Luteijn,F. - Bootsma,J. NLD-chC, 01-01-1995, 2-0
1.32-28 16-21 2.31-26 18-22 3.38-32 11-16 4.43-38 13-18 5.49-43 7-11 6.37-31 21-27 7.32x21 16x27 8.42-37 19-23 9.28x19 14x23 10.47-42 9-13 11.34-29 23x34 12.39x30 1-7 13.40-34 10-14 14.45-40 14-19 15.44-39 20-25 16.30-24 19x30 17.35x24 3-9 18.40-35 5-10 19.34-30 25x34 20.39x30 10-14 21.50-44 14-20 22.44-39 20x29 23.33x24 18-23 24.39-33 13-19 25.24x13 8x19 26.37-32 11-16 27.32x21 16x27 28.41-37 7-11 29.37-32 11-16 30.32x21 16x27 31.42-37 6-11 32.37-32 11-16 33.32x21 16x27 34.30-25 23-28 35.46-41 28x39 36.43x34 2-7 37.41-37 7-11 38.48-42 19-23 39.35-30 9-13 40.37-32 4-9 41.32x21 9-14 42.21-16 13-18 43.16x7 12x1 44.38-33 23-28 45.31-27 28x39 46.34x43 22x31 47.36x27 14-19 48.42-38
Deze variant van de 32-28 16-21 opening is nooit mijn grote liefde geweest. Ton Sijbrands leerde ons tijdens de training van RDG, dat wit fraaie kansen krijgt na 11.33-29. Inmiddels zijn deze varianten tot voorbij de dertigste zet in kaart gebracht. Het ruiltje uit de partij 19.34-29x30 is een redelijk alternatief. In deze opening brengt wit in vroeg stadium schijf 49 naar de andere vleugel om extra druk te kunnen uitoefenen tegen de zwarte voorpost. Het gevolg is wel dat er wat tactische wendingen in komen. En als zwart zijn voorpost weet te handhaven staat wit erg slecht omdat hij hem niet meer kan afruilen.
Diagram 1 is volgens Turbo Dambase inmiddels 59 keer voorgekomen. Dat moeten er veel meer zijn. Geen enkel voorbeeld bestaat van de achterloop 8...18-23 9.37-32 11-16 10.32x21 16x27 11.26-21 17x37 12.41x21 23x32 13.38x7 met schijfwinst voor wit. De Valkenburgvariant begint meestal net iets anders. De zet 13-18 hoort er dan niet bij. De ruil 8...19-23 9.28x19 14x23 is vijftig keer gespeeld. Een paar keer is 1-7 gespeeld. Na 8...1-7 9.47-42 maakt dat niet veel uit. Zwart kan dan later onder minder gunstige omstandigheden gedwongen worden 19-23x23 te ruilen. Een kale korte vleugel is dan het minste van zijn problemen. Het oudste voorbeeld is de schijfwinst van Sjaus. Watoetin laat daarna zijn techniek zien. Tenslotte gebruikt de wereldkampioen weer een andere methodiek om de zwarte voorpost te overmeesteren.
Sjaus,J.
- Slavinskas,E. LIT-chTU, 00-00-1969, 1-1
1.32-28 16-21 2.31-26 18-22 3.38-32 11-16 4.43-38 13-18 5.49-43 9-13 6.37-31 21-27 7.32x21 16x27 8.41-37 6-11 9.47-41 1-6 10.37-32 11-16 11.32x21 16x27 12.41-37 19-23 13.28x19 14x23 14.33-29 6-11 15.37-32 11-16 16.32x21 16x27 17.46-41 20-25 18.39-33 7-11 19.41-37 23-28 20.35-30 28x39 21.44x33 13-19 22.43-39 19-23 23.37-32 11-16 24.32x21 16x27 25.48-43 23-28 26.50-44 17-21 27.26x17 12x21 28.31-26 8-12 29.26x8 2x13 30.29-23 28x19 31.33-28 22x33 32.39x28 18-23 33.34-29 23x32 34.36-31 25x23 35.31x22 3-8 36.38x27 8-12 37.43-38 10-14 38.38-32 23-28 39.22x33 13-18 40.33-28 15-20 41.28-22 20-24 42.22x13 19x8 43.27-22 14-19 44.32-27 8-13 45.42-37 13-18 46.22x13 19x8 47.27-22 8-13 48.37-31 13-19 49.31-27 12-18 50.22x13 19x8 51.40-34 8-12 52.44-39 12-17
Watoetin,E.
