Dordrecht - Wim IJzerman is een vaste deelnemer aan het Nederlands kampioenschap sinds jaren. Het is mij nog nooit gelukt voor zover ik na kan gaan hem ooit serieus in moeilijkheden te brengen. Ik ben dus best een beetje trots op de onderstaande partij.


33: Frits Luteijn - Wim IJzerman
01.34-29 17-21 02.40-34 21-26 03.45-40 11-17 04.50-45 06-11 05.32-28 17-21 06.38-32 20-24 07.29*20 15*24 08.31-27 10-15 09.43-38 18-23 10.49-43 14-20 11.27-22 24-29 12.33*24 20*29 13.34-30 09-14 14.30-25 12-17 15.36-31 07-12 16.31-27 12-18 17.39-34 15-20 18.44-39 20-24 19.34-30 05-10 20.39-34 10-15 21.25-20 14*25 22.43-39 29-33 23.38*20 15*24 24.39-33 01-06 25.42-38 04-09 26.47-42 26-31 27.27*36 18*27 28.34-29 23*34 29.40*20 25*14 30.45-40 02-07 31.30-25 13-18 32.28-22 17*3933.40-34 39*30 34.35*31 14-20 35.25*14 09*20 36.38-33 20-25 37.48-43 21-26 38.43-39 07-12 39.31-27 08-13 40.42-38 25-30 41.32-28 30-35 42.39-34 03-09 43.33-29 09-14 44.37-31 26*37 45.41*32 14-20 46.28-23 20-25 47.29-24 11-17 48.23-19 25-30 49.34*25 35-40 50.19*08 12*03 51.25-20 40-44 52.20-14 44-49 53.14-10 49-40 54.24-20 40-01 55.20-14 03-08 56.10-05 01-29 57.05-10 29*42 58.10-15 42-48 59.14-10 8-12 60.10-5 12-18 61.32-28 17-21 62.27-22 18x27 63.15-42 X


Het openingsidee werd mij opgedrongen door Alexander Schwarzman. Hij beweerde, dat het een van zijn lijfopeningen was. In Turbo dambase bleek daar niets van. Daar staan slechts een beperkt aantal voorbeelden. Geen ervan met de naam Schwarzman. De kwestie uit deze partij, dat wit het laatste tempo heeft, is nooit aan de orde gesteld. Tweemaal heeft het kunnen gebeuren, maar de witspelers misten het idee:

 

Terwel,B. - Winkel,S. The Hague, 13-07-2003, 0-2

11.27-22 24-29 12.33x24 20x29 13.34-30 5-10 14.30-25 12-17 15.36-31 9-14 16.31-27 7-12 17.39-34 15-20 18.34-30 20-24 19.44-39 12-18 20.39-33 8-12 21.41-36 10-15 22.43-39 4-9 23.39-34 2-8 24.37-31 26x37 25.42x31 21-26 26.47-42 26x37 27.42x31 14-20 28.25x14 19x10 29.30x19 23x14 30.34x23 18x29 31.33x24 12-18 32.31-26 18-23 33.28x19 17x37 34.40-34 14x23 35.34-30 23-28 36.36-31 10-14 37.31x42 14-20 38.24-19 13x24 39.30x19 9-13 40.19-14 20x9 41.45-40 1-6 42.48-43 8-12 43.46-41 12-18 44.41-37 11-17 45.38-32

 

In de diagramstand kan wit winnen met het offer 24.25-20 X. Het is gewoon een kwestie van tempozetten tellen. Opgemerkt moet worden, dat hier en in het andere voorbeeld wit aanmerkelijk beter eerst veld 34 kan sluiten in plaats van veld 33. Het winnende offer 25-20 kan dan vele zetten eerder gespeeld worden zonder dat je je klem hoeft te rekenen aan allerlei afwikkeling ingeleid met 14-20. 

 

Golubeva,Z. - Lith,van,K. WchW, 29-09-1996, 0-2

11.27-22 24-29 12.33x24 20x29 13.34-30 5-10 14.30-25 12-17 15.36-31 10-14 16.31-27 7-12 17.41-36 1-6 18.47-41 12-18 19.39-34 15-20 20.34-30 20-24 21.44-39 4-10 22.39-33 10-15 23.36-31 2-7 24.43-39 14-20 25.25x14 19x10 26.30x19 23x14 27.33x24 18-23 28.28x19 17x28 29.32x23 21x34 30.40x29 7-12

 

In de diagramstand is 22.39-34! aanmerkelijk kansrijker. Op 22...10-15 23.25-20 14x25 24.43-39 29-33 etc. ontstaat het verloop van de partij Luteijn - IJzerman. Overigens wint in dit geval ook het simpele 22.39-34 10-15 23.43-39, omdat er niets in zit voor zwart na 23...14-20 24.25x14 19x10 of 24...9x20. De transactie 24...9x20 25.30-25 8-12 26.25x14 19x10 27.28x30 17x28 28.34x23 blijft een stuk achter.

