De scherpste en kansrijkste mogelijkheid voor zwart in deze opening is het accepteren van een hoge korte vleugel opsluiting. Ook onder ongunstige omstandigheden blijkt de complexiteit van de omsingeling zo hoog, dat zwartspeler regelmatig de dans ontspringen of zelfs winnen.
Binenbaum,E.
- Boom,G. NLD-chT, 12-10-1985
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 20-24 10.39-33 15-20 11.44-39 10-15
12.50-44 2-8 13.46-41 12-18 14.33-29 24x33 15.38x29 8-12 16.43-38 19-23 17.35-30
20-25 18.37-32 14-20 19.49-43 9-14 20.42-37 14-19 21.29-24 20x29 22.32-28 23x32
23.34x14 25x34 24.39x30 4-10 25.38x27 10x19 26.27-21 5-10 27.44-39 10-14
28.43-38 15-20 29.30-25 18-23 30.37-32 13-18 31.41-37 18-22 32.40-34 20-24
33.45-40 24-30 34.40-35 19-24 35.38-33 3-9 36.47-42 12-18 37.21x12 23-29 X.
In deze stelling zou wit groot 'strategisch voordeel moeten hebben. Zwart heeft nog slechts zes speelbare stukken. Toch wordt wit compleet overspeelt. Een groot probleem is de hangende schijf op 41. Het volgende diagram komt volkomen logisch op het bord. Pas zet 32.40-34 lijkt voor verbetering vatbaar.
Bijvoorbeeld 32.48-42 20-24 33.40-35 3-9 34.45-40 lijkt een
serieus probleem aan de orde te stellen. Door de dreiging 35-30 kan zwart niet
verder opbouwen met 9-13. Na 34...22-28 35.40-34 9-13 36.34-30 ontstaat een
tempoprobleem voor zwart. Zowel op 1-6 als 13-18 is 38-33 dodelijk. Alleen met
36...24-29 37.39-34 29x40 38.35x44 kan zwart de strijd nog even gaande houden.
Maar het is duidelijk dat hij dan kansloos is.
Een ander idee is 34...22-27 35.40-34 9-13 36.34-30 27-31 37.38-33 23-29 (13-18?) 38.33-28 29-33 39.39-34 33x22 40.32-28 22x33 41.34-29 33-38! met remise. Wit kan nog 37.39-33 13-18 38.33-29 proberen. Na 38...23x34 39.30x39 18-23 40.39-33 ontstaat een soort dynamisch evenwicht. Zwart moet kiezen voor 23-29. Op 40...23-28 41.33x22 17x28 42.32x23 19x28 43.38-32 28-33 44.32-27 31x22 45.21-17 12x21 46.26x39 heeft wit een stuk.
Wal,van der,J.
- Rigterink,J. Groningen Rabenhaupt, 28-08-1986
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.37-32 14-19 11.46-41 10-14
12.41-37 20-24 13.39-33 5-10 14.34-30 15-20 15.30-25 10-15 16.44-39 2-8 17.32-27
24-29 18.33x24 20x29 19.35-30 12-18 20.40-35 8-12 21.27-21 18-22 22.49-44 22-28
23.38-32 13-18 24.42-38 9-13 25.39-33 28x39 26.44x24 23-28 27.32x23 18x20
28.38-33 20-24 29.43-38 13-18 30.37-32 24-29 31.33x22 17x37 32.38-32 37x28
33.45-40 28-32 34.48-42 12-17 35.21x12 7x18 36.16x7 1x12 37.40-34 18-22 38.34-29
22-28 39.29-24 12-17 40.50-44 17-22 41.44-39 22-27 42.24-20 15x24 43.30x10 4x15
44.26-21 X.
