Niet alle witspelers in de 33-29 19-23 opening zijn bereid hun tegenstander zonder slag of stoot de omsingeling te gunnen. Herman van Westerloo speelt bijvoorbeeld vrijwel altijd dezelfde ruilvariant. In het wereldkampioenschap correspondentiedammen stuurde Fransman Damseaux vanuit deze opening aan op de uitruil: 11.41-37 21-27 12.47-41 en 13.37-32. Hoewel weinig gespeeld zijn er nauwelijks voorbeelden van een geslaagde omsingeling te vinden na deze grove breekactie. Dus kennelijk is dat ook iets, waar je als zwartspeler rekening mee moet houden. Tegen de ruil van Westerloo is wel eens succes geboekt. Eerst twee voorbeelden, waarin de opzet van Herman slaagt.

 

Westerloo,van,H. - Mooser,R. NLD-chT, 28-09-1991
1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-20 4.44-40 10-14 5.38-33 14-19 6.30-24 19x30 7.35x24 17-22 8.42-38 11-17 9.32-28 23x32 10.37x28 16-21 11.41-37 6-11 12.37-32 11-16 13.31-26 21-27 14.32x21 16x27 15.46-41 9-14 16.50-44 1-6 17.41-37 27-31 18.36x27 22x42 19.48x37 7-11 20.38-32 14-19 21.40-35 19x30 22.35x24 5-10 23.43-38 10-14 24.45-40 14-19 25.40-35 19x30 26.35x24 3-9 27.28-23 9-14 28.47-41 17-22 29.34-30 25x43 30.32-28 43x32 31.28x17 12x21 32.23x3 32-38 33.26x17 11x22 34.33x42 20-25 35.3x20 25x14 36.44-40 14-19 37.40-35 19x30 38.35x24 4-9 39.49-44 9-14 40.44-40 22-28 41.42-38 14-19 42.40-35 19x30 43.35x24 28-33 44.41-36 33x31 45.36x27 13-18 46.24-19 =
 
Zwart staat erg ongemakkelijk. De afwikkeling 29.34-30 blijkt echter niet gevaarlijk. Ook direct 29.32-28 lijkt weinig te doen na 29...14-19 30.23x14 20x9 31.28x17 11x22 32.38-32 13-19. Echter 29.41-36 14-19 30.23x14 20x9 31.32-28 is wel lastig, omdat zwart geen tempo heeft. Herman is niet erg onder de indruk van 10...6-11 met de dreiging 22-27. Steevast speelt hij dan 11.31-26.

 

Westerloo,van,H. - Luteijn,F. NLD-chT, 16-03-1991
1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.38-33 14-19 4.40-35 10-14 5.44-40 14-20 6.30-24 19x30 7.35x24 17-22 8.42-38 11-17 9.32-28 23x32 10.37x28 6-11 11.31-26 16-21 12.41-37 11-16 13.37-32 21-27 14.32x21 16x27 15.46-41 7-11 16.41-37 27-32 17.38x27 22x42 18.47x38 11-16 19.48-42 18-22 20.42-37 13-18 21.37-31 9-13 22.50-44 3-9 23.40-35 1-7 24.44-40 9-14 25.38-32 4-10 26.43-38 14-19 27.35-30 10-14 28.40-35 5-10 29.49-43 19-23 30.28x19 14x23 31.45-40 16-21 32.31-27 22x31 33.36x16 17-22 34.32-27 22x31 35.26x37 23-28 36.33x22 18x27 37.38-33 13-18 38.24-19 20-24 39.29x20 15x13 40.33-29 18-22 41.29-24 13-18 42.43-38 22-28 43.38-33 18-22 44.24-19 27-32 45.19-14 32x41 46.14x5 41-46 47.5x41 46x10 48.30-24 22-27 49.34-29 27-31 50.39-34 31-36 X


De witte voortzetting 27.35-30 is wat te enthousiast. Het was daarna een groot genoegen om verdediging 31...16-21! te verzinnen. Waarschijnlijk doet wit er goed aan om nu of later schijf 19 te offeren. Na 34.32-27 lijkt het te laat om op beschaafde wijze het vege lijf te redden. Tot voor kort meende ik, dat zwart na de ruil 27-32 niets heeft aan 17-21x21. Daarom probeerde ik meerdere malen met 18-22 een schijf van de lange naar de korte vleugel te loodsen. In de voorgaande partij was het geen groot succes. Hieronder een meer geslaagd voorbeeld. Het succes van de strategie met 18-22 staat of valt de sterkte van de zenuwen van de tegenstander. Doet hij een ruil als 31-27x37 of probeert hij de actie volledig te weerleggen.

