Een kansrijk plan in deze opening is het toelaten van opsluitingen. Zwart schuift het centrum aan en wacht op de dingen die komen gaan. Lastig blijkt de resolute afwijzing van al deze fraaie aanbiedingen. Bezetting van het centrum door wit en uitspelen van de tempi roept een lastig probleem op:
Clerc,R. - Geurtsen,R. NLD-ch, 03-04-1986
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.39-33 14-19 11.44-39 10-14
12.38-32 13-18 13.42-38 9-13 14.46-41 4-9 15.33-28 20-24 16.39-33 14-20 17.49-44
5-10 18.44-39 10-14 19.48-42 2-8 20.50-44 1-6 21.34-29 23x34 22.40x29 17-22
23.28x17 11x22 24.37-31 36x27 25.32x21 7-11 26.16x7 12x1 27.21-16 1-7 28.41-37
8-12 29.37-32 3-8 30.47-41 6-11 31.41-36 11-17 32.36-31 7-11 33.16x7 12x1
34.32-27 8-12 35.45-40 1-7 36.27-21 20-25 37.29x20 15x24 38.33-28 X.
Zwart heeft slechts en beperkt aantal tempozetten en na 44-39, 50-44 en 48-42 moet hij met de billen bloot. Na de tempozetten 5-10, 10-14 en 1-6 ruilt wit naar veld 29 met onaangename gevolgen voor zwarts lange vleugel en centrum. Ook al zou zwart bereid zijn rechts een verdere verzwakking van de lange vleugel toe te staan, dan nog heeft hij door de gelijktijdige bezetting van de velden 22 en 24 slechts één gelegenheid dit zonder schijfverlies te doen. Hij kan 32...20-25 33.29x20 15x24 spelen, omdat hij na 34.33-28 22x33 35.38x20 25-30 het stuk terugkrijgt. Een ander idee is 27...22-27 en het is niet duidelijk hoe wit iets tegen schijf 27 moet bereiken.
Pal,van der,R.
- Rimsja,K. Brunssum, 12-08-1991
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 13-18 10.37-32 19-23 11.39-33 14-19
12.44-39 10-14 13.42-37 9-13 14.46-41 4-9 15.33-28 20-24 16.39-33 14-20 17.49-44
5-10 18.44-39 10-14 19.48-42 2-8 20.50-44 24-29 21.33x24 20x29 22.35-30 18-22
23.39-33 14-20 24.33x24 20x29 25.32-27 23x21 26.34x14 9x20 27.16x9 3x14 X.
Het idee om
via de kerkhof expansie te zoeken wordt kort en krachtig weerlegt. Een
kenmerkend voorbeeld van de strijd om het centrum is de blindsimultaan partij
Sijbrands - Storm in 1982:
1.31-26 17-21 2.26x17 11x22 3.37-31 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27 16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 13-18 10.37-32 19-23 11.39-33 14-19 12.44-39 9-13 13.46-41 4-9 14.42-37 10-14 15.33-28 20-24 16.39-33 2-8 17.49-44 14-20 18.44-39 5-10 19.50-44 10-14 20.34-29 23x34 21.40x29 18-23 22.29x18 12x23 23.28-22 17x28 24.33x22 8-12 25.26-21 23-28 26.22x33 11-17 27.32-28 17x26 28.37-32 24-29 29.33x24 20x29 30.28-22 12-18 31.32-27 14-20 32.41-37 9-14 33.38-32 20-24 34.43-38 15-20 35.44-40 18-23 36.22-17 7-12 37.17x8 3x12 38.27-22 13-18 39.22x13 19x8 40.32-27 12-18 41.37-32 26-31 42.27-21 8-12 43.40-34 29x40 44.35x44 1-7 45.38-33 23-29 46.21-17 29x27 47.17x8 7-12 48.8x17 31-37 49.17-11 37-41 50.11-7 41-46 51.16-11 27-31 52.11-6 46-28 53.7-2 28-19 54.6-1 19-23 55.2x35 31-37 56.45-40 23x45 57.1x46 X.
