De partij Luteijn - van Marle is belangrijk voor de theorie. Een variant die als slecht te boek stond voor zwart, blijkt in werkelijkheid veel beter voor hem. Pas in het late middenspel slaagt wit erin de overhand te krijgen. Diagram 1 is een van de belangrijkste standen uit de Kelleropening. Hij 597 keer voorgekomen. Zwart staat voor een tweesprong. Hij kan met 5-10-14 zijn korte vleugel 'mooi' houden en hij kan met 11-16 en 7-11 twee tempi verliezen. Het voordeel daarvan is, dat het 'ruiltempo' lager ligt. Bij een te mooie opstelling van zijn korte vleugel is de dubbele ruil 37-32/38-32 nogal vervlakkend. Naar aanleiding van deze partij heb ik de variant met 11-16 een paar keer proberen te spelen.

 

Luteijn,F. - Marle,van,H. NLD-chC, 01-01-1995, 2-0

1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23 7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 23-28 10.40-35 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20 14-19 13.20-15 11-16 14.37-31 7-11 15.44-40 5-10 16.34-29 19-23 17.40-34 9-14 18.41-37 14-19 19.29-24 19x30 20.35x24 21-27 21.47-41 17-21 22.26x17 12x21 23.31-26 2-7 24.26x17 7-12 25.37-31 12x21 26.31-26 11-17 27.45-40 10-14 28.40-35 14-20 29.24-19 23x14 30.15x24 4-10 31.24-20 8-12 32.20x9 13x4 33.34-30 25x34 34.39x30 28x39 35.43x34 10-14 36.38-33 14-19 37.49-43 19-23 38.30-25 23-28 39.33-29 3-9 40.25-20 27-31 41.36x27 21x32 42.34-30 22-27 43.29-24 18-22 44.41-36 16-21 45.43-39 6-11 46.30-25 12-18 47.20-15 18-23 48.35-30 9-13 49.42-37 32x41 50.46x37 27-32 51.25-20 32x41 52.36x47 23-29 53.24x33 13-19 54.33-29 21-27 55.29-23

 

In diagram 1 dreigt wit op de volgende zet de stand op slot te doen met 14.37-31. Dat heeft tot gevolg, dat de oversteek 11-16 en 7-11 alleen nu mogelijk is. Na 13...5-10 14.37-31 moet zwart eerst 21-27 spelen alvorens hij 11-16 kan spelen voor de aanvalsruil 17-21x21. Overigens wordt de zet 37-31 vrijwel altijd gespeeld. Maar er zou met reden (Boomvarianten) overwogen kunnen worden om 37-31 voorlopig niet te spelen. 

 

Rechts een stand, die in de komende tijd belangrijker gaat worden, dan hij voorheen was. Meestal is hij met 42 op 41 op het bord gekomen. Er zijn variaties mogelijk met schijf 10 op 9. In deze stand is de enige speelbare voortzetting voor zwart 14-19. Enkele spelers zijn het slachtoffer geworden van:

 

Clerc,R. - Paluch,P. EU-ch, 13-12-1987, 2-0

18...3-9 19.46-41 21-27 20.38-32 27x38 21.43x32 17-21 22.26x17 12x21 23.34-30 25x43 24.48x39 23x43 25.32x3 43-48 26.3x26 48-34 etc.

 

Na 18...14-19 is uitsluitend de ruil 19.29-24 genomen. Er zijn diverse alternatieven. De voortzetting 19.34-30 lijkt aardig, omdat op 19...23x34 het dammetje 20.45-40 en 21.38-32x5 een probleem is. Echter na 19...25x34 20.29x40 21-27 zit wit met een dubbele dreiging. Enerzijds dreigt 23-29 met schijfwinst en anderzijds 27-32 en 17-21 met bevrijding van de zwarte stand. De variant 18...14-19 19.38-32 21-27 20.32x21 16x27 21.42-38 11-16 22.38-32 27x38 23.43x32 10-14 24.48-43 17-21 25.26x17 12x21 is niet best voor wit. 

 

Diagram 4 is volgens Turbo dambase 7 keer voorgekomen. De stand na 21...3-9 is iets bekender. Recentelijk kreeg ik hem op bord tegen Zygmunt Pawlicki voor het lopende wereldkampioenschap.

