Op het ogenblik loopt het Stormcup toernooi weer op zijn einde. In de voorlaatste ronde trad ik aan tegen concurrent Peter van der Stap. Inmiddels speelden we meer dan dertig partijen. Dit was er eentje, die niet helemaal naar wens ging. In een variant van de Keller ontstonden serieuze problemen na een overenthousiaste aanvalsactie. Het uitrekenen van de ontstane gecompliceerde positie ging niet helemaal goed, zodat Peter de kans kreeg voor open goal om het toernooi op zijn naam te schrijven.

 

Luteijn,F. - Stap,van der,P. VDK, 13-04-1985
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 20-25 5.35-30 19-23 6.32-28 23x32 7.37x28 22-27 8.31x22 18x27 9.41-37 17-21 10.37-31 12-18 11.31x22 18x27 12.28-23 11-17 13.40-35 17-22 14.46-41 21-26 15.41-37 14-20 16.37-31 26x37 17.42x31 7-12 18.31-26 13-18 19.30-24 9-13 20.34-30 25x34 21.39x30 4-9 22.44-39 1-6 23.45-40 9-14 24.30-25 13-19 25.24x13 8x28 26.26-21 28-32 27.48-42 3-8 28.49-44 2-7 29.47-41 6-11 30.39-34 18-23 31.29x18 22x13 32.33-28 32x23 33.21x32 X

 

De diagramstand is relatief weinig voorgekomen. Het is niet helemaal duidelijk waarom. Het ene tempo verschil is in veel ondervarianten belangrijk. Er zijn 357 voorbeelden van de diagramstand (249 keer 16-21 en 90 keer 22-27). Dat is een fractie van de normale Keller (5169 voorbeelden met 4071 keer 35-30 en 1013 keer 29-24). Rob Clerc merkt op dat de opstelling met 3...7-11 voordelen heeft ten opzichte van de partijvariant. Na 7...16-21 8.41-37 21-27 9.37-32 heeft zwart weinig als veld 6 open is (18 keer voorgekomen). Na 3...7-11 kan de manoeuvre 9...14-19 10.32x21 17x37 11.42x31 19-23 (nog nooit voorgekomen). Sijbrands slaagde er met gewisselde kleuren in groot voordeel te behalen met deze manoeuvre (inmiddels 26 voorbeelden):

 

Sijbrands,T. - Korchow,M. KSH GMA, 30-06-1971
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23 7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 14-19 10.37-32 19x30 11.34x14 9x20 12.32-28 23x34 13.40x29 3-9 14.41-37 11-16 15.38-32 5-10 16.43-38 10-14 17.37-31 14-19 18.42-37 20-24 19.29x20 15x24 20.47-42 18-23 21.49-43 4-10 22.46-41 10-15 23.45-40 12-18 24.39-34 15-20 25.43-39 20-25 26.48-43 24-29 27.33x24 22x33 28.38x29 19x30 29.40-35 9-14 30.35x24 14-19 31.42-38 19x30 32.38-33 7-12 33.32-27 21x32 34.37x19 13x24 35.29x20 25x14 36.34x25 8-13 37.33-29 17-22 38.39-33 6-11 39.31-27 22x31 40.36x27 11-17 41.43-38 13-19 42.44-39 19-23 43.39-34 X.

 

Niemand keek erg op van deze overwinning. Hij is in Nederland vrijwel onbekend. Echter M. Korchow was eens de sterkste speler van de Sovjet Unie. Gantwarg vertelde mij hoe deze speler enige malen kampioen was van Rusland en in 1960 een 'geheime' driekamp speelde tegen Tsjegoljew en Andreiko om deelname aan het wereldkampioenschap en won. Desondanks waren het Koeperman, Tsjegoljew en Andreiko, die de sovjet unie vertegenwoordigden op het wereldkampioenschap. Tsjegoljew werd wereldkampioen. Korchow heeft recentelijk een boek geschreven (300 exemplaren), waarin hij verteld hoe dat zo gekomen is. In dit boek staat zijn relaas; de 'geheime' partijen en zijn mooiste fragmenten. Vorige week toonde Gantwarg mij het boek. Sinds de uitgave van dit boek zint elke zich zelf respecterende Russische speler op het publiceren van zijn memoires.  Een recenter voorbeeld van de diagramstand is:
 

Georgiev,A. - Isjimbaev,R. RUS-ch, 19-07-2004
9.30-24 14-19 10.37-32 19x30 11.34x14 9x20 12.32-28 23x34 13.40x29 21-27 14.38-32 27x38 15.43x32 13-19 16.39-34 3-9 17.41-37 5-10 18.46-41 20-24 19.29x20 15x24 20.36-31 18-23 21.31-27 22x31 22.34-30 24x35 23.33-29 23x34 24.28-22 17x28 25.32x5 X.
 

Deze variant was een verbetering op de partij van Chizhov tegen dezelfde zwartspeler van een paar dagen eerder:

 

Tsjizjow,A. - Isjimbaev,R. RUS-ch, 15-07-2004
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23 7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 14-19 10.37-32 19x30 11.34x14 9x20 12.32-28 23x34 13.40x29 21-27 14.38-32 27x38 15.43x32 13-19 16.39-34 5-10 17.42-38 3-9 18.41-37 20-24 19.29x20 15x24 20.44-40 18-23 21.34-29 23x34 22.40x20 10-15 23.45-40 15x24 24.47-42 9-14 25.40-34 14-20 26.36-31 20-25 27.48-43 24-30 28.43-39 19-24 29.34-29 4-10 30.29x20 25x14 31.49-44 10-15 32.46-41 14-19 33.44-40 30-35 34.41-36 35x44 35.39x50 15-20 36.50-44 20-25 37.44-40 25-30 38.40-34 30x39 39.33x44 22x33 40.38x29 19-23 =

 

Inderdaad is de zet 14-19 geen geweldige voortzetting. Maar het vergt best enige inspanning van de witspeler om de buit binnen te halen. De partijen en analyses van de duels van Sijbrands en Chizhov bewijzen, dat zwart bij de eerste de beste aarzeling zelfs in het voordeel komt tegen de verzwakte witte korte vleugel.