 

Alexander waarschuwde mij voor duizelingwekkende complicaties. Maar kennelijk was hij vooral oprecht benieuwd wat er zou gebeuren als twee echt sterke spelers het systeem eens zouden uitvechten. De opening is inmiddels 83 keer voorgekomen. De zet 11.27-22 is 43 keer gespeeld. De reactie 11...24-29 is 29 keer gespeeld. Het is iets van de laatste tijd. Voorheen werd vaak 11-17 en 21-27x6 gespeeld. Dat is mij ook eens overkomen in het WK. Het werd niet veel meer, hoewel wit natuurlijk aanmerkelijk makkelijker staat.

 

Na het scherpe 11...24-29 12.33x24 20x29 kan wit altijd de oversteek van schijf 36 naar 27 realiseren met een Ghestem opstelling. Dat gebeurt niet altijd. Soms laat wit het aankomen op de strijd rond de wederzijdse kerkhofruit bezetting. Gezien de materiaalverdeling zou dat best kansrijk moeten zijn voor wit. Het komt er meestal niet uit. Een mooi voorbeeld is de partij:

 

Tsjoelkow,A. - Presman,A. URS-ch sf2, 24-12-1987, 2-0

11.27-22 24-29 12.33x24 20x29 13.34-30 9-14 14.30-25 12-17 15.35-30 8-12 16.40-35 4-9 17.44-40 12-18 18.37-31 18x27 19.31x22 2-8 20.39-33 14-20 21.25x14 9x20 22.33x24 20x29 23.40-34 29x40 24.45x34 5-10 25.32-27 23x32 26.42-37 17x28 27.37-31 26x37 28.43-39 32x43 29.41x5 21x32 30.5x37 43-49 31.30-25 49-21 32.34-30 7-12 33.39-34 11-17 34.30-24 17-22 35.37-42 21-17 36.34-30 17-6 37.24-20 15x24 38.30x19 13x24 39.42x15 12-18 40.25-20 18-23 41.35-30 23-29 42.30-25 8-13 43.15-10 29-34 44.20-15 34-39 45.10-41 39-44 46.15-10 44-50 47.10-5 13-18 48.5-37 50-33 49.37-42 33-39 50.42-33 39x28 51.41x12 22-28 52.25-20 28-33 53.48-43 6-22 54.20-15

 

Het eindspel zou gewoon remise moeten zijn, maar biedt wit grote praktische kansen. Het is typisch een afwikkeling, die je blindelings in een correspondentie dampartij zou moeten nemen. Dan heb je de komende dertig zetten geen last van Truus. In dit soort veel dammen eindspelen doet Truus niet of nauwelijks mee, zodat de sterkste speler kan winnen.

 

Na 13.34-30 wordt vrijwel altijd 13...5-10 gespeeld en krijgt wit de kans de oversteek 36-31-27 te spelen. De zet van IJzerman 13...9-14 is minder. Vooral vanwege het tempoprobleem, dat later de partij besliste. De formatie 4,9,13 heeft in de praktijk menig zwartspeler uit de brand geholpen.

 

Georgiev,A. - Wiersma,H. EU-ch, 16-09-1999, 0-2

11.27-22 24-29 12.33x24 20x29 13.34-30 5-10 14.36-31 10-14 15.31-27 12-17 16.41-36 7-12 17.39-34 15-20 18.30-25 20-24 19.34-30 13-18 20.22x13 9x18 21.44-39 8-13 22.37-31 26x37 23.42x31 21-26 24.47-42 26x37 25.42x31 2-8 26.39-33 17-21 27.31-26 1-6 28.26x17 11x31 29.36x27 12-17 30.46-41 8-12 31.48-42 17-21 32.28-22 21-26 33.41-37 6-11 34.43-39 11-17 35.22x11 16x7 36.33-28 7-11 37.40-34 29x40 38.35x44 24x35 39.45-40 3-8 40.38-33 4-10 41.42-38 10-15 42.40-34 15-20 43.44-40 35x44 44.39x50 20-24 45.50-45 23-29 46.34x23 18x29 47.45-40 13-18 48.28-22 8-13 49.32-28 11-16 50.38-32 29x38 51.32x43 24-29 52.43-38 19-24 53.37-31 26x37 54.27-21 18x27 55.21x41 16-21 56.38-32 13-18 57.41-37 12-17 58.28-23 18-22

 

