Dordrecht - Zaterdag 26 mei 2007 waren we met een groot contigent dammers aanwezig in Huissen. Het tweede kreeg een herkansing om zich in de hoofdklasse te handhaven. Het eerste bekerteam mocht aantreden tegen de ploeg, waar twee weken eerder het tweede nipt tegen sneuvelde. Beide teams mogen verder. Het bekerteam won regelmatig met 6-2 van Franeker, terwijl het tweede wat minder regelmatig won van DIOS. In het vierde uur werd een compleet gewonnen wedstrijd uit handen gegeven. Daarna volgde een wonderbaarlijk wederopstanding. Zelf won ik van Fokke Tiemensma in het randschijvenspel na 1.32-28 17-22 (Korchow-variant).
Tiemensma,F. - Luteijn,F. Beker, 26-05-2007, 0-2
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27 16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.39-33 14-19 11.44-39 10-14 12.38-32 20-24 13.42-38 14-20 14.46-41 4-10 15.50-44 2-8 16.48-42 13-18 17.34-30 20-25 18.32-27 25x34 19.40x20 15x24 20.45-40 8-13 21.40-34 10-14 22.34-30 5-10 23.30-25 10-15 24.44-40 14-20 25.25x14 9x20 26.27-21 18-22 27.40-34 24-29 28.33x24 20x40 29.35x44 22-28 30.39-34 19-24 31.43-39 15-20 32.44-40 3-9 33.40-35 9-14 34.34-30 13-19 35.30-25 24-29 36.38-32 29-33 37.49-44 20-24 38.39-34 14-20 39.25x14 19x10 40.32-27 10-14 41.37-31 24-29 42.44-40 17-22
Deze opening heb ik in de loop van de jaren uitvoerig bestudeerd zonder dat dit volgens de heren grootmeesters tot een betrouwbaar wapen is gesmeed. In de competitie mag ik het volgens zeker tegen grootmeesters niet meer spelen. Gisteren waren ze er dus niet, zodat ik onbekommerd mijn gang kon gaan. De aanvankelijk door wit gekozen variant geldt als 'stug' en is afkomstig van Ton Sijbrands. Wit bezet daarin het centrum en probeert de zwarte lange vleugel uit te putten zonder dat deze de kans krijgt zich aan de andere vleugel te bevrijden. Ik heb het vaker op het bord gehad en probeerde vandaag de opgedane ervaringen in de praktijk te brengen.
Lemmen,J. - Luteijn,F. NLD-chT ereklasse, 01-11-2003, 1-1
9.41-37 19-23 10.39-33 14-19 11.44-39 10-14 12.38-32 20-24 13.42-38 14-20 14.46-41 13-18 15.49-44 9-13 16.33-28 20-25 17.34-30 25x34 18.40x20 15x24 19.39-33 5-10 20.45-40 10-15 21.40-34 2-8 22.34-30 15-20 23.30-25 4-9 24.25x14 9x20 25.43-39 20-25 26.44-40 1-6 27.48-43 3-9 28.40-34 18-22 29.37-31 36x27 30.32x21 23x32 31.38x18 13x22 32.50-44 22-28 33.33x22 17x28 34.43-38 11-17 35.47-42 8-13 36.38-33 6-11 37.33x22 17x28 38.42-38 12-18 39.41-37 7-12 40.16x7 12x1 41.21-17 19-23 42.26-21 9-14 43.21-16 24-29 44.44-40 14-19 45.38-32 1-6 46.35-30 18-22 47.30-24 19x30 48.40-35 29x40 49.35x44 22x11 50.16x7 6-11 51.7x16 30-34 52.39x30 25x34 53.16-11
Bovenstaande
de laatste serieuze poging de opening te spelen. Op wonderbaarlijk wijze weet ik
het vege lijf te redden. Op de site Van Stigt Thans staat een uitvoerig
verslag.
De mogelijkheid een extra stuk op de lange vleugel te brengen en een extra tempo
te winnen met 2-8-13 wordt daarin reeds aangegeven. In
damnieuws heb ik indertijd ook al iets gezegd
over deze variant.
