Boom, Neo Boom, Bronstring, Drost, Beerepoot, Wiersma, Keller, Sijbrands, Davidov, Chizhov en vele anderen zijn het laatste decennium opgedoken in de naamgeving van variant, systemen, offers, manoeuvres, e.d. Opmerkelijk bij veel benoemingen is, dat de meeste ontdekkers tijdens de partij totaal niet in de gaten hadden iets bijzonders te creëren. De meeste uitvinders stonden buitengewoon kritisch tegenover hun geesteskind en latere baanbrekende onderzoekingen kwamen op naam van anderen.

 

Boom,G. - Baljakin,A. NLD-URS, 22-04-1980, 2-0 (Boomvariant)
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23 7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 23-28 10.40-35 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20 14-19 13.20-15 5-10 14.37-31 10-14 15.34-29 21-27 16.42-37 19-23 17.44-40 23x34 18.40x29 11-16 19.45-40 13-19 20.40-34 9-13 21.37-32 28x37 22.41x21 16x27 23.38-32 27x38 24.43x32 3-9 25.35-30 19-23 26.31-27 22x31 27.36x27 14-19 28.46-41 7-11 29.48-42 17-22 30.41-36 22x31 31.36x27 12-17 32.47-41 2-7 33.41-36 8-12 34.49-44 17-22 35.30-24 22x31 36.36x27 19x30 37.32-28 23x21 38.26x19 18-22 39.19-14 9x20 40.15x35 7-12 41.29-23 22-27 42.42-37 11-17 43.34-29 17-22 44.37-32 27x38 45.33x42 6-11 46.39-33 11-16 47.42-37 16-21 48.44-39 21-26 49.39-34 12-17 50.23-19 22-27 51.37-32 27x38 52.33x42 4-9 53.42-37 17-21 54.29-23 21-27 55.23-18 27-31 56.19-13 31x42 57.13x4 42-47 58.18-12

 

Boom,G. - Luteijn,F. NLD-chT, 25-11-1978, 0-2 (Variatie naar een idee van Sijbrands)
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23 7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 23-28 10.40-35 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20 14-19 13.20-15 5-10 14.37-31 10-14 15.34-29 19-23 16.44-40 23x34 17.40x29 14-19 18.45-40 19-23 19.40-34 21-27 20.29-24 11-16 21.42-37 17-21 22.26x17 12x21 23.34-30 25x34 24.39x30 28x39 25.43x34 23-28 26.24-20 7-12 27.48-43 9-14 28.20x9 3x14 29.34-29 27-32 30.38x27 21x32 31.47-42 13-19 32.30-25 19-23 33.35-30 23x34 34.30x39 6-11 35.31-26 11-17 36.37-31 8-13 37.49-44 13-19 38.44-40 18-23 39.42-38 12-18 40.38x27 28-33 41.39x28 23x21 42.40-35 19-24 43.41-37 21-27 44.43-38 2-8 45.37-32 8-12 46.32x21 16x27 47.46-41 18-23 48.41-37 23-28 49.37-32 28x37 50.31x42 12-18 51.36-31 27x36 52.38-32 18-23
 

 

Boom,G. - Smeenk,B. NLD-ch sf1, 08-01-1983, 0-2 (Neo-Boom)
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23 7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 23-28 10.40-35 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20 14-19 13.20-15 11-16 14.44-40 5-10 15.37-31 7-11 16.34-30 25x34 17.40x29 19-23 18.29-24 23-29 19.24-20 10-14 20.33x24 14x25 21.45-40 9-14 22.40-34 3-9 23.38-33 13-19 24.24x13 8x19 25.42-38 9-13 26.47-42 21-27 27.34-30 25x34 28.39x30 28x39 29.43x34 18-23 30.48-43 23-29 31.34x23 19x28 32.43-39 2-8 33.39-34 17-21 34.26x17 12x21 35.31-26 13-18 36.26x17 27-32 37.38x27 22x31 38.36x27 11x31 39.41-36 6-11 40.36x27 11-17 41.49-43 17-21 42.42-38 21x32 43.38x27 8-12 44.34-29 12-17 45.30-24 17-22 46.35-30 22x31 47.30-25 28-32 48.24-20 4-9 49.15-10 14x5 50.20-14 9x20 51.25x14 31-37 52.14-9 37-42 53.43-39 18-23 54.29x18 42-48

