Een belangrijke overwinning van mij is die uit de derde ronde van de competitie 1993/1994 op Rob Clerc in de wedstrijd RDG/DIO - Huissen. Nog niet eerder won ik van een grootmeester met een ELO boven 2400 in een officiële partij. Nu resteert de vraag of ik de partij won door goed spel of omdat ik een bofkont was, die slim profiteerde van een uitglijer van Rob. In de competitie 2005/2006 speelde ik tegen Bas Messemaker een partij, waarin de verschillende thema's van deze opening ook aan de orde kwamen. Daar was mijn stelling wat minder, omdat schijf 1 al op 6 stond.
Messemaker,B. - Luteijn,F. NLD-chT ereklasse, 07-01-2006
1.32-28 18-22 2.37-32 12-18 3.34-29 7-12 4.40-34 1-7 5.41-37 19-23 6.28x19 14x23
7.46-41 10-14 8.45-40 5-10 9.35-30 20-25 10.50-45 14-19 11.40-35 10-14 12.32-28
23x32 13.37x28 16-21 14.31-26 21-27 15.44-40 18-23 16.29x18 12x32 17.30-24 19x30
18.35x24 13-19 19.24x13 9x18 20.42-37 14-19 21.37x28 18-23 22.40-35 23x32
23.34-30 25x34 24.39x30 3-9 25.30-24 19x30 26.35x24 8-13 27.45-40 4-10 28.40-35
10-14 29.35-30 13-18 30.30-25 9-13 31.47-42 13-19 32.24x13 18x9 33.42-37 14-19
34.37x28 7-12 35.41-37 2-7 36.37-31 9-13 37.43-39 12-18 38.39-34 18-23 39.34-29
23x43 40.48x39 19-24 41.29x20 15x24 42.49-44 13-19 43.39-34 22-28 44.33x22 27x18
45.31-27 18-22 46.27x18 17-21 47.26x17 11x13 48.34-29 24x33 49.25-20 33-38
50.20-15 38-42 51.15-10 19-23 52.10-4 13-19 53.4-27 42-48 54.27-32 6-11 55.44-40
11-16 56.32-41 48-43 X
Clerc,R.
- Luteijn,F. NLD-chT, 16-10-1993
1.34-29 17-22 2.40-34 11-17 3.32-28 19-23 4.28x19 14x23 5.37-32 10-14 6.35-30
20-25 7.45-40 14-19 8.40-35 6-11 9.41-37 5-10 10.46-41 10-14 11.32-28 23x32
12.37x28 16-21 13.44-40 11-16 14.30-24 19x30 15.35x24 14-20 16.28-23 7-11
17.31-27 21x32 18.38x27 22x31 19.36x27 17-22 20.41-37 22x31 21.37x26 9-14
22.50-44 14-19 23.23x14 20x9 24.43-38 1-6 25.38-32 9-14 26.32-28 14-20 27.28-23
11-17 28.49-43 17-22 29.43-38 6-11 30.42-37 22-27 31.38-32 27x38 32.33x42 11-17
33.39-33 4-9 34.44-39 9-14 35.42-38 14-19 36.23x14 20x9 37.37-32 9-14 38.32-28
14-20 39.28-23 17-21 40.26x17 12x21 41.23x12 8x17 42.33-28 21-27 43.28-23 27-31
44.38-32 16-21 45.48-42 31-36 46.42-37 3-8 47.39-33 8-12 48.33-28 13-18 49.24-19
18-22 50.29-24 20x18 51.19-14 22x33 52.14-9 18-22 53.9-3 12-18 54.3-9 33-39
55.34x43 22-27 56.9x11 27x49 57.11-16 49x35 58.16x27 35-8 59.27-18 8-19 60.37-31
36x27 61.18x31 2-7 62.31-18 7-11 63.18-12 25-30 64.47-42 19-32 65.12-40 30-35 X.