Op het moment van de blunder 30.37-32 heeft wit een mooie stelling bereikt. Voor de hand ligt 30.45-40 18-23 31.50-45. Ruil 23-28x28 is verhinderd door 37-31 X. Na 31...12-18 32.21x12 18-22 heeft wit 33.25-20 X. De verdediging zou moeten komen van 30.45-40 4-9 31.50-45 9-13 32.48-43 3-9 33.43-39 18-23 34.39-34 13-18 35.47-42 1-6, maar dat is na 36.34-29 en 33-29 hooglijk onvoldoende. Een dergelijk speelplan brengt Douwe de Jong wel beslissend voordeel:
Jong,de,D. -
Goudt,J. Nieland, 25-07-1987
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 8-12 5.36-31 6-11 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.37-32 14-19 11.32-27 13-18
12.27-21 9-13 13.34-30 4-9 14.40-34 10-14 15.30-25 20-24 16.34-30 18-22 17.39-34
13-18 18.44-40 5-10 19.34-29 23x34 20.40x20 15x24 21.45-40 18-23 22.50-45 22-28
23.46-41 2-8 24.41-37 10-15 25.38-32 14-20 26.25x14 9x20 27.43-39 8-13 28.39-34
24-29 29.30-25 29-33 30.25x14 19x10 31.49-44 13-18 32.35-30 15-20 33.30-25 10-14
34.34-30 18-22 35.40-34 22-27 36.45-40 27x38 37.37-31 36x27 38.21x43 17-22
39.43-38 22-27 40.38x18 12x23 41.44-39 11-17 42.39-33 28x39 43.34x43 3-9
44.43-38 9-13 45.30-24 20x29 46.38-32 27x38 47.42x24 7-12 48.40-34 12-18
49.34-30 17-22 50.24-20 22-28 51.20x9 13x4 52.26-21 28-32 53.47-42 18-22
54.16-11 23-28 =.
Zwart wordt reddeloos het centrum ingedreven door een reeks dreigingen en finesses en krijgt niet de gelegenheid zich aan de korte vleugel te bevrijden. Eerst is de dreiging 25-20 het probleem, daarna komt het zetje 37-31 en 38-32 in de stand. Even later is het de meerslag finesse 37-31 en de opmars naar 34, die zwart de das om doet. Bij de afwerking gaat wit slordig te werk. Handiger is 42.42-38 met aanval op de zwarte lange vleugel. Even het 'sterke' veld 21 pakken met 50.26-21 is ook nog gemakkelijke gewonnen.
Het principe van de zwarte opsluiting zou vooral moeten zijn de tijdelijkheid ervan. Hoe later de succesvolle bevrijding plaatsvindt hoe groter de verstrooiing van de omsingelende witte stukken en hoe beter de kansen op een beslissende aanval. Voortdurend is de knellende vraag of de bevrijding nog een zet langer uigesteld kan worden of dat er met een te vroege bevrijding te weinig voordeel ontstaat. De bevrijding in de volgende partij is weliswaar vroeg, maar gewoon te mooi om waar te zijn:
Lewina,O. -
Boezjinski,E. Javaanse Jongens, 27-08-1990
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 6-11 4.31-26 12-17 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 20-24 10.38-32 2-8 11.43-38 19-23
12.37-31 36x27 13.32x21 14-19 14.46-41 10-14 15.34-30? 17-22 16.41-36 11-17
17.40-34 14-20 18.30-25 12-18 19.25x14 9x20 20.21x12 8x17 21.38-32 4-9 22.34-30
7-12 23.44-40 20-25 24.48-43 25x34 25.40x20 15x24 26.36-31 5-10 27.43-38 10-14
28.45-40 14-20 29.32-27 9-14 30.38-33 20-25 31.42-38 1-7 32.27-21 24-30 33.35x24
19x30 34.40-34 14-19 35.47-41 19-24 36.41-36 3-9 37.49-44 23-29 38.34x23 18x29
39.44-40 30-35 40.50-45 35x44 41.39x50 29-34 42.38-32 25-30 43.32-27 30-35
44.27x18 13x22 45.31-27 22x31 46.36x27 9-13 47.33-28 13-18 48.27-22 18x27
49.21x32 34-39 50.32-27 12-18 51.27-21 7-12 52.28-22 18x27 53.21x32 24-29
54.26-21 17x26 55.16-11 29-34 56.11-6 39-43 57.32-28 12-18 58.50-44 X.
De zet 15.34-30? is inderdaad wel heel erg slecht. Maar desondanks was het nog langdurige ploeteren alvorens de winst een feit was. Dat is in het algemeen het bezwaar van een vroegtijdige bevrijding. Wit heeft teveel tijd om te wennen aan zijn slechte stand en krijgt meestal te veel tijd om zich te herstellen.
Een succesvolle omsingeling van een hoge korte vleugel opsluiting was, dacht met voorheen alleen mogelijk met een zwarte voorpost op 28 of 29. Druk tegen de voorpost werd dan gebruikt om de laatste vrije stukken uit te dunnen. Pas als het aantal vrije stukken gedaald is onder een bepaald minimum, kan de omsingeling ook zonder de voorpost succesvol zijn. In de standen uit deze opening met een extra zwart stuk op 36 blijken er ook zonder de voorpost kansrijke omsingelingen mogelijk. Zwart heeft dan niet vijf maar eigenlijk zes stukken in de opsluiting te hebben zitten.