Zwart heeft de controle over het centrum verloren, maar strijd door. Dank zij de tegenaanval 28...24-29 gaat het allemaal nog wel voor hem. Wellicht moet hij wat eerder iets doen aan het sluiten van veld 12 met b.v. 31...7-12 en 1-7. Pas in het afspel gaat hij definitief kopje onder. Misschien verdient het uitspelen van het laatste tempo voor wit met 20.48-42 toch de voorkeur. Ben Smeenk loste het tempoprobleem al zeer vroeg op door positie te kiezen langs de rand, maar kreeg vergelijkbare problemen:
Scholma,A. -
Smeenk,B. NLD-ch, 06-04-1983
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.37-32 14-19 11.46-41 10-14
12.42-37 20-24 13.39-33 14-20 14.33-28 20-25 15.44-39 5-10 16.38-33 10-14
17.43-38 14-20 18.49-43 13-18 19.50-44 2-8 20.34-29 23x34 21.40x29 18-23
22.29x18 12x23 23.44-40 9-13 24.28-22 17x28 25.33x22 8-12 26.32-28 23x32
27.37x28 3-9 28.41-37 9-14 29.37-32 24-30 30.35x24 19x30 31.39-33 14-19 32.40-34
30x39 33.43x34 20-24 34.48-43 4-9 35.43-39 12-18 36.32-27 1-6 37.45-40 24-30
38.27-21 18x27 39.21x32 30-35 40.28-22 35x44 41.39x50 15-20 42.32-27 9-14
43.34-29 19-24 44.38-32 14-19 45.32-28 13-18 46.22x13 19x8 47.27-22 25-30
48.28-23 30-35 49.33-28 24x33 50.28x39 20-24 51.50-44 24-30 52.26-21 8-12
53.22-18 30-34 54.39x30 35x24 55.18-13 11-17 56.13-9 17x26 57.9-4 24-30 58.4-10
12-17 59.23-18 26-31 60.18-13 2-0
Koene,C. -
Karman,L. NLD-chC, 01-01-1985
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 13-18 10.37-32 19-23 11.46-41 14-19
12.42-37 10-14 13.39-33 9-13 14.33-28 4-9 15.44-39 20-24 16.39-33 14-20 17.49-44
5-10 18.44-39 10-14 19.34-29 23x34 20.40x29 20-25 21.29x20 15x24 22.39-34 18-23
23.43-39 13-18 24.48-43 2-8 25.45-40 14-20 26.34-29 23x45 27.28-23 18x29
28.35-30 25x34 29.39x30 24x35 30.33x4 X.
De mogelijkheid schijf 48 naar de korte vleugel te dirigeren, is een van de redenen van de witspelers om vroegtijdig 34-29x29 te ruilen. De verzwakking van de zwarte lange vleugel is hier deerniswekkend. Al heel wat minder overtuigend is het voordeel van wit in de partij Geurtsen - Kasse 1985:
1.32-28
17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27 16-21
7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.39-33 14-19 11.44-39 10-14 12.38-32
13-18 13.46-41 9-13 14.42-38 4-9 15.33-28 20-24 16.39-33 2-8 17.49-44 14-20
18.44-39 5-10 19.50-44 20-25 20.48-42 15-20 21.34-29 23x34 22.40x29 10-15
23.29-23 18x29 24.44-40 9-14 25.28-22 17x28 26.32x34 12-18 27.34-30 25x34
28.39x30 8-12 29.37-32 3-8 30.41-37 18-23 31.30-25 11-17 32.33-29 23x34 33.40x29
24x33 34.38x29 13-18 35.43-38 19-23 36.35-30 23x34 37.30x39 8-13 38.32-27 20-24
39.45-40 13-19 40.37-32 18-23 41.38-33 12-18 42.33-28 23-29 43.28-23 19x48
44.39-34 48x30 45.25x21
Een
soortgelijk middenspel ontstond in de partij Jansen,G. - Boom,G. NLD-chT,
15-02-1986:
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27 16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 20-24 10.46-41 13-18 11.39-33 19-23 12.44-39 14-19 13.38-32 10-14 14.42-38 5-10 15.50-44 15-20 16.34-29 23x34 17.40x29 10-15 18.32-28 9-13 19.37-32 3-9 20.41-37 20-25 21.29x20 15x24 22.44-40 4-10 23.39-34 24-30 24.35x24 19x39 25.43x34 10-15 26.34-29 2-8 27.40-34 14-19 28.45-40 19-24 29.29x20 15x24 30.48-43 1-6 31.43-39 9-14 32.49-44 14-20 33.47-42 18-22 34.37-31 36x27 35.32x21 13-19 36.40-35 8-13 37.34-29 22-27 X.
Met bewonderenswaardig geduld handhaaft Jansen de druk en gebruikt de opsluitingdreigingen om de zwarte stelling uit elkaar te slaan. Je vraagt je wel af hoe wit wint na het actieve ruiltje 31...17-22. Na 32.32-28 12-17 33.49-44 25-30 en 24-29 heeft zwart wellicht houdbare spel. Misschien was zwart op dat moment nog niet zo wanhopig. Een waar bloedbad zien we in de partij:
Pal,van der,R. - Kooistra,T. Nijmegen, 26-07-1988
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.39-33 14-19 11.44-39 10-14
12.46-41 13-18 13.38-32 9-13 14.42-38 4-9 15.33-28 20-24 16.39-33 14-20 17.49-44
5-10 18.44-39 10-14 19.48-42 2-8 20.50-44 20-25 21.34-29 23x34 22.40x20 15x24
23.32-27 18-22 24.27x18 12x32 25.37x28 8-12 26.41-37 12-18 27.37-32 3-8 28.45-40
18-23 29.42-37 8-12 30.40-34 14-20 31.34-30 25x34 32.39x30 20-25 33.44-39 25x34
34.39x30 9-14 35.30-25 12-18 36.43-39 7-12 37.16x7 17-21 38.26x8 13x11 39.28-22
18x27 40.32x21 1-7 41.37-32 7-12 42.32-27 11-16 43.38-32 23-29 44.39-34 29x38
45.32x43 19-23 46.43-39 23-28 47.34-30 24-29 48.39-34 29x40 49.35x44 28-33
50.30-24 33-38 51.24-20 38-43 52.20x9 43-49 53.9-3 49x35 54.3x17 35-13 55.17-39
X.