De kenmerkende opstelling staat in diagram 6. Zwart ontdoet zich van de witte schijf 22 met 13-18x18 en wint de overblijvende klassieke stand. In diagram 7 kan wit zich eveneens ontdoen van de Ghestem via 31.40-34x34-29x39. Waarschijnlijk zag Georgiev daarvan af, omdat de overblijvende tempoklassieke stand schier hopeloos lijkt voor wit. Zwart heeft controle en veel tempi ontwikkelingsachterstand. Schijf 4 kan in geval van nood richting veld 15 om het offer van Dussaut te stoppen. In de partij speelde Georgiev in diagram 6 de zet 19.34-30. Later deed Valneris het anders en werd verrast door de unieke wending:

 

Valneris,G. - Petryla,E. Bijlmer GMA, 13-08-2000

11.27-22 24-29 12.33x24 20x29 13.34-30 5-10 14.36-31 10-14 15.31-27 12-17 16.41-36 7-12 17.39-34 15-20 18.30-25 20-24 19.44-39 1-6 20.39-33 24-30 21.35x24 19x39 22.28x10 4x15 23.43x23 17x39 24.40-34 39x30 25.25x34 13-18 26.45-40 18x29 27.34x23 8-13 28.27-22 11-17 29.22x11 6x17 30.32-28 13-18 31.47-41 18x29 32.28-22 17x28 33.37-31 26x37 34.41x34 =

 

Gelukkig voor wit was de zwartspeler meer dan tevreden met remise. De afwikkeling 20...24-30 is erg goed voor zwart.  Het is daarom moeilijk om met wit de spanningen te handhaven. Zetten als 36-31, 47-41 zijn nogal bloedig. Na 20.34-30 13-18 21.22x13 9x18 zijn we terug in de partij Georgiev - Wiersma.

 

De wederzijdse Ghestemopstelling is vrijwel altijd mogelijk. Opgemerkt werd reeds, dat wit kan besluiten de opmars 36-31-27 niet te spelen ten voordele van de aanval tegen schijf 29. Diagram 9 is een belangrijk moment uit de partij Luteijn - IJzerman. Zich van geen kwaad bewust stuurt zwart met 16...12-18 aan op de wederzijdse Ghestem.

 

Gebruikelijker is 16...4-9 met de bedoeling schijf 25 naar voren af te ruilen. Daar kan je weinig tegen doen met wit, vanwege de bekende schijfwinst 16...4-9 17.35-30? 14-20 18.25x15 19x10 19.28x19 13x35 en wit heeft geen tempo om te laten slaan.

 

Na 16...4-9 is 17.41-36 aangewezen. Opgemerkt moet worden, dat ook 17.39-34? een schijf verliest door 14-20x10 etc. Ook 17.39-33 kan natuurlijk nooit iets zijn. Deze situatie kan desgewenst enige tijd gehandhaafd worden door zwart. Na 16...4-9 17.41-36 1-6 18.35-30 wint zwart een schijf via 18...26-31 en 14-20x10x37x35 X. Zwart kan met dit idee en schijf 5 op 4 gratis een belangrijke beslissing afdwingen op de witte lange vleugel. Diagram 10 heeft zich 8 keer voorgedaan. Het deed zich voor in de stampartij van de opening:

 

Sijbrands,T. - Niamke,H. sim time, 00-00-1986, 2-0

11.27-22 24-29 12.33x24 20x29 13.34-30 5-10 14.30-25 12-17 15.36-31 10-14 16.31-27 7-12 17.41-36 1-6 18.47-41 12-18 19.39-34 14-20 20.25x14 9x20 21.34-30 29-33 22.28x39 17x28 23.30-25 20-24 24.40-34 24-29 25.34-30 4-9 26.44-40 8-12 27.40-34 29x40 28.45x34 11-17 29.27-22 18x27 30.34-29 23x34 31.32x14 9x20 32.25x14 34x25 33.37-31 26x37 34.42x11 6x17 35.35-30 25x34 36.39x30

 

In diagram 10 is 5x 47-41 en 3x 36-31 gespeeld. Flits geeft aan, dat het idee om 13-18 te ruilen via 18.36-31 15-20 19.39-34 20-24 20.43-39 13-18 21.22x13 9x18 faalt op het zetje 22.35-30, 28-22 en 38-33 met schijfwinst. na 18.47-41 zou de opmars 15-20-24 een idee kunnen zijn. Het is nooit gespeeld. De resulterende Ghestem voor zwart is fraaier, dan die in de partij Georgiev - Wiersma.

 

De volgorde, waarin de zetten gespeeld worden is belangrijk. In de partij Kamyleeva - Goedemoed vergreep wit zich in diagram 11 aan de zet 23.40-34. Na 23...4-9 is dan de zet 24.30-25 verhinderd door de meerslagfinesse 24...23-29 X. Het gevolg was, dat zwart de gaten in zijn stand kon sluiten en winnen. Zelfs tijdens een simultaan mist Sijbrands zo'n klein detail natuurlijk niet. Zelfs al ziet hij de stand voor het eerst.

