Na de partij tegen Podolski vroeg iemand mij, waarom ik in diagram 1 geen 11.34-30 had gespeeld. Eerlijk moet ik toegeven niet eens op de gedachte gekomen te zijn. Op het ogenblik zijn er slechts enkele voorbeelden in Turbo dambase. Een belangrijk voorbeeld is:

Bokhoven,van,T. - Oldenhuis,T. NLD-chC, 01-01-1992
11.34-30 14-20 12.30-25 10-14 13.47-42 12-18 14.39-34 24-30 15.35x24 19x39 16.43x34 13-19 17.34-29 20-24 18.29x20 15x24 19.33-29 24x33 20.28x39 18-23 21.39-33 7-11 22.46-41 19-24 23.48-43 8-13 24.32-28 23x32 25.37x28 5-10 26.43-39 13-18 27.39-34 24-30 28.34-29 18-23 29.28x19 14x34 30.40x29 30-35 31.44-39 10-14 32.50-44 3-8 33.41-37 8-13 34.29-23 2-7 35.45-40 4-10 36.40-34 10-15 37.33-28 22x33 38.39x28 13-19 39.31x22 21-27 40.22x31 17-21 41.26x17 11x33 42.38x29 19x28 43.44-39 15-20 44.42-38 9-13 45.38-32 13-19 46.32x23 19x28 47.31-26 X

Het partijverloop is goed voor wit. Maar het een en ander oogt wat rommelig. Een alternatief is de scherpe uitval 13.28-23 19x28 14.32x23. Na 14...13-19 beschikt wit over de afwikkeling 15.47-42 19x28 16.37-32 en 33-28 met goed spel. Aangewezen is daarom het verloop 14...7-11 15.47-42 13-18 16.39-34 met aardig spel. Niet goed is in diagram 3 de poging 16.33-28? vanwege 16...22x33! met voordeel.

Dubbeloffers als 16.46-41 18x29 17.33-28 22x33 18.31x22 17x28 19.26x17 11x22 20.39-34 zijn vrijwel nooit goed, vanwege de plakkers. Hier begint deze met de meerslagwending 20...14-19!; 5-10 en 22-27x47 X. De achterloop 15...13-19? daarentegen is zelden goed. Ditmaal volgt 16.33-28 22x33 17.31x22 19x28 18.38x29 24x33 19.42-38 X. Het idee van Tiemen om met 11...14-20 12.30-25 10-15 schrap te zetten is aardig. Voor een goed begrip van de opening dient men ook kennis te nemen van de ideeën:

Baerends,S. - Okken,J. NLD-ch open Rabenhaupt, 01-09-1989
11.34-30 12-18 12.28-23 18x29 13.47-42 15-20 14.33-28 22x33 15.31x11 6x17 16.39x28 17-22 17.28x17 21x12 18.30-25

Parksepp,K. - Vana,I. EST-chC, 28-02-2000
11.34-30 13-18 12.28-23 19x28 13.32x23 18x29 14.30x19 14x23 15.33x24

Een nieuwe systeem, die volgens Turbo dambase slechts vier keer is voorgekomen, is de variant uit de partij Luteijn - Salome/Schippers uit het kampioenschap van Nederland correspondentiedammen 1998.

Luteijn,F. - Schippers,J. NLD-chC, 01-01-1998
11.34-30 7-11 12.47-42 13-18 13.28-23 19x28 14.32x23 18x29 15.30x19 14x23 16.33x24 9-14 17.35-30 4-9 18.40-35 14-20 19.39-33 20x29 20.33x24 23-28 21.45-40 10-14 22.40-34 2-7 23.43-39 12-18 24.38-33 11-16 25.42-38 27-32 26.38x27 21x41 27.46x37 16-21 28.34-29 14-20 29.39-34 28x39 30.44x33 6-11 31.50-44 8-13 32.24-19 13x24 33.30x19 21-27 34.44-40 9-14 35.19x10 15x4 36.37-32 27x38 37.33x42 20-25 38.31-27 22x31 39.26x37 3-8 40.29-23 18x29 41.34x23 =

