De zettenreeks 1.32-28 18-22 2.37-32 12-18 3.41-37 7-12 4.46-41 1-7 leidt tot een van mijn lijfopeningen. Er zijn drie vaak gespeelde varianten t.w. 34-30, 34-29 en 31-26. Na 34-30 kan de Davidov opening ontstaan. Na 34-29 ontstaat flankspel, terwijl op 31-26 een Roozenburg variant ontstaat. Er zijn diverse variaties. Een daarvan lijkt sprekend op de Sijbrands variant uit de 1.32-28 19-23 opening. Er zijn ook varianten, waarbij wit het aantal aanvallers tegen de voorpost probeert te vergroten met 38-32, 43-38 en 49-43. Kort na elkaar kreeg ik het driemaal op het bord. De tweede keer tegen Oscar Verpoest vanuit een totaal andere opening.
Klein,de,S.J. - Luteijn,F. VDK,
19-04-1985
1.32-28 18-22 2.37-32 12-18 3.41-37 7-12 4.46-41 1-7 5.31-26 19-23 6.28x19 14x23
7.32-28 23x32 8.37x28 16-21 9.38-32 11-16 10.41-37 21-27 11.32x21 16x27 12.37-31
10-14 13.43-38 20-24 14.49-43 7-11 15.47-41 14-19 16.41-37 18-23 17.37-32 24-29
18.33x24 22x33 19.38x16 27x47 20.24-20 15x24 21.39-33 47x29 22.34x14 9x20 X
Verpoest,O.
- Luteijn,F. NLD-chT, 14-12-1985
1.32-28 19-23 2.28x19 14x23 3.37-32 10-14 4.41-37 5-10 5.46-41 17-21 6.32-28
23x32 7.37x28 11-17 8.41-37 6-11 9.38-32 18-22 10.43-38 12-18 11.31-26 7-12
12.37-31 21-27 13.32x21 16x27 14.34-29 20-24 15.29x20 15x24 16.40-34 14-19
17.45-40 9-14 18.34-30 1-6 19.40-34 3-9 20.30-25 11-16 21.49-43 10-15 22.47-41
6-11 23.34-29 2-7 24.29x20 15x24 25.39-34 24-30 26.35x24 19x39 27.43x34 14-19
28.48-43 18-23 29.42-37 23x32 30.37x28 12-18 31.41-37 18-23 32.37-32 8-12
33.32x21 23x32 34.38x18 16x27 35.31x22 17x48 X
Knoops,N. - Luteijn,F. NLD-chC, 01-01-1986
13.43-38 20-24 14.49-43 5-10 15.34-29 14-19 16.29x20 15x24 17.40-34 9-14
18.45-40 3-9 19.34-30 10-15 20.30-25 7-11 21.40-34 11-16 22.34-29 4-10 23.29x20
15x24 24.47-41 18-23 25.50-45 23x32 26.33-29 24x33 27.39x37 19-23 28.37-32 6-11
29.32x21 16x27 30.44-39 2-7 31.41-37 10-15 32.37-32 11-16 33.32x21 16x27
34.45-40 13-19 35.42-37 17-21 36.26x28 23x41 37.36x47 27x36 38.40-34 12-18
39.39-33 8-12 40.34-30 18-23 41.30-24 19x30 42.35x24 9-13 43.33-28 23x32
44.38x27 12-17 45.43-38 13-18 46.47-41 36x47 47.27-21 47x20 48.21x1 =
De essentie van de opening zien we in diagram 1. In deze stand kan zwart zich
bedienen van een schema afkomstig van Gendlerman. Hij schijnt het voor het
eerste gespeeld te hebben in een correspondentiepartij. Onderstaand voorbeeld is
kennelijk van latere datum. De correspondentie dampartij staat evenals zoveel
ander uniek materiaal (nog) niet in Turbo dambase.
Malis,P.
- Gendlerman,A. EU-chL, 24-05-1978
1.32-28 18-22 2.37-32 12-18 3.41-37 7-12 4.46-41 1-7 5.31-26 19-23 6.28x19 14x23
7.32-28 23x32 8.37x28 16-21 9.41-37 10-14 10.38-32 5-10 11.43-38 11-16 12.37-31
21-27 13.32x21 16x27 14.49-43 20-24 15.34-29 14-19 16.29x20 15x24 17.40-34 10-14
18.34-30 4-10 19.45-40 10-15 20.30-25 7-11 21.47-41 11-16 22.50-45 6-11 23.35-30
24x35 24.42-37 27-32 X.
Voor
Gendlerman kwam met het schema 14...20-24 was men van mening, dat zwart zich
alleen met kunst en vliegwerk overeind zou kunnen houden. Hij moet dan op een of
andere manier dammetjes naar veld 47/49 in de stand weven. Een voorbeeld is de
partij Peter Poot - Frank Drost. Wit moet in de diagramstand afhaken, vanwege
41-37 (27-32) en (25-30).
