De Roozenburgstelling uit de 33-29 19-23 opening geeft wel eens aanleiding tot Kellersystemen. In de partij Meijer - Bosker leidt de poging de finesse uit Chizhov - Chmiel in de stand te krijgen tot een slechte Keller.

 

Meijer,Hein - Bosker,G. NLD-chT, 09-09-1989
1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-20 4.44-40 10-14 5.38-33 14-19 6.30-24 19x30 7.35x24 17-22 8.42-38 11-17 9.32-28 23x32 10.37x28 16-21 11.41-37 6-11 12.31-26 11-16 13.37-32 21-27 14.32x21 16x27 15.50-44 9-14 16.46-41 3-9 17.48-42 1-6 18.40-35 5-10 19.44-40 14-19 20.28-23 19x30 21.35x24 10-14 22.41-37 6-11 23.49-44 27-31 24.36x27 22x31 25.33-28 11-16 26.40-35 31-36 27.38-33 16-21 28.42-38 21-27 29.37-32 18-22 30.32x21 22-27 31.21x32 17-22 32.28x17 12x21 33.26x17 13-19 34.24x13 8x37 35.38-32 37x28 36.33x22 14-19 37.29-23 19x28 38.22x33 9-13 39.33-28 13-19 40.44-40 4-9 41.43-38 19-23 42.28x19 7-12 43.17x8 2x24 44.39-33 9-13 45.33-28 24-29 46.34x23 25-30 47.35x24 20x18 48.40-34 13-19 49.34-29 15-20 50.45-40 19-24 51.38-33 20-25 52.29x20 25x14 53.40-34 14-19 54.34-29 19-23 55.28x19 18-22 56.19-14 X. 

 

De zwarte voortzetting 19...14-19 in de diagramstand is volkomen logisch. Immers 19...7-11 kan sterk beantwoord worden met de ruil 20.38-32 27x38 21.43x32 en de afwikkeling 21...18-23 22.29x16 20x27 23.26-21 22x44 24.21x3 44-50 25.16-11 is het niet helemaal. Het antwoord (19...14-19!) 20.28-23 is zo'n beetje de enige. Aangewezen lijkt 20...19x28. De afwikkeling 21.24-19 13x24 22.29-23 kan zowel beantwoord worden met 18x29 als 28x19 met wat beter spel voor zwart. Het toelaten en afnemen van de dam met 22...28x19 23.38-32 27x29 24.34x5 9-14 25.5x30 25x34 26.39x30!? 4-9 geeft zwart groot centrumoverwicht. Ook 21.41-37 is om meerdere redenen niets voor wit. Ik zie zo'n vijftal zetten t.w. 21...27-31, 21...10-14, 21...6-11,  21...28-32 en 21...18-23(?). Vooral de eerste twee lijken afdoende.

 

 

Zwart laat zich ook een tweede maal afbluffen. De gespeelde ruil 27-31x31 kan niets zijn in verband met de zwaktes op de zwarte lange vleugel. Na 23...11-16 24.37-31 beschikt zwart over twee bekende schijnoffers. Naast 24...27-32 25.38x27 13-19 komt ook 26...25-30 27.34x25 13-19 in aanmerking. Beiden vallen bij nadere bestudering een beetje tegen, maar zijn zeker beter dan het partijverloop.

 

In plaats van 24.37-31 heeft wit nauwelijks alternatieven. Op 24.33-28 22x33 25.39x28 verliest hij een schijf via 27-32 en 18-22 X. Op 24.37-32 volgt 24...13-19 X. Na 24.40-35 13-19 ziet wit zijn schijf niet meer terug. Het schijnoffer 24.24-19 13x24 25.40-35 24-30 26.35x24 9-13 27.45-40 14-19 ziet er goed uit voor zwart.

 

Koot,R. - Sonderen,H. NLD-chT 1b, 08-11-1986
1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-20 4.38-33 10-14 5.44-40 14-19 6.30-24 19x30 7.35x24 17-22 8.42-38 12-17 9.32-28 23x32 10.37x28 16-21 11.41-37 11-16 12.31-26 8-12 13.50-44 6-11 14.37-32 3-8 15.46-41 21-27 16.32x21 16x27 17.36-31 27x36 18.26-21 17x26 19.28x6 7-11 20.6x17 12x21 21.41-37 1-6 22.48-42 6-11 23.33-28 8-12 24.39-33 12-17 25.44-39 18-22 26.28-23 13-18 27.23x12 17x8 28.38-32 9-13 29.49-44 22-27 30.43-38 11-16 31.33-28 8-12 32.39-33 12-17 33.44-39 17-22 34.28x17 21x12 35.32x21 16x27 36.33-28 27-31 37.38-32 4-10 38.40-35 12-17 39.45-40 2-7 40.35-30 7-12 41.40-35 13-18 42.39-33 17-21 43.28-23 18-22 44.23-19 12-18 45.32-28 10-14 46.19x10 5x14 47.28x17 21x12 48.33-28 12-17 49.28-23 18-22 50.24-19 22-27 51.19x10 15x4 52.30-24 27-32 53.37x28 31-37 54.42x31 26x37 55.24x15 37-41 56.23-19 41-46 57.29-23 46-41 1-1 (2.26/2.26)


