot de drie sterkste correspondentiedammers van Nederland. Maar vrijwel geen enkele maal slaagt hij erin zijn geweldige speelkracht in een klinkende toernooioverwinning om te zetten. Vermoedelijk kampt hij net als Anton met teveel aandacht van de concurrentie en ... speelt hij teveel. Tijdens de nationale damdag klaagde hij tegenover mij en Wim Los erover dat hij zoveel partijen heeft lopen, dat hij slechts tijd heeft om "aardige" zetten te vinden en deze dan direct te spelen zonder voldoende controle van de gevolgen. Dat deze aardige zetten nog behoorlijk venijnig kunnen zijn bewijst de diagramstand.
Luteijn,F.
- Knoops,N. NLD-chC, 01-01-1986, 0-2
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23
7.28x19 14x23 8.29-24 20x29 9.33x24 10-14 10.24-19 13x24 11.34-29 23x34 12.39x10
5x14 13.37-32 9-13 14.41-37 3-9 15.46-41 14-19 16.40-34 9-14 17.34-29 11-16
18.44-39 7-11 19.45-40 14-20 20.40-34 20-25 21.39-33 15-20 22.32-28 19-23
23.28x19 13x24 24.38-32 22-27 25.43-38 8-13 26.49-43 4-10 27.36-31 27x36
28.32-28 10-15 29.28-22 17x30 30.26x19 24x33
Rechts
een bekend spelbeeld. Zwart heeft zojuist 14-19 gespeeld. De meeste witspelers
reageren met 16.36-31 9-14 17.31-27 22x31 18.41-36 21-27 19.32x21 17-22 20.36x27
22x31 en er ontstaat interessant randschijvenspel. Links het resultaat van een
ander plan. We kunnen het geen succes voor wit noemen. Na de opmars 4-10-15
dreigen doorbraken met 24-30 en 18-23. Voor die tijd moet wit veld 28 onder
controle hebben.
De reden om 24.38-32 te spelen in plaats van 24.37-32 is inmiddels vergeten. De zet 24...22-27 kwam als een complete verrassing. In de tijd die ik eigenlijk bezig wilde zijn met het schrijven van een rubriek voor het correspondentieblad werd ik gedwongen te onderzoeken of ik nog een zet zou spelen of direct zou opgeven. Het voornaamste probleem is de damgeefcombinatie: 25.42-38 24-30; 27-31; 4-10 en 2-7 X. Opvangen met 25.37-31 27x38 26.43x32 faalt op 25-30 en 18-22-27 X.
Luteijn,F.
- Knoops,N. EK, 01-01-1986
1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-20 4.44-40 10-14 5.38-33 14-19 6.30-24
19x30 7.35x24 17-22 8.42-38 11-17 9.32-28 23x32 10.37x28 16-21 11.41-37 21-27
12.48-42 6-11 13.28-23 9-14 14.40-35 4-10 15.50-44 1-6 16.44-40 11-16 17.46-41
7-11 18.35-30 14-19 19.23x14 20x9 20.40-35 9-14 21.24-20 15x24 22.29x9 13x4
23.33-29 8-13 24.30-24 3-8 25.38-33 10-14 26.31-26 27-31 27.36x27 22x31 28.43-38
31-36 29.38-32 17-21 30.26x17 11x22 31.45-40 4-10 32.32-28 10-15 33.28x17 12x21
34.24-20 15x24 35.29x9 13x4 36.33-28 6-11 37.35-30 11-17 38.30-24 21-26 39.49-43
16-21 40.37-32 26-31 41.43-38 21-26 42.41-37 8-12 43.34-29 2-7 44.40-34 7-11
45.28-23 11-16 46.32-28 17-21 47.37-32 21-27 48.32x21 26x17 49.39-33 16-21
50.24-19 21-26 51.38-32 5-10 52.19-14 10x19 53.23x14 17-21 54.29-24 21-27
55.32x21 26x17 56.24-20 17-21 57.20-15 21-26 58.28-22 18x27 59.14-10
De partij voor het Europees kampioenschap loopt nog. Hij staat twintig jaar later niet in Turbo Dambase. Daardoor weet ik niet zeker of ik hem inderdaad gewonnen heb. Truus en ik zien er in de eindstand beiden geen gat meer in voor de zwartspeler. Het offer 58.28-22 had ik al lang van te voren zien aankomen. Maar het bleek toch een verrassing voor mijn tegenstander. Belangrijk is 59...27-32 60.10-5 32-38 61.33-29 en de meerslag 61...36-41 doet niet veel evenals de doorloop 59...38-43 60.42-37x49 X. De doorbraakpoging 59...12-18 60.10-5 18-23 61.5x16 31-37x37 wordt het krachtigst bestreden met 63.16-38! 37-42 64.38-49 36-41 65.47x36 X.
