In 1985 speelde ik met wit twee partijen in de Keller met gewisselde kleuren. De resultaten vielen wat tegen. Naar aanleiding daarvan werd voor de RDG-koerier een studie gemaakt van de partijen en de openingen. Het betrof de partijen Luteijn - van der Stap en Luteijn - Rijkaart. We beginnen met de partij tegen Cees Rijkaart:

 

Luteijn,F. - Rijkaart,C. NLD-chT, 09-02-1985
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 7-11 4.50-44 20-25 5.35-30 19-23 6.32-28 23x32 7.37x28 16-21 8.41-37 21-27 9.28-23 1-7 10.31-26 27-31 11.36x27 22x31 12.37-32 31-36 13.46-41 11-16 14.42-37 7-11 15.48-42 14-20 16.32-28 17-22 17.28x17 11x22 18.37-32 6-11 19.32-27 22x31 20.26x37 16-21 21.37-32 11-17 22.32-28 21-26 23.30-24 18-22 24.41-37 22-27 25.40-35 13-18 26.38-32 27x38 27.43x32 9-13 28.42-38 4-9 29.49-43 18-22 30.34-30 25x34 31.39x30 13-18 32.44-39 20-25 33.24-19 25x34 34.39x30 9-14 35.30-24 14-20 36.45-40 3-9 37.40-34 20-25 38.35-30 10-14 39.19x10 5x14 40.23-19 14x23 41.28x19 8-13 42.19x8 2x13 =
 

Het idee om op de 4e zet 20-25 te spelen zie je tegenwoordig niet meer zoveel (verhouding is 1 op 10). De populariteit van de Chizhov ruil in de normaalvariant van de Keller is onovertroffen. Ook zijn de meeste spelers niet zo gecharmeerd van de omsingeling.

 

Wal,van der,J. - Wirny,V. Wch, 21-10-1984
12.46-41 31-36 13.37-32 11-16 14.41-37 7-11 15.30-24 14-20 16.34-30 25x34 17.39x30 10-14 18.44-39 18-22 19.32-28 22-27 20.37-31 17-22 21.28x17 11x22 22.42-37 20-25 23.40-35 25x34 24.29x40 5-10 25.33-29 14-20 26.40-34 10-14 27.26-21 20-25 28.21x32 36x27 29.32x21 16x27 30.37-31 27x36 31.23-18 12x23 32.29x27 13-19 33.24x13 9x18 en wit verloor later (tijdnood ?)
 

Scholma,A. - Wirny,V. Wch, 18-10-1984
12.46-41 31-36 13.37-32 17-22 14.41-37 11-16 15.30-24 7-11 16.40-35 11-17 17.32-28 14-20 18.37-32 17-21 19.26x17 22x11 20.42-37 11-17 21.34-30 25x34 22.29x40 20x29 23.23x34 18-22 24.34-29 15-20 25.35-30 20-25 26.28-23 25x34 27.39x30 6-11 28.32-28 16-21 29.44-39 11-16 30.40-34 13-18 31.45-40 22-27 32.37-31 27-32 33.38x27 21x32 34.28x37 36x27 35.43-38 17-22 36.30-24 9-13 37.49-44 13-19 38.23x14 10x30 39.34x25 =
 

Het idee om op de 4e zet 20-25 te spelen werd populair na de drama's in het wereldkampioenschap, die Jannes van der Wal en Auke Scholma ermee overkwamen. Het valt op, dat men toen kennelijk nog erg onzeker was over de uitkomst van 'normale' zetten. Beide partijen zijn nogal ongewoon. In de variant met gewisselde kleuren is sprake van tempoverschil met de hoofdvariant. Dit extra tempo speelt een nuttige rol speelt in menig variant. Een niet onbelangrijk voordeel is, dat de Chizhov ruil (29-24x23x24x28) geen rolt speelt, omdat veld 20 door dit extra tempo niet bezet hoeft te worden.

 

Diagram 3 is inmiddels 23 keer voorgekomen. Twaalf keer speelden de witspeler 42-37; 7x 46-41 en 4x 40-35. De stand na 46-41 is 40 keer voorgekomen. In het kader van het tegenspelen van de ruil 17-21x22 lijkt mij deze beginzet geschikter. De variant 13.46-41 17-21 14.26x17 11x22 15.41-37 7-11 16.40-35 11-17 17.30-24 valt wat tegen voor zwart, omdat het aantrekkelijke 17...6-11 verhinderd is door de verrassende schijfwinst 18.24-19 X.