 

Visser,B. - Tuik,P. Leeuwarden-ch open, 29-05-1984, 2-0 (De uitval naar 32)
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 7-11 4.50-44 1-7 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23 7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 23-28 10.40-35 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20 14-19 13.20-15 11-16 14.37-31 7-11 15.44-40 9-14 16.34-30 25x34 17.40x29 19-23 18.29-24 23-29 19.35-30 29x20 20.15x24 5-10 21.45-40 10-15 22.30-25 28-32 23.38x27 21x32 24.33-29 22-28 25.39-34 4-9 26.34-30 17-22 27.40-35 11-17 28.42-38 17-21 29.26x17 12x21 30.38x27 21x32 31.47-42 14-20 32.25x14 9x20 33.30-25 22-27 34.31x33 18-23 35.29x9 20x47 36.9-4 8-13 37.4x38 47x29 38.48-42 29x47 39.35-30 15-20 40.25x14 47-15 41.43-38 15x42 42.14-10 16-21 43.10-4 42-48 44.36-31 48x25 45.41-37 3-9 46.4x16 6-11 47.16x7 2x11 48.49-43
 

Gerrit Boom was zich maanden na het creëren van de Boom- en de Neo-Boomvariant nog niet bewust, dat hij een omwenteling in de theorie had veroorzaakt. Het verloop van de partij Boom - Baljakin was geen bewuste keuze en in de clubcompetitie gaf ik hem de kans het anders te doen en te verliezen. De nederlaag die Gerrit leed in de partij tegen Ben Smeenk animeerde hem bepaald niet tot onderzoekingen. Die kwamen van de zwartspeler Ben Smeenk, die allerlei fraaie mogelijkheden ontdekte en wist toe te passen.

 

Luteijn,F. - Knoops,N. NLD-chC, 01-01-1984, 2-0
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23 7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 23-28 10.40-35 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20 14-19 13.20-15 11-16 14.37-31 7-11 15.44-40 5-10 16.34-30 25x34 17.40x29 19-23 18.29-24 9-14 19.35-30 23-29 20.45-40 29x20 21.15x24 10-15 22.41-37 21-27 23.37-32 28x37 24.40-35 13-19 25.24x13 8x19 26.33-29 2-7 27.29-24 19-23 28.38-33 37-41 29.46x37 23-29 30.24-20 14x34 31.33x24 27-32 32.37x28 22x44 33.49x29 18-23 34.29x18 12x23 35.42-38 4-9 36.38-32 7-12 37.43-39 9-14 38.24-19 12-18 39.19x10 15x4 40.39-33 3-9 41.48-43 9-14 42.43-39 14-20 43.31-27 17-22 44.39-34 22x31 45.36x27 20-24 46.47-42 4-9 47.42-38 9-13 48.34-30 13-19 49.30-25

 

Heden ga ik mij wellicht scharen in rijtje 'benoemden'. Enigszins per ongeluk werd ik in de partij Luteijn - Knoops verlokt tot een schijnoffer, dat de Neo-Boom een nieuw open uiteinde geeft. Er ontstaat een spelbeeld, dat nooit eerder bestudeerd is en kansrijk is voor beiden. Zelf heb ik het drie keer gespeeld. Het heeft kennelijk niet de aandacht getrokken van anderen.

 

Luteijn,F. - Fung,I. Blokken RDG, 13-04-1984, 2-0
23.37-32 28x37 24.40-35 13-19 25.24x13 8x19 26.33-29 3-9 27.29-24 9-13 28.30-25 19x30 29.25x34 2-7 30.38-33 4-9 31.42-38 18-23 32.31x42 12-18 33.34-30 7-12 34.39-34 14-19 35.30-25 9-14 36.43-39 19-24 37.34-30 13-19 38.39-34 16-21 39.42-37 11-16 40.37-31 6-11 41.47-42 23-29 42.34x23 19x39 43.30x10 15x4 44.49-43 39-44 45.43-39 44x33 46.38x29 27-32 47.31-27 22x31 48.36x38 21-27 49.46-41 17-22 50.38-33 12-17 51.42-38 16-21 52.41-37 27-31 53.35-30 31x42 54.48x37 11-16 55.37-32 22-27 56.30-24 17-22 57.26x28 16-21 58.28-22 27-31 59.22x13 31-36 60.13-8 36-41 61.33-28 41-46 62.8-3 21-27 63.32x21 46x35 64.21-16 35-44 65.29-24
 

