In de ouderwetse Roozenburgopening liet Chizhov zich zonder vorm van protest een stuk afpakken door de Pool Chmiel. In een overzicht over de opening constateerden we dat de zwartspeler aantrekkelijke mogelijkheden heeft. Wit saboteerde later de zwarte opzet door vroeg naar 24 te ruilen. Zwart probeert nu weer in het bekende spoor te komen door de zetten om te wisselen:
1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-20! 4.44-40 10-14
Wit kan nu via 5.50-44 etc. kiezen voor de orthodoxe Roozenburg of besluiten tot 5.38-33 14-19 6.30-24 19x30 7.35x24 17-22 8.42-38 tot een actievere opstelling. Deze stelling kwam inmiddels 282 keer voor. Ongeveer twee keer zoveel witspelers als zwartspelers wisten hun partij te winnen. Aanvankelijk hielden de zwartspelers veld 17 open en stuurden op druk aan tegen schijf 24 met 5-10 of 9-14. Een hele serie partijen werd voortgezet met de grote afwikkeling 8...5-10 9.50-44 10-14 10.47-42 14-19 11.31-26 19x30 12.32-28 23x32 13.37x17 11x22 14.29-23 18x29 15.33x35. Zwart staat niet minder, maar verloor vrijwel altijd omdat de hoogste elo aan de witte kant zat. Zelfs Koeperman schaarde zich eens onder de verliezers met:
Clerc,R.
- Koeperman,I. Wch, 16-08-1976
1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-20 4.44-40 10-14 5.38-33 14-19 6.30-24
19x30 7.35x24 17-22 8.42-38 5-10 9.50-44 10-14 10.48-42 14-19 11.31-26 19x30
12.32-28 23x32 13.37x17 12x21 14.26x17 11x22 15.29-23 18x29 16.33x35 16-21
17.38-33 6-11 18.36-31 21-27 19.31-26 13-19 20.43-38 9-13 21.41-37 19-23
22.46-41 1-6 23.49-43 23-28 24.35-30 13-19 25.26-21 27x16 26.38-32 19-23
27.42-38 7-12 28.30-24 20x29 29.33x24 15-20 30.24x15 23-29 31.34x23 28x19
32.37-31 11-17 33.41-36 6-11 34.32-27 2-7 35.27x18 12x23 36.38-32 8-12 37.39-34
16-21 38.34-30 25x34 39.40x18 12x23 40.31-26 19-24 41.47-42 7-12 42.43-38 12-18
43.44-39 18-22 44.45-40 3-8 45.40-35 8-13 46.39-34 24-29 47.42-37 29x40 48.35x44
11-16 49.38-33 13-19 50.37-31 19-24 51.44-40 24-30? 52.31-27 22x31 53.36x27 4-9
54.15-10 9-13 55.40-35 30-34 56.35-30 34x25 57.10-5 25-30 58.5x6 30-34 59.26x17
34-40 60.6-1 40-45 61.32-28 2-0
Veel witspelers proberen hun tegenstander
tot medewerking te bewegen met vroegtijdig 10.32-28. De zwarte stelling is dan
zeker niet minder, zoals bleek in de partij Van der Zee - Morseld:
1.33-29
19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-20 4.44-40 10-14 5.38-33 14-19 6.30-24 19x30
7.35x24 17-22 8.42-38 9-14 9.50-44 3-9 10.32-28 23x32 11.37x17 11x22 12.41-37
7-11 13.37-32 1-7 14.46-41 22-27 15.31x22 18x27 16.32x21 16x27 17.33-28 14-19
18.40-35 19x30 19.35x24 9-14 20.45-40 4-10 21.38-33 13-18 22.28-23 8-13 23.40-35
14-19 24.23x14 10x30 25.35x24 2-8 26.41-37 5-10 27.43-38 18-22 28.44-40 10-14
29.48-43 14-19 30.40-35 19x30 31.35x24 11-17 32.37-31 6-11 33.47-41 12-18
34.34-30 25x23 35.33-29 23x34 36.39x30 20x29 37.38-33 X.