- Beljavski,V. WRUS-ch, 04-09-2004, 2-0
1.32-28 16-21 2.31-26 18-22 3.38-32 11-16 4.43-38 7-11 5.49-43 13-18 6.37-31 21-27 7.32x21 16x27 8.42-37 1-7 9.47-42 9-13 10.37-32 11-16 11.32x21 16x27 12.41-37 19-23 13.28x19 14x23 14.33-29 7-11 15.37-32 13-19 16.32x21 11-16 17.35-30 16x27 18.30-24 19x30 19.34x14 10x19 20.46-41 23x34 21.40x29 6-11 22.41-37 2-7 23.37-32 11-16 24.32x21 16x27 25.42-37 7-11 26.37-32 11-16 27.32x21 16x27 28.39-33 8-13 29.48-42 27-32 30.38x27 5-10 31.27-21 4-9 32.21-16 3-8 33.42-37 10-14 34.26-21 17x26 35.16-11 14-20 36.11-6 12-17 37.43-38 17-21 38.29-24 20x29 39.33x24 19x30 40.6-1 8-12 41.1-6 22-27 42.31x22 18x27 43.45-40 9-14 44.38-32 27x38 45.40-34 30x39 46.44x42
Tsjizjow,A.
- Paluch,P. Kislovodsk, 18-08-1987, 2-0
1.32-28 16-21 2.31-26 18-22 3.38-32 11-16 4.43-38 7-11 5.49-43 13-18 6.37-31 21-27 7.32x21 16x27 8.42-37 1-7 9.37-32 11-16 10.32x21 16x27 11.41-37 7-11 12.37-32 11-16 13.32x21 16x27 14.34-29 9-13 15.47-42 19-23 16.28x19 14x34 17.40x29 10-14 18.46-41 14-19 19.41-37 6-11 20.29-24 20x29 21.33x24 19x30 22.35x24 2-7 23.37-32 11-16 24.32x21 16x27 25.42-37 7-11 26.37-32 11-16 27.32x21 16x27 28.39-33 18-23 29.33-29 23x34 30.44-40 34-39 31.43x34 5-10 32.48-42 10-14 33.34-29 3-9 34.42-37 14-19 35.40-35 19x30 36.35x24 9-14 37.45-40 4-9 38.37-32 14-19 39.32x21 19x30 40.29-23 22-28 41.23x32 13-18 42.38-33 15-20 43.31-27 9-13 44.21-16 20-24 45.33-28 17-21 46.26x17 12x21 47.36-31 18-23 48.28x19 21-26 49.19-14 26x28 50.14-10 28-33 51.27-21 13-18 52.10-4 18-23 53.4-27 23-29 54.27-18 33-38 55.18x25 38-42 56.16-11 42-47 57.25-34 2-0 (1.16/2.12)
In diagram 5 staat de sleutelpositie van de opening op het bord. Het meest wordt de ruil 34-29x30 genomen (40 keer). Een erg mooi alternatief is 33-29 uit de partij Sjaus - Slavinskas. Die stand is volgens Turbo dambase 15 keer voorgekomen. Om de voorpost te kunnen aanvallen dient schijf 33 uit de weg te zijn.
De
meest direct manier om dit te bereiken is 14.33-29. Aangezien wit vijf
aanvallers heeft tegen slechts vier verdedigers, moet zwart snel iets doen om
zijn voorpost over het centrum te hulp te kunnen snellen. De meest geëigende zet
daarvoor is 20-25. Zelden is hij direct gespeeld. Dank zij schijf 50 kan wit de
opmars nog een poosje ophouden met 39-33.