 

Visser,S. - Voorspuy,T. NLD-ch sf1, 04-01-1981
1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-20 4.44-40 10-14 5.38-33 14-19 6.30-24 19x30 7.35x24 17-22 8.42-38 11-17 9.32-28 23x32 10.37x28 16-21 11.31-26 21-27 12.41-37 27-32 13.38x27 22x42 14.47x38 6-11 15.46-41 11-16 16.41-37 1-6 17.37-31 4-10 18.50-44 18-22 19.38-32 13-18 20.43-38 9-13 21.31-27 22x31 22.26x37 16-21 23.37-31 7-11 24.31-27 21-26 25.48-42 10-14 26.27-21 26-31 27.36x27 17x26 28.42-37 11-17 29.27-21 18-22 30.21-16 12-18 31.28-23 8-12 32.32-28 6-11 33.16x7 2x11 34.38-32 3-8 35.49-43 11-16 36.43-38 16-21 37.37-31 26x37 38.32x41 21-26 39.41-37 22-27 40.38-32 27x38 41.33x42 18-22 42.40-35 22x33 43.39x28 13-18 44.44-39 18-22 45.45-40 22x44 46.40x49 25-30 47.34x25 17-22 48.23-19 14x34 49.25x14 8-13 50.24-19 13x24 51.14-9 24-30 52.35x24 34-40 =

 

Met 23.37-31 geeft wit een belangrijke formatie op. Na 23.36-31 21-26 24.31-27 7-11 25.27-21 17-22 26.28x17 11x22 27.21-16 blijft een gevaarlijke witte aanval op het bord. Ook het partijverloop lijkt nog wel wat voor wit. Rechts zou hij de ruil 29.28-22 17x28 30.32x23 kunnen overwegen. Direct 14-19x9 is verhinderd door een dammetje naar 4. Echter na 30...2-7 is er tegen de sterke terugruil geen kruid gewassen. Bijvoorbeeld 31.38-32? 14-19! 32.23x14 20x9 33.33-28 18-23! 34.28x19 18-22 en 7-11 is verschrikkelijk. Na het aangewezen 31.33-28 14-19 29.23x14 20x9 30.28-23 18-22 doet de witte aanval weinig, terwijl de eigen lange vleugel een dankbare prooi is voor de zwarte tegenaanval.


Rechts mist zwart een schot voor open goal. Met 38...21-27!! kan hij het aanmerkelijk beter doen. Na 39.40-35 27-31 40.41-37 31x42 41.38x47 18-22 gaat het vanzelf. De bekende wending 39.40-35 27-31 40.34-30 25x32 41.28x26 is nog lastig. Na 41...22-27 42.44-39 27-32 43.39-34 17-22 faalt 44.26-21op 14-19 en 22-28x16, terwijl 44.45-40 22-27 45.33-28 eveneens weerlegt wordt door het verrassende 45...14-19x23 X.

 

Tholel,F. - Egmond,van,R. NLD-chT 1a, 28-10-1989
1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-20 4.44-40 10-14 5.38-33 14-19 6.30-24 19x30 7.35x24 17-22 8.42-38 11-17 9.32-28 23x32 10.37x28 16-21 11.31-26 21-27 12.50-44 9-14 13.41-37 27-32 14.38x27 22x42 15.47x38 6-11 16.46-41 11-16 17.41-37 17-21 18.26x17 12x21 19.38-32 8-12 20.43-38 12-17 21.28-23 7-12 22.48-43 3-8 23.34-30 25x34 24.39x30 20-25 25.32-28 25x34 26.24-19 13x24 27.29x9 4x13 28.40x29 5-10 29.44-39 10-14 30.45-40 13-19 31.40-35 8-13 32.35-30 21-26 33.30-25 18-22 34.38-32 2-8 35.29-24 19x30 36.25x34 12-18 37.23x3 14-19 38.3x21 16x40 39.28x17 40-45 X


