Tweemaal nam ik deel aan het toernooi in Parijs. Beide malen haalde ik tien punten. In 1986 was het een 'perfect' match met vijf zeges tegen twee nederlagen. In de vierde ronde mocht ik tegen de tamelijk onbekende Nederlandse speler Jacobs. Het werd een leuke omsingeling vanuit de Roozenburg opening. Het wqas een hele worsteling. Ik kan me er niets van herinneren.

Jacobs,J. - Luteijn,F. Paris, 04-06-1986
1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-20 4.44-40 10-14 5.50-44 5-10 6.38-33 14-19 7.30-24 19x30 8.35x24 9-14 9.33-28 4-9 10.28x19 14x23 11.32-28 23x32 12.37x28 17-21 13.42-38 21-26 14.47-42 26x37 15.41x32 11-17 16.46-41 18-22 17.39-33 13-18 18.28-23 9-13 19.32-28 22-27 20.44-39 17-22 21.28x17 12x21 22.23x12 7x18 23.41-37 1-7 24.37-32 18-22 25.42-37 7-11 26.32-28 21-26 27.28x17 11x22 28.38-32 27x38 29.43x32 8-12 30.49-43 2-7 31.43-38 7-11 32.32-28 11-17 33.36-31 16-21 34.37-32 26x37 35.32x41 6-11 36.48-42 11-16 37.28-23 13-18 38.42-37 21-26 39.38-32 17-21 40.32-28 22-27 41.37-32 27x38 42.33x42 21-27 43.28-22 10-14 44.22x13 12-18 45.13x31 26x48 46.23-19 14x23 47.29x18 20x29 48.34x23 48x30 49.18-12 30-2 50.40-35 16-21 51.23-19 2x24 52.12-7 3-8 X.

De zet 5.50-44 dwong mij al in vroeg stadium de theorie te verlaten en echt te gaan dammen. De stand met 5.50-44 is 399 keer voorgekomen. Het merendeel van de zwartspelers vervolgden met 5...14-19 (240). De vrijwel complete rest (126) ging verder met het 5...5-10 uit de partij. De meeste spelers (209) reageerden op 5...14-19 met de ruil 6.30-24x24 en kregen aldus de 'orthodoxe' Roozenburg op het bord. Die stand is 246 keer voorgekomen (inclusief zettenwisselingen). Vrijwel alle zwartspelers (201) spelen 7...17-22. 161 witspelers gingen verder met 31-27x27.

De orthodoxe Roozenburg staat te boek als beter voor zwart. Er zijn immers op de zwart lange vleugel evenveel aanvallers als verdedigers voor schijf 24. Als de stand wordt geopend met 33-28 ruilt zwart terug en krijgt hij zelfs een aanvaller meer dan zijn tegenstander aan verdedigers heeft. Toch zijn er nauwelijks patronen te vinden, waarmee zwart in het voordeel komt. Met Turbo dambase zijn de verschillende varianten heel snel statistisch te onderzoeken. De slechte naam van de witte opening lijkt nergens op te berusten. Een vrij algemene opstelling is diagram 2 (31 keer voorgekomen). Wit kan verder gaan met het voorzichtige 33-28 en het scherpere 40-35 om nog wat verzwakkingen in de zwarte stelling uit te lokken.

Jaren ben ik van mening geweest, dat in plaats van 5.50-44 de zet 5.38-33 wit in het voordeel brengt (678). Tegenwoordig ben ik daar wat genuanceerder over. Het open flankspel, zoals later ook in deze partij ontstaat biedt zwart tal van mogelijkheden. Zie ook de studies over de 33-29 19-23 opening uit Damnieuws.

In diagram 1 komen drie zetten in aanmerking. Naast het populaire 5...14-19 en het consistente 5...5-10 komt ook 5...13-19 een beetje in aanmerking. Natuurlijk is 5...13-19 6.30-24 19x30 7.35x24 9-13 het niet helemaal voor zwart. De drie om drie 8.24-19 is met zettenwisselingen zelfs nog 15 keer voorgekomen. Statistisch gezien was dat, ondanks een lichte onevenwichtigheid in de schijvenverdeling, een succes voor de witspelers (meer dan 50% winst). De variant 7...5-10 8.24-19 23-28 9.32x23 9-13 is eenmaal voorgekomen.  Zwart maakte snel een blunder. Maar ook zonder deze blunder lijkt het niets voor hem.

