Voor een goed begrip van deze opening is kennis van het klassiek en het isoleren van schijf 36 belangrijk. Dit klassiek kan eigenlijk alleen ontstaan door onoplettendheid van de zwartspeler. In de partij Teer - Verdel verzuimde wit om met tijdig bezetten van veld 33 de partij naar zich toe te halen:
1.32-28
17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 6-11 4.31-26 12-17 5.36-31 8-12 6.32-27 16-21
7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 12-18 10.39-33 19-23 11.44-39 14-19 12.50-44
10-14 13.37-32 7-12 14.16x7 2x11 15.32-27 1-7 16.46-41 5-10 17.42-37 20-25
18.48-42 15-20 19.34-30 25x34 20.39x30 20-25 21.40-34 10-15 22.44-39 4-10
23.37-32 23-28 24.32x23 18x40 25.35x44 25x34 26.39x30 19-23 27.44-39 14-19
28.41-37 10-14 29.37-32 15-20 30.33-28 20-24 31.30-25 13-18 32.42-37 9-13
33.49-44 3-8 34.44-40 24-29 35.39-34 11-16 36.40-35 29x40 37.45x34 14-20
38.25x14 19x10 39.28x19 13x24 40.43-39 18-23 41.27-21 16x27 42.32x21 8-13
43.34-30 13-19 44.37-32 10-14 1-1
In de partij Watoetin - van der Borst laat zwart zich met 19...11-16? 20.33-28 1-7 21.39-33 24-29 22.33x24 20x29 23.40-34 in de houdgreep nemen. Rob Clerc probeerde tijdens het Nederlands Kampioenschap Geert van Aalten vanuit de opening te verrassen en het ongemerkt klassiek te maken. Maar ja... Dat lukt dan niet !
Clerc,R. -
Aalten,van,G. NLD-ch, 15-04-1987
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 12-18 10.39-33 19-23 11.44-39 14-19
12.50-44 10-14 13.46-41 7-12 14.16x7 2x11 15.34-30 20-24 16.40-34 1-6 17.33-28
23x32 18.37x28 18-23 19.30-25 23x32 20.38x27 13-18 21.43-38 9-13 22.34-30 4-9
23.41-37 24-29 24.49-43 11-16 25.37-32 17-22 26.27-21 16x27 27.32x21 29-34
28.30-24 19x30 29.35x24 34-40 30.44x35 14-20 31.25x14 9x29 32.39-33 6-11
33.33x24 11-16 34.42-37 16x27 35.37-32 27-31 36.26x37 22-28 37.32x23 18x20
38.38-33 5-10 39.37-32 10-14 40.43-38 14-19 41.32-27 12-17 42.33-28 13-18
43.45-40 20-24 44.40-34 15-20 45.48-43 3-9 46.47-41 36x47 47.27-21 47x22 48.21x3
22-13 49.3x25 24-30 50.35x24 13x48 1-1
In de diagramstand neemt zwart de benen na 23.41-37 24-29.
Dat kan nooit erg goed zijn, maar in de partij lukt het niet om het te
weerleggen. De duidelijkste manier om het opkomen van schijf 24 te verhinderen
is 39-33. Maar dan staat 33 een beetje in de weg bij de achterloop 17-22. Beter
zou zijn veld 43 te op te vullen. Echter op 23.49-43 24-29 24.39-33 18-23
25.33x24 14-20 26.25x14 9x29 27.44-39 5-10 28.39-33 10-14 29.33x24 14-20
30.43-39 20x29 31.39-33 23-28 32.33x24 28-32 heeft zwart zijn schijf terug. Dat
is niet het geval na 23.48-43. Maar dat is natuurlijk wel een bloedige zet. Na
23.48-43 staat zwart klassiek gezien tamelijk zorgelijk.
Het openen van de stelling werkt meestal in het voordeel van de witspeler. De zwarte schijf 36 doet dan niet meer mee. Schijf 6 is hier achtergebleven. In de partij gaat het wel erg hard:
Vanbekbergen,P. - Pierre,F. WchL, 29-08-1989
33.37-32 5-10 34.38-33 10-14 35.41-37 14-19 36.39-34 12-18 37.32-27 8-12
38.42-38 20-25 39.37-32 15-20 40.33-28 20-24 41.43-39 18-23 42.44-40 12-18
43.26-21 7-12 44.16x7 12x1 45.38-33 6-11 46.28-22 11-16 47.22-17 1-6 48.32-28
23x32 49.27x38 16x27 50.38-32 27x29 51.34x14 en wit won tenslotte. Sneller is
het idee 48.33-28 24-29 49.28-22 19-24 50.17-12 18x7 51.32-28 23x32 52.27x38
16x18 53.34x1.