De witte stelling is aan de lange vleugel ernstig verzwakt. De enige kans op tegenspel is de uitval 34-30x30. Na 23.40-35 14-19 24.23x14 20x9 blijft de onevenwichtigheid bestaan. Immers 25.32-28 18-22 26.28-23? 13-18 27.34-30 25x34 28.39x30 faalt op 15-20 en 4-10x48 X. Na 25.32-28 18-22 26.29-23 13-18 27.34-29 9-14 28.35-30 25x34 29.39x30 21-27 30.38-32 (of?) 27x38 31.43x32 14-20 heeft zwart vleugelcontrole. De afwikkeling uit de partij is in bepaalde opzichten nog wel een oplossing voor wit. Zwart kan i.p.v. 20-25 kijken naar zetten als 18-22 en 17-22. Op 24...17-22 25.44-39 20-25 26.32-28 25x34 28.28x26 is de dam 18-22 en 13-19 onvoldoende.

 

Na 24...18-22 25.32-28 20-25? 26.38-32 25x34 27.24-19 ontstaat een vergelijkbare situatie als in de partij, waarvan je niet serieus verwachten kan, dat het tot een sluitende winst zal leiden. Wel aardig is 24...18-22 25.32-28 21-27! 26.44-39 20-25 X. Bijgevolg ligt 24...18-22 25.44-39 20-25 26.32-28 25x34 27.39x30 voor de hand en een directe winst zie ik eventjes niet. De zetten 22-27, 21-27, 21-26 of 14-20 kunnen overwogen worden. Het beste lijkt 27...21-27 28.43-39 16-21 en 13-18 met op den duur doorbraak op de witte lange vleugel.  Het partijverloop is nogal benauwd voor wit. De bezetting van velde 28 hoort er misschien niet bij. Wellicht krijgt hij met 21.37-31 meer tegenspel.

 

Harten,van,P. - Rijkaart,C. NLD-ch sf2, 29-01-1978
1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-20 4.44-40 10-14 5.38-33 14-19 6.30-24 19x30 7.35x24 17-22 8.42-38 11-17 9.32-28 23x32 10.37x28 16-21 11.41-37 21-27 12.50-44 6-11 13.31-26 27-31 14.36x27 22x42 15.48x37 11-16 16.46-41 17-21 17.26x17 12x21 18.38-32 7-12 19.43-38 1-6 20.37-31 21-26 21.31-27 6-11 22.49-43 11-17 23.41-37 9-14 24.28-22 17x28 25.32x23 14-19 26.23x14 20x9 27.37-32 2-7 28.32-28 18-22 29.28x17 12x32 30.38x27 7-11 31.43-38 8-12 32.38-32 11-17 33.33-28 12-18 34.39-33 3-8 35.44-39 17-22 36.28x17 18-23 37.29x18 13x31 38.33-28 31-36 39.28-22 16-21 40.17-11 21-27 41.22x31 26x28 42.11-6 28-32 43.6-1 32-37 44.39-33 37-41 45.33-28 41-46 46.28-22 46-32 47.22-17 32-16 48.40-35 16-38 49.34-30 25x34 50.1x40 38x20 51.17-11 20-25 52.11-6


Het is evident, dat wit heel slecht staat. Echter het partijverloop laat hem tegenspel. Veel beter is de opmars 5-10-14. De voortgezette omsingeling met 12-17 en 18-22 begint dan weer te dreigen, terwijl wit op 15 of 23 weinig te zoeken heeft bij het afslaan van de stormloop tegen de lange vleugel. Het ruiltje 28-22x23 is rechts bijgevolg vrijwel opspeelbaar. De enige kans is de prik 24.27-21 16x27 25.32x21. De zwart omsingeling moet dan komen van 25...18-22, 13-18, 4-9-13. In tegenstelling tot de partij Visser - Voorspuy komt zwart een stuk te kort op de korte vleugel om de lastpak op veld 21 naar voren toe weg te kunnen ruilen.

 

Toch is de witte situatie weinig benijdenswaardig. Bijvoorbeeld 25...18-22 26.28-23 13-18 27.40-35 14-19 28.23x14 20x9 bestendigd de ongelukkig schijvenverdeling. Ook 25...18-22 26.47-41 13-18 27.41-36 4-9 28.28-23 9-13 29.36-31 14-19 ziet er redelijk uit voor zwart. De beste kans is om helemaal van veld 23 weg te blijven: 25...18-22 26.47-41 13-18 26.41-36 4-9 19.36-31 (het dammetje 27.37-31 is niet goed) 9-13 20.40-35 22-27 21.31x11 26x6 en de overladen witte korte vleugel blijft een rol spelen.