 

Getmanski,A. - Georgiev,A. Andreiko mem, 09-06-2002, 2-0

11.27-22 24-29 12.33x24 20x29 13.34-30 5-10 14.36-31 10-14 15.31-27 12-17 16.39-34 15-20 17.30-25 20-24 18.43-39 7-12 19.34-30 1-7 20.38-33 29x38 21.42x33 12-18 22.40-34 7-12 23.44-40 24-29 24.33x24 23-29 25.34x23 18x20 26.47-42 20-24 27.48-43 12-18 28.42-38 8-12 29.41-36 24-29 30.40-34 29x40 31.45x34 19-23 32.28x8 2x13 33.38-33 17x28 34.33x22 18-23 35.30-24 12-17 36.34-30 17x28 37.43-38 14-19 38.38-33 23-29 39.32x14 21x41 40.36x47 9x20 41.24x15 29x38 42.25-20 26-31 43.20-14 13-19 44.14x23

 

Grootmeesters spelen tegenwoordig de volgorde van de zetten anders. Na 13...5-10 wordt direct 14.36-31 gespeeld. Ook wordt naderhand 16.39-34 gespeeld om de ongemakken uit de partij Sijbrands - Niamke te vermijden. Getmanski heeft kennelijk wat voorbereid. Nu is het de witspeler, die de vijandelijke voorpost met 38-33x33 verwijderd.

 

In de diagramstand is 23...23-29 geen succes, vanwege 25-20x7 na. Op 23...2-7 24.48-42 23-29 25.34x23 18x38 26.42x33 12-18 volgt het zetje 25-20 en 33-29xx1 X. Wat de planning was na 23...4-10 24.48-42 10-15 weet ik niet helemaal. Zowel 41-36 als 42-38 komt in aanmerking. Zwart heeft op diverse momenten afwikkelingen, waardoor het gelijk blijft. Truus heeft daar in tegenstelling tot de mens wat minder moeite mee.

 

Diagram 14 is de cruciale stand in de partij Luteijn - IJzerman. Ik heb heel veel tijd besteed aan de gevolgen van de afwikkeling 21.43-39 14-20 22.25*14 19*10 23.28*19 17*28 24.34*12 08*17 25.19*08 03*12 26.30*19 04-09 27.32*23 21*34 28.40*29 09-14 (diagram 13). Er zijn twee mogelijkheden t.w. 37-31x31 en 19-13.

 

Rob Clerc was er op de club naderhand van overtuigd, dat 29.19-13 16-21 30.35-30 12-18 31.13x22 17x19 32.29-24 eenvoudig wint. Zelf heb ik een compleet weekend geanalyseerd aan beide mogelijkheden. Ik was niet echt overtuigd. Opeens kreeg ik het lumineuze idee om eerst schijf 25 te offeren alvorens 43-39 te spelen. Het terugoffer 29-33x24 is dan het enige.

 

Wit staat fraai, maar moet nog steeds rekening houden met allerlei remiseafwikkelingen. Vanuit diagram 16 verwachte ik de afwikkeling 25...8-12 26.47-42 23-29 27.34x14 25x34 28.40x20 18-23 29.28x8 17x39 30.8x17 11x31 31.41-36 39-44 32.36x27 44-50 33.20-15. Zwart is op dam gekomen ten koste van drie stukken. Wit dreigt ook naar dam te gaan, maar er is nog een hele weg te gaan (zwart speelt 2-8-13-18).

 

De truc van IJzerman uit de partij 25...4-9 26.47-42 26-31 is gebaseerd op 26.37x26? 23-29x34 en de eindspelen laten zwart voldoende tegenspel. Daarom moet wit 27x36 slaan. Alle andere plannen van zwart zijn kansloos, omdat wit tot beslissend 33-29x29 komt.

 

Zwart verdedigt zich daarna een betere zaak waardig. In diagram 18 hebben beide spelers betrekkelijk weinig speelbare stukken. Wit dreigt schijf 27 arresteren. Zwart moet steeds iets hebben op 37-31. Vandaar de zetten 2-7 en nu 13-18. De schijfwinst  31...13-18 32.28-22 17x39 33.40-34 39x30 34.35x31 werd pas genomen na langdurige studie.

 

Het eindspel is niet echt moeilijk zolang je maar niet naar Truus luistert. De voortzetting 48.23-19! wint probleemloos. Twee dammen vertegenwoordigen een overweldigende macht. De stukken 46,36,38,32 en 27 staan ideaal voor het eindspel. Truus wilde graag 48.38-33 spelen op het zetje 48...25-30 49.34x25 35-40 50.27-22 17x30 51.25x45. Het overblijvende afspel is nog lastig. Ook is 38-33 een verschrikkelijke verzwakking na 48...17-21.