De Sfinxvariant is een liefhebberij van Damelincourt. In Parijs kreeg hij hem op het bord tegen mij en tegen Issalene. Omdat deze symmetrische klassieke opening nu eenmaal tot de opvoeding behoort van iedere rechtgeaarde topspeler, kan ik mij ook goed weren in dit systeem, hoewel het niet mijn grote liefde is. Toch deed de variant gedurende de partij zijn naam alleszins eer aan.

 

Damelincourt,D. - Luteijn,F. Paris, 03-04-1984
1.31-27 18-23 2.33-28 17-21 3.34-30 21-26 4.30-25 11-17 5.40-34 17-21 6.39-33 20-24 7.34-30 14-20 8.25x14 9x20 9.30-25 10-14 10.44-39 4-9 11.50-44 12-18 12.44-40 7-12 13.36-31 1-7 14.41-36 7-11 15.27-22 18x27 16.31x22 12-17 17.46-41 24-29 18.33x24 20x29 19.39-33 14-20 20.25x14 9x20 21.33x24 20x29 22.35-30 2-7 23.36-31 7-12 24.31-27 12-18 25.30-25 5-10 26.40-34 29x40 27.45x34 10-14 28.41-36 14-20 29.25x14 19x10 30.28x19 17x28 31.32x12 21x41 32.36-31 13x24 33.47x36 8x17 34.42-37 17-22 35.43-39 16-21 36.49-44 21-27 37.38-33 3-8 38.34-29 22-28 in de overblijvende stand en tamelijk krap in de tijd liet ik tot mijn schande de winst zitten.

 

In de Sfinxvariant heeft zwart de nazet. De wijze waarop dit 'voordeel' in de strijd wordt geworpen, is bepalend voor de uitslag van de partij. Slaafs navolgen van de tegenstander leidt tot problemen. De stelling die ontstaat na 7...12-18 8.44-39 7-12 9.50-44 1-7 10.44-40 7-11 (diagram 2) is uitvoerig bestudeerd.
 

De afwikkeling 11.27-22 18x27 12.25-20 14x34 13.40x7 24-29 14.33x24 19x30 15.35x24 8-12 is onderzocht door Roozenburg. Zijn conclusie, dat het erg kansrijk is voor zwart mag niet verbazen. De symmetrische variant 11.37-31 26x37 12.42x31 21-26 13.41-37 14-20 14.25x14 9x20 15.30-25 10-14 (diagram 3) is geen succes voor zwart, omdat de bomzet 16.39-34 24-30 17.35x24 19x39 18.28x10 39x28 19.25x14 4-9 20.32x23 15x4 faalt op 21.43-39-33x15 X.

 

Het symmetrische antwoord 16.39-34 12-17 17.34-29 23x34 18.40x29 17-22 19.28x17 11x22 20.43-39 geeft wit dank zij de 'voorzet' juist groot voordeel. Het tijdelijke offer 11.37-31 25x37 12.42x31 21-26 13.41-37 14-20 14.25x14 9x20 15.30-25 12-17 16.25x14 17-22 17.28x17 11x22 is de moeite van het onderzoeken waard. Na b.v. 18.47-42 24-29 19.33x24 19x30 20.35x24 10x30 21.40-35 ontstaat een boeiende stelling, waarin zwart een schijf heeft geofferd voor compensatie.

 

Een van de aardigste mogelijkheden voor zwart om de symmetrie te verbreken is diagram 4 de voortzetting 13...12-17. De afwikkeling 14.27-21 16x27 15.32x12 23x41 16.12x23 26x37 17.47-42 19x28 18.36x47 11-16 19.42x31 16-21 20.33x22 21-27 21.30x19 27x36 werd genomen in de partij Issalene - Damelincourt. Zwart kreeg groot voordeel maar won niet. Geert van Dijk had mij in eerdere instantie de zorgvuldige gekoesterde vondst 13...12-17 14.39-34! onthult. Het is driemaal 'officieel' op het bord geweest. Eenmaal met schijf 49 op 50:

 