De opening uit mijn partij tegen Rob was toen iets nieuws. De timing van de zet 3.33-28 is belangrijk. De beslissing 11-17 is genomen maar de formatie 11, 17, 22 is nog niet voltooid. Relatief veel interessante duels ontstaan. Weinig partijen lijken op elkaar. Talrijke overgangen naar bekende stellingen kunnen zich voordoen. De scherpe voortzetting 6.35-30 is betrekkelijk nieuw, maar vooral erg verplichtend. Zonder veel inspanning kan zwart zijn tegenstander flink aan het werk zetten. Immers schijf 33 staat bijvoorbeeld in 1.32-28 19-23 opening meestal op 35, waardoor een Roozenburgstelling goed speelbaar is. Nu is uiterste behoedzaamheid gewenst, wil wit schijf 24 heel houden en een korte vleugel opsluiting vermijden.
In
diagram 1 moet zwart een belangrijke beslissing nemen. De zet 10-14 is 34 keer
gespeeld en 20x 9-14. Een zet als 22-28 is eenmaal gespeeld en wordt door de heren
grootmeesters als 'onzin' betiteld. Wit staat veel te mooi. De voortzetting 9-14
is vooral gericht tegen de ruil 32-28x28. Meestal volgt daarom op 9-14 de
overgang naar de Roozenburgstelling. Er bestaan vrijwel geen voorbeelden, waarin
zwart succesvol is in de aanval tegen de voorpost.
Een probleem is, dat na 10...9-14 11.44-40 3-9 12.50-45 1-6 13.31-27 22x31 14.36x27 de zet 14...14-20 verhinderd is door een dammetje. Op 14...17-21 volgt sterk 15.33-28. Na 14...17-22 15.41-36 22x31 16.36x27 14-20 17.30-24 19x30 18.35x24 staat wit klaar voor het opbreken van de stelling met 33-28. Een ander probleem is, dat de Springeruitval 14...23-28 15.33x22 17x28 16.32x23 19x28 17.38-32 18-23 18.29x18 13x31 19.32x23 31-36 20.34-29 25x34 21.39x30 problemen geeft met de hangende schijf op 10.
Ik had
diagram 1 voor het eerst van mijn leven op het bord. Na tien minuten denken bestond
er bij mij geen twijfel, dat 10...10-14 de aangewezen voortzetting is. De
voortzetting uit de partij 11.32-28x28 leek mij buitengewoon gevaarlijk voor
wit. De zet 32-28 is 15 keer gespeeld tegen 13 maal 44-40 en een paar keer 50-45
of 31-27. De zet 11.31-27 22x31 12.36x27 14-20 13.30-24 19x30 15.35x24 leidt tot
een speelbare Roozenburgstelling voor wit. Een voorbeeld ervan is:
Salome,G. - Bakel,van,K. NLD-chT, 06-01-1990
11.50-45 1-6
12.31-27 22x31 13.36x27 14-20 14.30-24 19x30 15.35x24 17-21 16.44-40 21-26
17.41-36 11-17 18.40-35 6-11 19.33-28 17-21 20.28x19 18-22 21.27x18 12x14
22.32-28 11-17 23.37-31 26x37 24.42x31 14-19 25.38-32 19x30 26.35x24 7-12
27.47-42 13-18 28.43-38 9-13 29.45-40 4-9 30.42-37 18-22 31.28-23 22-28 32.23-19
13-18 33.32x23 9-14 34.19x10 15x4 35.24x15 25-30 36.34x25 4-10 37.15x4 18-22
38.4x27 21x45 39.25-20 3-9 40.20-15 9-14 41.29-24 8-13 42.24-20 14x25 43.15-10
13-18 44.23-19 45-50 45.10-5 17-21 46.49-44 50x46 47.31-26 46x14 48.26x8 2x13
49.5x8 18-23 50.36-31 23-29 51.8-12 29-33 52.12-17 X.