Met de opening 1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 heb ik de loop der jaren behoorlijk wat ervaring opgedaan. Op 12 december 1992 begon een publicatie van een lange studie over deze opening in damnieuws. De zwarte opening was indertijd een hobby van Pierre Urlings en Marius Pershad. Met die kanttekening, dat beiden altijd ingaan op de variant 3.40-35 14-19 4.30-24 19x30 5.35x24 9-14 6.45-40 14-20 resp. 15-20. Geheel ten onrechte heb ik door de talrijke successen met het witte systeem de indruk gekregen, dat het zwarte spel niet veel is. Vervolgens kwam het roemruchte vluggertje tegen Alexander Baljakin ter gelegenheid van het eerste sneldamkampioenschap voor clubtientallen in Scheveningen.
Baljakin,A.
- Luteijn,F. NLD-chT rapid, 19-09-1982
1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.30-24 14-20 4.38-33 17-22 5.42-38 11-17 6.48-42
6-11 7.32-28 23x32 8.37x28 22-27 9.31x22 18x27 10.41-37 17-21 11.37-32 21-26
12.32x21 26x17 13.38-32 13-18 14.43-38 9-13 15.36-31 1-6 16.46-41 17-22 17.28x17
11x22 18.41-36 10-14 19.32-27 6-11 20.42-37 11-17 21.37-32 17-21 22.31-26 22x31
23.26x37 18-22 24.47-42 12-17 25.40-35 13-18 26.33-28 22x33 27.39x28 18-22
28.38-33 8-13 29.44-39 7-12 30.49-43 13-18 31.43-38 4-9 32.28-23 9-13 33.32-28
21-26 34.38-32 22-27 35.32x21 16x27 36.42-38 18-22 37.50-44 13-18 38.38-32 27x38
39.33x42 22x33 40.39x28 18-22 X
Wit heeft in diagram 5 een valse staart. Maar zwart heeft daarentegen
twee achtergebleven stukken op 5 en 10. Het spelbeeld met schijf 5 en 50 van het
bord is meerdere malen voorgekomen. Zwart wacht dan op het betreden van veld 23 om
de hergroepering 14-19x9 te kunnen doen. Tenzij wit heel sterk wordt in het
centrum, staat hij slecht.
Voor een flexibel
en sterk centrum is het belangrijk schijf 33 op
te lossen. Dit zou kunnen gebeuren met 10.42-37 17-21 11.38-32 27x38 12.33x42.
Het aldus vrijmaken van veld 33 is belangrijk in vrijwel alle open Roozenburg
stellingen. In de partij wordt deze hergroepering nagelaten, onderneemt wit
weinig en loopt de omsingeling vrijwel vanzelf. Het
ontbreken van de kroonschijf is een ernstig gemis. Misschien had hij moeten streven
naar aanval met 28-23 en 34-30x30.
Baljakin bezorgt zichzelf een statisch centrum. Er zijn meer stellingen, waarbij de witte aanval niet lekker loopt. Wit heeft diagram 6 in tegenstelling tot het door Sijbrands geadviseerde en in mijn partij tegen Nico Knoops gespeelde 9.32-28 de vingerzet 9.50-44 gespeeld. Dat is een tempoverlies, dat allerlei problemen oproept, die niet aanwezig zijn na direct ruilen.