 

In de partij Luteijn - van der Stap is de gespeelde zet 3...6-11 minder. In diagram 3 zou zwart met schijf 7 op 6 de ruil 9...17-22 10.28x17 11x22 11.37-31 22-28 kunnen spelen met een bekend spelbeeld, waarin ook zwart kansen krijgt. Nu heeft wit de gelegenheid een keertje achter te lopen over veld 31. Dat is in de variant, waarbij 28-23 wordt gespeeld belangrijk. Schijf 46 komt immers eenvoudig in het spel met 46-41-37. Er zijn meerdere voorbeelden bekend, waarbij schijf 46 een leuk aanknopingspunt was voor de omsingelaar.

 

Diagram 4 is een belangrijke stand. Wit heeft nauwelijks fouten in zijn stand. Belangrijk voordeel zou behaald moeten kunnen worden. In de partij wordt 16.37-31 26x37 17.42x31 geruild. Truus adviseert 16.30-24. Dat dreigt met 33-28x28 en 37-31x22 schijf 27 onder druk te zetten. Op 16.30-24 7-12 17.33-28 22x33 18.39x28 13-18 wint Truus een stuk via 19.34-30 gevolgd door 37-31 of 28-22. Truus adviseert 16.30-24 9-14 17.45-40 14-19 18.23x14 10x30 19.35x24 13-19 20.24x13 8x19 21.37-31 26x37 22.42x31 7-11 23.38-32 27x38 24.43x32 en wit heeft dank zij schijf 22 overwicht.

 

Een ander idee is 16.30-24 13-18 17.23x12 7x18 18.33-28 22x33 19.39x28 16-21 20.43-39 8-13. Wit heeft groot voordeel. Steeds dreigt de tussenloop 28-22. Truus komt nog met het aardige zetje 21.45-40? 25-30; 26-31; 27-31 en 18-23 X. Volgens haar is 21.39-33 de juiste beginzet voor het realiseren van het witte voordeel.

 

Wanneer we tot de conclusie komen, dat zwart verderop in de partij goed staat, dan is hier het moment om af te wijken. Aangegeven werden de varianten 19.30-24 9-13 20.47-41 4-9 21.41-37 9-14 22.45-40 14-19 23.23x14 10x30 24.35x24 5-10 25.37-31 12-17 26.38-32 27x38 27.43x32 13-19 28.24x13 8x19 29.32-28 20-24x14= en 19.47-41 9-13 20.44-40 1-6 21.41-37 6-11 22.37-31 11-17 23.30-24 4-9 24.48-42 9-14 25.42-37 14-19=


Misschien is in plaats van 25.42-37 de scherpe zet 25.35-30 een idee. Op de terugruil 25...14-19 26.23x14 20x9 27.49-44 verliest zwart een schijf. Hij moet daarom 25...14-19 26.23x14 10x19 spelen. Het gaat dan om de afwikkeling 27.29-23 20x29 28.23x14 18-23 29.3x24 13-19 30.24x13 8x10 31.42-37 en er dreigt een overval. Zwart mag 30-24 en 34-29x29 niet toelaten. Op 31...15-20 32.39-33 dreigt 33-29 met door en verderf, terwijl 32...28-23 33.43-39 het ook niet is. 

 

Wit heeft in diagram 7 het alternatief 23.47-41. De bedoeling daarvan is om op 9-14 24-19x19 te kunnen ruilen. Na het gespeelde 23.45-40 9-14 moest er geïmproviseerd worden, omdat 24-19x19 simpel verhinderd was. Op 23.47-41 9-14 is behalve 24.24-19 = ook doorspelen met 24.41-37 een goed plan.

 

In de partijvariant 34.45-40 9-14 35.30-25 is 13-19x28 niet gewelig. Kansrijker is 35...6-11. De enige manier om het hoofd boven water te houden is dan 36.49-44 11-17 (13-19?) 37.40-34 13-19 38.24x13 8x28 39.44-40 20-24 en zwart staat erg goed. 

 

Het is zo jammer dat Truus niet beschikbaar is tijdens de partij. In diagram 8 kan wit zich veel beter verdedigen met 27.39-34 6-11 28.43-39 21x32 met groot voordeel.  

 

In diagram 9 is 28.49-44 ernstige tempoverlies. Truus en Peter gaven aan dat ook 28.47-41 verhinderd is door de afwikkeling 28...32-37 29.41x32 14-19 en 22-28 X. Gedwongen is 28.39-34. De damzet 28...6-11 29.47-41 32-37 30.41x32 14-19 31.25x23 22-28 32.33x31 16x27 33.36x13 passeert de damlijn zonder te stoppen. Aangegeven is 28.39-34 2-7 29.29-23 18x29 30.34x23 14-19 31.23x14 20x9 32.36-31 27x36 33.38x18 12x23 34.35-30 16x27 35.47-41 en 30-24x1 =

 

De achterloop 30.42-37 in diagram 10 blijft na 11-17 een stuk achter. Op 30.39-34 heeft zwart het alternatief 30...18-23 31.29x18 12x23. De tussenloop 32.21-17 faalt op 23-29; 20-24 en 14-20 X. De een om twee 32.33-28 22x33 33.38x18 faalt op 33...32-38 met dood en verderf.