 

Luteijn,F. - Schotanus,A. WEU-chC, 01-05-1984
13.46-41 17-21 14.26x17 11x22 15.41-37 7-11 16.40-35 11-17 17.30-24 22-27 18.32x21 17x26 19.33-28 2-7 20.38-33 14-20 21.34-30 25x34 22.39x30 7-11 23.30-25 9-14 24.35-30 14-19 25.23x14 20x9 26.45-40 10-14 27.44-39 11-17 28.40-35 6-11 29.43-38 11-16 30.49-43 17-21 31.24-20 15x24 32.30x10 5x14 33.35-30 21-27 34.30-24 27-31 35.38-32 12-17 36.43-38 8-12 37.28-23 17-21 38.33-28 12-17 39.23x12 17x8 40.39-33 8-12 41.48-43 12-18 42.43-39 18-22 43.28x17 21x12 44.33-28 12-17 45.39-33 17-21 46.29-23 13-19 47.24x13 9x29 48.33x24 21-27 49.32x21 16x27 1-1
 

Na 17...14-20 hoeft de aanval 18.34-30x30 niet echt gevreesd te worden. Maar het blijkt toch moeilijk om met zwart echt iets te bereiken. Anton Schotanus speelde in het West Europees kampioenschap correspondentiedammen tegen mij de ruil 17...22-27x26 en kwam in serieuze moeilijkheden met zwart. De stand na 17-21x22 is inmiddels een half dozijn keer voorgekomen. Het zetje naar 16 is er drie keer ingebracht.  Twee spelers gingen verder met 14-20, 34-30x30, 6-11 etc. Dat kan niet echt slecht zijn voor zwart.

 

Clerc,R. - Leeuwen,van,C. NLD-ch, 28-03-1988
17.30-24 14-20 18.34-30 25x34 19.39x30 6-11 20.32-28 11-16 21.44-39 10-14 22.37-32 16-21 23.49-44 21-26 24.44-40 20-25 25.42-37 25x34 26.39x30 14-20 27.43-39 20-25 28.40-34 2-7 29.37-31 26x37 30.32x41 7-11 31.41-37 11-16 32.38-32 4-10 33.45-40 16-21 34.48-42 21-26 35.24-19 13x24 36.30x19 9-13 37.19-14 10x19 38.23x14 15-20 39.14-10 5x14 40.35-30 14-19 41.32-27 22x31 42.28-23 19x28 43.33x11 12-17 44.11x22 18x27 45.30-24 27-32 46.37x28 31-37 47.42x31 26x37 48.24x15 3-9 49.29-24 37-41 50.40-35 9-14 51.28-22 8-12 52.24-20 12-18 53.20x9 18x27 54.9x18 41-46 55.18-13 46-5 56.13-8 27-31 57.8-2 31-37 58.2-16 37-41 59.16-49 41-46 60.39-33 5-23 61.33-29 23-28 62.49-40 28-50 63.40-45 46-19 1-1

 

Haagh,E. - Okken,J. NLD-chT, 31-01-1998
17.30-24 14-20 18.34-30 25x34 19.39x30 6-11 20.32-28 11-16 21.44-39 20-25 22.37-32 25x34 23.39x30 22-27 24.32x21 17x26 25.42-37 16-21 26.30-25 10-14 27.43-39 21-27 28.45-40 27-31 29.48-42 18-22 30.28x17 12x21 31.38-32 14-20 32.25x14 9x20 33.40-34 8-12 34.34-30 13-18 35.33-28 20-25 36.49-43 25x34 37.39x30 5-10 38.23-19 15-20 39.24x15 21-27 40.32x21 26x17 41.37x26 17-21 42.26x8 2x22 43.30-25 10-14 44.35-30 22-28 45.42-38 18-22 46.30-24 22-27 47.43-39 3-9 48.38-33 36-41 49.33x31 41-46 50.31-27 46-28 51.39-34 28-44 52.27-21 44-35 53.24-20 35-8 54.21-16 8-12 55.34-30 12-7 56.30-24 7-2 57.16-11 1-1 (2.14/2.34)

 

Een belangrijk gebleken voordeel van 13.42-37 is, dat vrijwel alle zwartspelers verdergaan met 11-16. Het waarom is niet helemaal duidelijk. Behalve het eerder genoemde zetje lijkt er geen enkele reden te zijn om niet met 13...17-21 14.26x17 11x22 verder te gaan. Het opruimen van schijf 26 maakt het leven voor zwart gemakkelijker. Het is evenwel nog nooit gespeeld. Helaas is Schwarzman vanmorgen vertrokken en kan ik hem pas over een maand vragen naar zijn mening over het 'waarom' van deze merkwaardige omissie.