Soms wordt de zet 9.50-44 gespeeld met andere bedoelingen t.w. het erin brengen van de dreiging 33-28x19. Meestal wordt gereageerd met de grote ruil 10.50-44 6-11 11.47-42 23-28 12.32x23 22-27 13.31x22 17x30 15.29-23 en vrijwel alle voorbeelden (7 stuks) zijn zonder veel strijd remise gelopen. Sommige dapperen spelen 10...5-10 (7 stuks). Tweemaal werd alsnog 32-28x28 geruild. Vijfmaal ging het verder met 33-28x19.
Het zetje in de partij Tsinman - Kalmakov is aardig. Het deed zich ook voor in de partij Skliarof - de Voogd. Meerdere malen ging het echter verder 13.44-39 14x23 14.32-28x28 en wit heeft een valse staart. Het ontbreken van schijf 47 is soms een gemis voor zijn lange vleugel. Opmerkelijk dat zo weinig zwartspelers succes hebben bij dergelijke belangrijke strategische tekortkomingen.
Chizhov,A.
- Schwarzman,A. RUS-ch, 27-08-1996
10.47-42 5-10 11.32-28 23x32 12.37x28 16-21 13.41-37 11-16 14.37-32 1-6 15.31-26
21-27 16.32x21 16x27 17.28-23 10-14 18.42-37 27-31 19.36x27 22x42 20.48x37 17-22
21.46-41 7-11 22.41-36 11-17 23.40-35 13-19 24.24x13 8x28 25.44-40 20-24
26.29x20 15x24 27.34-30 25x34 28.39x10 28x48 29.10-5 48x31 30.26x37 9-13
31.40-34 =
Tsinman,D. - Kalmakov,A. RUS-ch, 21-07-2000
10.47-42 5-10 11.33-28 22x33 12.39x19 9-14 13.38-33 14x23 14.33-28 17-22 15.28x6
23-28 16.32x23 12-17 17.23x21 16x27 18.31x22 13-18 19.22x13 8x50 20.37-32 7-11
21.6x17 50x11 22.43-38 25-30 23.29-23 30-35 24.40-34 2-8 25.45-40 35x44 26.49x40
11-2 27.36-31 10-14 28.31-27 20-24 29.34-29 24x33 30.38x29 14-20 31.27-22 2-7 X
Na
9.50-44 6-11 10.32-28 23x32 11.37x28 heeft zwart meerdere mogelijkheden. De
uitbraak 11...22-27 komt zeker in aanmerking. Ook heel vervelend is 11...16-21
12.41-37 11-16. Er dreigt enigszins 18-23x23. Dat is niet echt gevaarlijk, maar
het is daarna ook voor wit moeilijk om iets te bereiken. De zet 13.38-32 hoort
er niet bij. Zowel 21-26 als 13-19x19 zijn vervelend. Na 13.37-32 is de
afwikkeling 13...21-27 14.32x21 17x37 15.28x17 12x21 16.47-41 21-26 17.41x32
26-31 18.36x27 18-23x31 mogelijk. Een van mijn heldendaden is volgende winst
tegen Cees Pippel. Toch kan ik en vele anderen mij nog steeds niet voorstellen,
dat het allemaal goed is voor wit.
Luteijn,F. - Pippel,C. NLD-chT, 07-11-1981
10.32-28 23x32 11.37x28 16-21 12.41-37 11-16 13.37-32 21-27 14.32x21 17x37
15.28x17 12x21 16.47-41 21-26 17.41x32 26-31 18.36x27 18-23 19.29x18 13x31
20.48-42 20x29 21.34x23 31-36 22.33-28 7-12 23.39-33 9-13 24.44-39 5-10 25.40-34
10-14 26.45-40 15-20 27.40-35 13-19 28.32-27 3-9 29.34-30 25x34 30.39x30 20-25
31.30-24 19x30 32.35x24 12-17 33.33-29 1-7 34.24-20 7-12 35.43-39 8-13 36.39-34
2-8 37.27-22 17-21 38.49-43 21-26 39.38-33 12-17 40.22x11 16x7 41.43-38 8-12
42.38-32 12-17 43.32-27 26-31 44.27-22 7-11 45.23-18 17-21 46.29-23 21-26
47.22-17 13x22 48.17x6 25-30 49.34x25 31-37 50.42x31 26x37 51.28x17 36-41 52.6-1
4-10 53.17-12 9-13 54.20x18 41-47 55.12-7 47x15 56.7-2 37-42 57.2-30 42-47
58.18-12 10-14 59.12-7 15-10 60.30-48 10-5 61.23-18 47-36 62.18-12 36-47 63.7-2
47-38 64.2-16 38-33 65.12-7 5-10 66.7-2 33-47 67.16-27 10-15 68.27-32 14-19
69.2x35 15-4 70.32-23 47-36 71.25-20 36-22 72.20-15 22-9 73.23-12 X
Schurer,H.