Luteijn,F. - Vermin,H. Blokken RDG, 27-07-1984, 0-2
23.37-32 28x37 24.40-35 13-19 25.24x13 8x19 26.33-29 2-7 27.29-24 19-23 28.30-25 23-28 29.39-34 4-9 30.34-29 28-33 31.49-44 3-8 32.35-30 9-13 33.43-39 27-32 34.39x28 32x34 35.30x39 22-28 36.44-40 37-41 37.46x37 28-32 38.38x27 17-21 39.26x17 12x41 40.42-37 41x32 41.39-34


Het verloop van de opening biedt weinig aantrekkelijke mogelijkheden om af te wijken. Een idee is in diagram 2 de zet 15...9-14 (eveneens een oud idee van Gerrit Boom). De uitval 16.34-30 25x34 17.40x29 19-23 18.29-24 28-32 is nooit gespeeld. De uitwisseling 19.35-30 32-38; 22-28 en 14-20 is slecht voor wit. Truus komt met de versterking 19.33-29 23x34 29.39x30 22-28 30.45-40 14-20 31.24-19 13x24 32.30x19 20-25 33.19-14 25-30 en 32-37=

 

De gedachte achter een zet als 15...9-14 is om de plakkers naar 5 eruit te halen, die er soms inzitten. Ook is de zwarte lange vleugel bestendiger tegen aanvalsacties als schijf 5 nog op zijn plaats staat. De meeste zwartspelers hechten aan de formatie 3,4,9,14. Echter in de praktijk blijkt deze formatie toch kwetsbaar voor doorbraakacties op de lange termijn. Zodra wit 15,20,25,30,35 heeft weten te formeren, dan komt hij er vrijwel altijd wel doorheen met minstens remise. De hoge lange vleugel opsluiting zwart 4,9,10,14 en wit 15,20,25 is zelden een goede opsluiting voor wit. Wit wil damhalen op veld 5. Een dergelijke opsluiting hindert deze doorbraak zeer. Profiteren van drie schijven, die er vier opsluiten is meestal een fata morgana.

 

De uitval 28-32 is meer dan 40 keer gespeeld. Enige oplettendheid is geboden voor de witspeler. De langzame zet 19.45-40 kan bestraft worden met de bovenstaande uitwisseling. Chizhov liep erin, wist te overleven en uiteindelijk nog te winnen na:

 

Tsjizjow,A. - Wesselink,W. URS-NLD, 14-06-1987
19.45-40 28-32 20.38x27 21x32 21.35-30 32-38 22.43x32 22-28 23.33x22 18x38 24.42x33 14-20 25.48-43 20x38 26.43x32 13-18 27.49-43 10-14 28.39-33 3-9 29.43-38 9-13 30.40-34 14-20 31.15x24 23-29 32.34x23 18x20 33.30-25 20-24 34.47-42 13-19 35.33-29 24x33 36.38x29 12-18 37.29-24 19x30 38.25x34 16-21?!?
 

De uitval 28-32x32 is wellicht een probleem. Wit kan overwegen hem eruit te halen vanuit diagram 6 met 15...9-14 16.41-37. De reactie 16...19-23 is spannend, vanwege 17.38-32 of 17.33-29 met kansen. Na 16...5-10 17.34-30 25x34 18.40x29 19-23 19.29-24 23-29 is 20.45-40 aangewezen. Na 30.35-30 29x20 31.15x24 18-23 heeft wit een probleem. Ook in de partij Luteijn - Knoops is daardoor de zet 20.45-40 aangewezen. Na 20.41-37 is 18-23 te vervelend.

