Er zijn twee varianten in deze opening t.w. slaan met schijf 18 en met 20. Tegen Jeroen Goudt en tegen Cor Koene heb ik mogen ondervinden hoe moeilijk het is om met de slag 10...20x29 iets te bereiken. Bij elkaar heb ik 19 partijen aldus gespeeld. Overwinningen in correspondentiedampartijen tegen Arie de Graaf, Cyril Sluisdom, Henk van Marle, Jetze Veenstra, etc. maken al die nederlagen , die ik er ook mee heb geleden meer dan goed.
Goudt,J. - Luteijn,F. NLD-ch sf1, 05-01-1985
1.32-28 18-22 2.37-32 12-18 3.41-37 7-12 4.46-41 1-7 5.34-30 20-25 6.30-24 19x30
7.35x24 14-20 8.33-29 22x33 9.39x28 17-21 10.29-23 20x29 11.23x34 21-26 12.44-39
11-17 13.38-33 10-14 14.42-38 5-10 15.50-44 17-21 16.47-42 14-20 17.31-27 9-14
18.33-29 3-9 19.39-33 20-24 20.29x20 15x24 21.43-39 10-15 22.36-31 14-19
23.41-36 24-30 24.49-43 18-23 25.40-35 6-11 26.35x24 19x30 27.28x19 13x24
28.33-28 15-20 29.38-33 4-10 30.34-29 8-13 31.45-40 30-35 32.40-34 24-30
33.42-38 10-15 34.44-40 35x44 35.39x50 30x39 36.43x34 13-19 37.48-43 2-8
38.50-44 8-13 39.44-40 9-14 40.40-35 12-17 41.35-30 13-18 42.43-39 18-23
43.29x18 20-24 44.18-13 24x35 45.13x24 7-12 46.33-29 25-30 47.34x25 35-40
48.38-33 15-20 49.24x15 40-45 50.29-24 12-18 51.24-20 14-19 52.20-14 19x10
53.15x4 X
Tegen Jeroen Goudt was ik al met al niet helemaal onvoorbereid. In diagram 1 de kenmerkende opstelling uit deze variant. Zwart moet op een of andere manier schijf 18 zien kwijt te raken, zodra de lange vleugel opsluiting in zicht komt. Het is bijvoorbeeld belangrijk om niet te snel veld 19 te bezetten. Wit kan dan ontwikkelen met 28-23xx23. In de diagramstand is het grote vraagstuk of zwart met 17-22x21 het witte centrum wat afzwakt of 17-21 speelt. In de variant met 17-22x21 moet zwart heel erg geduldig zijn om tot een lange vleugel opsluiting te komen. Maar hij loopt wat minder risico. Een belangrijke partij is:
Clerc,R. - Hermelink,F. NLD-ch, 06-04-1977
13.42-38 10-14 14.47-42 17-22 15.28x17 12x21 16.31-27 5-10 17.44-39 13-19
18.36-31 15-20 19.41-36 18-23 20.50-44 8-12 21.33-28 3-8 22.39-33 8-13 23.44-39
10-15 24.40-35 4-10 25.49-44 2-8 26.33-29 6-11 27.29x18 13x33 28.39x28 19-23
29.28x19 14x23 30.44-39 9-14 31.38-33 23-29 32.33x24 20x40 33.45x34 12-18
34.43-38 18-23 35.38-33 7-12 36.33-28 11-17 37.28x19 14x23 38.39-33 8-13
39.33-28 23-29 40.34x23 10-14 41.42-38 12-18 42.23x12 17x8 43.28-22 8-12
44.38-33 12-18 45.33-29 25-30 46.35x24 14-19 47.48-43 19x30 48.43-39 15-20
49.39-33 30-35 50.33-28 35-40 51.28-23 40-44 52.23x12 44-50 53.22-18 13x22
54.27x18 21-27 55.31x22 50x8 56.29-23 1-1 (2.48/2.47)
Het idee om schijf 18 over veld 23 weg te
werken is daarna talrijke malen geprobeerd. Opmerkelijk genoeg maakt het voor
dit idee niet veel uit of zwart ruilt met 17-22x21 of 17-21 speelt. Steeds moet
hij op een gegeven moment een pijnlijk tempo maken (26...6-11). Het schema uit
mijn partij tegen Jeroen Goudt met een half oog naar de ruil 18-23x24 is minder
bekend. Ik heb het een paar keer geprobeerd met wisselend succes. Tegen Goudt
komt het er niet van, omdat hij op een gegeven moment met 33-29 komt. Best
enigszins trots ben ik op onderstaande partijen. Met behulp van een hoge lange
vleugel opsluiting drijft zwart zijn tegenstander door het centrum.
Graaf,de,A. - Luteijn,F. NLD-chC, 01-01-1995
13.42-38 17-22 14.28x17 12x21 15.33-28 7-12 16.44-39 10-14 17.39-33 5-10
18.49-44 18-23 19.28x19 13x24 20.44-39 15-20 21.32-28 9-13 22.47-42 14-19
23.38-32 12-18 24.42-38 18-23 25.31-27 8-12 26.40-35 10-15 27.45-40 3-8 28.36-31
24-30 29.35x24 19x30 30.28x19 13x24 31.40-35 8-13 32.33-28 4-9 33.41-36 9-14
34.38-33 24-29 35.33x24 20x40 36.35x44 13-19 37.44-40 14-20 38.40-34 12-18
39.43-38 18-23 40.38-33 19-24 41.28x19 24x13 42.33-28 13-19 43.48-42 20-24
44.42-38 2-8 45.38-33 19-23 46.28x19 24x13 47.50-45 30-35 48.34-29 15-20
49.29-23 X
Na het
openbreken van de stelling is het zwarte voordeel maar gering. Ik kan mij niet
herinneren een partij, waar ik zoveel tijd en energie heb gestoken in de
uiteindelijke winstvoering. Wit maakt in het afspel nogal wat fouten, meen ik
mij te herinneren. Een zet als 47.50-45 kan het toch niet zijn ? Ik zal eens
gaan zoeken naar een analyse, die ik indertijd heb gemaakt.
