De tweede helft van de partij is niet bijzonder interessant. Behoudens als rariteit. Geleidelijk aan stopt wit er steeds meer materiaal in. Zelfs voor een schijf achten de heren grootmeesters bij mij thuis zulke doorbraken al te duur. Aan alle kanten moet het remise zijn. Misschien zijn er zelfs wel winstkansen. Het waren alvast kostbare punten, die verloren gingen. De wedstrijd werd met 11-9 gewonnen door VAD.

 

Bastiaannet,J. - Luteijn,F. NLD-chT, 10-11-1984
1.32-28 17-21 2.33-29 20-25 3.39-33 11-17 4.44-39 6-11 5.50-44 1-6 6.31-26 18-22 7.37-31 13-18 8.41-37 19-23 9.28x19 14x23 10.38-32 21-27 11.32x21 16x27 12.42-38 8-13 13.37-32 11-16 14.32x21 16x27 15.48-42 23-28 16.42-37 10-14 17.47-41 7-11 18.35-30 3-8 19.40-35 11-16 20.45-40 6-11 21.37-32 28x37 22.41x21 16x27 23.38-32 27x38 24.43x32 14-20 25.30-24 4-10 26.49-43 18-23 27.29x16 20x49 28.32-28 22x33 29.39x28 13-18 30.28-22 17x28 31.31-27 49x21 32.26x17 28-32 33.46-41 32-38 34.44-39 38-42 35.41-37 42x31 36.36x27 8-12 37.17x8 2x13 38.27-21 18-23 39.16-11 23-28 40.39-33 28x30 41.35x24 13-18 42.21-17 18-23 43.24-19 23x14 44.11-7 14-19 45.7-1 9-13 46.1-34 19-24 47.17-11 13-19 48.34-43 24-30 49.11-7 19-24 50.40-35 10-14 51.7-1 14-19 52.1-45 X
 

De eerste zetten van de opening zijn vergelijkbaar met die van de partij Luteijn - Koeperman. Je ziet deze behandeling van de opening niet vaak meer tegenwoordig. Er zijn slechts 264 voorbeelden van de zet 3...11-17. Zelfs grootmeesters laten de twee om twee, waar wit in deze opening mee dreigt, gewoon toe. Soms moet schijf 20 inderdaad naar veld 25. Maar dat kan altijd nog wel. De combinatie van de zetten 32-28 en 33-29 wordt dan ook weinig meer gebezigd. In de zettenreeks 1.33-29 20-25 2.32-28 ruilen veel zwartspelers 17-22x22. In de reeks 1.32-28 17-21 2.33-29 21-26 3.39-33 komt na enkele zetten meestal de ruil 20-24x24 met kansrijk klassiek op het bord. Ook in de flankspelvariant uit deze partij heeft schijf 25 lange tijd geen enkele nuttige functie.

 

Diagram 1 is 116 keer voorgekomen.  Daarvan is 58 keer geantwoord met 6...19-23x23 en slechts 52 keer 6...18-22. De laatste zet wordt vooral gespeeld uit automatisme, want 6...19-23 (diagram 2) lijkt aangewezen. Daarop zijn een groot aantal zetten geprobeerd. Na 8.33-28x28 volgt vaak de hergroepering 15-20-24x14 en zwart heeft een perspectiefrijke stand. Na betreding van veld 32 komt de zwarte korte vleugel in beweging. De interessantste zet lijkt mij 8.35-30. Vijf keer is de variant 8.35-30 10-14 9.30-24 14-20 10.33-28 23x32 11.37x28 op het bord geweest. Dat is na 11...21-27 precies wat zwart graag zou willen. Omsingelingskansen en druk tegen het witte centrum.

 

Inclusief zettenwisselingen is de stand na 6...18-22 zelfs 73 keer op het bord geweest. Daarvan werd 39 keer gereageerd met het weinig ambitieuze 7.37-32 (21-27) en zwart heeft weinig problemen. Er volgen meestal ruilen als 38-32x32, 19-23x23, 32-27x37 en 15-20-24x14, waarna zwart met de opgeloste schijven 15 en 16 iets flexibeler staat.