Het
resultaat van de witte Roozenburg ziet er erg goed uit. Het tempo 11...1-6 is
natuurlijk verdacht. Vaak heb je vanuit de opening al de luxe niet, dat hij nog
op 1 staat. Je vraagt je af of er niet meer in zit voor zwart. Na 11.31-27 22x31
12.36x27 14-20 13.30-24 19x30 14.35x24 4-10 15.41-36 (diagram 5) kan zwart niet
doordrukken met 15...10-14, wegens de afwikkeling 24-19, 27-22 en 34-29. Na
15...17-21 16.50-45 10-14 17.24-19, 27-22 en 33-29 wordt het ook niets. Speel je
schijf 21 naar de rand, dan komt het zetje naar 4 erin met 24-19 en 37-31. Het
idee een keertje op te lopen met 15...17-22 16.44-40 22x31 17.36x27 10-14 kan
gered worden met het bekende zetje 18.33-28 14-19 19.27-22. Het lijkt wat duur.
Maar ik kan geen damafname vinden, die bevredigend is voor zwart.
In de partij begint wit met 11.50-45. Het vervolg 11...14-20 12.32-28 23x32 13.37x28 9-14 etc. is vervelend voor wit. Na 11...14-20 12.31-27 22x31 13.36x27 4-10 14.30-24 19x30 15.35x24 17-22 16.41-36 22x31 17.36x27 10-14 is er niets te doen tegen een keertje oplopen met 14-19. Daarna kan wit zijn korte vleugel vanwege simpele zetjes niet meer versterken als voorbereiding tot de breekactie 33-28 en zou schijf 24 wel eens verloren kunnen gaan.
Doordat zwart zo mooi staat met schijf 1, is de variant 18.45-40 14-19 19.40-35
19x30 20.35x24 11-17 21.47-41 17-21 22.41-36 21-26 op slag uit. Als zwart een
zet later is, doordat in eerder stadium de zet 1-6 is gespeeld, dan is de
wending (diagram 6) 22....17-21 23.37-31 21-26 24.24-19 X een groot
probleem. Op 22...17-22 kan wit zich staande houden met 37-31.
In de Roozenburg variant met 9-14 is de variant 12.31-27 22x31 13.36x27 17-22 (14-20 ?) 14.41-36 22x31 15.36x27 14-20 16.30-24 19x30 17.35x24 10-14 18.50-45 14-19 19.40-35 19x30 20.35x24 4-10 21.45-40 10-14 22.33-28 14-19 23.27-22 19x30 24.28x19 13x35 25.22x4 30x39 26.43x34 wel aantrekkelijk voor zwart. Hij staat er twee voor en de witte korte vleugel is kwetsbaar. Met schijf 1 op 6 is en dergelijke overrompeling natuurlijk een illusie.
De voortzetting vanuit diagram 1: 10...10-14 11.44-40 is tamelijk scherp, omdat na 11...14-20 de ruil 12.30-24 19x30 13.35x24 verhinderd is door 13...25-30 14.34x14 23x45 15.14-10 9-14 16.10x19 22-28 met schijfwinst. Wel speelbaar is 12.32-28 en 12.50-45.
Meestal
is de ruil 12...20-24x24 gespeeld. Dat doet dus niets. De korte vleugel
opsluiting wordt direct weer door wit met voordeel verbroken. Wel kansen
ontstaan na 12.50-45 9-14 13.32-28 23x32 14.37x28 3-9 15.30-24 19x30 16.35x24
14-19 of 16...16-21 17.31-26 14-19 en wit moet terug. De zet 14-19 is overigens
nooit gespeeld.
Een ander idee na 11.44-40 is de ruil 11...23-28 12.32x23 19x28. Dat is maar één
keer gespeeld. De reden daarvoor is waarschijnlijk de reactie 13.31-26 16-21
14.38-32 en zwart kan zijn aanval niet goed handhaven.
De voortzetting van Rob Clerc 11.32-28 23x32 12.37x28 is geen vetpot, maar hij komt ermee tot een wat verplichtende maar houdbare stelling. Zwart staat in diagram 9 voor een lastige beslissing. Normaal zijn zetten als 16...7-11 of 16...21-26. Maar ook de vage zet 16...9-14 is een idee. In de partij heb ik veel tijd besteed aan de gevolgen van 16...7-11. Daarom heb ik hem ook maar gespeeld. Lastiger is wellicht 16...21-26 17.31-27 22x31 18.36x27 9-14.
