De diverse zwartspelers hebben aanvankelijk in deze stelling een behoorlijke
slaperigheid tentoongespreid. Er is hier of later geen enkele noodzaak om 11-16
te spelen. Steeds wordt op 33-28 geslagen met (22x33). Na 12...14-19 13.20-15
10-14 14.33-28 22x33 kan wit kiezen uit het verschrikkelijke 38x29 en een dam
naar 50. Na 12...14-19 13.20-15 10-14 is de schijnbaar aantrekkelijke zet
14.33-29 verhinderd door 14...22-28 met wederom een buitengewoon pijnlijke
damdreiging naar 50.
In diagram
2 staat wit dus echt verloren. Er dreigt 15...28-33 en 14-20x50. Op 15.38-32 28x37
16.41x32 volgt 16...17-22 17.26x28 14-20 18.15x24 19x30 19.28x19 13x33 20.39x28
30x50 X. Na 15.38-33 14-20 16.33x22 17x28 17.26x17 11x22 18.15x24 19x30 is er
geen kruid gewassen tegen de de dreiging 28-33x50 X.
Diagram 3 is een tijd lang de 'normaalstelling' van deze opening geweest. In de partij Auke Scholma - Gerard Jansen volgt de overgang naar de 'ouderwetse' varianten met 16...23-28. De Neo-Boom variant met 17.34-30 25x34 18.40x29 was toen nog niet bekend. Schijf 9 staat in deze variant beter op veld 10.
Scholma,A. - Jansen,G. NLD-ch, 24-04-1984,
2-0
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23
7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 5-10 10.37-31 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20
11-16 13.20-15 7-11 14.40-35 14-19 15.44-40 10-14 16.41-37 23-28 17.47-41 19-23
18.35-30 14-19 19.30-24 19x30 20.40-35 9-14 21.35x24 14-20 22.33-29 21-27
23.37-32 28x37 24.41x21 16x27 25.42-37 11-16 26.46-41 6-11 27.38-33 3-9 28.43-38
16-21 29.48-43 9-14 30.45-40 23-28 31.38-32 27x38 32.43x23 21-27 33.49-43 13-19
34.24x13 8x28 35.15x24 27-32 36.40-35 2-7 37.24-20 11-16 38.20x9 4x13 39.31-27
22x42 40.33x2 13-19 41.2x24 42-48 42.41-37 32x41 43.36x47 48-37 44.43-38 37-14
45.38-33 14-3 46.24-19 12-17 47.35-30 18-22 48.30-24 3-12 49.19-23 12-1 50.23-46
1-6 51.47-41 22-27 52.41-37 27-31 53.37-32 31-36 54.46-37 17-22 55.32-28 22-27
56.37-46 6-17 57.28-23 17-3 58.23-19 3-8 59.29-23 8-12 60.33-29 12-8 61.23-18
De
manoeuvre van wit uit de partij met 22.33-29 is inmiddels theorie. Maar
toentertijd was het volkomen nieuw. Na het aanvankelijk als gunstig beoordeelde 22...24-19 23.23x14 15x24 heeft wit
weinig speelvrijheid op de korte vleugel en in het centrum. Er zijn diverse
voorbeelden, waarbij hij compleet gewurgd werd. Opvangen
met 22.45-40 20x29 23.33x24 heeft het bezwaar 23...28-32 en 18-23x35 met vrijwel
beslissend voordeel. Daardoor had zwart niet tijdig in de gaten, dat er na 33-29
werkelijk iets aan de hand is.
In diagram 5 werd 27.38-33 gespeeld. Een opmerkelijke zet die zwart een ontsnapping lijkt te bieden. Tot dat moment kon zwart niet spelen op veld 28, vanwege de schijfwinst 38-32x23 en 22-27x30 kost gewoon een schijf. Logischer lijkt 27.37-32 om deze situatie te handhaven. Echter na 27...2-7 27.32x21 16x27 28.41-37 11-16 29.37-32 7-11 30.32x21 16x27 31.38-32 27x38 32.43x32 zit het zetje 32...25-30 X erin. Na 27.38-33 23-28 28.43-38 2-7 39.45-40 4-10 40.15x4 18-23 41.29x9 3x14 42.24x15 25-30 43.34x25 28-32 44.37x18 8-13 staat zwart niet minder. Maar misschien had hij geen tijd meer om deze redding te vinden.