Manzana,M. - Jaggoe,M. WchJ, 16-12-1985
5.50-44 13-19 6.30-24 19x30 7.35x24 5-10 8.24-19 23-28 9.32x23 9-13 10.38-33 13x24 11.40-35 18-22 12.31-26 4-9 13.35-30 24x35 14.23-19 14x23 15.29x27 10-14 16.37-32 12-18 17.26-21 17x26 18.36-31 X

De gespeelde zet 5...5-10 is primair bedoeld om weer terug te komen in de theorie. Het verloop 6.38-33 14-19 7.30-24 19x30 8.35x24 9-14 9.42-38 17-22 10.48-42 3-9 11.32-28 23x32 12.37x17 11x22 heeft enige reputatie verworven dank zij het nooit in de praktijk uitgevoerde 13.38-32? 16-21! 14.43-38 21-27 15.32x21 22-28 16.33x22 18x16 17.40-35 14-19 18.45-40 19x30 19.35x24 10-14 20.40-35 14-19 21.44-40 19x30 22.35x24 9-14 23.49-44 14-19 24.40-35 19x30 25.35x24 4-9 26.38-32 9-14 27.44-40 14-19 28.40-35 19x30 29.35x24 12-17 30.32-28 17-22 31.28x17 6-11 32.17x6 13-18 33.24-19 7-11 34.6x17 8-12x44 X (studie van Johan de Boer). In een partij tussen Sjoerd Visser en Anton Schotanus reageerde wit op 13.38-32? 16-21! met 14.24-19 en 31-27x16 en maakte nog remise.

Het idee om schijf 4 in plaats van schijf 3 te spelen in deze opening is onder andere afkomstige van Wim van der Kooij. Hoewel zijn omsingeling tegen mij niet erg goed uit de verf kwam, snijdt zijn opmerking dat schijf 4 beter op 3 staat hout.

Luteijn,F. - Kooij,van der,W. VDK, 20-07-1985
1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-19 4.30-24 19x30 5.35x24 9-14 6.45-40 14-20 7.50-45 4-9 8.38-33 10-14 9.33-28 5-10 10.28x19 14x23 11.32-28 23x32 12.37x28 17-21 13.41-37 21-26 14.37-32 26x37 15.42x31 18-22 16.28x17 12x21 17.32-28 7-12 18.43-38 13-18 19.47-42 9-13 20.46-41 21-26 21.41-37 18-22 22.28x17 12x21 23.38-32 1-7 24.49-43 7-12 25.32-28 10-14 26.37-32 26x37 27.42x31 12-18 28.40-35 21-27 29.32x21 16x27 30.31x22 18x27 31.43-38 11-17 32.48-42 17-21 33.42-37 21-26 34.39-33 8-12 35.44-39 2-8 36.38-32 27x38 37.33x42 12-17 38.36-31 8-12 39.31-27 6-11 40.37-32 13-18 41.42-37 3-8 42.45-40 8-13 43.27-21 11-16 44.32-27 14-19 45.35-30 18-23 46.29x9 20x29 47.34x14 25x45 48.9-4 en zwart kon geen dam halen op 50 vanwege 27-22x6 X.

Het is niet helemaal zeker of het openen van de stelling met 11.32-28 in diagram 4 wel de sterkste voortzetting is. Het systeem de Haas na 11.42-38 17-22 12.48-42 9-14 13.31-27 22x31 14.36x27 11-17 15.40-35 of 11.42-38 17-22 12.48-42 9-14 13.32-28 22x33 14.39x19 14x23 15.38-32 is het overwegen waard. De aanval tegen de witte voorpost kan onder deze omstandigheden nauwelijks slagen, waardoor een gevecht ontstaat tussen de witte lange vleugel en de zwarte korte vleugel. Vaak blijkt wit dat gevecht te winnen.

In de eerste variant is enige oplettendheid geboden. Na 15.38-33 in plaats van 15.40-35 heeft zwart succes met de overval 15...14-19 16.40-35 19x30 17.35x24 10-14 18.44-40 14-19 19.40-35 19x30 20.35x24 6-11. Wit heeft door de dreigingen 25-30 respectievelijke 18-22 weinig mogelijkheden om de korte vleugel te versterken. Daardoor kost het openen van de stelling via 33-28 (3-9) en (18-22x14) altijd een schijf. Na 21.41-36 17-21 ontstaat een tempospelletje, waarin vroeg of laat wit 33-28 met de bovengeschetste gevolgen moet spelen.