Vermin,H. -
Aalten,van,G. NLD-ch, 04-04-1986
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 6-11 4.31-26 12-17 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.39-33 19-23 10.44-39 14-19 11.41-37 10-14
12.38-32 13-18 13.42-38 9-13 14.46-41 4-9 15.33-28 5-10 16.39-33 2-8 17.49-44
20-24 18.44-39 14-20 19.50-44 1-6 20.48-42 20-25 21.34-29 23x34 22.40x20 25x14
23.37-31 36x27 24.32x21 17-22 25.28x17 11x22 26.41-37 19-23 27.47-41 14-19
28.37-32 10-14 29.42-37 23-29 30.33x24 19x30 31.35x24 22-28 32.32x23 18x20
33.21-17 12x21 34.16x27 13-18 35.37-32 14-19 36.41-37 9-13 37.32-28 20-24
38.37-32 15-20 39.45-40 18-23 40.28-22 3-9 41.27-21 9-14 42.32-28 23x32 43.38x27
24-29 44.40-35 20-24 45.44-40 14-20 46.21-16 29-33 47.39x28 20-25 48.27-21 19-23
49.28x30 25x45 50.22-17 7-12 51.35-30 13-19 52.30-25 8-13 53.17x8 13x2 54.25-20
6-11 55.16x7 2x11 56.21-16 11-17 57.20-15 45-50 58.15-10 19-23 1-1
Een beetje teleurstellend allemaal. Waarschijnlijk neemt wit veel te snel de opsluiting in met 23.37-31. Het plan van Gerard Jansen vooral de dreiging het werk te laten doen, verdient de voorkeur. Anderzijds zou zwart kunnen overwegen met 22...15x24 de opsluiting 23.28-22 18x27 24,32x21 uit te lokken. De opsluiting wordt dan gecompenseerd door een verzwakt wit centrum en schijf 36 is blijvend een sta in de weg. De meeste spelers worden verrast door het tempoprobleem tijdens de partij. Zelf had ik een maandje de tijd om te anticiperen in de grootmeestergroep tegen Hans Vermin. De zet 9-14 scheelt een tempo. Ook kun je de ruil 34-29x29 beantwoorden met 20-25x24 zonder de controle over 15 kwijt te raken.
Vermin,H. -
Luteijn,F. Grootmeestergroep corr, 01-01-1986
1.32-28 17-22 2.28x17 11x22 3.37-32 12-17 4.31-26 6-11 5.36-31 8-12 6.32-27
16-21 7.27x16 22-28 8.33x22 18x36 9.41-37 19-23 10.39-33 14-19 11.44-39 10-14
12.38-32 13-18 13.46-41 9-13 14.42-38 4-9 15.33-28 20-24 16.39-33 14-20 17.49-44
2-8 18.44-39 1-6 19.50-44 9-14 20.34-29 23x34 21.40x29 5-10 22.48-42 3-9
23.29-23 18x29 24.28-22 17x28 25.32x34 19-23 en de partij loopt nog. Twee
ontwikkelingen zijn te verwachten:
26.33-28 23x32 27.37x28 20-25 28.38-33 14-19 en de gaten op de witte korte vleugel en in het centrum vormen een aanknopingspunt.
26.34-30 14-19 27.30-25 10-14 28.33-28 23x32 29.37x28 13-18 30.39-34 9-13 31.34-30 18-22x22 en zwart komt volgens de eerste onderzoekingen tamelijk gemakkelijk los.
In de diagramstand ziet wit af van het aanlokkelijke 20.34-30 24-29 21.33x24 20x29 22.30-25 18-22 23.48-42 22x33 24.39x28 17-22 25.28x17 11x22 met onduidelijk spel. In deze variant heeft wit er baat bij om in plaats van 19.50-44 de zet 19.48-42 te spelen. Dan is de reddende achterloop 18-22 niet mogelijk. De zwarte voortzetting 18...1-6 is eveneens wat onhandig. Na direct 18...9-14 19.34-30 kan 24-29 altijd. Op 18...9-14 19.48-42 3-9 heeft zwart controle op de lange vleugel. Opgemerkt moet worden, dat zwart hetzelfde effect kan bereiken door op te bouwen met 13...8-13 in plaats van 9-13 in deze opening.