Marle,van,H. - Luteijn,F. NLD-chC,
01-01-1995
13.42-38 10-14 14.44-39 5-10 15.47-42 14-20 16.31-27 17-21 17.36-31 9-14
18.41-36 18-23 19.28x19 13x24 20.33-28 8-13 21.39-33 2-8 22.43-39 14-19 23.34-29
4-9 24.40-34 24-30 25.45-40 19-23 26.29x18 12x23 27.28x19 13x24 28.40-35 8-13
29.49-44 10-14 30.33-28 7-12 31.44-40 14-19 32.50-45 6-11 33.39-33 30x39
34.33x44 3-8 35.44-39 9-14 36.48-43 12-18 37.39-33 8-12 38.43-39 18-23 39.39-34
23-29 40.34x23 24-30 41.35x24 20x18 42.40-34 14-20 43.33-29 20-24 44.29x20 25x14
45.38-33 19-24 46.42-38 14-20 47.28-22 20-25 48.45-40 13-19 49.22x13 19x8
50.33-28 8-13 51.40-35 13-19 52.27-22 21-27 53.32x21 16x18 54.28-22 18x27
55.31x22 11-16 56.36-31 12-17 57.22x11 16x7 58.31-27 19-23 59.27-22 7-11
60.38-33 23-28 61.22-17 28x30 62.17x6 30-34 X
Deze partij wordt gekenmerkt door een herhaalde terugkeer naar veld 18 door zwart. Steeds is de bevrijding 27-22 niet aan de orde. In beide partijen is het principe te zien, waarbij zwart zonder min mogelijk ruilt aan de lange vleugel. De materiaal verhouding is namelijk in het voordeel voor wit aan deze vleugel. Dat blijkt vanzelf bij de bestudering van partijen, waarin wel veel geruild wordt. Als zwart erin slaagt daar sterk te blijven, dan wordt zijn tegenstander het centrum in gedreven, waar hij aan het tempodwang ten onder gaat.
Je
zult het bijna niet geloven met zoveel ervaring, dat ik mij in nevenstaande
diagramstand zozeer kan vergissen. Ik vergeet in mijn partij met Jeroen Goudt de
tempo's uit te tellen en speel de vingerzet 21...10-15? De gevolgen zijn
ernstig. Wit kan zomaar ontsnappen over veld 22. Voorts zijn er een hele reeks
andere problemen, waarover later.
In de diagramstand links kan zwart zich al deze ellende besparen met het alerte 21...14-19! De ruil 27-22 en 28-23x31 lost het ontwikkelingsprobleem van de zwarte lange vleugel niet op. Na 22.36-31 24-30 23.41-36 18-23 24.40-35 10-15 krijgt wit vrijwel beslissend nadeel. Zie bovenstaande voorbeelden. Overigens moet opgemerkt worden, dat de uitval naar 23 via de zettenreeks 21...14-19 22.49-43 18-23 23.34-29 en 28-23 vervelend blijft voor zwart.
In het partijverloop met schijf 6 eraan geloven, wil ik de lange vleugel opsluiting op het bord houden. Het opspelen van schijf 6 is in dit soort stellingen verboden volgens Evert Bronstring zelfs als het wint. De schijf op 11 maakt voor wit een wereld van verschil in eindspelen. Na 25...4-10 26.35x24 19x30 27.28x19 13x24 in diagram 9 kan de bevrijding 28.27-22 vanwege de finesse 21-27? 29.32x21 16x18? 39.37-31 X. Ook na het gespeelde 25...6-11 blijft dit soort finesses voortdurend een rol spelen. In plaats van 25...6-11 is 25...7-11 niet beter, omdat wit met 33-28 de twee om twee naar veld 7 erin brengt en er nog meer positioneel bloed moet vloeien om deze dreiging de baas te blijven.
Aan deze
stelling besteedde mijn tegenstander verbazingwekkend weinig tijd, terwijl er
toch best wat mogelijkheden zijn om het de zwartspeler moeilijk te maken. Steeds
moet zwart waken voor de finesse 27-22 met bevrijding. Een ander probleem is de
opmars van 44-40 op een moment, dat 30-35 verhinderd is door 34-30. In verband
daarmee komt de zwarte opbouw 28.33-28 8-13 of 9-14 nauwelijks in aanmerking.
Ook na de zetten 28.33-28, 38-33 en 42-38 blijft het probleem met 44-40 lastig.
Wit toonde nauwelijks interesse in deze mogelijkheden, zoals uit het
partijverloop blijkt.
Ook in deze partij doet zwart er van alles aan om het ruiltempo op de lange vleugel zoveel mogelijk te vertragen. Slaagt wit erin het ruilen op gang te krijgen, dan is het niets meer voor zwart. Het speet mij tijdens de partij zeer, dat ik helemaal niets tegen de dreiging 44-40 met ruilen kon ondernemen. Een voorbeeld, waarin zwart niet anders kon dan op remise aan te sturen zien we in de partij Schotanus - Luteijn.