Splunter,van,P. - Wiering,M. NLD-ch sf2, 21-01-1990
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 12-18 10.37-32 7-12 11.16x7 2x11
12.46-41 19-23 13.32-27 14-19 14.39-33 10-14 15.35-30 1-7 16.30-25 20-24
17.44-39 17-22 18.50-44 22x31 19.26x37 11-17 20.34-29 23x34 21.40x20 15x24
22.37-32 5-10 23.32-27 18-23 24.38-32 10-15 25.41-37 13-18 26.33-28 9-13
27.42-38 4-9 28.37-31 7-11 29.31-26 14-20 30.25x14 9x20 31.44-40 11-16 32.39-34
3-8 33.43-39 17-21 34.26x17 12x21 35.48-42 8-12 36.42-37 21-26 37.40-35 20-25
38.49-43 12-17 39.38-33 24-29 40.33x24 19x30 41.28x8 17-22 42.35x24 22x42
43.47x38 36-41 44.32-27 41-47 45.39-33 47-41 46.8-2 18-23 47.24-19 23x14
48.33-28 41x40 49.45x34 16-21 50.27x16 26-31 51.16-11 31-36 52.11-6 36-41 53.6-1
In deze partij komt het spel vrijwel vanzelf in het klassieke vaarwater terecht. De opening met de finesse 15.35-30 doet weldadig aan. Het sluiten van veld 33 is nodig in verband met het offer van Dussaut dat dreigt. De partijafwikkeling is niet helemaal duidelijk. De zetten 45.39-33 en 45...47-41 worden bekritiseerd door Truus. De damafname 45.47-36 8-2 is te duur. Na 45.38-32 47x20 46.8-3 20-24 47.43-38 24x47 48.39-33 47x40 49.45x34 16-21 50.27x16 3-26 heeft wit goede winstkansen. De oorzaak van de problemen is de achtergebleven schijf op veld 45. Als deze in het centrum had gestaan, dan was het probleemloos gewonnen geweest. Zet 32.39-34 is daarom waarschijnlijk niet goed.
Engelsman,den,J.
- Vermeulen,A. NLD-chT 1a, 17-03-1990
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.37-32 12-18 11.39-33 7-12
12.16x7 2x11 13.44-39 14-19 14.50-44 10-14 15.32-27 1-7 16.46-41 20-24 17.34-30
14-20 18.38-32 20-25 19.33-28 25x34 20.40x20 15x24 21.43-38 5-10 22.41-37 10-14
23.44-40 4-10 24.40-34 10-15 25.34-30 14-20 26.30-25 11-16 27.25x14 9x20
28.39-34 24-29 29.34-30 20-24 30.30-25 3-9 31.38-33 29x38 32.42x33 23-29
33.48-43 29x38 34.28-22 17x28 35.32x3 X.
Zwart verzuimd zijn tegenstander van veld 27 te houden en gaat met een onthutsend gemak de afgrond in.
Zwart staat bloot aan een groot aantal dreigingen. Er dreigt een Haarlemmer. Op 28...20-25 beslist 29.35-30 24x35 30.34-29 23x34 31.27-22 18x27 32.32x21 16x27 33.28-23 19x28 34.38-32 X. Wel kan zwart op diverse manieren stukken geven met overlevingskansen. Sterk voor de hand ligt 30...29-34. Na 31.25-20 36-41 32.20x40 41-46 heeft zwart nog spel. De afwikkeling 31.37-31 16-21 32.27x16 36x27 33.32x21 23x43 34.48x30 18-23 wint een stuk, maar geeft zwart veel compensatie. In de partij is het na 30...3-9 31.38-33 29x38 32.43x34 9-14 33.48-42 23-29 34.37-31 29x38 35.27-22 ook snel gebeurd. De witte controle over veld 26 maakt een wereld van verschil.
Bollebakker,A.
- Kos,Jeroen ADG, 20-10-1990
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.37-32 12-18 11.35-30 14-19
12.30-25 19-24 13.25x14 10x19 14.46-41 7-12 15.16x7 2x11 16.41-37 5-10 17.39-33
10-14 18.44-39 1-7 19.50-44 14-20 20.32-27 4-10 21.37-32 10-14 22.33-29 24x33
23.39x28 20-24 24.44-39 3-8 25.42-37 24-29 26.40-35 29x40 27.35x44 14-20
28.39-33 20-24 29.43-39 15-20 30.44-40 11-16 31.49-44 20-25 32.28-22 17x28
33.33x22 7-11 34.26-21 11-17 35.22x11 16x7 36.37-31 23-29 37.27-22 X.
