De snelle uitruil van schijf 16 leidt tot een klasse van stellingen, waarin zwart vaak de stukken van de overladen lange vleugel in het spel brengt via een opsluiting. Naast de actie 23-29 zien we hem vanuit de opsluiting vaak de stukken in beweging brengen met de ruil 24-29x29.
Presman,A. -
Ermakow,J. URS-ch, 15-02-1987
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.39-33 14-19 11.44-39 10-14
12.38-32 12-18 13.42-38 7-12 14.16x7 2x11 15.46-41 5-10 16.50-44 20-24 17.32-27
15-20 18.34-30 10-15 19.37-32 24-29 20.33x24 20x29 21.30-25 15-20 22.39-33 20-24
23.44-39 1-7 24.48-42 4-10 25.41-37 11-16 26.37-31 17-22 27.32-28 23x21 28.26x28
36x27 29.28-23 19x28 30.33x31
In de diagramstand heeft wit wel 50-44 gespeeld, maar niet aangedrongen op de beslissing 1-7. Daardoor is zwart een zet eerder. Op 19.30-25 zet zwart het vijandelijke centrum vast met de manoeuvre 19...23-29. Presman probeert met 19.37-32 wat anders, maar kan niet vermijden, dat de zwarte lange vleugel probleemloos ontwikkeld. De manoeuvre 26.37-31 is merkwaardig. Veel beter lijkt 27.27-21 met vleugelcontrole voor wit. Iets soortgelijks gebeurde in:
Presman,A. -
Milsjin,W. URS-ch, 29-03-1990
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.37-32 14-19 11.32-27 12-18
12.39-33 10-14 13.44-39 7-12 14.16x7 2x11 15.50-44 1-7 16.46-41 5-10 17.42-37
20-24 18.34-30 14-20 19.30-25 10-14 20.37-32 24-29 21.33x24 20x29 22.48-42 15-20
23.39-33 20-24 24.44-39 11-16 25.41-37 17-22 26.37-31 3-8 27.32-28 23x21
28.26x28 36x27 29.28-23 19x28 30.33x31
De diagramstand staat viermaal in Turbo dambase. Zwart is te laat met 23-29 om met de meerslagdreiging 24-30 nog iets te doen. In de partij Sijbrands - Karman won wit met 20...23-29? 21.41-37 19-23 22.35-30, 47-41 etc. In de partij N'Diaye - Hubner volgde 20...24-29 21.33x24 20x29 22.39-33 29-34 23.40x29 23x34 en goede raad was duur. Na 24.48-42 14-20, 15-20, 4-10, 13-18x50 gaf wit direct op.
Zelf gaf ik indertijd de mogelijkheid 20...24-29 21.33x24 20x29 22.35-30. Truus besteedde veel aandacht aan de finesse 22...14-20 23.25x14 9x20 24.30-25 23-28 X. Maar natuurlijk heeft wit 30-24 en 40-34 en maakt de stand klassiek. Ook zit de afwikkeling 47-42, 30-24, 26-21 en 42-37 met dood en verderf erin. Op 22...17-22 is de wending 23.26-21, 32-27, 47-42 en 42-37x6 waarschijnlijk onvoldoende. Maar gewoon 22...17-22 22.48-42x37 gevolgd met diverse dreigingen tegen schijf 29 lijkt aantrekkelijk. Na 22...15-20 23.30-24 19x30 24.25x34 13-19 staat zwart veel beter. Hoewel wit een hoge opsluiting lijkt te kunnen innemen met 27-21-16 en 32-27-21 (of 41-37-31x21).
Truus komt met de mogelijkheid 24.43-39 met de bedoeling op 17-22 nu of later de afwikkeling 25.42-37 22x42 26.35-30 24x35 27.42x33 39x28 28.19x30 33x6 te nemen. Na de reactie 4-10-15 moet wit het hebben van 27-21 en later wellicht de afwikkeling 35-30.
Borst,van den,J. - Rist,Raivo Tallinn, 27-06-1985
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.39-33 19-23 10.41-37 14-19 11.44-39 10-14
12.46-41 20-24 13.38-32 12-18 14.42-38 7-12 15.16x7 2x11 16.48-42 5-10 17.32-27
15-20 18.34-30 10-15 19.30-25 1-7 20.37-32 24-29 21.33x24 20x29 22.35-30 14-20
23.25x14 19x10 24.30-25 10-14 25.50-44 15-20 26.27-21 4-10 27.21-16 10-15
28.32-27 14-19 29.25x14 9x20 30.27-21 3-9 31.39-34 18-22 32.34-30 13-18 33.30-25
9-13 34.25x14 19x10 35.44-39 15-20 36.39-34 10-14 37.43-39 20-24 38.41-37 14-20
39.38-32 20-25 40.42-38 24-30 41.47-41 36x47 42.49-44 47x33 43.39x8 30x50
44.40-34 29x40 45.45x34 12x3 46.21x1 50-45 47.16x7 45x23 48.1-6 23-45 49.6x50
18-22 50.50x11 45x1 51.11-50 25-30 52.26-21 1-12
De kracht van de tussenzet 35-30 zien we ook in deze partij. Omdat wit de zet 50-44 uitgesteld heeft, is 23-29 geen dreiging. Wit komt tot een hoge korte vleugel opsluiting, maar krijgt de boel daarna niet rond.