Poot,P. - Drost,F. NLD-chT ereklasse, 12-10-1974
13.43-38 5-10 14.49-43 14-19 15.42-37 6-11 16.37-32 11-16 17.32x21 16x27
18.47-41 20-25 19.48-42 15-20 20.34-30 25x34 21.39x30 20-24 22.44-39 7-11
23.50-44 2-7 24.40-34 18-23 25.30-25 23x32 26.33-29 24x33 27.39x37 13-18
28.37-32 10-14 29.32x21 14-20 30.25x23 18x49 31.42-37 22-28 X
Deze
wendingen zijn leuk, maar het is ontzettend moeilijk om met zwart ermee kansen
te scheppen. Het schema met 20-24 kwam als geroepen om de hele 32-28 18-22
opening te schragen. In twee partijen kies ik met zwart in plaats van 17...10-14
voor 17...9-14. Het is niet helemaal zeker of deze zet in alle varianten wel
verantwoord is. Zwart moet immers op tijd zijn met de zetjes. Als veld 9 (of7)
op een ongelegen moment open staat, dan kan dat pijnlijk zijn.
Het opspelen van schijf 7 dient te wachten tot het kan. Dit wordt bepaald door de zetjes. Tegen Jan de Klein vergiste ik mij en werd geconfronteerd met een onstuitbare aanval tegen mijn voorpost. De zwarte stand in diagram 5 is acuut. Als wit een keertje met 41-37-32 kan aanvallen, dan kan zwart nooit meer zijn korte vleugel aanvullen met 6-11 of 2-7 in verband met elementaire combinaties. Voor de zetjes van Frank Drost, die erin gebracht zouden kunnen worden met 14-20 en 5-10 is het jammer dat veld 7 open staat.
Na 15...11-16 blijkt het niet mogelijk om de stand te forceren met 16.28-23 18x29 17.34x23 13-19 18.33-28 en na het slaan staat het weer gelijk. Ook niet effectief is 16.41-37 27-32! 17.38x27 24-29 18.33x24 22x33 19.39x28 17-21. Echter na 16.34-29 14-19 17.29x20 15x24 18.40-34 dreigt wederom de opmars 41-37-32. Deze kan niet gestuit worden met 18...5-10 19.41-37 27-32 20.38x27 17-21 21.28x17 21x41 22.36x47 12x21 23.26x17 en zwart ziet schijf 17 nooit meer terug. Jan lepelde dit na de partij allemaal zo op uit het geheugen. Kennelijk huisvlijt van Ons Genoegen.
Vanuit diagram 1 zijn er meer varianten. Voorheen meende men dat zwart zich staande moest houden met 13...5-10 14.42-37 13-19 15.49-43 6-11 16.37-32 11-16 17.32x21 16x27 18.34-29 18-23 19.29x18 12x32 20.33-28 =. Na 13...20-24 14.42-37 is de afwikkeling 14...24-29 goed speelbaar, zodat wit een beslissing moet nemen. Na 14.49-43 ontstaat er een hinderlijk gat op veld 49, zeer kwetsbaar voor zetjes. Ook is de formatie 49,43,38 belangrijk in het tegenspel van een eventuele open Roozenburg later. Maar zonder 49-43 blijft er weinig over van de druk tegen de zwarte voorpost.
De
wending, waarop de zwarte verdediging berust wordt duidelijk na 13...20-24
14.49-43 5-10 15.47-41 14-19 16.41-37? 27-32 en 24-30/24-29 X. Damgeven naar 5
moet mogelijk zijn en veld 7 moet bij voorkeur gesloten zijn. Dat is dan ook de
reden, dat de meeste witspelers verder gaan zoals Nico Knoops met 15.34-29.
In diagram 7 moet zwart een belangrijke beslissing nemen. Het veiligste is de voortzetting van Gendlerman met 17...10-14. Het zwarte centrum staat dan echt optimaal voor zetjes. Maar van varianten als 18.34-29 7-11 19.29x20 14x25 20.42-37 18-23 21.37-32 11-16 22.32x21 16x27 23.44-40 23x32 24.33-28 of 20.44-40 18-23 21.50-44 23x32 22.33-28 wordt je als zwartspeler niet echt blij. Ook onderstaand gebeuren is mogelijk na 10-14.
Verchovich,Alexei - Kirejew,A. URS-chC, 00-00-1985
17.40-34 10-14 18.45-40 4-10 19.50-45 10-15 20.34-29 14-20 21.26-21 17x37
22.28x17 12x21 23.42x22 18x27 24.29-23 19x28 25.33x31 13-18 26.47-42 9-13
27.40-34 7-12 28.34-29 24x33 29.39x28 21-26 30.44-39 26x37 31.42x31 20-24 =
De
voortzetting 17...9-14 heeft het voordeel, dat op 18.34-29 de plakker 18...27-32
19.29x9 32x23 erin zit met groot voordeel. Na 17...9-14 is 18.42-37 verhinderd
door 18...27-32 19.38x27 24-29 20.34x23 18x40 21.27x20 8-13 22.45x34 10-14
23.20x18 12x41 X. Lastig is daarentegen 17...9-14 18.47-41.