- Luteijn,F. Corr
10.32-28 23x32 11.37x28 16-21 12.31-26 21-27 13.48-42 9-14 14.41-37 27-31
15.36x27 22x31 16.46-41 31-36 17.40-35 1-6 18.37-32 4-10 19.41-37 11-16 20.28-23
7-11 21.32-28 17-22 22.28x17 11x22 23.44-40 6-11 24.24-19 13x24 25.34-30 25x34
26.39x19 11-17 27.49-44 22-27 28.44-39 17-21 29.26x17 12x21 30.23x12 14x34
31.40x29 8x17 32.35-30 20-25 33.30-24 21-26 34.29-23 17-21 35.23-18 3-8 36.33-29
25-30 X
Op diverse manieren is vanuit deze opening een overgang naar de Keller mogelijk. Een al te groot enthousiasme voor de zwarte omsingeling is niet op zijn plaats. In diagram 9 heeft zwart toch wel bijna alles bereikt wat er te bereiken valt. De ruilmanoeuvre 14-19 en 13-19x19 met een enorme tempowinst komt eraan. Ook staat de zwarte korte vleugel keurig en dreigen er allerlei zetjes. Dat moet in de voorgaande fase beter kunnen (b.v. 21.44-40). Echt ruim in de speelbare zetten zit wit niet in de diagramstand. Op 38-32 volgt natuurlijk 36-41. Toch was ik niet echt blij met de twee om twee veld 19. Na de schijfwinst verzuimt wit om in voldoende mate te profiteren van de enorme compensatie. Misschien staat hij met een stuk minder wel beter.
Diagram 10 heeft zich inmiddels 393 keer voorgedaan. De meerderheid (254) van de zwartspelers gaat verder met 11-17. Het schema 5-10 en 9-14 is wat ouder. De bedoeling is de aanval tegen schijf 24. Opgemerkt kan worden, dat de ruil 32-28x28 sterk in aanmerking komt op het moment dat veld 9 open is. Dat is terug te voeren op het schema 8...5-10 9.50-44 9-14 10.48-42 3-9 11.32-28 23x32 12.37x17 11x22 13.38-32 16-21. Deze truc kan niet als veld 9 openstaat. Na 14.42-38 21-27 15.32x21 22-28 16.33x22 18x16 is de aanval tegen schijf 24 lastig. Bijvoorbeeld:
17.40-35
14-19 18.44-40 19x30 19.35x24 10-14 20.40-35 14-19 21.45-40 19x30 22.35x24 9-14
23.49-44 14-19 24.40-35 19x30 25.35x24 4-9 26.38-32 9-14 27.44-40 12-17 28.32-28
17-22 29.28x17 14-19 30.40-35 19x30 31.35x24 6-11 32.17x6 13-18 33.24-19 7-11 en
8-12x44 X.
De opbouw in de partij Luteijn - Knoops e.a. luistert nauw. De zet 40-35 kan pas gespeeld worden als 9-14 is gedaan, maar veld 9 nog openstaat. Anders volgt 14.40-35? 13-19 X. De zwartspelers stelden zich tegen mij op met 9-14 en 4-10. Maar 14.50-44 9-14 15.46-41(?) 3-9 komen we terecht in de roemruchte partij Chizhov - Chmiel. De voortzetting 16.40-35 13-19 17.24x13 8x28 18.44-40 20-24 blijft definitief een stuk achter.