Zwart laat zich helemaal in de tang nemen. De afwerking is hoewel weinig voor de hand liggend toch wel krachtig. Interessant is de vraag, waar zwart definitief in de fout gaat. Om schijf 27 weg te duwen kan de zet 19...11-16 overwogen worden. Andere mogelijkheden zijn 23-28x28, 9-14 en 24-29x29. Later kan zwart nog goed 17-21x21 ruilen. De opening wordt ook wel gebruikt als remisewapen van Autar. Niemand kwam er ooit doorheen tot Sijbrands het probeerde tijdens het wereldkampioenschap. De dreiging van klassiek maken van de stand leverde hem een beslissende aanval op tegen de zwarte korte vleugel.
Sijbrands,T.
- Autar,E. Wch, 14-11-1990
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.37-32 14-19 11.32-27 12-18
12.27-21 7-12 13.16x7 2x11 14.21-16 1-6 15.16x7 12x1 16.39-33 1-7 17.38-32 7-12
18.44-39 10-14 19.32-27 17-22 20.46-41 22x31 21.26x37 6-11 22.43-38 12-17
23.49-43 18-22 24.34-29 23x34 25.39x30 13-18 26.30-25 17-21 27.50-44 21-26
28.44-39 22-27 29.37-32 19-23 30.32x21 26x17 31.42-37 14-19 32.25x14 9x20
33.33-28 23x32 34.38x27 5-10 35.43-38 10-14 36.37-32 3-8 37.32-28 8-12 38.41-37
4-10 39.28-22 17x28 40.39-33 28x39 41.40-34 39x30 42.35x22 11-16 43.37-32 14-19
44.22-18 12x23 45.27-21 16x27 46.32x21 23-28 47.21-17 19-24 48.17-12 28-33
49.38x29 24x33 50.12-7 33-39 51.45-40 X.
In de diagramstand is er nog weinig aan de hand. Zwart kan 19-23 spelen. Schijf 4 zou naar 13 kunnen. Ook is klassiek maken van de stand niet echt gevaarlijk, omdat het materiaal al behoorlijk gedund is. Kennelijk is het pas na 38...4-10 definitief mis. Voorbeelden waarin zwart na klassiek worden van de stand aan het langste eind trekt zijn vrijwel niet te vinden. Wel kan zwart met simpele ingrepen het probleem van schijf 27 onder controle houden. Wit kan immers na 17-22 nooit opvangen en heeft altijd een zetje nodig om zich te kunnen handhaven. De partij Teer - Ladage heeft in alle kranten gestaan. Met een grappige finesse stopt wit de aanval over 22 en wint de klassieke stand.
1.32-28
17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27 16-21
7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.37-32 12-18 11.39-33 14-19 12.44-39
7-12 13.16x7 2x11 14.50-44 10-14 15.32-27 11-16 16.46-41 17-22 17.34-30 22x31
18.26x37 20-25 19.37-32 25x34 20.39x30 1-7 21.44-39 5-10 22.42-37 15-20 23.32-27
12-17 24.37-32 17-21 25.33-28 20-24 26.38-33 10-15 27.39-34 7-11 28.41-37 14-20
29.37-31 11-17 30.31-26 20-25 31.43-38 15-20 32.48-42 4-10 33.42-37 10-15
34.27-22 18x27 35.28-22 17x39 36.34x43 25x34 37.40x18 13x22 38.26x28 16-21
39.37-31 9-13 40.31x22 3-8 41.49-44 24-29 42.44-40 8-12 43.22-17 21-26 44.17x8
13x2 45.40-34 29x40 46.45x34 2-7 47.32-27 20-24 48.38-32 7-11 49.43-38 15-20
50.27-22 26-31 51.38-33 20-25 52.22-17 11x22 53.28x17 19-23 54.17-12 25-30
55.34x25 23-29 56.33-28 X.
De achterloop 24...17-22 kan beantwoord worden met 25.39-34 22x31 26.32-28 23x32 27.38x27 31x22 28.47-42 met een remiseachtig afspel. Hij had daar dus misschien maar beter in kunnen lopen. Maar ook later in het klassieke standje laat hij zich meerdere malen tactisch verrassen. De zet 28...14-20 is geen beste voortzetting.