 

Na de ruil 17-21x22 valt het oog in eerste instantie op de variant 15.30-24 7-11 16.24-20 15x24 17.29x20 18x29 18.34x23. Veel kan dat niet zijn voor wit. De Truus voortzetting: 15.30-24 13-19 16.24x13 8x28 17.32x23 9-13(?) 18.34-30 25x34 19.39x30 is wel goed voor wit. Evenals 17...14-19 18.23x14 10x19 19.29-24 19x30 20.40-35.

 

Na 15.30-24 is het toelaten van de ruil 24-20 mijns inziens de beste kans voor zwart. Op 15.30-24 14-20 16.34-30 25x34 17.39x30 is 17...20-25 verhinderd door 18.32-28 X. De voortzetting 18...9-14 19.44-39 7-11 20.40-35 20-25 21.24-20 25x34 22.20x9 3x14 23.39x30 14-20 24.30-24 11-17 lijkt nog wel wat voor zwart. Een opmerkelijk voorbeeld, waarbij zwart succes heeft met de 'onnodige' zet 13...11-16 is onderstaande partij:

 

Bronstring,E. - Schippers,R. NLD-chT, 13-09-1986
13.42-37 11-16 14.40-35 7-11 15.46-41 17-22 16.30-24 11-17 17.48-42 14-20 18.32-28 9-14 19.37-32 22-27 20.32x21 16x27 21.34-30 25x34 22.39x30 6-11 23.44-39 11-16 24.30-25 17-21 25.26x17 12x21 26.23x12 8x17 27.38-32 27x38 28.43x32 13-18 29.42-38 4-9 30.41-37 9-13 31.28-23 17-22 32.23x12 3-8 33.12x3 22-27 34.3x26 16-21 35.26x19 14x43 36.25x14 10x30 37.32x21 43x41 X

 

Tot het moment dat Evert besluit in diagram 6 de zet 31.28-23 te spelen verloopt alles volgens het boekje. Wit heeft een prachtig centrum en de opgesloten zwarte lange vleugel lijkt een probleem te worden. Het valt overigens niet mee om door te drukken. Truus komt met het nuchtere 31.45-40 3-8. Hoewel... De afwikkeling 32.29-23 18x29 33.28-22 is nog best aardig voor wit. De variant 31.45-40 18-22 32.40-34 8-12 33.28-23 3-8 34.35-30 21-26 35.23-19 is ook best een probleem voor zwart.

In de partij tegen Rijkaart speelt wit eerst nogal wat tempi uit op de lange vleugel alvorens het centrum te bezetten. Kennelijk zag wit nogal wat spoken. De terugruil 19.32-27 kan het niet zijn voor wit. In diagram 7 wordt opgemerkt, dat wit rekening moet houden met 14...14-20 15.32-28 10-14 en er dreigt 13-19. Pas bij analyse bleek dit een aanmerkelijk minder ernstige dreiging dan het zich tijdens de partij liet aanzien.

 

Het idee 16.30-24 4-10 17.48-42 7-11 18.37-32 17-22 19.28x17 11x22 20.32-28 of 20.42-37 is alleszins speelbaar voor wit. Aan de orde kwam: 16.40-35 13-19 17.30-24 19x30 18.35x24 9-13 19.45-40 4-10 20.40-35 7-11 21.37-32 17-22 22.28x17 11x22 (diagram 8).

 

Er dreigt 13-19 en 14-19 met gevaarlijke omsingeling. Op 23.32-28 kan 23...14-19 24.28x17 19x28 25.33x22 12x21 27.26x17 18x27 28.41-37 lijkt het nog wel te gaan voor wit, dank zij wat zetjes.