Bronstring,E. - Luteijn,F. Heijting, 07-08-1982
1.33-28 17-21 2.39-33 21-26 3.31-27 11-17 4.44-39 18-23 5.34-30 17-21 6.30-25 20-24 7.40-34 12-18 8.34-30 7-12 9.49-44 1-7 10.44-40 7-11 11.37-31 26x37 12.42x31 21-26 13.41-37 12-17 14.39-34 8-12 15.34-29 23x34 16.40x20 15x24 17.27-22 18x27 18.31x22 16-21 19.43-39 24-29 20.33x24 12-18 21.37-31 26x37 22.32x41 18x27 23.41-37 21-26 24.47-42 17-22 25.28x17 11x22 26.37-31 26x37 27.42x31 13-18 28.24x13 18-23 29.46-41 9x18 30.41-37 6-11 31.45-40 2-8 32.40-34 8-13 33.37-32 11-16 34.32x21 16x27 35.48-42 23-28 36.42-37 18-23 =
 

Deze offervariant is alleen mogelijk, omdat schijf 49 op 50 staat. Op 23.38-33 kan nu 14-20 en 13-19 volgen. In de hoofdvariant met een schijf op 49 ontbreekt het poortje op veld 43. Echter ook in deze variant is het offer 24-29 een vervaarlijke dreiging. Het kan alleen niet direct. Een aardig begin lijkt in diagram 5 19...2-8 20.45-40 24-29 21.33x24 12-18 en wederom blijft wit zitten met een in de lucht hangende verzameling schijven op de korte vleugel. Damelincourt gaf na de partij desgevraagd aan dat het ook na 17-22x22 erg meevalt, zoals later bleek in de partij:

 

Plantin,J. - Macaux,H. FRA-ch, 20-08-1984
13.41-37 12-17 14.39-34 17-22 15.28x17 11x22 16.34-29 23x34 17.40x20 15x24 18.32-28 2-7 19.28x17 7-12 20.27-22 12x21 21.47-42 18x27 22.31x22 8-12 23.43-39 13-18 24.22x13 19x8 25.30x19 14x23 26.25-20? en zwart won zelfs.

 

Tijdens de partij tegen Damelincourt besluit ik vroegtijdig de nazet te verzilveren via 7...14-20 8.25x14 9x20 9.30-25 10-14. Overigens is ook opvangen met 9...4-9 een optie, doordat veld 18 nog open is. In de partij wilde ik de Fransman niet de gelegenheid geven tot het symmetrische antwoord 37-31x31, (21-26), 47-42x31. In diagram 6 heeft zwart een effectieve bomzet in de stand weten te brengen door het sluiten van de velden 9 en 12. Overigens had wit via de zetten 11.45-40 12-18 12.39-34 kunnen oversteken naar veld 30. Maar het is natuurlijk zeer de vraag of hij daar 'wijs van wordt'.

 

De zet 13.36-31 uit de partij is een juweeltje van oorspronkelijkheid. Bekend is het verloop 13.37-31 26x37 14.42x31 21-26 15.41-37 1-7 16.47-42 7-11 17.40-34 24-30 18.35x24 20x40 19.45x34 14-20 20.25x14 9x20 en de witte korte vleugel is ernstig verzwakt. Ook is wel 17.27-22 18x27 18.31x22 geprobeerd. De reactie 18...2-7 is het vervelendste. Er dreigt een stormloop op schijf 22. Met 19.40-34 kan wit nog een beetje dweilen, maar het ziet er niet best uit.

 

Een ander bekend idee is 13.37-31 26x37 14.42x31 21-26 15.47-42 26x37 16.42x31 6-11. Na 17.41-37 dient zwart haast te maken met 17...11-17. Wat de kans geeft tot vervlakkend 18.27-22 etc. Echter na 17...1-6 18.31-26 11-17 19.37-31 zou zwart zeer slecht staan, omdat hij de controle over de rand kwijt is.

 

In de partij was ik van plan dit probleem te omzeilen door de aanwending van schijf 2 via 16...6-11 17.41-37 2-7 18.31-26 11-17 19.37-31 17-21 20.26x17 12x21 21.31-26 7-12 22.26x17 12x21 23.46-41 1-7 24.41-37 7-12 met enig voordeel. Truus wijst erop, dat er weinig klopt van dit idee. Via 18.46-41! 12-17 19.39-34! heeft zwart het nakijken, omdat de bomzet het even niet doet.