Wal,van der,J. - Jansen,G. NLD-ch,
28-04-1984, 0-2
10.37-31 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20 11-16 13.20-15 7-11 14.40-35 14-19
15.44-40 10-14 16.33-29 19-24 17.29x20 14-19 18.41-37 25x14 19.35-30 22-27
20.31x22 17x28 21.26x17 12x21 22.36-31 11-17 23.46-41 21-26 24.38-32 17-21
25.42-38 6-11 26.30-24 19x30 27.34x25 8-12 28.40-35 2-8 29.45-40 11-17 30.41-36
17-22 31.35-30 14-19 32.30-24 19x30 33.25x34 13-19 34.34-30 9-13 35.30-25 19-24
36.40-35 24-29 37.39-34 29x40 38.35x44 28-33 39.38x29 23x34 40.32-28 22x33
41.43-39 34x43 42.49x29 13-19 43.25-20 3-9 44.29-24 19x30 45.20-14 9x20 46.15x35
8-13 47.35-30 13-19 48.44-40 18-23 49.40-35 23-28 50.30-24 19x30 51.35x24 12-17
52.24-20 17-22 53.20-14 21-27 54.48-43 4-10 55.14x5
In de partij Jannes van der Wal - Gerard Jansen werd de zet 16.33-29 gespeeld. Voorheen was 16.41-37 2-7 17.33-29 het verloop wat het meest gezien werd. Het verschil is een opgespeelde schijf 2 tegen schijf 37. De vraag is wat de belangrijkste verzwakking is. In de partij komt dit niet aan de orde, omdat Jannes na 16.33-29 19-24 17.29x20 14-19 de zet 41-37 alsnog speelt.
Opgemerkt moet worden, dat de zwarte zet 16...2-7 eigenlijk geen echte verzwakking is, tenzij het mogelijk is om schijf 23 serieus onder druk te zetten. In de partij blijkt 16.41-37 daarentegen wel een ernstige verzwakking door de manoeuvre 19...22-27 20.31x22 17x28 21.26x17 12x21. Op de manoeuvre 33-29 (19-24) 17.29x20 (14-19) heeft wit een aantal mogelijke voortzettingen t.w. 35-30 en 40-35; 34-30 en 39-34 resp. 20-14 en 34-29. Een interessante mogelijkheid na 16.41-37 2-7 17.33-29 19-24 18.29x20 14-19 19.20-14 19x10 is de tussenzet 20.47-41.
Het vaakst
is 16.41-37 2-7 17.33-29 gespeeld. Op beide momenten (52 resp 278 keer) komt de
reactie 35-30 en 40-35 het vaakste voor. De manoeuvre 34-30 en 39-34 is
opmerkelijk weinig gespeeld. Harm Wiersma suggereerde om alvorens 30-25 te
spelen eerst de opmars 49-44-39 te doen. Het bezwaar van direct 30-25 (19-24)
25-20 en 34-30x20 is dat zwart wellicht veld 24 of 29 onder controle krijgt. Na
eerst 49-44-39 heeft wit meer greep aan de korte vleugel. De zwartspelers
reageren vrijwel altijd met 22-27x28x21 en oefenen druk uit over veld 32. Het
opspelen van schijf 41 wordt dan zwaar bezuurd.
In de partij probeert wit aan de lange vleugel met 22.36-31? controle te veroveren. Deze 'frontale' actie wordt geen succes. Beter is 22.37-31 of 22.40-35. De vraag is dan wat 22.40-35 21-27 waard is. De opstelling met 40-35 geeft voortdurend de vraag wat er gebeurt op de vervolgzet 30-25. In principe kan dan 19-24 met positievoordeel, mits er geen zetje in zitten ingeleid door de forcing 38-33. De zet 19-24 is 3 keer gespeeld op 150 voorbeelden. De zet van Jannes 36-31? is meer dan 30 keer gespeeld. Slechts 10 zwartspelers wisten te winnen tegen 8 keer wit. Een kenmerkend voorbeeld is:
Zee,van der,H.