Een belangrijk moment in mijn partij tegen Nico Knoops is onderstaande positie. Hij is meerdere keren op het bord geweest. In alle gevallen is de brutale zet 18.35-30 gespeeld. Het is niet helemaal duidelijk of hij gedwongen is. Flits komt aanvankelijk met de vreselijke zet 18.49-44. Na 18.31-26 aarzelt de computer tussen 16-21 en 27-31. Op 18...27-31 19.36x27 is de enige redelijke zet 19.41-36 17-22 etc. Anders volgen er zetjes of erger. De zet 18.35-30 is een idee van mij. Op het voor de hand liggende 18...14-19 19.23x14 10x19 is het de bedoeling af te wikkelen met 20.29-23, zoals in onderstaande partijen gebeurde:
Luteijn,F - Oudshoorn,P sneldamtoernooi VAD
18.35-30 16-21 19.31-26 11-16 20.37-31 14-19 21.29-23 20x29 22.23x14 18-23 23.33x24 13-19
Aalten,van,G. - Willemsen,Th. Huissen oc, 07-09-1995, 2-0
18.35-30 14-19 19.23x14 10x19 20.29-23 18x29 21.34x14 20x9 22.31-26 25x34
23.39x30 9-14 24.40-35 12-18 25.37-31 13-19 26.24x13 18x9 27.33-29 9-13 28.41-37
13-18 29.37-32 8-12 30.32x21 16x27 31.42-37 3-8 32.37-32 11-16 33.32x21 16x27
34.38-32 27x38 35.43x32 en later winst.
De aanpak met tweemaal achterlopen over 32 en ruilen met 38-32x32 is ook in een andere voorbeeld gespeeld, hoewel daar door zwart 20...19x28 werd geslagen. Het lijkt niet het meest voor de hand liggende plan. Zwart heeft een valse staart met een extra schijf op 16. Daar zou je in de omsingeling van moeten kunnen profiteren. Het is natuurlijk waar dat de witte stukken 47 en 42 moeilijk zijn te activeren. Ook heeft wit een enorme ontwikkelingsvoorsprong. Bovenstaand zou er meer verdediging in moeten zitten voor zwart. In de stampartij tegen Geurtsen werd evenals door Nico de terugruil 14-19x9 genomen. Wit gaat spoedig ten onder na de onoplettendheid 27.24-20
Luteijn,F. - Geurtsen,R. NLD-ch sf1, 10-02-1985
18.35-30 14-19 19.23x14 20x9 20.40-35 9-14 21.24-20 15x24 22.29x9 13x4 23.30-24
18-23 24.31-26 12-18 25.34-30 25x34 26.39x30 8-12 27.24-20 23-28 28.43-39 10-15
29.30-24 4-9 30.45-40 5-10 31.40-34 2-8 32.37-31 17-21 33.26x17 12x21 34.31-26
11-17 35.35-30 10-14 36.30-25 8-13 37.49-44 27-32 38.38x27 21x32 39.42-37 16-21
40.37-31 21-27 41.44-40 14-19 42.34-29 19x30 43.25x34 15x24 44.29x20 9-14
45.20x9 13x4 46.34-29 3-9 47.40-34 9-14 48.34-30 6-11 49.29-24 14-19 50.24x13
18x9 51.39-34 28x39 52.34x43 9-14 53.30-24 4-9 54.47-42 9-13 55.43-39 11-16
56.39-34 16-21 57.41-37 32x41 58.36x47 27x36 59.42-38 21-27 60.34-30 13-18
61.24-19 14x23 62.30-25 23-28 63.25-20 X
De witte stand in diagram 13 is om te watertanden. Zwart heeft een valse staart in het kwadraat. Als wit veld 15 in handen krijgt, dan gaat hij een mooie toekomst tegemoet. Het is haast niet voorstelbaar dat de bezetting van 28 gevolgd door 17-21x21 ooit wat wordt. Ook dreigt wit op zetten als 23-28 op de volgende zet met 39-34 terug te ruilen en blijft de verschrikkelijke zwarte korte vleugel. In de diagramstand mag zwart na de meeste witte zetten niet naar veld 31, vanwege de 1 om 2 naar 36.