 

Interessanter lijkt de zet van Johan 7.37-31. Maar de twee om twee 7...19-23 is dan wel wat jammer. Wit heeft theoretisch voordeel, dat in de praktijk weinig lijkt voor te stellen (11 keer). Meerdere malen heeft de leuke finesse 7...19-23 8.29x27 21x23 9.41-37 13-18 10.46-41 9-13 11.37-32? zich voorgedaan (diagram 3). Zwart kan daar naar dam via 11...25-30!! Deze gaat er voor gelijk materiaal maar met aanzienlijk positienadeel voor wit weer vanaf.

 

Indertijd overschatte ik en vele anderen de zwarte stelling een beetje. Tegenwoordig acht men de witte stelling kansrijker. Het in de partij gespeelde 8...19-23 zou tegenwoordig vervangen worden door het rustiger 9-13. Overigens heeft deze stand zich maar drie keer voorgedaan. Cock van Leeuwen eindigde tegen mij in een ongebruikelijke Keller:

 

Leeuwen,van,C. - Luteijn,F. NLD-ch sf2, 22-01-1983
8.41-37 19-23 9.28x19 14x23 10.35-30 9-13 11.30-24 3-9 12.47-41 23-28 13.40-35 10-14 14.24-20 15x24 15.29x20 14-19 16.20-15 9-14 17.44-40 5-10 18.34-29 21-27 19.40-34 19-23 20.29-24 14-19 21.45-40 19x30 22.35x24 17-21 23.26x17 12x21 24.40-35 21-26 25.34-30 25x34 26.39x30 28x39 27.43x34 13-19 28.24x13 18x9 29.38-33 7-12 30.42-38 23-28 31.33-29 28-33 32.48-43 33x24 33.30x19 9-14 34.19-13 8x19 35.34-29 2-7 36.29-24 19x30 37.35x24 12-18 38.43-39 14-19 39.24x13 18x9 40.49-44 7-12 41.38-33 12-17 42.33-28 X

 

Diagram 5 toont een belangrijk moment uit deze partij. Meer voor de hand ligt het verloop 24.31-26 7-12 25.26x17 12x21 26.37-31 21-26 27.45-40 23x45 28.49-44 26x37 29.41x3 45-50 30.3-17 en zwart kan de witte dam er vanaf halen tegen een enorme prijs, terwijl de eigen dam nog steeds weinig toekomst lijkt te hebben.
 

Mijn opvattingen over de Keller zijn in de loop der tijden aan verandering onderhevig geweest. Tijdens de partij heb ik aandacht besteed aan de vraag of ik wit wel of niet op veld 15 wilde toelaten. Tegenwoordig zou ik een dergelijke ontwikkeling blindelings toelaten als de minst erge van de vele kwaden.

 

De zet gespeelde zet 12...8-13 was bedoeld om voldoende tijd te hebben om 10-14-20 te spelen. Na 12...9-13 13.35-30 10-14 14.30-24 14-20 15.37-32 11-16 (3-9 en 22-28 komt niet echt in aanmerking, vanwege zetjes respectievelijk positionele redenen) 16.32x21 16x27 17.38-32 27x38 18.43x32. Met schijf 8 op 9 zou dit niet kunnen.  Een verloop als 12...9-13 13.35-30 23-28 14.30-24 3-9 15.47-41 10-14 16.24-20 15x24 17.29x20 5-10 18.20-15 11-16 19.34-30 25x34 20.40x29 werd terecht als weinig aantrekkelijk voor zwart getaxeerd.

 

De grote terugruil met 22-28 op 13.37-32 is positioneel gezien nauwelijks een optie in verband met de randschijf op 25. In diagram 7 dreigt wit met de schijfwinst 33-28 (ook na 6-11 of 7-11 is dat een dreiging). De enige manier om dat nog een beetje te stuiten is 15...13-19, maar dan gaat de aanval 42-37-32 lopen en de zwarte korte vleugel wordt kaal gegeten. Zetten als het gespeelde 15...23-28 zijn in dit soort standen eigenlijk noodgrepen. 