 

De stand na 15...9-14 16.41-37 5-10 17.34-29 21-27 18.47-41 19-23 19.40-34 14-19 20.29-24 19x30 21.35x24 17-21 22.26x17 12x21 23.31-26 2-7 24.26x17 7-12 (diagram 10 ) heeft zich eens voorgedaan in de partij:

 

Luteijn,F. - Marle,van,H. NLD-chC, 01-01-1995
24.26x17 7-12 25.37-31 12x21 26.31-26 11-17 27.45-40 10-14 28.40-35 14-20 29.24-19 23x14 30.15x24 4-10 31.24-20 8-12 32.20x9 13x4 33.34-30 25x34 34.39x30 28x39 35.43x34 10-14 36.38-33 14-19 37.49-43 19-23 38.30-25 23-28 39.33-29 3-9 40.25-20 27-31 41.36x27 21x32 42.34-30 22-27 43.29-24 18-22 44.41-36 16-21 45.43-39 6-11 46.30-25 12-18 47.20-15 18-23 48.35-30 9-13 49.42-37 32x41 50.46x37 27-32 51.25-20 32x41 52.36x47 23-29 53.24x33 13-19 54.33-29 21-27 55.29-23 X

 

Tijdens de partij kwam ik evenwel tot de conclusie, dat zwart beter staat. Sindsdien probeer ik het met zwart op het bord te krijgen. Tegen Ron Heusdens ging het in de onderlinge van Stigt Thans kort maar krachtig: 25.37-32?? 12x21 26.34-29 28x37 26.42x31; 24-19; 33-28x2 (42-47) 11-17 X. De rest van de avond hebben we besteed aan de mogelijkheid 27.49-44 in plaats van 27.45-40 uit mijn partij tegen van Marle. Tijdens die partij heb ik 49-44 natuurlijk overwogen en verworpen. Ron wist nog een paar leuke remisezetjes te vinden, die deze conclusie niet echt onderuit halen.
 

Het omwisselen van de zetten 19-23 en 9-14 in diagram 11 is volgens de jongste onderzoekingen minder geslaagd. Anton Schotanus leed in 1983 aldus een van zijn zeldzame correspondentienederlagen tegen Jos Swinkels::

 

17...9-14 18.45-40 3-9 19.40-34 19-23? 20.41-37 13-19 21.35-30 8-13 22.46-41 2-8 23.30-25 21-27 24.49-44 17-21 25.26x17 12x21 26.31-26 11-17 27.37-31 28-32 28.44-40 8-12 29.42-37 6-11 30.37x28 23x32 31.47-42 19-23 32.40-35 23-28 33.42-37 14-19 34.34-30 18-23 35.29x7 11x2 36.30-24 19x30 37.25x34 13-18 38.33-29 9-13 39.38-33 2-8 40.34-30 X
 

De ruil 17...9-14 18.45-40 3-9 19.40-34 19-24 20.29x20 14x25 21.34-29 10-14 22.41-37 is twijfelachtig. De zet 22...14-19 verhinderd door het zetje 37-32; 38-32 en 29-23x3. Daarom moet hij kiezen uit het griezelige 22...13-19 en:

 

Wiersma,H. - Smeenk,B. NLD sel-NTT, 23-04-1983, 2-0
22.41-37 21-27 23.47-41 2-7 24.37-32 28x37 25.41x21 16x27 26.46-41 18-23 27.29x18 12x23 28.41-37 23-28 29.35-30 25x34 30.39x30 28x39 31.43x34 8-12 32.48-43 13-19 33.43-39 19-23 34.38-33 9-13 35.42-38 12-18 36.49-44 7-12 37.44-40 11-16 38.30-25 6-11 39.40-35 13-19 40.35-30 23-28 41.33-29 16-21 42.39-33 28x39 43.34x43 19-23 44.37-32 23x34 45.30x39 18-23 46.39-34 12-18 47.43-39
 

Naderhand werd opgemerkt dat in dit verloop 23.42-37 wellicht nog beter is voor wit, omdat 18-23x23 dan onspeelbaar is. In de eerste voorbeelden van de Neo Boom werd in plaats van 9-14 de statische zet 18...10-14 gespeeld. Dat dreigt met de ruil 19-24x25. Ben Smeenk kwam met de opmerking, dat 19.35-30! 19-23 20.29-24 28-32 21.38x27 21.45-40 erg goed is voor wit, omdat de wending 32-38; 22-28 en 14-20 faalt op de oversteek 15-10-5. De ruil 21...22-28 22.33x22 18x27 23.31x22 17x28 faalt op 24.26-21 en 25.42-37 X. Direct 24.42-37 verliest een stuk door 24...23-29; 12-17-21 en 13-18x24 X.

