Deze opening is een uitgelezen gelegenheid om tot opsluitingspel te komen. Drie opsluitingen komen zowel apart als tegelijkertijd voor. Te weten opsluitingen van de zwarte korte en lange vleugel respectievelijk de opsluiting van de witte korte vleugel. Vooral in de beginperiode kwam de laatste opsluiting veel voor. De successen met de witte korte vleugel opsluiting zijn dermate zeldzaam, dat je deze tegenwoordig zelden meer ziet. Een voorbeeld is de partij Clerc - Verdel uit de clubcompetitie 1988:
Er volgde in deze positie 20...20-24? 21.34-29 23x34 22.40x20 25x34 23.39x30 14x34 24.27-22 17x39 25.38-33 39x28 26.47-42 36x38 27.43x3 X. Een van de eerste partijen, die in deze opening gespeeld werd, kende een korte vleugel opsluiting:
Sluis,van
der,W. - Jong,de,D. NLD-ch, 06-04-1975
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.31-26 6-11 4.37-32 12-17 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.39-33 14-19 11.44-39 10-14
12.38-32 12-18 13.42-38 7-12 14.16x7 2x11 15.50-44 20-24 16.48-42 5-10 17.46-41
14-20 18.34-29 23x34 19.39x30 10-14 20.44-39 20-25 21.39-34 1-7 22.49-44 14-20
23.33-28 9-14 24.38-33 18-23 25.42-38 13-18 26.37-31 36x27 27.32x21 23x32
28.38x27 11-16 29.33-28 18-23 30.44-39 23x32 31.27x38 16x27 32.41-37 7-11
33.37-31 27x36 34.47-41 36x47 35.38-33 47x29 36.34x23 19x28 37.30x10 12-18
38.35-30 25x34 39.40x29 11-16 40.26-21 17x26 41.10-5 4-9 42.5x37 18-23 43.37x25
9-14 44.25x9 3x14 =.
Zwart laat zich verschrikkelijk het kaas van het brood eten. Met een stuk meer wordt hij het slachtoffer van een zetje. Na 24-29 of 4-9 kan wit opgeven. Ook Jannes van der Wal weet wel raad met een korte vleugel opsluiting. Wat wit bezielt is niet helemaal duidelijk.
Morsink,M. - Wal,van der,J. NLD-chT, 05-11-1977
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.35-30 20-25 10.40-35 15-20 11.38-33 10-15
12.42-38 5-10 13.48-42 12-18 14.41-37 7-12 15.16x7 2x11 16.45-40 20-24 17.50-45
15-20 18.33-29 24x33 19.38x29 10-15 20.39-33 1-7 21.46-41 4-10 22.43-38 3-8
23.37-32 19-24 24.30x19 14x23 25.35-30 10-14 26.40-35 13-19 27.44-40 8-13
28.32-27 17-22 29.38-32 22x31 30.26x37 20-24 31.29x20 15x24 32.32-28 23x32
33.37x28 11-17 34.41-37 18-23 35.37-32 13-18 36.42-37 17-21 37.34-29 25x34
38.29x20 14x25 39.40x29 23x34 40.49-43 19-24 41.43-38 21-26 42.32-27 7-11
43.38-32 11-17 44.27-21 18-22 X.
Heel anders ziet de situatie eruit als de zwarte korte vleugel al flink verzwakt is. In de partij van Harten - van der Kooij heeft wit de klassieke velden bezet. Zwart beschikt nog over de formatie 6,11,17. Maar om deze te kunnen gebruken zal de kroonschijf er ook aan moeten geloven. Alvorens daartoe over te gaan besluit hij eerst de lange vleugel een beetje te fatsoeneren.
Harten,van,P.