In beide bovenstaande partijen doet zich de positie van diagram 2 voor. In de eerste partij speelde ik 14...13-18. Dat geeft wit een hoop extra mogelijkheden. In de partij tegen Tiemensma speel ik eerst alle redelijke tempo's alvorens mij ergens op vast te leggen. De diagramstand is tweemaal eerder voorgekomen. Ook daar speelden de zwartspelers 13-18. De zet 14...4-10 is veel beter. Het is handig veld 10 te bezetten. Na 14...5-10 komen er dammetjes naar 5 in met damgeven op veld 47.
Opgemerkt moet worden, dat zwart precies voldoende tempi heeft. Na 14...4-10 15.50-44 is het tempo 15...2-8 belangrijk. Betreden van veld 18 is door simpele wendingen verhinderd. In de partij Lemmen - Luteijn blijkt het belangrijk te zijn, dat schijf 48 desgewenst nog naar de korte vleugel kan. Het uitlokken van 16.48-42 is daarom nuttig. Weliswaar kan wit ook daarna via 33-28, 38-33, 42-38 de schijf naar de andere vleugel dirigeren. Maar er ontstaat dan langdurig een niet te sluiten vervelend gat op veld 42, wat niet het geval is in de partij Lemmen - Luteijn.
Wit
heeft na 14...4-10 15.50-44 2-8 niet beter dan 16.48-42. Na 16.33-28 10-14
dreigt 23-29 en 24-30x18. Na 17.34-30 20-25 18.38-33 25x34 19.40x18 12x23
20.28-22 17x28 21.33x22 8-12 heeft zwart aanmerkelijk meer controle in het
centrum dan in de beroemde partij:
Sijbrands,T. - Storm,A. Wr sim blind, 18-12-1982, 2-0
9.41-37 13-18 10.37-32 19-23 11.39-33 14-19 12.44-39 9-13 13.46-41 4-9 14.42-37 10-14 15.33-28 20-24 16.39-33 2-8 17.49-44 14-20 18.44-39 5-10 19.50-44 10-14 20.34-29 23x34 21.40x29 18-23 22.29x18 12x23 23.28-22 17x28 24.33x22 8-12 25.26-21 23-28 26.22x33 11-17 27.32-28 17x26 28.37-32 24-29 29.33x24 20x29 30.28-22 12-18 31.32-27 14-20 32.41-37 9-14 33.38-32 20-24 34.43-38 15-20 35.44-40 18-23 36.22-17 7-12 37.17x8 3x12 38.27-22 13-18 39.22x13 19x8 40.32-27 12-18 41.37-32 26-31 42.27-21 8-12 43.40-34 29x40 44.35x44 1-7 45.38-33 23-29 46.21-17 29x27 47.17x8 7-12 48.8x17 31-37 49.17-11 37-41 50.11-7 41-46 51.16-11 27-31 52.11-6 46-28 53.7-2 28-19 54.6-1 19-23 55.2x35 31-37 56.45-40 23x45 57.1x46
In diagram 4 moet wit een belangrijke beslissing nemen. In de partij besluit hij af te zien van het geplande 17.33-28. Dat mag wel als een succesje gezien worden voor zwart. Overigens ontstaan er inderdaad wat opbouw problemen na 17.33-28 10-14. Zowel 39-33 als 38-33 zijn verhinderd. Na 18.34-30 20-25 19.38-33 25x34 20.40x20 15x24 21.44-40 kan zwart de lange vleugel versterken met 8-13. Op 18.34-30 20-25 19.28-22 18x27 20.32x21 25x34 21.40x20 15x24 is het zeer de vraag of zwart eigenlijk nog wel behoefte heeft aan de bevrijding 12-18x17. Er zitten veel meer witte schijven dan zwarte in de opsluiting vast als je de witte schijven op 47,37 en 41 meetelt.
De gespeelde zet
18.34-30 doet niet veel. Beide spelers vonden de opsluiting 18...20-25 19.40-34
of 19.39-34 te wild. Meer voor de hand ligt de ruilen 32-28x28 of 34-29x29. Het
openhouden van veld 14 door zwart maakt 34-29x29 minder aantrekkelijk. Zwart kan
hergroeperen met 20-25x14 en 19-23. Logisch lijkt daarom 18.32-28 23x32 19.37x28
8-13 20.41-37 10-14 21.37-32 20-25 22.42-37 5-10 of 18-23 en touwtrekken om het
centrum gaat onverdroten verder.
