Een bijzonder zeldzame gebeurtenis in deze opening is een zwartspeler, die aan de lange vleugel opsluiting ten onder gaat. Slechts weinigen hebben de techniek in huis om een dergelijk opsluiting tot een goed einde te brengen. Hans Vermin heeft van zijn leermeester deze techniek met de paplepel ingegoten gekregen.

Vermin,H. - Bastiaannet,J. NLD-ch sf2, 30-01-1983
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27 16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.37-32 14-19 11.32-27 10-14 12.27-21 2-8 13.46-41 5-10 14.34-30 20-24 15.30-25 15-20 16.39-33 10-15 17.44-39 13-18 18.40-34 9-13 19.34-29 23x34 20.39x30 4-9 21.33-28 1-6 22.50-44 17-22 23.28x17 11x22 24.41-37 7-11 25.16x7 12x1 26.21-16 8-12 27.26-21 1-7 28.37-31 36x27 29.21x32 6-11 30.42-37 18-23 31.44-39 13-18 32.47-41 9-13 33.37-31 12-17 34.32-27 3-8 35.41-36 8-12 36.48-42 17-21 37.31-26 21x32 38.38x27 22x31 39.36x27 11-17 40.43-38 7-11 41.16x7 12x1 42.38-32 1-7 43.49-43 7-12 44.42-38 17-22 45.26-21 22x31 46.32-28 23x32 47.38x36 18-22 48.43-38 13-18 49.45-40 18-23 50.36-31 23-29 51.39-33 22-28 52.33x22 29-33 53.38x29 24x33 54.22-17 12-18 55.17-11 33-38 56.11-6 38-42 57.21-16 42-47 58.31-26 47-29 59.30-24 29x45 60.24x22 20-24 61.22-17 45-1 62.16-11 1-45 63.35-30 24x35 64.6-1 14-19 65.11-7 19-24 66.17-12 45-40 67.12-8 24-29 68.8-3 29-34 69.3-8 34-39 70.7-2 2-0 (2.40/2.59)

De diagramstand toont een zwarte stelling, waarop niets aan te merken valt. De zwarte stukken zijn evenwichtig opgesteld, terwijl wit veel hinder ondervindt van de achtergebleven stukken op 49 en 43. Zwart verliest voroal, omdat hij weigert enig actief plan in overweging te nemen. Hier en op vele andere momenten beschikt hij over de uitval naar 28. Voorts kan hij zijn lange vleugel vrijmaken met de bekende finnesse 33...24-29.

Deze stelling is afkomstig uit de partij Knoops - Luteijn voor de grootmeestergroep. De rest van de notatie is kennelijk verloren gegaan en niet terug te vinden in de Turbo Dambase. Indertijd was ik nogal optimistisch over de zwarte kansen. Inmiddels is met hangen en wurgen een zwaar bevochten remise bereikt. In eerste instantie werd aangegeven, dat zwart in de variant 29...13-18 30.39-34 9-13 31.34-30 18-22 32.28x17 11x22 eenvoudig zou loskomen.

Nader onderzoek wees echter uit, dat zwart na de opbouw 41-37-32, 44-39 en 32-27x37 kansloos verliest door gebrek aan vrije schijven. Het gevolg was dat er geïmproviseerd moest worden met 29...12-18 30.41-37 8-12 31.38-32 18-23 32.42-38 12-18 33.28-22 18x27 34.32x21 13-18 (diagram)

Zwart verkeert in een noodsituatie. Elke volgende zet bleek na uren analyseren slechts een middel om het onvermijdelijke nog even uit te stellen. In deze stelling was ik vooral bevreesd voor 35.49-34 24-29 36.45-40 met onder andere de tactische dreiging 47-41. Na 36...18-22 37.44-39 9-13 38.39-33?! heeft zwart het tempo 38...22-27 39.21x32 36-41 40.47x36 11-17 41.33x24 19x48 42.35-30 48x31 43.36x27 13-18 met remisekansen. In de partij volgde het niet onaardige 35.37-32. Het kostte enige tijd om te ontdekken, dat het verloop 35...18-22 36.38-33 met de dreiging 33-28x28 volmaakt kansloos is voor zwart.

Het partijverloop was 35.37-32 9-13 36.39-33 24-29 37.33x24 20x29 38.43-39 18-22 39.32-27 22x31 40.26x37 13-18 41.37-31 36x27 42.21x32 11-17! en dankzij 43.39-33? 6-11 blijft zwart overeind. De redding 42...11-17 was een late vondst. Aanvankelijk was ik 42...18-22 van plan. Maar na 43.44-40 (dreigt 39-33 X) 22-28 44.47-42 28x48 45.39-34 48x30 46.35x13 7-12 blijkt de zwarte stand reddeloos verloren. Het witte overwicht dank zij het opgeschoven materiaal op de lange vleugel blijkt van groot gewicht. Dat is een belangrijk verschil met de partij Vermin - Bastiaannet.

Krajenbrink,J. - Okken,J. Nijmegen, 25-07-1985
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27 16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 13-18 10.37-32 19-23 11.46-41 14-19 12.42-37 10-14 13.39-33 9-13 14.44-39 4-9 15.49-44 5-10 16.34-29 23x34 17.39x30 20-24 18.44-39 15-20 19.30-25 10-15 20.48-42 17-22 21.40-34 11-17 22.45-40 1-6 23.50-44 24-29 24.33x24 20x29 25.34x23 18x29 26.35-30 13-18 27.32-28 22x33 28.39x28 2-8 29.38-32 29-33 X.