Een ander probleem is het zetje naar veld 7. Wit zou dat erin kunnen brengen met
27.30-25 23-28 28.24-19 28x48 29.19-13 18x9 30.38-32. In de partij heb ik er
ontgetwijfeld naar gekeken en als niet ter zake doend afgewezen. Zwart kan met
10-14 de witte dam er vanaf halen en dan zijn de enorme positionele problemen
van zwart over. Er zijn meer varianten. Bijvoorbeeld 27.45-40 23-28 28.24-19
23-28 29.19x10 28x48 30.40-34 5x14 31.34-29; 49-43; 29-23 en 38-32x24x7. Ook
geen vetpot voor wit. Maar het toelaten van de ontsnapping naar veld 31
daarentegen is daarentegen strategisch gezien erg goed voor wit. Het wanhopig
tegenhouden ervan is volstrekt onnodig.
In
deze stelling heeft wit twee aantrekkelijke voortzettingen. Tegen Geurtsen werd
30-24 (18-23) en 34-30x30 gespeeld. Dat heeft het bezwaar dat zwart sterk wordt
in het centrum en het belangrijke veld 18 kan ontruimen.
Tegen Nico werd wat voorzichtiger te werk gegaan met 23.33-29 en het statische karakter van het zwarte centrum blijft gehandhaafd. De manoeuvre 23...2-7 24.38-33 18-23x13 gevolgd door 12-17 is gevaarlijk voor zwart. Na 23...2-7 24.38-33 18-23x23 blijft zwart zitten met zijn valse staart, omdat de aanvalsactie 17-21x21 voorgoed uitgeschakeld is.
De zet 26...31-26 was de vrucht van twee dagen analyseren. Toentertijd meende ik
dat veld 36 een goed veld is voor zwart, zodat je er alles aan moest doen om hem
deze ontsnapping te ontzeggen. Inmiddels weten we dat veld 36 zwak is op een
paar uitzonderingen na. De zet 37.35-30 kwam pas in latere instantie naar voren
als kansrijk. Het geplande 37.28-23x23 bleek bij nader inzien onvoldoende. Zwart
kan hergroeperen met 8-13, 11-17 en 13-18.
De
zet 38...21-26 creëert een opbouwprobleem. Op 39.34-29 volgt het zetje 18-23;
26-31; 17-21; 25-30 en 8-12x44 X. Toch behoorlijk gewaarschuwd loop ik even
later alsnog in een variant van het zetje 39.49-43 16-21 40.37-32 26-31 41.43-38
21-26 42.41-37 36-41; 18-22; 26-31; 17-21 en 8-12x35=. Het werd niet opgemerkt
door zwart.
Hier hervond ik mijn oriëntatie. In zulk soort stellingen plegen witspelers verder te gaan met de voorste schijven. Dat wordt dan niets vanwege de zwarte reactie 17-21-27x27-32 met activering van de zwarte korte vleugel en doorbraakkansen. De formatie 47,42,37,38,32 is niet effectief in deze stelling. Na het verrassende 46.32-28 wordt zwart uitgetikt.
In deze
stelling meende ik vrijwel alles gezien te hebben. Het gespeelde schijnbaar
kansloze 51...5-10 kwam als een verrassing. Na 51...18-22 42.42-38 22-27
43.32x21 31-37 44.38-32 37-41; 37-42 of 36-41 is het witte centrum vrijwel
onkwetsbaar. Vangstellingen zijn mogelijk, terwijl doorbraken dreigen. De zwarte
dam staat zielig in een hoekje. Het voor de hand liggende 51...18-22 52.32-27
36-41 53.27x7 41-46 leek mij lastiger.
De beste verdediging en typisch een kolfje naar de hand van Nico is 51...4-9! De computer vindt hem blindelings. De tussenloop op 13 komt niet in aanmerking. Na 42.42-38 9-14 43.19x10 5x14 44.23-19 14x23 45.28x19 18-22-27 heeft zwart een snelle doorbraak met goede remisekansen.