Diagram 4 toont de situatie na 21...10-14. In vergelijking met het systeem 11.47-42 13-18 12.28-23 staat wit vier zetten naar voren en tevens heeft schijf 46 nog 'toekomst'. Zwart heeft dank zij schijf 28 het centrum en schijf 24 als dankbaar aanknopingspunt. De tempoverhoudingen zijn in sterke mate bepalend voor de uitkomst van de strijd. Zwart zou bijvoorbeeld de overhand krijgen na het slome 22.43-39? 12-18 23.40-34 8-13 24.39-33 28x39 25.44x33 14-20 26.24-19 13x24 27.30x19 9-13 28.19x8 2x13. De achtergebleven schijven 42 en 46 zitten nog steeds in het slop, terwijl zwart uitzicht heeft op controle over het centrum en de lange vleugel.

De subtiele wachtzet 22.40-34! maakt het onaangename ruiltje 38-33x33 andermaal tot een onaangename dreiging. Bijvoorbeeld 22...8-13 23.38-33 28x39 24.44x33 14-20? 25.33-28 met schijfwinst. Ook 22...8-13 23.38-33 28x39 24.44x33 12-18 25.34-29 14-20 26.43-38 20-25 27.37-32; 33-29; 24-19 en 32-28 X is het niet helemaal. Het bezwaar van een opbouw met 22...9-13 is vooral dat de druk tegen schijf 24 wegvalt. Wit beschikt dan over twee manieren om de druk op te voeren, t.w. 23.34-29 en 23.30-25. Op 23.34-29 zijn er twee varianten:

Iets meer geciviliseerd is 23.30-25 12-18 24.34-30 met wederom twee varianten:

Het is daarom niet verbazingwekkend, dat zwart uit armoede de bloedige tempozetten 22...2-7 23.43-39 12-18 (diagram 6) speelt. Wit heeft dan wederom een lastig opbouwprobleem. Na 24.39-33 28x39 25.44x33 18-23 26.24-19 23-28 27.19x10 5x14 herwint zwart zes tempi en krijgt uitzicht op centrumoverwicht. Op 24.39-33 28x39 25.34x43 18-23 25.43-39 23-28 heeft zwart het centrum onder controle. Ook 24.34-29 8-12 (of ook 14-20) 25.39-33 28x39 26.44x33 18-23 27.29x18 12x23 geeft zwart groot overwicht.

Het wat verrassende 24.38-33!! wordt daarmee volkomen logisch. De belangrijkste gedachte achter deze zet is, dat wit na 24...27-32 tweemaal naar voren laat slaan via 25.34-29 32x41 26.46x37 21-27 27.42-38 7-12 28.39-33 28x39 29.44x33. Naast ontwikkeling van de achtergebleven stukken 42 en 46 komt hij dan tien zetten naar voren met uitzicht op een beslissende aanval tegen de zwarte lange vleugel.

Dit effect zien we ook enigszins in de partijvariant. Toch wel met trillende knietjes liet ik de afwikkeling 31...18-23 32.29x16 20x49 33.31-27x27 toe. Hoewel wit enorm ver naar voren staat, blijkt de stelling volgens de eerste onderzoekingen houdbaar. Met vreugde nam ik kennis van 31...8-13 om vervolgens te ontdekken, dat de stand mij evenzeer door de vingers was geglipt.

Een belangrijke partij, die mij (ten onrechte) inspireerde bij het lopende openingentoernooi is:

Tsjoelkow,A. - Valneris,G. URS-ch, 03-03-1988
12.34-30 13-18 13.28-23 19x28 14.32x23 18x29 15.30x19 14x23 16.33x24 12-18 17.39-34 10-14 18.24-19 23-28 19.19x10 5x14 20.34-30 8-13 21.40-34 13-19 22.38-33 28x39 23.44x33 18-23 24.42-38 15-20 25.37-32 20-24 26.43-39 2-8 27.48-43 14-20 28.30-25 8-13 29.25x14 9x20 30.50-44 4-10 31.34-30 3-9 32.44-40 9-14 33.30-25 10-15 34.40-34 24-30 35.35x24 20x40 36.45x34 15-20 37.33-29 23-28 38.32x23 19x28 39.38-33 14-19 40.25x32 27x49 41.29-24 49-43 42.39x48 X

In tegenstelling tot Jan Schippers speelt zwart in deze partij geen 16...9-14 maar 16...12-18 en komt tot een goede aanval. In het lopende openingtoernooi heb ik de opening met zwart tweemaal op het bord. De voorlopige conclusie is, dat ik tenminste twee punten ga halen en dat deze voorspoed niets te maken heeft met de opening.