- Kooij,van der,W. NLD-ch sf2, 19-01-1980
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 12-18 10.39-33 7-12 11.16x7 2x11
12.37-32 19-23 13.32-27 14-19 14.38-32 10-14 15.33-28 20-24 16.44-39 1-6
17.34-30 14-20 18.39-34 20-25 19.50-44 9-14 20.44-39 4-9 21.42-38 3-8 22.27-21
17-22 23.28x17 11x22 24.32-27 22x31 25.26x37 18-22 26.34-29 24x31 27.39-33 25x34
28.40x7 8-12 29.7x27 31x22 30.46-41 13-18 31.41-37 9-13 32.21-16 15-20 33.43-38
18-23 34.49-43 20-24 35.45-40 5-10 36.48-42 23-28 37.33-29 24x33 38.38x29 13-18
39.43-38 10-15 40.38-32 19-23 41.40-34 22-27 42.32x21 14-19 43.34-30 23x25
44.37-31 36x27 45.21x14 18-23 46.14-9 23-29 47.9-3 29-34 48.3-17 15-20 49.16-11
20-24 50.17-26 X.
In eerste instantie is het resultaat redelijk voor zwart, maar later ontstaan nieuwe problemen.
Dusseldorp,van,E.
- Beerepoot,G. NLD-ch qf3, 25-04-1982
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.35-30 20-25 11.39-33 13-18
12.37-32 14-19 13.42-37 10-14 14.44-39 9-13 15.32-27 2-8 16.27-21 4-9 17.40-35
14-20 18.45-40 20-24 19.50-45 15-20 20.46-41 9-14 21.33-28 23x32 22.37x28 18-23
23.39-33 23x32 24.38x27 13-18 25.41-37 17-22 26.37-31 8-13 27.47-41 36x47
28.21-17 12x32 29.43-39 47x29 30.34x12 25x43 31.49x9 7x18 32.16x7 1x12 33.9-4 X.
Het idee om de twee om twee 22-28 en 24-29 in te brengen is alleszins redelijk. Ook 26...3-9 was het niet helemaal. Dan volgt verpletterend 27.47-41, 21-17, 34x3 gevolgd door 43-38 X. Elke andere zet, die niet combinatief weerlegd wordt is goed voor zwart (26...5-10).
Linssen,M. - Spieker,D. NLD-chT, 10-09-1988
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.46-41 14-19 11.37-32 12-18
12.41-37 7-12 13.16x7 2x11 14.39-33 10-14 15.44-39 20-24 16.50-44 14-20 17.34-30
20-25 18.40-34 4-10 19.33-29 24x33 20.38x29 10-14 21.30-24 19x30 22.35x24 3-8
23.42-38 11-16 24.38-33 14-19 25.45-40 19x30 26.40-35 5-10 27.35x24 1-7 28.48-42
17-21 29.26x17 12x21 30.33-28 9-14 31.28x19 14x23 32.39-33 8-12 33.44-39 21-26
34.32-27 23-28 35.33x22 10-14 36.49-44 14-19 37.44-40 19x30 38.40-35 7-11
39.35x24 11-17 40.22x11 16x7 41.39-33 12-17 42.33-28 7-11 43.43-38 11-16
44.38-32 X.
In deze stelling ligt de lange vleugel opsluiting via 17...5-10 voor de hand. Zwart meende echter over beter te beschikken met 17...20-25 en er ontstond een Roozenburgachtige opstelling met veel tactische verwikkelingen. Schijf 24 lijkt in eerste instantie erg kwetsbaar. Maar het open veld op 7 en 8 is combinatief gezien moordend. De opstelling met 33-29x29 en 30-24x24 wordt zwaar onderschat door zwart. Op diverse manieren kan hij beter van zich afbijten. De droogste oplossing is 17...20-25 18.40-34 15-20 19.33-29 24x33 20.38x29 20-24 en zwart heeft een prachtige aanval. Veel logischer is de omouw van een omsingeling naar een verpletterende aanval in de partij:
Galasjow,M.