Deze stand heeft zich alleen drie keer geregistreerd in een partij van mij voorgedaan. Twee keer had ik wit en eenmaal zwart in deze partij (6-0 voor mij). Twee ronden later heeft zich deze stand ook voorgedaan in de partij van Andre Wouters (niet in Turbo dambase). Deze speelde heel naïef 12...16-21? en kreeg de manoeuvre 13.29-23! om de oren. Zwart moet met schijf 18 slaan, omdat na 13...20x29 15.28-22x5 opgeven de enige optie is.

Talrijk zijn de goede voortzettingen voor zwart hier. Hij beschikt over 19-14, 17-22x21, 18-22, 17-22x22 en 17-21. De zet 10-14 nu of later oogt wel aardig, maar is objectief gezien een bron van moeilijkheden. Vaak blijkt wit schijf 14 te kunnen pesten met finesses, waarbij veld 32 dichtgezet wordt en 34-30x10 gespeeld wordt met randschijvenspel als gevolg. Ook moet zwart er voor waken niet een keertje met 28-23 compleet vastgezet te worden.

De stand is drie keer voorgekomen. Piet Wijn nam tegen mij het ruiltje 12...17-22 13.28x17 12x21. Best een aardige zet met als pointe 14.29-23? 20x29 15.23x12 8x17 16.34x23 21-27 X. Schijf 31 hindert wit in zijn ontwikkeling na 17-22x21. De achterloop 31-26 is het niet helemaal. Het schijnoffer 14.31-27 21x32 15.29-23 20x29! is ook niet helemaal gevaarloos. Het tijdelijk verwijderen van schijf 28 uit het centrum maakt het transport van schijf 9 naar de andere vleugel mogelijk. In de partij volgde 14.42-38 10-14 15.39-33 14-19 16.44-39 19x30 17.29-23 etc. Niet bijster goed en interessant. Na 14.42-38 10-14 15.39-33 is 15...18-22 niet echt een alternatief voor het gespeelde 14-19, vanwege 34-30 en 31-26 X. Ook niet erg geweldig is 14.42-38 18-22 15.47-42 met dreigingen. Wel kansrijk lijkt mij het rustige 14...7-12 met omsingeling.

Ik liet het na in de partij, omdat een vereenvoudiging voor zwart er meestal ook een is voor wit. Ik voelde er niets voor om mijn tegenstander lastige keuzes te besparen. Ook de zet 12...18-22 heeft bij nader inziens wel wat. Wit zal er waarschijnlijk weinig voor voelen de voorpost te verplaatsen naar 23, waar hij van twee zijden aan aanvallen bloot staat. Het gevolg is dat er na 13.39-33 16-21 of 13.41-37 22x33 14.39x28 een bescheiden succesje geboekt is. Een enigszins miskende voortzetting is 12...17-22 13.28x17 11x22. Hij is met schijf 3 op 4 regelmatig gespeeld in dit spelbeeld.

Volgens Turbo dambase is zowel de stand na 17-22x22 met een schijf 3 of op 4 nooit voorgekomen. Opmerkelijk. Wit kan nauwelijks verwachten daarna succesvol zijn aanval te handhaven. De aanval 10-14-19 kan alleen gepareerd worden met de terugruil 29-23x35. Zwart kan deze gedwongen terugtocht voorbereiden met 6-11-17 en andere initiatieven met de korte vleugel. Voor het openen van de stelling, zoals in diagram 5 zal ik tegenwoordig niet snel meer kiezen.

Een belangrijk verschil in behandeling van de witte stand tussen Jacobs en mij (tegen Wim van der Kooij) is dat ik veld 33 nadrukkelijk openhoud met 12...17-21 13.41-37 21-26 14.37-32 26x37 15.42x31. Het open veld veld 33 hindert de zwarte omsingeling ontzettend. Steeds moet zwart bedacht zijn op de terugruil ingeleid met 29-23. De omknelling met 18-22 is geen dreiging zolang veld 33 open is. Het verplaatsen van de voorpost naar 23 is naderhand ene optie. Het is volgens mij een algemeen principe in de open Roozenburgen, dat de omsingeling weinig kans van slagen heeft zolang wit zijn stand aldus flexibel houdt.