 

wk15: Frits Luteijn - Zygmunt Pawlicki
21...03-09 22.49-44 02-07 23.45-40 17-21 24.26*17 12*21 25.31-26 27-32 26.38*27 21*32 27.33-29 07-12 28.40-35 10-14 29.37-31 14-20 30.41-37 32*41 31.46*37 11-17 32.37-32 28*37 33.24-19 13*33 34.39*19 16-21 35.15*24 21-27 36.43-38 37-41 37.36*47 27*36 38.35-30

 

Er is een tijd geweest dat Pawlicki in het wereldkampioenschap 'kop van jut' was, maar dat is al weer lang geleden. Tegenwoordig begint hij behoorlijk gevaarlijk te worden. Diagram 5 is bekend uit de partij de Ruiter - Koeperman, 1974. Daar ging het verder met 23.44-40 27-32; 16-21; 23-29 en 18-23x49. De dam kan er op meerdere manieren vanaf. De stand lijkt remise. Evert Bronstring heeft de mogelijkheid 23.37-32; 34-29; 45-40; 44-40; 24-19 en 33-28x2 bestudeerd. Ook die afwikkeling lijkt remiseachtig.

 

De zet 23.45-40 is een half dozijn keer gespeeld. Zwart heeft diverse mogelijkheden. Alleszins bevredigend voor zwart is de bijvoorbeeld 23.45-40 17-21 24.26x17 12x21 25.31-26 7-12 26.26x17 12x21 27.37-31 11-17 28.31-26 6-11 29.42-37 27-32 30.38x27 22x42 31.48x37 18-22 uit de partij van Galen - Nuijs. Wat minder is:

 

Galen,van,A. - Eggens,B. Nijmegen, 24-07-1989, 2-0

23.45-40 17-21 24.26x17 12x21 25.31-26 7-12 26.26x17 12x21 27.37-31 8-12 28.31-26 12-17 29.41-37 27-32 30.38x27 21x41 31.36x47 16-21 32.46-41 11-16 33.41-36 21-27 34.42-37 16-21 35.37-31 6-11 36.47-42 11-16 37.42-37 9-14 38.24-20 27-32 39.20x9 32x41 40.36x47 21-27 41.33-29 27x36 42.29-24 28-32 43.48-42 16-21 44.40-35 21-27 45.34-29 23x34 46.39x30 25x34 47.24-19 13x24 48.44-39 4x13 49.39x8

 

De reactie van Pawlicki met 25...27-32 is volkomen nieuw. Ik ben dagen bezig geweest om te begrijpen waar het om gaat. Zwart stelt zich bloot aan een groot aantal tactische wendingen, die allen gevaarlijk lijken maar het niet zijn. De witte korte vleugel is buitengewoon ongelukkig opgesteld. Zodra 40-35 moet kan zwart opmarcheren en schijf 24 in de tang nemen.

 

In diagram 7 zijn zowel 36-31 als 37-31 combinatief verhinderd (27-32). Om aan de lange vleugel te kunnen spelen is 27.33-29 noodzakelijk. Zwart heeft daarna een groot aantal mogelijkheden. Opgemerkt moet worden, dat de ruil 27...7-12 28.40-35 16-21 29.26x17 12x21 minder is vanwege de doorbraak 24-19 en 42-38x7. Zwart moet dan remise maken met (8-12) 1-7 (32-38) en 23-28x49.

 

De gespeelde variant lijkt niet de beste. Logischer is 27...7-12 28.40-35 11-17. Wit heeft geen tijd om de dreiging 35-30, 44-40 en 39-33 er vruchtbaar in te brengen. Enerzijds slaat wit niet genoeg en anderzijds kan zwart naar veld 20 lopen om ook wat te slaan. Na 29.37-31 17-21 30.26x17 22x11 gaat het spel verder, terwijl wit langdurig geen speelbare zetten heeft aan de korte vleugel. Truus adviseert ruilen met 31.41-37x37.

 

De partij loopt nog. Het ziet er gevaarlijk uit voor wit, maar dat valt volgens mij wel mee. Ook de zwarte korte vleugel heeft weinig speelbare mogelijkheden na het aangewezen 8-13 nu of op de volgende zet. In diagram 9 zijn nog een aantal niet besproken mogelijkheden. Zowel 46-41 als 47-41 is gespeeld. Na 19.46-41 is 19...14-19 de enige zet. Een opmerkelijk verloop had onderstaande partij. Het is mij alleen niet duidelijk waarom wit na de actie 20.31-27 zou moeten winnen.

