In de partij Damelincourt,D. - Luteijn,F. verwachtte ik indertijd snel succes. Maar mijn tegenstander speelde een compleet nieuwe zet en de Sfinxvariant had weer eens de gelegenheid zijn naam eer aan te doen. De wederzijdse kerkhofruit bezetting bleek erg tegen te vallen voor zwart. In de partij ging het nog wel. Naderhand ben ik dagen bezig geweest de stelling te analyseren en verbeteringen te vinden. Voor beide spelers is dat gelukt, maar je zou verwachten dat een 'onzinnige' als 13.36-31 ook echt weerlegd zou kunnen worden.

 

Damelincourt,D. - Luteijn,F. Paris, 03-04-1984
13.36-31 1-7 14.41-36 7-11 15.27-22 18x27 16.31x22 12-17 17.46-41 24-29 18.33x24 20x29 19.39-33 14-20 20.25x14 9x20 21.33x24 20x29 22.35-30 2-7 23.36-31 7-12 24.31-27 12-18 25.30-25 5-10 26.40-34 29x40 27.45x34 10-14 28.41-36 14-20 29.25x14 19x10 30.28x19 17x28 31.32x12 21x41 32.36-31 13x24 33.47x36 8x17 34.42-37 17-22 35.43-39 16-21 36.49-44 21-27 37.38-33 3-8 38.34-29 22-28 =.

 

Evert Dollekamp reageerde eens met:

 

Leeuwen,van,J. - Dollekamp,E. Assen, 10-07-1982
13.36-31 12-17 14.41-36 17-22 15.28x17 21x12 16.33-28 2-7 17.49-44 24-29 18.39-33 7-11 19.33x24 20x29 20.44-39 15-20 21.27-22 18x27 22.31x22 5-10 23.37-31 26x37 24.32x41 23x32 25.38x27 20-24 26.42-38 19-23 27.41-37 14-19 28.47-42 10-14 29.46-41 12-18 30.27-21 16x27 31.22x31 8-12 32.37-32 11-17 33.31-27 6-11 34.42-37 17-22 35.48-42 22x31 36.36x27 14-20 37.25x14 9x20 38.41-36 1-7 39.37-31 11-17 40.31-26 3-9 41.27-21 17-22 42.32-27 22x31 43.36x27 23-28 44.40-34 29x40 45.35x44 18-23 =.
 

Er ontstaat een alleszins aardige partij, waarin wit weinig problemen heeft. De zet 17.49-44 is belangrijk. Er zijn meerdere redenen waarom 17.39-33 minder geslaagd is. In de eerste plaats is de reactie 17...24-29 18.33x24 20x29 heel vervelend. Er dreigt 18-22. Op 19.27-22 18x27 20.31x22 12-18 21.37-31 26x37 22.42x31 18x27 23.31x22 is de witte lange vleugel ernstig verzwakt in vergelijking met zijn tegenhanger. De tweede reden is 17...7-11. Er dreigt dan 12-17-22. Wit heeft geen geschikt tempo om een aanvaardbare bomzet erin te houden. Daarom moet hij naar de kerkhof via 18.27-22 18x27 19.31x22 1-7 en schijf 22 staat wederom onder druk.

 

Een interessant idee in plaats van 39-33 of het gespeelde 49-44 is de zet 17.39-34. Na 17...24-29 18.27-22 18x27 19.31x22 ontstaan de thema's uit de partij Damelincourt - Luteijn. Op 19...12-18 20.37-31 26x37 kan wit overwegen achteruit te slaan met 21.32x41. In mijn eigen partij had ik als zwart veel over gehad voor een extra tempo.  Nu kampt hij met bomzetten, die ineffectief zijn; Ghestem doorstoten, die dodelijk zijn; afwikkelingen die hopeloos remise zijn.


Iets beter dan het partijverloop is in diagram 3 de opbouw 17...2-7 18.36-31 7-12 19.31-27 24-29 20.33x24 20x29 en wit heeft lichte problemen. De achterloop 21.39-33 14-20 22.25x14? 19x10 23.33x24 9-14 24.28x19 17x28 (of 14x23!) 25.32x23 21x32 26.37x28 14-20 27.35-30 20x18 28.28-22 is niet erg gezond voor wit. 

 

Een variatie op dit thema is 21.39-33 14-20 22.33x24 20x29 23.43-39 15-20 24.25x14 9x20 25.39-33? 20-25 26.33x24 19x30 27.35x24 5-10 28.28x19 17x28 29.32x23 21x43 30.49x38 13-18 X. In deze laatste variant zou 25.39-34 pijnlijk zijn. Vermoedelijk kan zwart daarom beter direct afwikkelen met 23...15-20x10 etc. Nog pijnlijker zou 23...9-14 24.49-43 15-20 25.39-34 20-24 26.34-30 zijn met enorme tempoproblemen voor zwart.

 

De poging om het witte spel te versterken met de tussenzet (21.39-33 14-20 22.33x24 20x29) 23.49-44? faalt op 23...12-18 24.44-39 29-33 25.38x29 23x34 26.39x30 26-31 met vernietiging. In de partij werd de opmars 2-7-12 achterwege gelaten, omdat het resultaat van de bomzet 17...2-7 18.39-34 24-30 19.35x24 19x39 20.28x10 39x28 21.22x33 5x14 tegenvalt. Hetzelfde probleem doet zich voor na 17...2-7 18.36-31 7-12 19.31-27 12-18 20.39-34. Vermoedelijk zou wit 20.41-36 24-29 21.33x24 20x29 22.39-33 14-20 23.25x14 9x20 24.33x24 19x30 25.35x24 20x29 26.28x19 17x28 27.32x34 21x41 28.36-31 hebben toegelaten.

