Jaren terug smaakte ik het genoegen dezelfde 'matdreiging' uit Chizhov - Chmiel een keertje te realiseren tegen jonge Arie Storm:
Storm,A. - Luteijn,F. VDK, 13-07-1985
1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-20 4.44-40 10-14 5.38-33 14-19 6.30-24
19x30 7.35x24 17-22 8.42-38 11-17 9.32-28 23x32 10.37x28 16-21 11.41-37 21-27
12.28-23 7-11 13.48-42 9-14 14.50-44 3-9 15.46-41 1-7 16.31-26 5-10 17.37-31
27-32 18.38x27 22-28 19.23x32 18-22 20.27x18 12x23 21.29x18 20x27 22.31x22 17x28
0-2
Op de 14e
zet gaat wit definitief in de fout. Na bijvoorbeeld 14.31-26 3-9? 15.37-31 zit
er even niets in. De wending had ik enige tijd terug opgemerkt tijdens een
partij tegen Hans Vermin, maar evenwel niet mogen nemen. In een partij uit
1977 beslissend voor het kampioenschap werd hij door Jan Kok gemist, evenals
bijvoorbeeld in de partij van Bokhoven - B. de jong. In de partij Herman van
Westerloo - Chris van der Schaaf had een variatie op dit thema een rol kunnen
spelen. Waarschijnlijk werd er bewust van afgezien.
Zwart speelde in de diagramstand de ruil 14-19x9. In tegenstelling tot de eerdere voorbeelden moet zwart met allerlei zaken rekening houden. Hij moet voortdurend bedacht zijn op het ruiltje 33-28x28, het offer 24-19 en 40-35. Ook kampt hij in dit soort stellingen vaak met het probleem dat hij na 21...3-9 22.41-37 6-11 23.40-35 13-19 24.24x13 8x28 25.38-32 27x38 26.43x23 20-24 een tegencombinatie naar veld 6 om de oren krijgt. Hier is dat niet het geval. Maar nog ernstiger is het probleem, dat hij na 21...3-9 22.41-37 6-11 23.47-41?! niet echt de laatste zet heeft.
De transactie 23...27-31 24.36x27 22x31 25.41-36 17-22 26.36x27 22x31 26.37-32 31-36 27.42-37 11-17 28.32-27 17-22 (of?) 29.27-21 13-19 30.24x13 8x28 31.29-24 20x29 32.34x32 18-23 valt wat tegen voor wit, omdat hij geen steunschijf meer op veld 45 heeft om schijf 23 af te kunnen ruilen met druk tegen 22. Wel goed is de tussenzet 28.40-35 met dreigingen naar veld 10. De duurdere vorm van deze wending na 21...3-9 22.41-37 6-11 23.24-19 13x24 24.34-30 25x45 25.44-40 45x34 26.39x10 heeft menig zwartspeler onaangenaam verrast. Hier gaat het nog wel voor zwart, omdat hij kan teruggooien met 9-14 en 8-13x13 met druk tegen schijf 23. Volgens Gantwarg komt het heel erg weinig voor, dat zwart in dit soort spelbeelden aan het langste eind trekt.
Na
21...3-9 22.33-28 22x33 23.39x28 is de afwikkeling 23...17-22 24.28x17 12x21
25.23x3 2-8 26.3x1 14-19 het overwegen waard. Niet goed is 23...7-11 24.43-39
17-22 25.28x17 11x22 26.41-37 en zwart heeft een positionele puinhoop.
Gecompliceerd is daarentegen 23...18-22 direct of later gevolgd door 13-19. In
dit geval hoeft zwart niet bang te zijn voor wending ingeleid met 23-18, omdat
het open veld 45 de dammen te duur maakt. Met schijf 14 op 10 is de afwikkeling
23...18-22 24.23-18 12x32 25.34-30 25x45 26.44-40 45x23 27.42-37 20x29 28.37x19
13x24 29.38-32 spectaculair.
De zwarte opening is een oude liefde van mij. De zettenvolgorde in de opening is belangrijk. De tegenstanders van Piet Roozenburg kwamen na 3...14-19 4.44-40(?) 10-14 5.50-44 14-20 6.30-24 19x30 7.35x24 17-22 8.31-27 22x31 9.36x27 in de orthodoxe variant terecht, die ook zwart kansen biedt. Jan Cazemier kwam er in 1965 tegen Hisard niet meer aan te pas na 9...9-14 10.38-33 14-19 11.40-35 19x30 12.35x24 5-10 13.45-40? 10-14 14.43-38 14-19 15.40-35 19x30 16.35x24. Wit kan nu nooit meer 33-28 spelen, omdat hij na de terugruil met 18-22 schijf 24 verliest. Op 44-40 is 25-30x45 steeds een probleem.