 

Oudshoorn,P. - Renkens,J. VAD paas, 05-04-1985, 2-0

19.46-41 14-19 20.31-27 21x32 21.38x27 22x31 22.33x22 17x28 23.36x27 11-17 24.27-22 18x27 25.29x7 2x11 26.34-30 25x34 27.39x30 10-14 28.45-40 13-18 29.41-36 18-22 30.37-31 8-13 31.40-34 19-23 32.42-38 28-32 33.30-25 13-19 34.34-30 9-13 35.30-24 19x30 36.25x34 13-19 37.38-33 16-21 38.43-39 19-24 39.48-43 23-29 40.34x23 22-28 41.31x22 28x19 42.47-41 17x28 43.33x22 11-17 44.22x11 6x17 45.36-31 19-23 46.31-27

 

Van diagram 2 is de stand na 18...3-9 19.47-41 21-27 20.29-24 is 39 keer op het bord geweest. Bekend is de afwikkeling 20...14-20 21.26-21 20x40 22.21x32 17-21 23.45x34 21-27 24.32x21 16x27 25.31-26 en zwart is in grote nood. Er dreigt 33-29 en 37-32. Een van de vele goede mogelijkheden voor wit is de afwikkeling:

 

Clerc,R. - Aalten,van,G. NLD-ch, 29-03-1988, 2-0

20.29-24 14-20 21.26-21 20x40 22.21x32 17-21 23.45x34 21-27 24.32x21 16x27 25.31-26 10-14 26.37-31 12-17 27.42-37 8-12 28.33-29 11-16 29.39-33 28x30 30.35x24 23x34

 

Diagram 11 heeft zich zich inmiddels twee keer voorgedaan. Ron Heusdens vergreep zich eens in de onderlinge aan de afwikkeling 35.37-32 12x21 36.34-29 28x37 37.42x31; 24-19 en 33-28 en kon na 42-47 en 11-17x17 direct opgeven.

 

De sleutelpositie van de door Henk van Marle tegen mij gespeelde variant staat in diagram 12. Wit heeft twee mogelijkheden t.w. 45-40 en 49-44.

 

Na direct 27.42-37 is de bomzet 27.27-31 goed voor een schijf. Na 27.49-44 dreigt 42-37 wel. Met Ron ben ik de rest van de avond aan het schuiven geweest aan de varianten na 49-44.

 

De afwikkeling 27.49-44 10-14 28.24-19 13x24 29.34-29 23x34 30.39x10 28x50 31.10-5 22-28 32.5x37 27-31 etc. is remise. Tijdens de partij maakte ik mij vooral zorgen over 27.49-44 27-32. Dat blijkt achteraf gezien mee te vallen. Zowel 42-38 als ruilen is een optie.

 

De damzet 27.49-44 8-12 28.42-37 10-14 29.36-31; 37-32 en 33-29 kwam op het bord. Het resultaat is wat onduidelijk. Zwart kan nog een zet wachten met 27.49-44 8-12 28.42-37 3-8 29.45-40 10-14. De afwikkeling naar 10 is dan minder goed. Na 30.37-32 28x37 31.41x32 14-19 verliest wit een schijf. Dus waarschijnlijk is 27.49-44 inderdaad geen goede zet voor wit.

 

In het afspel maakt zwart meerdere fouten. Zwart slaat op de 32e zet achteruit. Naar voren slaan is beter. Op 32...3x14 33.49-44? speelt zwart 33...27-32 34.38x27 21x32 met dood en verderf. Na 33.34-30xx30 kan sterk 27-32x32 gevolgd door 16-21.

 

In de partij is de ruil 35...27-32x32 een optie. Maar dan kan wit voldoende tegenspel scheppen met 37.49-43 22-28 38.34-29 3-8 39.36-31 etc.

 

De laatste kans laat zwart lopen op de 39ste zet. Hij speelde de statische zet 39...3-9. Hij kan met de verrassende verdedigingszet 39...4-10! de witte aanval nog in de kiem smoren.