Watoetin,E. - Borst,van den,J. URS-NLD, 16-06-1989
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.37-32 12-18 11.42-37 7-12
12.16x7 2x11 13.32-27 14-19 14.39-33 10-14 15.44-39 5-10 16.50-44 20-24 17.34-30
15-20 18.30-25 10-15 19.37-32 11-16 20.33-28 1-7 21.39-33 24-29 22.33x24 20x29
23.40-34 29x40 24.45x34 15-20 25.34-30 20-24 26.44-39 3-8 27.39-34 17-21
28.26x17 12x21 29.46-41 8-12 30.41-37 21-26 31.38-33 7-11 32.43-38 11-17
33.34-29 23x34 34.30x39 17-21 35.28-22 18-23 36.33-28 13-18 37.22x13 9x18
38.39-33 12-17 39.49-43 4-9 40.43-39 9-13 41.48-42 17-22 42.28x17 21x12 43.33-28
12-17 44.38-33 17-21 45.42-38 23-29 46.28-22 19-23 47.33-28 14-19 48.39-34 29x40
49.35x44 23-29 50.44-40 18-23 51.47-42 26-31 52.37x17 36-41 53.25-20 24x15
54.42-37 41-46 55.17-12 15-20 56.12-7 2-0
Weer een ander idee is het achterhouden van schijf 46. Dat is om meerdere redenen handig voor en tegen de zetjes. De manoeuvre 19...17-22 20.26-21, 32-28 en 33-29 is hinderlijk voor zwart, maar nog lang niet fataal. Op 19...1-7 ontstaat de bekende stelling. In de partij maakt wit het klassiek en dat blijkt een echt probleem voor zwart. Een ontwikkeling, die ook wel eens voor komt, is het blijven hangen van een stuk op 10.
Abdoelajew,O.
- Droezjinin,D. URS-ch sf1, 24-11-1986
1.31-26 17-21 2.26x17 11x22 3.37-31 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.39-33 19-23 10.44-39 14-19 11.41-37 10-14
12.46-41 20-24 13.38-32 12-18 14.42-38 7-12 15.16x7 2x11 16.32-27 11-16 17.48-42
5-10 18.50-44 3-8 19.34-30 17-22 20.37-32 22x31 21.26x37 24-29 22.33x24 23-28
23.32x23 18x20 24.30-25 16-21 25.40-34 13-18 26.44-40 21-26 27.34-30 8-13
28.39-33 18-23 29.37-32 13-18 30.41-37 1-7 31.32-27 9-13 32.38-32 4-9 33.43-38
20-24 34.33-28 15-20 35.49-43 10-15 36.43-39 7-11 37.38-33 23-29 38.42-38 18-23
39.28-22 12-17 40.47-42 17x28 41.33x22 11-16 42.39-33 23-28 43.32x34 24-29
44.34x23 19x17 45.38-32 13-18 46.33-28 26-31 47.37x26 18-22 48.27x18 9-13
49.18x9 14x3 50.25x14 3-9 51.14x3 36-41 52.3x21 16x47 1-1
De terugruil speelt wit in de kaart. De opbouw 15-20 ligt meer voor de hand.
Chizhov,A. - Schuitema,P. Javaanse Jongens, 28-08-1990
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 12-18 10.37-32 7-12 11.16x7 2x11
12.39-33 19-23 13.44-39 14-19 14.46-41 10-14 15.42-37 20-24 16.50-44 5-10
17.32-27 11-16 18.48-42 3-8 19.34-30 17-22 20.37-32 22x31 21.26x37 24-29
22.33x24 23-28 23.32x23 18x20 24.30-25 13-18 25.35-30 9-13 26.37-32 1-7 27.32-27
4-9 28.39-33 12-17 29.40-35 7-12 30.41-37 20-24 31.38-32 15-20 32.44-39 10-15
33.33-28 17-22 34.28x17 12x21 35.39-33 8-12 36.33-28 18-23 37.28-22 12-18
38.45-40 23-29 39.49-44 21-26 40.22-17 18-23 41.43-38 X
Het voornaamste verschil in behandeling zit hem in het feit, dat wit alles naar links gooit.
Presman,A. -
Verchovich,Alexei URS-ch, 23-02-1986
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.39-33 19-23 10.44-39 14-19 11.41-37 10-14
12.46-41 12-18 13.37-32 7-12 14.16x7 2x11 15.42-37 20-24 16.50-44 5-10 17.48-42
15-20 18.34-29 23x34 19.40x29 10-15
20.45-40 4-10 21.32-28 3-8 22.40-34 1-6
23.37-32 17-21 24.26x17 12x21 25.41-37 8-12 26.44-40 11-17 27.49-44 21-27
28.32x21 17x26 29.37-32 12-17 30.42-37 18-22 31.37-31 26x37 32.32x41 20-25
33.29x20 15x24 34.34-29 10-15 35.29x20 15x24 36.38-32 13-18 37.41-37 9-13
38.40-34 18-23 39.33-29 24x33 40.44-40 33x44 41.40x49 22x33 42.34-30 25x34
43.43-39 34x43 44.49x20 19-23 45.20-14 23-29 46.14-9 2-0
Eerder werd opgemerkt in deze stand, dat wit goed 18.32-28 kan spelen. Daarom is de langzame opbouw met 15...20-24 misschien niet helemaal verstandig. Wit heeft het tempo 50-44 gespeeld en daardoor is de opmars 18.34-30 10-15 19.30-25 1-7 20.32-27 23-29 een probleem. De oplossing 18.34-29x29 lijkt minder vervelend, dan 32-28x28.
Een belangrijk moment zien we hier. Zwart ruilde 21-27x26, omdat anders 28-23x23 volgt met opbreken van de halve hekstelling links. Een ander idee is 27...18-22 28.28-23 19x28 29.32x23 12-18 30.23x12 17x8 21.38-32 22-27 22.43-38 21-26 lijkt hij zijn formaties aan de lange vleugel nog langdurig te kunnen handhaven en een betere manier kunnen zoeken om af te haken, als het niet meer gaat.