 

In diagram 8 speelde zwart de zet 17...7-11. Een vreemde zet kennelijk bedoeld om na 37-32 en 22-28x16 nog een (tamelijk waardeloze) formatie te hebben op de korte vleugel. De zet 17...6-11 18.37-32 28x37 19.41x21 11-16 laat diverse wendingen toe ingeleid met 29-24-20. Echt iets om van te smullen voor Alexander Schwarzman. Zowel direct 34-30 en 33-28x2 als 26-21 en 34-30x28 geeft eindspelen, waarbij zwart tamelijk veel materiaal in zijn dam heeft geïnvesteerd. Het lijkt echter allemaal nog wel te kunnen. Na 20.46-41 16x27 21.41-37 7-11 22.37-32 11-16 23.32x21 16x27 zie ik ook niet hoe wit moet doordrukken.

 

De situatie blijft tamelijk kritisch voor zwart. De voortzetting 19...11-16 is vrijwel gedwongen. Na 19...5-10 20.44-40 11-16 21.30-24 is 'Leiden in last'. De voortzetting 21...14-20 faalt op de schijfwinst 22.24-19 en 29-23 X. Na 19...11-16 20.44-40 6-11 21.30-24 kan zwart nog 21...14-20 spelen, omdat wit na 24-19 en 29-23 naar veld 3 moet slaan.

 

De voortzetting 19...11-16 20.45-40 was een aangename verrassing. Ik maakte mij vooral zorgen over 20.30-24. Na 20...14-20 21.38-32 27x38 22.43x23 is het niet eenvoudig om het stuk terug te winnen. Op 22...9-14 23.23-19 14x23 24.37-32 13-19 25.24x13 8x19 26.31-27 22x31 27.36x27 heeft wit een goede tot gewonnen stelling. Na 22...6-11 23.23-19 5-10 24.37-32 22-27 lijkt zwart het stuk op den duur te kunnen heroveren.

 

De Keller 19...11-16 20.30-24 6-11 21.24-20 15x24 22.29x20 14-19 23.20-15 5-10 24.34-29 10-14 is erg slecht vanwege de voortdurende omknelling dreigingen ingeleid met 37-32 respectievelijk 38-32. Er zou kunnen volgen 25.44-40 19-23 26.37-32 28x37 27.41x21 16x27 28.46-41 23x34 27.40x29 14-19 28.45-40 19-23 29.40-34 23-28 30.41-37 2-7 31.38-32 en het gaat misschien nog wel voor zwart.

 

Wit speelt wederom de kenmerkende manoeuvre 37-32 gevolgd door 38-32. Na de partij werd opgemerkt, dat eerst bijtrekken van schijf 46 kansrijker is dan direct 23.38-32x32. Nu wordt hij via het erg pijnlijke 14-20 tot ongewenste, overhaaste beslissingen gedwongen op de korte vleugel. 

 

In het laatste diagram wikkelde zwart via 25...4-10 26.49-43?! 18-23 af naar het dramatisch verlopen eindspel. In de partij werd ook aandacht besteed aan de mogelijkheid 25...2-7. Dat dreigt met 22-27 en 18-23 X. Dat is onder deze omstandigheden een verschrikkelijke dreiging. Soms heb je in zulke standen nog de meerslagfinesse 34-29. Hier komt dat nooit in aanmerking vanwege het open veld 45 en het doorslaan met de nutteloze slag naar 14.

 

In de partij werd 25...2-7 nagelaten, vanwege de reactie 26.33-28 22x33 27.39x28 18-22 28.26-21 17x37 29.28x6 37x28 30.6-1 28-33 en 7-11=. De variant 25...2-7 26.33-28 22x33 27.39x28 4-10 28.44-39 (anders een dam naar 50) 18-22 29.49-44 22x33 30.39x28 9-14 met eventueel een doorbraak naar 45 werd mij wat te schimmig. De bedoeling van 25...4-10 was de variant 26.46-41 2-7 27.41-37 (33-28 ?) 22-27! Het stoutmoedige 25...4-10 26.49-43 uit de partij kwam als een complete verrassing. Tijdnood is verschrikkelijk in zulke eindspelen.