- Schwarzman,A. NLD-URS, 09-09-1988, 0-2
1.34-29 18-22 2.40-34 12-18 3.45-40 7-12 4.32-28 1-7 5.50-45 16-21 6.31-26 19-23
7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 5-10 10.37-31 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20
14-19 13.20-15 10-14 14.40-35 11-16 15.44-40 7-11 16.41-37 2-7 17.33-29 19-24
18.29x20 14-19 19.35-30 25x14 20.40-35 22-27 21.31x22 17x28 22.26x17 12x21
23.36-31 7-12 24.31-26 11-17 25.30-25 17-22 26.26x17 12x21 27.38-33 21-27
28.34-30 6-11 29.30-24 19x30 30.25x34 11-17 31.35-30 13-19 32.45-40 8-13
33.40-35 28-32 34.37x28 23x32 35.42-38 17-21 36.30-24 19x30 37.34x25 21-26
38.33-29 26-31 39.38-33 31-36 40.39-34 32-37 41.34-30 13-19 42.43-39 16-21
43.29-24 9-13 44.24-20 3-9 45.30-24 19x30 46.35x24 21-26 47.24-19 13x24 48.20x29
36-41 49.47x36 37-42 50.48x37 27-31 51.36x27 22x42 52.33-28 26-31 53.39-34 31-37
54.28-23 42-47 55.23x12 47x20 56.15x24 14-19 57.24x13 9x7
De uitval
naar 32, zoals in diagram 8 zie je niet vaak, terwijl het zo'n logische actie is
in dit soort stellingen. Schijf 32 is onaantastbaar, terwijl een hoop statische
stukken uit het zwarte centrum geactiveerd worden. Ook Rob Clerc beslist de
strijd over veld 32.
Wal,van der,J. - Clerc,R. NLD-ch, 06-04-1989, 0-2
16.41-37 2-7 17.33-29 19-24 18.29x20 14-19 19.35-30 25x14 20.40-35 22-27
21.31x22 17x28 22.26x17 12x21 23.36-31 7-12 24.31-26 11-17 25.30-25 17-22
26.26x17 12x21 27.38-33 6-11 28.46-41 21-26 29.41-36 16-21 30.35-30 21-27
31.37-31 26x37 32.42x31 8-12 33.45-40 27-32 34.31-26 11-16 35.33-29 12-17
36.48-42 16-21 37.47-41 21-27 38.40-35 17-21 39.26x17 22x11 40.43-38 32x43
41.39x48 11-17 42.49-43 17-21 43.41-37 28-32 44.37x28 23x32 45.29-24 21-26
46.24-20 18-22 47.34-29 3-8 48.42-37 32x41 49.36x47 13-18 50.29-23 18x29
51.30-24 19x30 52.35x33 27-31 53.48-42 31-37 54.42x31 26x37 55.43-39 22-27
Luteijn,F.