Zwart heeft in diagram 5 duidelijk de overhand gekregen. Hij heeft zelfs diverse plannen. De uitval naar veld 28 is zelfs een optie. Na 24...23-28 25.33x22 17x28 26.40-34; 38-33 of 27-21 lijken allen weinig effectief. Hoewel zwart nu een eerder wel rekening moet houden met wendingen ingeleid door 27-21 en 37-31 als hij op veld 28 gaat staan.
Een andere voortzetting is 24...17-22 25.37-32 22x31 26.26x37 11-17. Na 27.32-28 23x32 28.37x28 is 18-22 een zet. Meer zorgen makte ik mij over 27.33-28. De zwarte korte vleugel kan niet gemakkelijk in beweging worden gebracht, terwijl wit de controle over veld 25 lijkt hebben, zodat een bevrijding aan de andere vleugel er ook niet inzit.
In diagram
6 heeft zwart berust in een semi-permanente opsluiting van de korte vleugel. In
ruil daarvoor heeft hij een hoop witte schijven op de lange vleugel en in het
centrum tot immobiliteit weten te veroordelen. Overigens is de opsluiting van de
zwarte korte vleugel nog verre van definitief. Met de manoeuvre 12-18-22 is
onder omstandigheden een bevrijding mogelijk. Het is evenwel niet erg kansrijk
en soms gevaarlijk. Hier schoot ik een bok met 31...15-20. Beter is 31...3-9.
Wit kan zich nu redden met 32.34-30 24x35 33.44-40 35x33 34.38x9 3x14 35.37-31
36x27 36.21x23 17-22 37.37-32 20-24 38.42-38 14-20 39.38-33 12-18xx en 26-21=
In diagram
7 werd 34...24-29 overwogen. Het eindspel 35.30-24 29-34 36.24x15 34x32 37.35-30
23-29 38.30-25 29-34 39.25-20 14x25 40.15-10 is onduidelijk. In de variant
35.30-25 20-24 heeft zwart een cruciaal tempo gewonnen. De variant 36.38-32
29-33 37.49-44 24-29 lijkt gewonnen.
In diagram
8 is het geplande 36...20-24 minder geslaagd vanwege 37.42-38 met dreigend
vastlopen. Het offer 37...29-34 38.39x30 24-29 kan beantwoord worden met
39.38-33! en wit is er doorheen aan de korte vleugel. Andere zetten zijn minder.
Na 39.32-27 28-33! 30.30-24 33x22 31.24x13 volgt verrassend 22-27 en 12-18x46 X.
Het moge duidelijk zin, dat zwart geen moment in gevaar is. In deze stand werd het offer 33-38x28 en 33-39x28 overwogen. Zwart staat schitterend. De doorbraak 35-30, 25-20 en 34-29x14 is wellicht houdbaar voor wit na 33-39x28. Mijn tegenstander gaf na afloop de wending 38...12-18 39.21x12 24-30 40.35x22 7x38 41.16x7 1x12 42.44-39 aan met remise.
De partij werd
feitelijk op de klok gewonnen. In deze stand met nog slechts 1 minuut op de klok
tegen twintig voor mij speelde hij de beslissende foutzet 41.37-31. Het moge
dudielijk zijn, dat 34-30 nu en een zet eerder niet in aanmerking kwam. Veel
lastiger 41.44-40. Ten eerste moet je even zien met zwart, dat de tussenloop
27-22 nog niet echt dreigt, vanwege de wending (12-18) 21x12 (28x8) X. Zowel na
41...14-19 als 41...14-20 is de manoeuvre 37-31, 41-37 en 42-38 een probleem. Op
41...24-29 heeft wit weer voldoende spel op de korte vleugel.
Een groot aantal kansrijke mogelijkheden zitten erin. Bijvoorbeeld 41...14-20 42.37-31 20-25 43.41-37 23-29 en 17-22; 43...33-39 en 28-32x45; 43...33-38x28; 43...24-29 44.42-38 33x42 45.47x38 36-41 46.37x46 28-32 etc. Een hoop hoofdpijn zeker met 1 minuut voor negen zetten.