Wit heeft in diagram 6 zijn aanval al volkomen in het honderd laten lopen. Het is nu belangrijk de zwarte omsingeling niet te overschatten en rustig verder te gaan. Veel spelers zijn geneigd met 22-27x26 en 22-27x27 de korte vleugel te bevrijden en de ontwikkeling van schijf 9 ongestoord mogelijk te maken. Na 22-27x26 heeft wit de vrije hand in het centrum. Terwijl op (22-27x27) 42-37 de reorganisatie 38-32x42 binnen de mogelijkheden komt met heropening van veld 33. De gespeelde zet 17...13-18 is een heel andere idee, deels bluf en afleidingsmanoeuvre. Maar ook is het ook een best geslaagde poging om spanningen te scheppen en bedoeld als voorbereiding tot 16-21.

De witte reactie 18.28-23 geeft snel succes. Zulke zetten zijn het vrijwel nooit in open flankspel. Tenminste als de aanvalsactie 34-30x30 niet in de stand zit. De sterke punten voor wit in deze stand zijn 28 en 24. Het is de kunst om daar zolang mogelijk te blijven staan en de zwarte korte vleugel uit te putten of op te sluiten.

Het ligt daartoe sterk voor de hand om met 18.36-31 de zwarte korte vleugel vast te leggen. De opbouw 17...13-18 18.36-31! 16-21 19.31-26 met vastleggen van de zwarte korte vleugel leek mij te gevaarlijk. Daardoor komt de variant 18.36-31 6-11 19.41-36 9-13 20.32-27?!? naar voren. Hoewel de nuchtere zet 20.31-26! logischer lijkt. Tijdens de partij was ik druk bezig met het berekenen van de gevolgen van varianten als 20.32-27 1-6 21.44-39 3-9 (diagram 7).

Zwart loert op afwikkelingen ingeleid met 18-23. Ook dreigt gewoon 10-14-19. Na bijvoorbeeld 22.49-44 10-14 23.42-37 14-19 24.48-42 19x30 25.29-23 18x29 26.33x35 22x33 27.38x29 heeft wit een slechte stand. Ook heeft zwart geen enkel bezwaar tegen de terugruil 31-26x37 met voortzetting van de omsingeling. Het gevaar schuilt hem in de variant 22.42-37 18-23 23.28x19 17-21 24.27x18 12x14 25.33-28 en de omsingeling is mislukt. IK heb mij nog afgevraagd of wit dan gewonnen staat. De aanval 14-19 etc. kan niet goed doorgezet worden, vanwege de finesse waarbij schijf 21 naar 23 geofferd wordt en wit naar 9 slaat. Maar wel is hij voldoende voor de remise 25...14-19 26.40-35 19x30 27.35x24 9-14 28.45-40 21-26! (of?) 29.28-23 13-19 30.24x13 8x28 31.38-32 28-33 32.39x28 14-19 =.

Een idee om de manoeuvre 18-23 er wel goed in te krijgen is de opbouw via 17...13-18 18.36-31 6-11 19.41-36 1-6 20.44-39 8-13 21.32-27 2-8 22.42-37? 18-23 23.28x19 17-21 24.27x18 12x14 25.33-28 14-19 26.40-35 19x30 27.35x24 7-12. Echter zonder schijf 2 ontbreekt het zwart aan mogelijkheden om aan de noodrem te trekken met 13-19. In de partij zon ik op een beter zettenreeks. Deze zou kunnen komen van 17...13-18 18.36-31 6-11 19.41-36 9-13 20.32-27 1-6 21.44-39 10-14. Zowel 22.42-37 als 22.38-32 zijn om voor de hand liggende redenen onaantrekkelijk. Na 22.49-44 3-9 hebben we weer een bekende stand. Daardoor laat wit zich wellicht overhalen tot de terugruil 32-27x37 met kansen.

In diagram 8 heeft zwart alles onder controle. De vorige witte zet 23.41-37 zou wellicht beter vervangen kunnen worden door 23.42-37 met de ruilmogelijkheden 38-32x32 en 38-32x42. Hier komt sterk de zet 23...18-22 in aanmerking. Na 24.37-31 21-26 heeft wit geen aangenaam tempo. Op 24.37-32 6-11 25.32-28? wint 25...13-18; 27-32/27-31 en 18-23 X.