Francis Cayron - Frits Luteijn

16.33*24 12-18 17.35-30 10-14 18.24-19 23-28 19.19*10 05*14 20.38-33 18-23 21.42-38 15-20 22.40-34 14-19 23.45-40 08-13 24.50-45 20-25 25.37-32 28*37 26.31*42 13-18 27.33-28 23*32 28.36-31 27*36 29.38*07 02*11 30.40-35 19-23 31.30-24 22-28 32.34-29 23*34 33.39*30 25*34 34.44-39 09-14 35.39*30 17-21 36.26*17 11*22 


In de partij tegen Cayron heb ik in het diagram het ergste al weer gehad. Weliswaar heeft wit zijn lange vleugel prachtig weten te hergroeperen, maar aan de korte vleugel heeft hij zich vast laten zetten. De genomen afwikkeling 27.33-28 is heel erg slecht. Zwart loopt in de komende twintig zetten gewoon met schijf 6 naar dam. Eerder was in plaats van 22.40-34 het ruiltje 22.37-32 gevolgd door de opmars van schijf 46 verschrikkelijk geweest.


Schelte Betten - Frits Luteijn

16.33*24 12-18 17.40-34 09-14 18.37-32 08-12 19.34-29 23*34 20.39*30 18-23 21.43-39 12-18 22.45-40 14-19 23.24*13 18*09 24.30-24 09-14 25.24-19 23-29 26.39-33 14*23 27.33*24 10-14 28.24-19 23-29 29.19*10 05*14 30.44-39 14-19 31.50-44 19-23 32.35-30 04-09 33.40-35 09-14 34.30-25 02-08 35.44-40 14-19 36.42-37 15-20 37.25*14 19*10 38.35-30 03-09 39.40-35 29-34 40.30-24 34*43 41.48*39 10-15 42.39-34 11-16 43.46-41 06-11

 

Ook in deze partij is het zwart aanvankelijk slecht gegaan. Gelukkige werd voortgezet met 21.43-39? Beter lijkt 21.44-39. Na 21.43-39 12-18 22.24-19 kan de afwikkeling 22...23-28 23.32x12 17x8 24.26x28 14x25 X. Na 21.44-39 12-18 22.24-19 23-29 23.39-33 14x23 24.33x24 10-14 25.24-19 23-29 26.19x10 5x14 27.32-28 komt wit een schijf voor. Eenzelfde probleem doet zich voor in de variant 21.44-39 14-20 22.39-33 20x29 23.33x24 10-14 24.24-19 23-29 25.19x10 5x14 26.32-28. Alleen duurt het dan nog een tijdje voor de buit inderdaad binnen is.

 

Truus en ik hebben geen echt andere oplossing weten te produceren. Een voor de hand liggende gedachte is 21.44-39 3-8 om nu of later 14-19x19 te ruilen. Wit reageert met 22.50-44 en wil 44-40 te spelen met de dreiging 24-20x16. Op 22...14-19 23.24x13 8x19 24.30-24 19x30 25.35x24 blijft schijf 12 een ernstige zwakte in de zwarte stelling.

 

Wit moet natuurlijk wel steeds de zetjes erin houden. Zodra zwart erin slaagt schijf 12 te ruilen zijn de voornaamste problemen over. Ook moet wit in deze varianten uiterst voorzichtig zijn met de tussenloop 24-19. Zwart krijgt dan namelijk een aantal vrij te besteden zetten, die hij kan aanwenden om het verloren schijf op veld 23 met rente terug te winnen.

 

Zwart maakt in de partij van allerlei grappige slagjes gebruik om zich langdurig ongestraft op veld 29 te handhaven. In de huidige partijstand is het wachten op de zet 44.34-30 9-14 45.24-19 23-29 46.19x10 15x4 47.32-28 =. Na 44.35-30 8-13 45.30-25 9-14 heeft zwart immers de laatste zet.