Dordrecht - Alexander Schwarzman was het afgelopen regelmatig bij ons. Aardige jongen, maar hij was er wel wat erg veel. Een grote eter. Ook heeft hij weinig begrip van opruimen. Maar hij is op het ogenblik zondermeer de belangrijkste strateeg van de wereld. Consequent zit hij nieuwe ideeën te verzamelen in standen, waarin anderen steevast weinig wisten te bereiken. Op belangrijke momenten had ik de gelegenheid hem te raadplegen. Soms had hij een leuk idee. Soms wilde hij dolgraag, dat ik een idee probeerde waar hij niet zeker van was. Soms was hij er niet als ik een belangrijke zet moest spelen en deed ik de verkeerde, zoals in de partij Luteijn - Buijs. Maar met zijn adviezen is het net zoals met Truus. Je luistert ernaar, maar je moet daarna toch helemaal zelf je plan trekken. Een interessante partij was:

 

WK185:Frits Luteijn - Jenne Bootsma

01.33-29 19-23 02.35-30 20-25 03.40-35 13-19 04.30-24 19*30 05.35*24 14-20 06.38-33 09-13 07.42-38 10-14 08.45-40 05-10 09.33-28 04-09 10.28*19 14*23 11.38-33 09-14 12.33-28 17-22 13.28*19 14*23 14.48-42 11-17 15.31-27 22*31 16.36*27 03-09 17.39-33 06-11 18.43-39 17-21 19.40-35 11-17 20.41-36 21-26 21.44-40 10-14 22.33-28 14-19 23.36-31 19*30 24.35*24 18-22 25.28*19 17-21 26.27*18 12*14 27.32-28 14-19 28.40-35 19*30 29.35*24 09-14 30.50-44 07-12 31.46-41 01-07 32.44-40 32.44-40 12-17 33.42-38 17-22 34.28x17 21x12 35.38-33 12-17 36.33-28

Deze opening komt inmiddels in Turbo Dambase 5000 keer voor. Daarbij zijn 14-19 en 14-20 ieder 1600 keer gespeeld. De zet 3...13-19 komt slechts 200 keer voor. Dit idee om de lange vleugel te versterken voor de aanval tegen schijf 24 is bekender in de 32-28 16-21 opening. Hier is zwart meestal te laat om echt druk uit te oefenen tegen de witte voorpost en verzwakt hij slechts zijn eigen stelling. Wit heeft vrijwel altijd de tijd om een keertje achter te lopen met 33-28 en een potentiële aanvaller op te ruimen.

Het grootste gevaar voor een correspondentiepartij is vroegtijdige vervlakking van de stand. In deze opening komt de meerslagwending 3...13-19 4.30-24 19x30 5.35x24 14-20 6.38-33 9-13 7.44-40 10-14 8.33-28 25-30 wel eens voor. In de partij werd de achterloop 33-28 ondernomen op momenten, dat de verleiding voor zwart om te ruilen niet al te groot was. Deze ruilen hoeven evenwel niet altijd nadelig voor zwart te zijn. De schijvenverdeling van wit laat vaak te wensen over.

In diagram 2 is de afwikkeling 9...14-19 10.40-35 19x30 11.35x24 gevolgd door 18-23 niet bijzonder aantrekkelijk voor zwart, omdat hij een pijnlijk tempo heeft en waarschijnlijk naar 24 moet slaan. Desondanks zou ik niet blij geweest zijn met het verloop 11...17-21 12.28x19 18-23 13.29x9 20x40 14.44x35 4x24. De witte korte vleugel is daarna te zwak om te profiteren van randschijf 25. De lange vleugel heeft dringend ontwikkeling nodig. Waarschijnlijk staat zwart zelfs beter. Na het opvangen uit de partij met 9...4-9 10.28x19 14x23 11.38-33 9-14 12.33-28 kost 12...14-19 gewoon een schijf.

Het soort stand, dat in diagram 3 op het bord is gekomen, komt incidenteel wel vaker voor. De zwarte lange vleugel en centrum is behoorlijk verzwakt. Dat is echter eveneens het geval met het witte centrum. Dank zij het feit dat schijf 50 op zijn plaats is gebleven heeft wit echter meer mopgelijkheden dan normaal. Wit dreigt met 31-27x27 een echte Roozenburg ervan te maken. Dat zou zwart kunnen voorkomen met de ruil 14...13-19 15.24x13 8x19 16.39-33 2-8. Het enorme gat in het zwarte centrum zou wit echter kansen moeten geven.

Veel witspelers spelen in dit soort openingen nu of eerder de ruil 32-28. De resultaten daarvan vallen meestal tegen. Zwart ruilt naar 22 naderhand eventueel gevolgd door 14-19/13-19x19 en neemt de aanval over. Hoewel schijf 50 nog op zijn plaats staat achtte ik ook in deze stand de ruil 32-28 niet echt kansrijk.

In diagram 4 heeft wit op het eerste gezicht de boel voor elkaar. Ik was van plan 20.44-40 te spelen; de boel nog een poosje te laten staan; wellicht een parti Bonnard in te nemen tot mijn oog viel op een probleem. De pointe van het geplande 20.44-40 was overigens de verrassende afwikkeling 20...10-14? 21.33-28 14-19 22.27-22 18x38 23.29x9 13x44 (meerslag) met schijfwinst of dam voor wit.

Echter op 20.44-40 zit het probleem 20...17-22!! erin. Samen met Alexander hebben we langdurig zitten puzzelen aan de stand. Als zwart erin slaagt aldus de aanval tegen schijf 23 te breken, dan heeft wit een hoop puin op de korte vleugel. Bijvoorbeeld 20.44-40 17-22 21.41-36 22x31 22.37x17 12x21 23.33-28 21-27 24.28x19 27x38 25.42x33 9-14 26.46-41 14x23 27.41-37 10-14 is verschrikkelijk.

De zet 20.41-36 werd node gespeeld en is een effectieve barrage tegen de manoeuvre 20...17-22. Bijvoorbeeld 21.46-41 22x31 22.37x17 12x21 23.33-28 9-14 24.28x19 14x23 25.42-37 21-27 26.32x21 16x27 27.37-31 27-32 en de zwarte schijf 32 staat flink op de tocht. Zonder het ruiltje 21-27 gaat schijf 23 verloren. Het bezwaar van 20.41-36 echter is dat wit precies een zet te laat is om de Parti Bonnard 20.41-36 21-26 21.44-40 10-14 22.33-28 14-29 23.35-30 in te leiden. De verrassende afwikkeling 23...18-22 24.27x18 13x35 25.24x4 35x33 biedt alleen zwart kansen.

De aldus gedwongen overgang naar een open Roozenburg uit de partij werd door alle buitenstaanders als gunstig voor wit beschouwd. Het is echter gezichtsbedrog. Zoals wel vaker. Een correspondentiedammer heeft meestal geen enkele moeite de resulterende stand remise te houden of erger. In diagram 5 is de aanval over veld 19 gevolgd door 13-19x19 nog verhinderd door de finesse 31-27x9, maar na 12-17-22 kan wit dit niet handhaven. Er ontstaat zelfs enig gevaar voor de voorpost.