In deze stelling volgde zwart het verkeerde plan. Met 29...13-18 verzekert hij zich van gelijkspel. Na 30.37-31 kan naast 18-23 gekeken worden naar 30...11-16. Het idee achter het klaar zetten van een groot aantal aanvallers op de lange vleugel tegen de voorpost is, dat wit deze moeilijk kansrijk kan handhaven. Zwart zet eerste de korte vleugel zo sterk mogelijk neer alvorens de witte voorpost tot de terugtocht te dwingen en de aanval over te nemen. In de partij Wirny - Palmer gaat alles eerst naar wens, totdat zwart zich gedwongen ziet het centrum los te ruilen.
1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-20 4.44-40 10-14 5.38-33 14-19 6.30-24 19x30 7.35x24 9-14 8.42-38 17-22 9.50-44 3-9 10.32-28 23x32 11.37x17 11x22 12.41-37 6-11 13.46-41 5-10 14.48-42 11-17 15.37-32 17-21 16.31-27 22x31 17.36x27 18-23 18.29x18 13x31 19.41-36 20x29 20.36x27 14-20 21.34x23 10-14 22.33-28 9-13 23.40-34 13-18 24.44-40 18x29 25.34x23 8-13 26.49-44 12-18 27.23x12 7x18 28.40-34 14-19 29.45-40 2-8 30.42-37 18-23 31.38-33 8-12 32.37-31 20-24 33.47-41 4-9 34.43-38 13-18 35.31-26 12-17 36.41-37 17-22 37.28x17 21x12 38.33-28 9-13 39.26-21 12-17 40.21x12 18x7 41.38-33 7-12 42.37-31 12-18 43.31-26 1-7 44.28-22 24-30 45.22-17 7-12 46.17x8 13x2 47.40-35 16-21 48.35x22 23-28 49.27x16 28x37 50.16-11 37-42 51.11-6 2-7 52.44-40 42-48 53.40-35 X
In de diagramstand rechts lijkt zwart
beide vleugels onder controle te hebben. Maar Wirny trekt met een reeks finesses
de stelling naar zich toe en wint door controle op beide vleugels. Na 32.37-31!
kan zwart er natuurlijk niet achter met 21-26 en dat blijft zo meerdere zetten
achter elkaar. Na 32.37-31 20-24 33.46-41 is 33...21-26 verhinderd door 34.27-22
26x46 35.22-18 13x22 36.28x8 46x28 37.33x22 X. Links staat zwart nog goed. Hij
zou de voorpost kunnen terugdrijven met 15...14-19 16.41-37 19x30 17.29-23 18x29
18.33x35, maar dan is schijf 22 nog een handenbinder. Na 15...17-21 16.31-27
22x31 17.36x27 14-19 18.41-37 19x30 19.29-23 18x29 20.33x35 heeft wit een erg
statische stelling. Een ander idee is schijf 24 te verwijderen via de manoeuvre
17...12-17 18.33-28 18-22 19.27x18 13x33 20.39x28 9-13 gevolgd door 14-19 en een
keertje 13-19x19. De hangende schijf op 10 is daarbij een beetje een probleem.
Luteijn,F.
- Teer,F. Heijting, 08-08-1982
1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-20 4.44-40 10-14 5.38-33 14-19 6.30-24
19x30 7.35x24 17-22 8.42-38 5-10 9.50-44 10-14 10.32-28 23x32 11.37x17 11x22
12.41-37 6-11 13.37-32 12-17 14.46-41 8-12 15.41-37 3-8 16.47-42 22-27 17.31x22
18x27 18.32x21 17x26 19.33-28 11-17 20.38-32 17-22 21.28x17 12x21 22.32-28 8-12
23.43-38 13-18 24.49-43 9-13 25.37-32 14-19 26.40-35 19x30 27.35x24 12-17
28.42-37 17-22 29.28x17 21x12 30.32-28 16-21 31.45-40 4-9 32.39-33 12-17
33.44-39 9-14 34.37-32 7-11 35.48-42 1-6 36.42-37 17-22 37.28x17 11x22 38.40-35
2-7 39.32-28 21-27 40.28x17 26-31 41.37x26 27-32 42.38x27 18-23 43.29x9 20x49
44.9x20 49x45 45.20-14 45-50 46.39-34 50-45 47.34-30 25x34 48.14-9 34-39 49.9-3
39-44 50.35-30 44-50 51.3-21 50-28 52.21-16 6-11 53.16-27 28-19 54.30-25 7-12
55.27-49 19-32 0-2
Zelf
leerde ik hoe moeilijk het is om de witte aanval gaande te houden. De
zwartspeler heeft twee kansen in een open Roozenburgstelling. Hij kan proberen
de aanval rond te krijgen tegen de voorpost en hij kan proberen de overhand te
krijgen op de korte vleugel. In beide plannen handhaaft wit zich het beste door
veld 33 open te houden. Na 32.39-33 is de witte stand niets meer. Beter is
32.38-32 om de stelling op te houden en de opmars van schijf 36 naar 27 voor te
bereiden. Op 32.38-32 21-27 33.32x21 26x17 kan wit hergroeperen met 34.29-23. Na
het sluiten van veld 33 kan zwart omsingelen over veld 22 of naar voren ruilen
met 17-22x22 zoals in de partij.