 

Een zet later na 14...7-11 15.48-42 14-20 16.32-28 (diagram 9) komt naast het gespeelde en uitstekende 16...17-22x22 ook 16...10-14 sterk in aanmerking. Zowel na 16...10-14 17.30-24? 17-22 18.28x17 11x22 19.40-35 13-19 X als 16...10-14 17.40-35 13-19 18.30-24 19x30 19.35x24 9-13 20.45-40 17-22 21.28x17 11x22 22.40-35 13-19 23.44-40 6-11 komt wit onder zware druk te staan. 

 

In de partij tegen Rijkaart besluit wit met 19.32-27 de benen te nemen en komt terecht in verschrikkelijke problemen. Bij analyse bleek het in diagram 10 versmade 19.32-28?! nog best te gaan. Op 19...11-17 20.30-24 9-14 21.34-30 25x34 22.39x30 13-19 23.24x13 8x19 24.43-39 20-25 25.30-24 19x30 26.40-35 zit er zo te zien niets in.


In deze stand uit de partij Scholma - Wirny volgde 18.37-32 17-21 19.26x17 22x11 en zwart staat niet onaardig. De reden voor het sluiten van veld 32 is, dat na direct 20.34-30 25x34 21.39x30 22-27 er sprake is van een dubbele dreiging. Na 18.44-40 9-14 19.49-44 4-9 is een bekende stellingbeeld ontstaan maar met gewisselde kleuren en een tempo verschil. Dat maakt enorm verschil. Zwart hoeft nu immers geen 22-27 te spelen (damzet 24-19). Na 20.34-30 25x34 21.39x30 20-25 22.44-39 25x34 23.39x30 14-20 bezorgen bekende dreigingen wit een opgesloten korte vleugel.

 

Maar zoals vaker in het Keller openingscomplex heeft de aanvaller een uitweg. Opgemerkt wordt dat 18.44-40 9-14 19.34-30 25x34 20.39x30 speelbaar is. Op 20...22-27 is 21.37-31 27-32! nog wel gevaarlijk. Echter 21.37-32 zit er niets in. Hetzelfde probleem doet zich voor na 20...20-25 21.49-44 25x34 22.24-19 13x24 23.29x9 18x29 24.38x29 22x33 25.40x29 4x13 26.43-39 en wit heeft duidelijk de overhand.

 

Een andere uitweg voor wit is in diagram 11 is het sluiten van veld 32 met de zet 18.38-32. Dat is een bekend idee uit de Keller met gewisselde kleuren. Echter nu is 18.38-32 22-27 19.32x21 16x27 20.47-41 36x38 21.43x21 verhinderd door het kaatsingszetje 17-22 en 25-30 X. Ook 18.37-32? 27x38 19.43x32 10-14! met schijfwinst is het niet voor wit. De enige redelijke zet is 18.37-31. Zwart heeft diverse goede antwoorden als 6-11 en 27-32.

 

De voortzetting 19...18-22 20.44-40 9-14 kon indertijd geen genade vinden in mijn ogen, vanwege de reactie 21.24-19 13x24 22.34-30 25x34 23.39x19 met een levendig spelbeeld. Aangegeven werd dat deze woeste uitval naar 19 aangewezen is voor wit. Na het trage 21.42-38 14-19 22.23x14 10x30 23.35x24 4-10 staat zwart gewonnen. Op 24.28-23 13-19 25.23x14 10x30 26.40-35 8-13 27.35x24 6-11 loopt wit vast, omdat hij niet meer in het centrum of op de lange vleugel kan spelen. Na 24.40-35 10-14 25.45-40 5-10 26.48-42 14-19 27.29-23 en 38-32 blijft wit een schijf achter.

 

De beginzet 18.38-32 heeft nog andere aspecten. Bijvoorbeeld 18...9-14 19.44-40 22-27 20.32x21 16x27 21.47-41 36x38 22.43x21 is een gezond plan. Aangegeven werd, dat de inlas (18..38-32 9-14 19.44-40) 4-9 20.42-38 22-27 21.32x21 16x27 wit in moeilijkheden brengt. Op 22.37-31 kan de bekende wending 22...25-30 met kansen. Op 22.37-32 6-11-16 komt de witte korte vleugel nooit meer in beweging. De variant 18.38-32 9-14 19.42-38 4-9!? 20.48-42 22-27 21.32x21 16x27 22.37-32 6-11 23.32x21 11-16 24.42-37 16x27 25.37-31 is alleszins speelbaar voor wit. Maar zwart kan ook variëren met (19...22-27). Al met al lijkt het nog wel mee te vallen met de witte problemen in deze opening.