 

Achteraf meende Damelincourt te kunnen winnen met 29.47-41 i.p.v. 29.46-41. Daar zit wat in bij de varianten 17.47-41 24-29 18.33x24 20x29 19.39-33 14-20 20.25x14 9x20 21.33x24 20x29 22.40-34 29x40 23.45x34 en 17.47-41 2-7 18.36-31 7-12 19.31-27 24-29 20.33x24 20x29 21.39-33 14-20 22.33x24 20x29 23.49-44! 12-18 24.44-39!! Maar op 17.47-41 2-7 18.36-31 7-12 19.31-27 12-18 ontsnapt zwart nog met een blauw oog.

 

Zwart heeft vanuit diagram 1 de mogelijkheid om zijn spel te versterken met 13.36-31 6-11 14.41-36 2-7 15.47-41 12-17 16.27-22 31x22 17.31x22 24-29 18.33x24 20x29 (diagram 5). Een hoogst opmerkelijke positie is ontstaan. Het is nog steeds geen vetpot voor zwart, maar de aanval over veld 33 hoeft niet echt gevreesd te worden. Na 19.39-33 14-20 20.25x14 kan zwart zich redden met 20...19x10. Dat blijft erin zitten na 19.39-33 14-20 20.33x24 20x29 21.49-44 5-10 22.44-39 10-14 23.39-33 14-20 24.25x14 19x10 etc. Zwart moet echter zijn stand niet overschatten. De variant 19.39-33 14-20 20.33x24 20x29 21.49-44 15-20 22.25x14 9x20 23.44-39 5-10 faalt op 24.32-27 en altijd prijs.

 

In dit verloop speelt voortdurend de zet 39-34 een rol. Direct 16.39-34 17-22 17.28x6 24-30 18.35x24 19x28 dreigt met de dodelijke hergroepering 7-11x12. Daarom heeft wit niet beter dan de matige afwikkeling 27-22 en 32-27.

 

Indertijd was ik van mening, dat zwart niet kon wachten met 17...7-12 18.39-34. Kennelijk vergeten het even aan Truus te vragen. Het resultaat van de bomzet 18...24-30 is nog best speelbaar, maar inderdaad wat teleurstellend voor zwart. Na het slaan ligt de zwarte lange vleugel open voor een aanval. Het nuchtere 18...12-18 stelt wit voor bepaalde problemen. Niet goed is 19.43-39 18x27 20.49-43 24-29 21.33x24 20x29 22.37-31 26x37 23.42x22 21-26 24.34-30 (of?) 17-21 of 14-20x10 met kansen voor zwart. Relatief het beste is 19.34-29 18x27 20.29x18 13x22 21.40-34 en wit heeft voldoende compensatie voor zijn stuk.

 

Vanuit diagram 3 is de ontsnappingsmanoeuvre 17...24-29 18.33x24 20x29 19.39-33 14-20 20.25x14 19x10 minder geslaagd, vanwege bijvoorbeeld 21.33x24 9-14 22.28x19 17x28 23.32x23 14-20 24.23-18 13x22 25.43-39 20x29 26.39-34 met schijfwinst. Er zijn nog wat betere slagmogelijkheden, maar zwart blijft steeds zwaar onder druk staan. In diagram 7 staat zwart ontzettend slecht. Een serieuze winstpoging was 22.40-34x34 geweest gevolgd door de opmars 36-31-27 met groot voordeel, dank zij een economische Ghestem doorstoot.

 

De pointe van het gespeelde 22.35-30 is dat 22...15-20 verhinderd is door de afwikkeling 23.30-24 X. Een andere verdienste van 22.35-30 is dat het zwart verlokt wordt tot 22...19-24. Zowel 23.30x19 23x14 24.36-31 als het verrassende 23.28x19 etc. geeft wit groot voordeel. Een ander probleem voor zwart is, dat op 22...8-12 de afwikkeling 23.30-24 X kan volgen.

 

Zwart is weer een beetje bij de mensen gekomen in diagram 8. Hij beschikt nu over de wendingen ingeleid met 26-31 of 29-33. Sijbrands verraste mij eens met de verrassende wending 26-31. Met schijf 47 op 46 zit hij er niet in.  Na de partij ontdekten we, dat de witte voortzetting 25.30-25 niet de beste is. De transactie 25.40-35 29-33 26.28x39 17x28 27.40-35 blijkt verrassend genoeg nog houdbaar, terwijl doorspelen met 25...5-10 ook nog wel gaat voor wit.

 

Wit bijt in de partij nauwelijks meer van zich af. Het afruilen van schijf 29 is geen hoogvlieger. Echter 26.49-44 had gefaald op 26...26-31 27.27x36 18x27. Ook 26.41-36 10-14 gaat hard. Beter is echter 26.40-35 10-14 27.35-30 8-12 (diagram) 28.45-40 29-33 29.28x39 17x28 30.41-36 met tegenspel. Niet goed is 28.49-44 26-31 X of 26.41-36 3-8 X. Na het gespeelde 26.40-34? 29x40 27.45x34 10-14 28.41-36 14-20 verliest wit een schijf. Beter is 28.49-44 15-20-24-29 en 26-31 wordt vroeg of laat weer een dreiging.