Wiering,M. -
Mooser,R. ADG, 18-10-1990
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 20-25 10.37-32 15-20 11.46-41 10-15
12.39-33 5-10 13.44-39 19-23 14.41-37 14-19 15.32-27 10-14 16.38-32 20-24
17.34-29 23x34 18.40x20 15x24 19.27-21 13-18 20.50-44 18-23 21.32-27 9-13
22.37-32 13-18 23.32-28 23x32 24.27x38 2-8 25.44-40 8-13 26.49-44 4-10 27.40-34
10-15 28.42-37 3-9 29.38-32 18-22 30.33-29 24x33 31.39x28 22x33 32.43-39 14-20
33.39x28 19-24 34.45-40 13-18 35.48-43 9-14 36.43-39 18-22 37.47-42 22x33
38.39x28 24-29 39.34x23 25-30 40.35x24 20x18 41.28-23 18x29 42.32-28 15-20
43.42-38 20-24 44.28-22 17x28 45.37-31 36x27 46.21x34 12-18 47.44-39 11-17
48.39-33 18-23 49.38-32 =
In deze partij blijkt de situatie al kritiek met negen vrij zwarte stukken. Helaas springen de spelers wat slordig met hun kansen om. Hier is de voortzetting 29.33-28 veel lastiger voor zwart. Het effect van de combinatieschijf 36 zien we in de varianten:
29.33-28 18-22 30.28-23 19x28 31.34-30 25x34 32.39x10 15x4 33.43-39! en 37-31 helpt bij het opruimen van de laatste vrije stukken.
29.33-28 24-30 30.35x24 19x30 31.34-29 14-19? 32.29-23 18x29 33.28-22 17x28 34.37-31 X.
29.33-28 24-30 30.35x24 19x30 31.34-29 14-20 32.38-33 20-24 33.29x20 15x24 34.45-40 13-19 35.40-34 met groot voordeel.
29.33-28 14-20 30.34-30 25x34 31.39x30 20-25 32.44-39 25x34 33.39x30 24-29? 34.23-28 19x28 35.37-31 X.
In de laatste variant is 33...18-23 34.37-32 24-29 35.45-40 13-18 veel beter. De dam 36.30-24, 37.28-22, 38.48-42 en 40-34x4 is veel te duur. Na 36.40-34 29x40 37.35x44 15-20 38.30-25 20-24 39.43-39 9-14 40.39-33 18-22 41.48-42 22-27 42.42-37 23-29 43.44-39 wint wit daarentegen. De beginzet (29.33-28 14-20) 30.44-40 18-22! is minder, omdat zwart na 31.28-23 en 34-30 nog riant leeft.
Wesselink,W.
- Braak,van den,W. NLD-chT, 05-01-1991
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.39-33 19-23 10.44-39 14-19 11.41-37 10-14
12.50-44 5-10 13.38-32 20-24 14.34-30 14-20 15.30-25 10-14 16.42-38 2-8 17.48-42
12-18 18.46-41 8-12 19.37-31 36x27 20.32x21 18-22 21.41-37 13-18 22.40-34 9-13
23.34-29 23x34 24.39x30 18-23 25.44-40 13-18 26.33-29 23x34 27.40x29 24x33
28.38x29 19-23 29.49-44 23x34 30.30x39 20-24 31.39-34 3-9 32.43-38 18-23
33.34-30 14-19 34.44-40 9-13 35.37-31 4-10 36.42-37 13-18 37.37-32 10-14
38.40-34 15-20 39.32-27 22-28 40.38-33 28x39 41.34x43 17-22 42.47-41 22-28
43.45-40 28-33 44.41-36 33-39 45.43x34 23-28 46.21-17 12x32 47.31-27 32x21
48.26x6 28-32 X.
De gespeelde zwarte voortzetting 31...3-9 is mijns inziens vrijwel op slag uit door 32.44-39. Er dreigt dood en verderf via 25-20 en 34-30. Na 32...22-28 33.42-38 18-23 34.47-41 gaat de rest vanzelf. De zwarte voorpost 28 wordt diens ondergang, omdat daarmee de laatste vrije stukken aangepakt kunnen worden. Natuurlijk had zwart zich met 31...18-23 32.44-39 14-19 moeten proberen staande te houden. Ook op de volgende zet mist wit de sterkste voortzetting. Na 33.44-40 moet zwart kiezen uit de voorpost 33...22-28 en de damzet 33...14-19 34.25-20 24-29 35.37-32 15x24 36.32-28 met een zeer slecht eindspel.