De twee om twee naar veld 6 zie je niet veel. Witspelers hebben er meestal geen trek in hun tegenstander zo gemakkelijk weg te laten komen. In de partij Koot - Sonderen blijkt zwart zoveel bewegingsvrijheid te hebben, dat hij moeiteloos een kansrijke omsingeling gaande kan houden. Zwart staat in de diagramstand schitterend. Later krijgt hij last van allerlei hinderlijke finesses, zoals diverse dammetjes naar 3 en de ruil 34-30x17. Hier zou hij daar nog wat aan kunnen doen met 30...8-12 en 11-17 gevolgd door de opmars 2-7-11-16 etc. Wit kan gewoon nergens naartoe. Misschien kan hij zijn leven rekken met de hoge Ghestem 23-19. Ook op diverse andere momenten zijn er alternatieven zoals 19...18-22; 21...18-22; 33...4-10; 37...12-17 en 44...22-27.

 

Tijdens het kampioenschap van Den Haag had Jan Kok zich een uitstekende uitgangspositie verworven tot hij tegen mij moest aantreden. Eerst mist hij in de opening de finesse van Chizhov - Chmiel (15...3-9!). Daarna eindigt een klassieke Keller in een afgebroken stelling, waarin Leo Springer een schitterende sluitende eindspelwinst vindt met een dubbele vangstelling tegen twee damhalende stukken. Jan kan er nog steeds niet blij van worden, als hij eraan terugdenkt.

 

1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-20 4.44-40 10-14 5.38-33 14-19 6.30-24 19x30 7.35x24 17-22 8.42-38 11-17 9.32-28 23x32 10.37x28 16-21 11.31-26 21-27 12.48-42 7-11 13.50-44 1-7 14.28-23 9-14 15.41-37 27-31 16.36x27 22x31 17.46-41 31-36 18.38-32 11-16 19.42-38 7-11 20.32-28 17-22 21.28x17 11x22 22.40-35 4-10 23.45-40 14-19 24.23x14 10x30 25.35x24 13-19 26.24x13 8x19 27.38-32 20-24 28.29x20 25x14 29.43-38 5-10 30.32-28 12-17 31.49-43 2-8 32.37-32 16-21 33.34-30 8-13 34.30-24 19x30 35.28-23 18x29 36.33x35 6-11 37.40-34 11-16 38.41-37 14-19 39.34-29 10-14 40.39-33 13-18 41.29-24 19x30 42.35x24 3-9 43.33-29 9-13 44.44-40 13-19 45.24x13 18x9 46.29-24 9-13 47.43-39 13-18 48.39-33 14-19 49.24x13 18x9 50.33-29 15-20 51.40-34 22-27 52.38-33 27x38 53.33x42 21-27 54.34-30 17-22 55.29-23 9-14 56.37-32 27x38 57.42x33 22-27 58.33-28 20-25 59.30-24 14-20 60.24x15 25-30 61.15-10 30-34 62.23-19 16-21 63.26x17 27-31 64.19-13 31-37 65.13-8 37-42 66.47x38 36-41 67.8-3 34-40 68.10-5 40-45 69.17-11 X.

 

Wit houdt zich staande met de Bronstringfinesse. Op 23...6-11 volgt de wending 24.37-31 36x27 25.24-19 13x24 26.38-32x42x6 X. Na de afwikkeling realiseerde de zwartspeler zich niet voldoende het belang van snel opkomen van schijf 6 en bleef er de rest van de partij mee zitten. In de diagramstand vreesde hij op het aangewezen 27...6-11 de afwikkeling 34-30, 44-40 en 32-28x6, die nooit meer dan remise kan opleveren voor wit.


Het eindspel in de afgebroken stand na 61.15-10 is in alle varianten gewonnen volgens Leo Springer. Zwart werd tijdens het uitspelen compleet verrast door het motief en wordt het slachtoffer van een van de ondervarianten.