Op 18...3-9 19.34-29 mag zwart niet opvangen met 19...10-15 20.29x20 15x24, vanwege onstuitbaar het buitengewoon gevaarlijke 21.41-37-32. De afwikkeling 19...7-11 20.29x20 14x25 21.41-37 18-23 22.37-32 11-16 23.32x21 16x27 24.44-40 23x32 25.33-28 stemt niet tot vreugde.
Het zetje 18...10-15 19.41-37 18-23 20.37-32 24-29 21.33x24
22x33 22.38x20 27x29 23.24x33 15x24 is goed vor zwart. Maar schijf 24 staat bloot aan
afbraak en dan is het zwarte voordeel niet meer beslissend. Truus komt met het idee
18...10-15 19.41-37 6-11 20.37-32 11-16 21.32x21 16x27 22.34-30 4-10 23.30-25
15-20 24.42-37 10-15 25.48-42 7-11 26.37-32 11-16 27.32x21 16x27 28.45-40 19-23
29.28x30 27-32 30.38x27 14-19x49 en zwart heeft een peperdure dam, die er nog
niet zo een, twee, drie vanaf is. De voortzetting van Nico Knoops 18.45-40 is
meerdere malen gespeeld. Recentelijk kwam een zwartspeler met het idee:
Kousemaker,A.
- Bremer,M. NLD-chT 1a, 13-09-1997
18.45-40 3-9 19.34-30 14-20 20.30-25 9-14 21.47-41 10-15 22.41-37 6-11 23.37-32
11-16 24.32x21 16x27 25.39-34 27-32 26.28x37 24-30 27.35x24 19x28 X
De correctheid van deze voortzetting hangt af van de vraag,
wat het eindspel doet na 21.40-34 24-30 22.35x15 14-20 23.25x5 6-11 (of 7-11)
24.5x23 18x49 25.26-21 17x37 26.28x6 27-31 27.36x27 7-11 etc. Dat ziet er heel
slecht uit voor wit. Een ander vraagstuk is 21.39-34. Truus adviseert 21...18-23 22.44-39
23x32 23.50-44. Na de afwikkeling 23.33-28x11x39 heeft zwart de optie 10-15 en 24-30x30 met goed
spel. Een ander idee is 21...10-15 22.43-39 18-23 23.48-43 23x32 24.33-29 en wit
kan niet direct aanvallen, vanwege diverse elementaire dammetjes en finesses.
Verschueren,D.
- Vandenberg,Y. BEL-Cup, 11-02-1990, 0-2
18.34-30 3-9 19.30-25 7-11 20.45-40 18-23 21.40-34 23x32 22.33-29 24x33 23.39x37
19-23 24.37-32 11-16 25.32x21 16x27 26.34-29 23x34 27.35-30 34-40 28.44x35 13-18
29.42-37 6-11 30.37-32 11-16 31.32x21 16x27 32.50-44 18-23 33.44-39 2-7 34.47-41
14-19 35.39-33 7-11 36.33-29 23x34 37.30x39 19-23 38.41-37 10-14 39.37-32 11-16
40.32x21 16x27 41.39-33 8-13 42.35-30 13-19 43.30-24 19x30 44.25x34 9-13
45.43-39 13-18 46.48-42 23-28 47.42-37 4-9 48.33-29 9-13 49.38-33 14-20 50.34-30
20-25 51.30-24 27-32 52.24-19 13x24 53.29x20 25x14 54.31-27 22x42 55.33x11 42-48
56.11-6 48x34 57.6-1 34-39 58.1-6 39-50 59.36-31 32-37 60.31x42 18-23
In mijn
partij tegen Nico Knoops wikkel ik in diagram 10 met zwart af naar remise met
35...17-21. Ik was bevreesd voor de manoeuvre 39-33-28. In bovenstaande
correspondentiepartij een ander idee. Het eindspel in diagram 11 na 42.33-28
wordt als te slecht voor wit beoordeeld. Met 35...7-11 had ik op een
soortgelijke situatie kunnen aansturen. In de partij tegen Verpoest staat het
gelukkig op
het cruciale moment net iets anders, waardoor zwart zich nog stoutmoediger acties
kan permitteren.
In diagram 13 heeft wit de enige mogelijkheid om de nieren van zijn tegenstander te proeven met 23.41-37. Het gaat dan om de vraag of de afwikkeling 23...18-23 24.37-32 24-29 25.33x24 22x33 26.38x7 27x20 wel goed genoeg zou zijn. Het is niet eenvoudig om de witte dam er goed af te krijgen. Ik overwoog tijdens de partij nog 23.41-37 18-23 24.37-32 16-21. De afwikkeling 25.33-29 24x33 26.38x16 27x29 met stukwinst voor zwart is wel grappig. Ook is 24...2-7 25.32x21 16x27 speelbaar. De afwikkeling 26.26-21 17x37 27.28x6 27-32 28.38x27 13-18 29.42x31 23-29 en 7-11 wint zwart een schijf.