De ruil 16...22-27x27x26 wordt node
gespeeld. Veel liever zou zwart 16...1-6 doen gevolgd door 17.32-28 16-21 of
17...22-27x27. Maar er zitten nu eenmaal zetjes naar 10 in de stelling. Wel zou
hij hier met 17...14-19 te witte voorpost kunnen terugdrijven. Op diverse
manieren kan in de 33-29 19-23 opening het spelbeeld uit de Keller ontstaan. In
de partij Koot - Prinsen ruilt wit vroegtijdig en kan zijn tegenstander vrijwel
zonder concessies veld 36 bereiken.
Koot,R. -
Prinsen,G. NLD-chT, 24-09-1988
1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-20 4.38-33 10-14 5.44-40 14-19 6.30-24
19x30 7.35x24 17-22 8.32-28 23x32 9.37x17 11x22 10.41-37 16-21 11.31-26 21-27
12.43-38 27-31 13.36x27 22x31 14.37-32 31-36 15.32-28 6-11 16.46-41 11-17
17.41-37 7-11 18.50-44 11-16 19.48-43 18-22 20.40-35 13-18 21.28-23 4-10
22.33-28 22x33 23.39x28 8-13 24.34-30 25x34 25.29x40 20x29 26.23x34 2-8 27.44-39
1-7 28.38-32 17-21 29.26x17 12x21 30.43-38 7-12 31.39-33 12-17 32.34-29 8-12
33.40-34 21-27 34.32x21 17x26 35.45-40 12-17 36.35-30 18-22 37.38-32 16-21
38.49-43 22-27 39.43-38 10-14 40.30-25 13-19 41.37-31 26x48 42.40-35 48x30
43.35x4 14-19 44.4x31 36x27 45.29-23 17-22 46.28x26 19x39 47.32x21 39-44
48.21-16 44-50 49.26-21 3-8 50.47-41 8-12 51.38-32 50-44 52.41-36 5-10 53.32-28
44x26 54.16-11 12-17 55.11x22 26-12 56.36-31 10-14 57.31-26 12-7 58.22-17 14-19
59.26-21 7-40 60.25-20 15x24 61.17-11 40-34 62.11-6 34-1 0-2
Beslissend
voor het welslagen van vrijwel iedere omsingeling in de Keller is het bestrijden
van de breekactie 34-30x30. Hier deed zwart 21...4-10 en de ruil 22.34-30 25x34
23.39x30 faalt op 23...20-25 24.44-39 25x34 25.39x30 15-20 X. Toch vraag ik mij
af of 21...4-10 wel de sterkste is. Immers na 21...1-6 zit dezelfde wending erin
zonder de lelijke concessie 4-10. De start met 21...9-13 werkt niet, vanwege
22.34-30 25x34 23.39x30 1-6 24.44-39 6-11 25.30-25 4-10 26.25x14 10x28 27.38-32
5-10 28.32x23 10-14 29.42-38 13-19 30.24x13 8x28 31.35-30 en wit wint zijn stuk
met beslissend positievoordeel terug.
In de partij slaat wit met 33-28x28 gevolgd door 34-30x40 op de vlucht. Interessant is de vraag of na 32.38-32 de aanvalsactie 34-30x30 wel mogelijk wordt. De reden om na 32.33-28 22x33 33.39x28 niet 33...18-22 te spelen ontgaat mij een beetje. De achtergebleven stukken op 35 en 45 moeten toch enig aanknopingspunt geven voor de omsingeling. De afwikkeling 41.37-31 is niet best. Vooral omdat het niet duidelijk is, hoe zwart de aanval moet stoppen na normale zetten als 41.40-35 en 42.34-30.