Zwart getroost zich grote inspanningen om de opsluiting van de hoge korte vleugel te voorkomen en komt van de regen in de drup. De zet 21.40-34 is bedoeld om druk uit te oefenen tegen schijf 22. Het uitruilen met 24-30 lost de zwarte problemen niet op. Echter niet ruilen, zoals in de partij heeft ook zo zijn bezwaren. Zwart moet inde slotstand, vanwege de dreiging 29...18-23 30.40-34 een stuk geven.

Jong,de,S. - Drost,W. Nijmegen, 24-07-1989
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27 16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.39-33 14-19 11.44-39 10-14 12.46-41 5-10 13.38-32 20-24 14.34-30 15-20 15.30-25 10-15 16.42-38 13-18 17.40-34 9-13 18.34-30 4-9 19.50-44 24-29 20.33x24 20x29 21.48-42 2-8 22.32-28 23x32 23.37x28 18-23 24.42-37 23x32 25.37x28 13-18 26.39-33 18-22 27.33x4 22x42 28.47x38 36x47 29.4-10 47x50 30.10x2 17-22 31.2-24 3-8 32.24x2 11-17 33.2x11 17x6 34.30-24 50-28 35.43-39 28x50 36.49-44 50x20 37.25x14 15-20 38.14x25 22-28 39.25-20 28-32 40.20-14 32-37 41.14-9 37-42 42.9-3 12-18 43.3-21 1-7 44.21-12 18-22 45.12x1 22-28 46.1-34 42-48 47.34-29 28-32 48.29-47 48-34 49.47-42 34-1 50.42-47 32-37 1-1 (2.01/1.59)

Wit heeft de kanonnen klaar staan en dan is het betreden van de kerkhofruit niet zonder risico. De kerkhofruit is onder andere omstandigheden een dankbaar aanknopingspunt voor een uitputtingstactiek. Mogiljanski hoefde in het volgende voorbeeld niet eens tot het uiterste te gaan om zwart beide punten afhandig te maken.

Mogiljanski,A. - Galasjow,M. URS-ch sel, 02-08-1984
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27 16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 20-24 10.38-32 13-18 11.43-38 19-23 12.32-27 14-19 13.27-21 10-14 14.49-43 9-13 15.34-30 4-9 16.30-25 2-8 17.39-34 15-20 18.34-30 5-10 19.43-39 10-15 20.39-33 24-29 21.33x24 20x29 22.46-41 14-20 23.25x14 19x10 24.30-25 13-19 25.35-30 10-14 26.40-35 8-13 27.44-40 18-22 28.25-20 14x34 29.38-33 29x38 30.40x27 19-23 31.42x33 23-28 32.33x22 17x28 33.50-44 15-20 34.44-39 20-24 35.45-40 13-19 36.37-31 19-23 37.41-37 9-13 38.37-32 X.

Jan Groeneveld heeft met zwart een uitstekende stand opgebouwd tegen van der Pal. Na b.v. 30...17-21 heeft hij groot ruimtelijk overwicht. Hij toonde zich echter te gretig en kon na de blunder 30...19-23? 31.34-30 direct opgeven.

1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 8-12 5.36-31 6-11 6.32-27 16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.39-33 19-23 10.44-39 14-19 11.50-44 10-14 12.41-37 20-24 13.46-41 13-18 14.34-30 9-13 15.30-25 4-9 16.37-32 14-20 17.25x14 9x20 18.32-27 17-22 19.33-28 23x21 20.26x6 12-17 21.41-37 7-11 22.16x7 2x11 23.39-34 11-16 24.44-39 19-23 25.38-33 13-19 26.34-29 23x34 27.39x30 5-10 28.43-38 3-9 29.30-25 10-14 30.40-34 19-23 31.34-30

Tenslotte een voorbeeld, waarin de zwartspeler zich niet gek laat maken en met eenvoudige middelen een verpletterende aanval ontwikkeld.

Meijer,Hein - Harmsma,T. NLD-chT, 07-10-1989
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 6-11 4.31-26 12-17 5.36-31 8-12 6.32-27 16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.39-33 14-19 11.44-39 10-14 12.38-32 12-18 13.42-38 2-8 14.50-44 8-12 15.46-41 20-24 16.48-42 5-10 17.34-30 15-20 18.30-25 10-15 19.32-28 23x32 20.37x28 18-23 21.42-37 23x32 22.37x28 12-18 23.41-37 18-23 24.28-22 17x28 25.33x22 3-8 26.38-32 8-12 27.43-38 13-18 28.22x13 9x18 29.40-34 11-17 30.34-30 17-22 31.37-31 36x27 32.32x21 4-9 33.47-41 9-13 34.49-43 23-29 35.41-37 29-34 36.37-31 1-6 37.31-27 22x31 38.26x37 6-11 39.38-32 18-23 40.37-31 34-40 41.45x34 23-29 42.34x23 19x17 43.30x10 15x4 44.25x14 17-22 45.35-30 22-27 46.30-24 27-31 47.24-20 31-37 48.20-15 37-41 49.14-10 41-46 50.10-5 11-17 X