Een
bekende wending in dit soort stellingen zien we in de partij Fijen - Kort:
26...18-22 27.28x17 4-10 28.49-44 10-14 29.44-40 14-19 30.40-35 19x30 31.35x24
6-11!! 32.17x6 13-18 en wit heeft geen zinvolle mogelijkheid iets terug te geven
en verloor. De aanvaller in een Roozenburg stelling probeert zolang mogelijk te
wachten met het openen van de stelling om de verdediger zoveel mogelijk
verplichtende zetten af te dwingen. Maar daar kun je wat te ver mee gaan. Gerard
Beerepoot liet zich de afwikkeling 17.33-28 7-11 18.28x19 26-31 19.37x26 10-14
20.19x10 13-19 21.24x22 17x46 22.26x6 46x5 weggevallen. De combinatie is
schreeuwend duur, maar een dam in de 'ijskast' is ook wat waard. De partij liep
uiteindelijk remise.
Ook de grootste kenner van de Roozenburg, Johan de Boer, vergist zich wel eens een keertje. In deze stand uit de partij de Waard - de Boer dreigt zwart het pleit te beslissen met de opmars 10-14-19. Bijvoorbeeld 22.44-40 10-14 23.33-28 14-19 24.27-22 is zelfmoord. Evenals 22.44-40 10-14 23.40-35 14-19 24.35-30 11-17 etc. met later de doorbraak 18-22. Harry de Waard besloot daarom ten einde raad tot 22.33-28. De afwikkeling 22...18-22 23.28x6 23-28 24.32x23 7-11 25.6x17 12x41 26.42-37 41x32 27.38x27 26x37 28.36-31 is geen feest, maar wit heeft nog wat compensatie.
Na
22...1-6 23.28x19 18-22 24.27x18 12x14 25.38-33 is direct 13-18 verhinderd door
het dammetje 34-30, terwijl op 14-19 de meerslagfinesse 29-23 erin zit. Met
25...7-12 26.44-40 12-18 lijkt zwart zijn tegenstander tot roemloze terugtocht
te kunnen dwingen met goede kansen. In de partij volgde 22...11-17? 23.28x19
18-22?? 24.27x18 12x14 in de veronderstelling, dat 25.34-30 25x23 26.31-27 20x29
27.27-21 16x27 28.32x3 7-11 nooit iets voor wit zou kunnen zijn. In
werkelijkheid blijkt 29.3-8 14-19 30.39-33!! een groot probleem. Op 30...29-34
31.8-12 13-18 32.33-28 23x41 33.12x5 41-46 34.38-33 kan zwart opgeven. In de
partij liet Harry zich afbluffen en speelde 25.38-33 met onvermijdelijk verlies van schijf 24.
De Orthodoxe Roozenburg is zelfs bij het beste spel van wit niet bijzonder kansrijk. Vandaar dat de witspelers 3...14-19 begonnen te beantwoorden met 4.30-24 19x30 5.35x24. Een mogelijkheid is om na 5...9-14 6.38-33 14-19 7.45-40 19x30 8.40-35 16-21 9.35x24 23-28 10.33x22 18x38 11.42x33 21-26 aan te sturen op een wat grove aanvalsstand. Ook 5...9-14 6.45-40 15-20 7.24x15 25-30 8.34x25 23x45 is interessant. Na 5...9-14 6.45-40 14-20 7.50-45 17-22 8.38-33 heeft wit in tegenstelling tot de stand met schijf 10 op 9 nog geen last van de afwikkeling 22-28 en kan desgewenst via 33-28 een potentiële aanvaller tegen 24 elimineren met 33-28. De waarde van 33-28 moet overigens niet overschat worden, want er ontstaat natuurlijk wel een deerlijk gat in het witte centrum. Meestal wordt daarom de stelling geopend met 8...3-9 9.42-38 10-14 10.48-42 5-10 11.31-26 14-19 12.36-31 19x30 13.32-28 etc. of ook 11.32-28 met grote verwikkelingen.