 

In diagram 3 is zowel 30-25 als 40-35 gespeeld. Gebleken is, dat zwart met 28-32x32 gevolgd door 4-9 de controle kan veroveren over veld 25. De zet 22.41-37 is een methode om de uitval te blokkeren. Tijdens de toptraining is onderzocht of de variant 22.30-25 28-32 23.38x27 21x32 24.33-29 4-9 24.39-34 14-20 25.25x14 9x20 speelbaar is. De conclusie was, dat het toch wat moeizaam blijft voor zwart. Na bezetting van veld 28 kan wit de druk opvoeren met 41-37x37 gevolgd door druk tegen schijf 28. De poging de uitval naar 32 te stoppen met 22.42-37 heeft het bezwaar 28-32 gevolgd door 14-20.

 

Sterk in aanmerking komt naast 22.41-37 21-27 de achterloop 22...14-20. Na 23.49-44 20x29 24.33x24 21-27 is het schijnoffer 25.37-32 aangewezen. In de partij Luteijn - van Eik uit de kwart finale 1984 volgde 25.47-41? 28-33 =. Na 25.37-32 28x37 26.40-35 zijn er wat verschillen met de partij Luteijn - Knoops. Enerzijds is wit sterker op de korte vleugel. Anderzijds zijn er meer zetjes, waarmee rekening gehouden oet worden.

 

Tijdens de subtoptraining kwam het probleem 24...3-9 25.38-33 9-14 26.42-38 18-23 27.40-35 23-29 28.24-19 13x24 29.30x10 29-34 naar voren met grote remisetendensen. Geopperd werd 24...3-9 25.39-34 9-14 26.43-39 21-27 27.38-33 27-32 en wit laat gewoon slaan. De materiaalverdeling is dan van dien aard, dat het er goed uitziet voor wit.

 

De voortzetting 22...21-27 is scherper, dan het zich aanzienlijk liet aanzien. Het bezwaar van het alternatief 23.47-41 is het offer 23...27-32 24.38x27 14-20 25.33-29 20-25! Op de volgende zet wint zwart zijn stuk terug met 17-21x21 om vervolgens af te gaan op de verzwakte witte korte vleugel. Spelers beter in combinaties dan ik zouden desondanks voor 23.47-41 kunnen kiezen. De afwikkeling 25...13-19 26.24x13 18x9 27.27x7 8-12 28.7x18 27-32 29.37x28 17-21 is verleidelijk. Echter na afloop is de tussenzet 18-12 verschrikkelijk voor zwart.

 

Het verdere verloop van de partij roept een groot aantal vragen op. Misschien heeft Nico enige antwoorden? In de partij speelt wit steeds zo actief mogelijk om definitief verlies van schijf 37 uit te sluiten. De vraag is of beveiligende zetten als  24.40-35, 26.33-29 en 28.38-33 wel echt nodig zijn. Ook het zwarte spel laat allerlei vragen onbeantwoord. De ruil 24...13-19 streeft naar weerlegging van het offer via de verovering van de velde 23 en 24. Maar aangezien wit deze strijd wint, is het de vraag of 13-19 dan wel zo'n goede zet is.

 

De zwarte reactie op het offer is wat angstvallig. In plaats van 26...2-7 zijn andere acties te bedenken. Grappig is overigens dat de tussenloop 26...2-7 27.29-24 19-23 28.24-19 faalt op 28...14-20 29.19x28 22x44 30.31x13 44-50 X.

 

In diagram 17 verkeerde ik aanvankelijk in de veronderstelling, dat de boel roemloos remise zou lopen. De opstelling van de zwarte stukken op de korte vleugel met 6,11,16,17 is niet geweldig. Waarschijnlijk doet hij er goed aan bij de eerste de beste gelegenheid 17-21x22 te ruilen met activering van de stukken. Zwart speelde 40...3-9. Ik ben dagen bezig geweest om te kiezen uit het vervolg 47-42 en 48-43. Belangrijk is dat 40...3-9 41.48-43 18-22 42.31-27 22x31 43.26x37 9-14 44.43-39 14-19 45.39-34 precies op tijd is om schijf 23 te arresteren.