- Westerloo,van,H. NLD-ch sf1, 27-01-1985, 1-1
10.37-31 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20 14-19 13.20-15 11-16 14.40-35 7-11
15.44-40 2-7 16.41-37 10-14 17.33-29 22-27 18.31x22 17x28 19.26x17 11x22
20.38-32 16-21 21.36-31 7-11 22.31-26 11-17 23.29-24 19x30 24.35x24 14-19
25.34-30 25x34 26.39x30 9-14 27.30-25 19x30 28.25x34 6-11 29.43-38 13-19
30.48-43 8-13 31.34-29 23x34 32.32x23 18x29 33.38-33 29x38 34.40x29 12-18
35.42x33 19-23 36.49-44 23x34 37.44-39 21-27 38.39x30 27-31 39.46-41 31x42
40.47x38 18-23 41.45-40 22-27 42.40-34 17-22 43.33-29 23-28 44.43-39 11-17
45.38-33 3-9 46.30-25 27-32 47.34-30 13-18 48.30-24 9-13 49.24-20 4-9 50.29-24
17-21 51.26x17 22x11 52.33x22 18x27 53.39-33 11-17 54.33-28 32x23 55.24-19 13x24
56.20x18 27-32 57.25-20 14x25 58.15-10
In de partij Frits Luteijn - Herman van Westerloo ruilde zwart 17...22-27 i.p.v. de manoeuvre 19-24 en 14-19. Dit idee is in een 30-tal partijen toegepast. De stand rechts is drie keer voorgekomen. Alleen in onderstaande partij werd alert gereageerd:
Traitelowitsj,V. - Presman,A. URS-ch, 20-02-1988
21.29-24 19x30 22.35x24 14-19 23.42-38 19x30 24.34-29 23x34 25.32x23 18x29
26.40-35 22-27 27.35x33 25-30 28.33-28 30-35 29.39x30 35x24 =
Tijdens mijn partij tegen van Westerloo onderkende ik de gemiste mogelijkheid
een zet later. Daarna kwam het er niet meer van. Na 21.36-31 7-11 22.31-26 11-17
23.29-24 19x30 24.35x24 14-19 25.42-38 19x30 26.34-29 23x34 27.32x23 19x30
28.40-35 28-33 en 21-27x35 wint zwart.
In
de partij komt zwart erg goed te staan. In diagram 11 speelde hij 30...8-13? en
ik kon ontsnappen met de ruil 34-29x29. Veel beter is 30...19-24. Na 31.34-29
24x33 32.38x29 23x34 33.40x29 21-27 is er sprake van vrijwel beslissend
voordeel. In diagram 12 wordt het dammetje 42...27-32; 4-10 en 13-18x48
natuurlijk gewoon toegelaten.
Tijdens de partij heb ik mij afgevraagd of in plaats van 17.33-29 de voortzetting 17.47-41 wellicht wat zou zijn. Inmiddels is het 59 keer gespeeld. De Chizhov ruil 22-27x28x27x21 is daarop 16 keer voorkomen. Ik vreesde vooral 17...22-28 18.33x22 17x28 19.26x17 11x22 en 20.38-32 is verhinderd door een dammetje. Zowel 20.31-26 als 20.31-27x26 zijn gespeeld.
Een finesse waar zwart rekening mee moet houden is 20.31-27 22x31 21.36x27 16-21 22.26x17 12x21 23.42-37 8-12 24.38-32 6-11? 25.39-33 en 32-27x6 X. De stand is driemaal voorgekomen. Tweemaal had ik zwart:
Bronstring,E.
- Luteijn,F. Blokken RDG, 30-03-1990, 0-2
17.47-41 22-28 18.33x22 17x28 19.26x17 11x22 20.31-27 22x31 21.37x26 16-21
22.26x17 12x21 23.42-37 8-12 24.36-31 21-26 25.41-36 7-11 26.38-32 11-17
27.31-27 6-11 28.43-38 19-24 29.49-43 24-29 30.35-30 14-19 31.40-35 29x40
32.45x34 9-14 33.36-31 11-16 34.48-42 17-21 35.38-33 4-9 36.33x22 14-20
Klein,de,S.J. - Luteijn,F. RDG oc, 09-02-1990, 0-2
17.47-41 22-28 18.33x22 17x28 19.26x17 11x22 20.31-27 22x31 21.37x26 16-21
22.26x17 12x21 23.42-37 8-12 24.36-31 21-26 25.41-36 6-11 26.38-32 11-17
27.31-27 7-11 28.36-31 11-16 29.43-38 19-24 30.49-43 24-29 31.46-41 14-19
32.41-36 17-21 33.35-30 9-14 34.40-35 29x40 35.45x34 28-33 36.39x28 23-29
37.34x23 25x34 38.27-22 18x29 39.22-17 3-9 40.17x8 13x2 41.31-27 9-13 42.27-22
2-7 43.43-39 34x43 44.48x39 19-24 45.37-31 26x37 46.32x41 21-26 47.41-37 16-21
48.37-32 14-19 49.36-31 26x37 50.32x41 7-12 51.39-34 29x40 52.35x44 12-18