Na 19.33-28 17-22 20.28x17 12x32 21.38x27 4-9x17 gaat schijf 24 er vanaf. De
enige speelbare voortzetting is 19.41-37 14-19 20.23x14 20x9 21.37-31 15-20 etc.
gaat nog een beetje. De stand na 16...7-11 17.31-26 1-6 (22-28 is een
alternatief) 18.42-37 9-14 19.50-44 (diagram 11) heeft zich voorgedaan in de
partij Hoogendoorn - van Lith.
Zwart speelde 4-10 en het werd niets meer. De enige kans is natuurlijk 19...3-9. Na 20.48-42 21-27 is de eerste aandrang de schamele afwikkeling 24-19, 34-30 en 44-40x10. Op 21.37-31 volgt 27-32, 22-28 en 13-19x46. De ruil 21.33-28 22x33 22.39x28 17-21 23.26x17 11x33 24.43-39 faalt op 12-17 en 14-19 (damafname 38-33 faalt op 25-30). Op 21.37-32 heeft zwart weinig aan de afwikkeling 22-28 en 13-19x46. Na 21.37-32 13-19 22.32x21 19x28 23.41-37 16x27 24.38-32 27x38 25.43x23 9-13 26.49-44 22-27 ontstaat interessante strijd.
Na een opbouwfase is de strijd weer interessant geworden. Wit dreigt met zetjes
ingeleid met 24-19 en 26-21. Na 30...11-17 31.37-31 staat zwart hinderlijk
gebonden. Daarom flexibel verdergegaan met 30...22-27. Er hoefde nu eenmaal niet
gewonnen te worden. Meerdere malen laat zwart ruilen toe, die een op winst
beluste witspeler eigenlijk niet nemen kan.
In
deze stand speelt wit 37.37-32. Dat geeft de controle over veld 36 weg en
zwart heeft niets meer te vrezen. Er is natuurlijk nog steeds niets aan de hand, maar
dan moet je je stand niet overschatten. Het betreffende jaar heb ik meerdere van
dit soort overwinning geboekt. De omsingelaar staat niet echt goed, maar de
aanvaller overschat zijn stand en wordt gevloerd.
In diagram 16 is 16-21 gespeeld. Een ander idee is 44...3-8. Dat verhindert
45.48-42 door het zetje 25-30 en 13-19x48 X. De enige redelijk verdediging voor
wit is nog 45.32-27 31x22 46.23-18 13-19 47.24x13 8x19 48.18x27 19-24 49.29-23
24-30 50.23-18 30-35 met remise. Na het gespeelde 44...16-21 45.48-42 dreigt
enigszins de afwikkeling 23-18, 32-27 en 42-37x18. op 45...3-8 volgt 46.32-27
31x22 47.23-18 21-27 48.18x9 8-13 49.39-33 =.
Het
bezwaar van het gespeelde 44...3-8 45.48-42 31-36 is de manoeuvre 46.39-33 3-8
47.33-28 8-12 48.32-27! met goed spel voor wit. De laatste diagram is nog
houdbaar voor wit mits hij aanstuurt op de bevrijding 49.23-19 2-8 50.29-23
20x29 51.40-35 29x40 52.35x44 18x29 met voldoende tegenspel. Meestal wordt dit
offer ingeleid met 24-19, 40-35 en 34-30. Nu is door het gat in het centrum een
iets inventievere methode vereist.
Na de gespeelde paniekzet 49.24-19 is het uit. Tijdens de partij vreesde ik nog de variant 49...18-22 50.19-13 22x24 51.13-9 24-30 52.9-4 30x39 53.40-34 39x30 54.23-19 en ondanks vier schijven is de winst niet eenvoudig te vinden. Thuis ontdekte ik de simpele winst. 51...17-22! 52.9-3 12-17 en de witte dam komt niet weg.