- Zalitis,G. URS-Cup, 23-09-1988
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.38-32 13-18 11.43-38 17-22
12.46-41 14-19 13.38-33 11-17 14.48-43 10-14 15.34-29 23x34 16.40x29 5-10
17.45-40 19-23 18.40-34 14-19 19.32-28 23x32 20.37x28 9-14 21.43-38 19-23
22.28x19 14x23 23.35-30 7-11 24.16x7 2x11 25.42-37 11-16 26.38-32 20-25 27.49-43
3-9 28.30-24 22-27 29.32x21 16x27 30.33-28 23x32 31.37x28 1-7 32.39-33 10-14
33.44-39 9-13 34.26-21 27x16 35.24-20 15x24 36.29x9 16-21 37.43-38 21-26
38.41-37 17-21 39.34-29 13-19 40.28-23 19x28 41.33x13 12-18 42.13x22 4x13
43.29-23 7-12 44.39-34 21-27 45.22x31 36x27 46.50-44 12-17 47.44-39 17-21
48.37-32 X.
In de volgende partij benut wit de uitbouw van de zwarte korte vleugel met 11...17-22 om de klassieke velden krachtig in handen te nemen. Wit heeft in de diagramstand veel bereikt. Toch hoeft het uitspelen van de klassieke stand door tempoproblemen niet per definitie in zijn voordeel uit te pakken. Wel een idee is de vleugelaanval met 30-25, 33-28 en 37-31x31. Zijn plan uit de partij is fraai, maar wint niet.
Heusdens,R.
- Acker,van de,E. NLD-chT, 12-10-1985
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.38-32 13-18 10.41-37 17-22 11.43-38 19-23
12.39-33 14-19 13.46-41 10-14 14.34-29 23x34 15.40x29 3-8 16.32-28 11-17
17.37-32 20-24 18.29x20 15x24 19.41-37 18-23 20.26-21 17x26 21.28x17 12x21
22.16x27 8-13 23.45-40 5-10 24.44-39 10-15 25.40-34 15-20 26.34-30 20-25
27.49-43 25x34 28.39x30 14-20 29.43-39 20-25 30.39-34 13-18 31.50-44 7-11
32.33-29 24x33 33.38x29 2-8 34.44-39 8-13 35.42-38 11-17 36.30-24 19x30 37.35x24
9-14 38.38-33 14-20 39.24x15 25-30 40.34x25 23x43 41.48x39 17-22 42.47-42 22x31
43.25-20 13-19 44.39-34 1-6 45.34-30 18-23 46.42-38 31x42 47.38x47 6-11 48.30-24
19x30 49.20-14 30-35 50.14-10 35-40 51.10-5 11-16 52.5x28 40-44 53.32-27 44-49
54.27-22 16-21 55.22-18 49-44 56.18-13 =
Schotanus,A.
- Spieker,D. NLD-chT 1b, 26-10-1991
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 6-11 4.31-26 12-17 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 12-18 10.37-32 7-12 11.16x7 2x11
12.39-33 19-23 13.34-30 14-19 14.44-39 10-14 15.50-44 20-25 16.32-27 25x34
17.40x29 23x34 18.39x30 19-23 19.44-39 13-19 20.46-41 9-13 21.41-37 17-22
22.37-32 22x31 23.26x37 4-9 24.30-25 15-20 25.33-29 23x34 26.39x30 19-23
27.38-33 14-19 28.25x14 9x20 29.43-38 5-10 30.45-40 11-17 31.40-34 20-24
32.33-29 24x33 33.38x29 17-22 34.48-43 1-7 35.43-39 10-14 36.30-24 19x30
37.35x24 3-9 38.42-38 22-28 39.37-31 28x26 40.47-41 36x47 41.49-44 47x33
42.39x17 9-13 43.17-12 13-19 44.24x22 7x27 =
De omsingelingsmanoeuvre met 40-34 en 33-29 is ook een remedie tegen een
dreigende overrompeling in de aanval.