De opstelling uit de partij (13.40-34), waarbij wit na de ruil 34-29x30 de korte vleugel volbouwt, is relatief weinig gespeeld. De zet 13.30-25 is het vaakst gespeeld. Daarna komt 44-39 met 16 keer. De bedoeling van wit is om veld 33 te ontruimen alvorens de aanval op schijf 27 te openen. Om de aanval succesvol te kunnen voortzetten zijn de zetten 44-39 en 50-44 meestal ook nodig, zodat 13.44-39 zwart meer kansen biedt om fouten te maken. Het idee achter 13.40-34 is het ontruimen van veld 33 zonder zwart met 30-25 een sloot tempi te geven. De opstelling 40-34, 45-40 is enige keren gespeeld zonder 33-29, omdat zwart zijn centrum zelf opbrak:
Koifman,I. - Klarenbeek,H. Cote d'Or, 23-08-1987, 2-0
13.40-34 13-19 14.45-40 18-23 15.37-32 11-16 16.32x21 16x27 17.41-37 20-25 18.37-32 8-13 19.32x21 23-29 20.34x14 25x45 21.14-9
Schoofs,T.
- Karman,L. NLD-chC sfb, 01-01-1991, 0-2
13.40-34 13-19 14.45-40 18-23 15.37-32 11-16 16.32x21 16x27 17.41-37 6-11 18.37-32 11-16 19.32x21 16x27 20.42-37 7-11 21.44-39 23-28 22.50-44 19-23 23.37-32 28x37 24.31x42 2-7 25.30-24 20x29 26.33x24 12-18 27.34-30 23-28
Het
probleem voor wit in deze variant is, dat doorzetten van de aanval tegen schijf
27 met 21.37-32 11-16 22.32x21 16x27 23.46-41 faalt op het zetje 23...17-21x32;
10-14 en 12-18x49 X. In de partij tegen Bootsma duurt het heel lang voor de
aanval tegen schijf 27 eindelijk gestalte krijgt. Een belangrijk moment is
diagram 8.
De reactie 15...20-25 biedt wit ruim voldoende tegenspel dank zij controle over het centrum. Logischer lijkt 15...19-23. Waarschijnlijk heeft wit dan niet beter dan de achterloop 16.37-32 met terugtocht van de zwarte voorpost. De overblijvende stand biedt uitzicht op een 'technical game' van Gantwarg uit de Masterclass.
Niet
handig is het tempo 16...20-25 17.32x21 22-28 18.33x22 18x16 19.30-24
12-18 20.50-45 7-12 21.34-30 25x34 22.39x30 23-28 23.38-32 28x37 24.41x32 en het
tempo-overschot van wit loopt flink op. Dan zijn wat kleine positionele
ongemakken voor wit te overkomen. Een oorzaak van de latere problemen van zwart
is het spelen van het ongelukkige tempo 17...3-9? Veel makkelijker loopt de
zwarte verdediging na gewoon 5-10-14.
In de partij ontstaat even later een redelijk normale open Roozenburgstelling. Bij het eerste onderzoek van de stand overwoog ik een 'grootmeesterlijk' remiseaanbod. Ik vreesde dat het niet aangenomen zou worden. Tegenwoordig nemen veel spelers zelfs niet eens meer de moeite mijn remiseaanbiedingen af te wijzen en spelen gewoon door.
Veel
aandacht heb ik besteed aan 29.46-41 met wat druk over veld 28. Naast gewoon
negeren, kan zwart ook sterk 29...22-28 30.31x22 28x39 31.43x34 17x28 spelen. De
hangende schijf op 41 maakt elk tegenspel tot een illusie. De aanval tegen
schijf 27 moest dus doorgezet worden tot veld 11 open komt en 33-28 (22x42)
31x11 een serieuze dreiging wordt.
Aanvankelijk
meende ik dat ik in diagram 10 helemaal niets heb. Na 34.46-41 kan zwart immers
gewoon 34...2-7!! spelen. De tussenzet 34.30-25 echter blijkt een oplossing, die
meer dan bevredigend is. Er dreigt de opmars 46-41-37-32 met schijfwinst.
Zwart kan deze dreiging pareren met 34...9-14 35.46-41 2-8 36.41-37 17-21 37.26x28 23x41 38.36x47 27x36. Schijf 36 dreigt dan een beetje buitenspel te komen staan. In plaats daarvan probeerde zwart de strijd om het centrum te winnen met 34...23-28? en werd het slachtoffer van onverwachte damdreigingen naar veld 3.
In diagram 11 is zwart steeds precies een tempo te laat in het centrum. Na 36...19-23 37.35-30 9-14 38.34-29 of 37...23-28 38.38-33 gaat de zwarte voorpost er ook vanaf. De partijvariant is veel slechter en laat zwart geen enkel tegenspel.