De controle over veld 26 is belangrijk. Dit geldt voor elke variatie van de open Keller. Dus ook voor de Tsjizov ruil. Wat betreft de controle over veld 26 verloopt de partij Schwarzman - Oudshoorn niet geheel vlekkeloos. Wit speelt namelijk, zoals iedereen in die tijd vroegtijdig 14.41-37?

 

Schwarzman,A. - Oudshoorn,P. NLD-chT, 12-12-1992
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.32-28 16-21 6.31-26 19-23 7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 5-10 10.37-31 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20 14-19 13.20-15 10-14 14.41-37 22-27 15.31x22 17x28 16.26x17 12x21 17.33x22 18x27 18.40-35 7-12 19.34-30 25x34 20.39x30 12-18 21.44-39 11-17 22.45-40 6-11 23.40-34 8-12 24.30-25 2-7 25.34-30 21-26 26.30-24 19x30 27.25x34 17-22 28.37-31 26x37 29.42x31 11-17 30.35-30 7-11 31.30-25 13-19 32.34-30 9-13 33.30-24 19x30 34.25x34 3-9 35.34-30 23-28 36.31-26 18-23 37.38-33 11-16 38.47-42 14-20 39.15x24 23-29 40.42-38 29x20 41.39-34 28x39 42.30-25 39x30 43.25x3 2-0 (1.15/1.50)
 

Met een zet als 27...17-22 kan nooit iets mis zijn. De zwarte centrumstand verdient daarna verre de voorkeur. Het wordt evenwel ten onrechte weinig gespeeld. Vrijwel alle zwartspelers geven de voorkeur aan 17-21, 11-16 om de verzwakking 47-41 uit te lokken. Na het gespeelde 27...17-22 zit wit met de vraag of hij het ruiltje 27-31 gaat toelaten of dit blokkeert met 28.37-31 26x37 29.42x31. De stormloop op het twee pootje 36,31 lijkt namelijk mogelijk. Bijvoorbeeld 27...17-22 28.37-31 26x37 29.42x31 11-17 30.35-30 7-11 31.30-25 11-16 32.34-30 3-8 33.30-24 en 17-21-26, 16-21-27 is moeilijk te stuiten. In de partij sneuvelt de belangrijk formatie 8,12,17 na 31...13-19(?) en zwart komt in tempodwang.

 

In de partij pleegt zwart zelfmoord met 38...14-20?? De stand is ingewikkeld. De Ghestemachtig uitval 28-32!? lijkt redelijk onder controle. Direct 38...28-32 faalt op 39.38-33 X met driedubbele dreiging. Na 38...12-18 39.42-38 28-32 40.46-41 13-19 41.49-44 23-28 42.44-40 9-13 43.40-35 wint wit. Op 43...19-23 volgt 44.30-25 en na 43...18-23 beslist 44.36-31! X. Een ander idee is 14-19 en 13-18 om via de terugruil 19-24 de witte controle over veld 30 te breken. Hier kan wit deze actie blokkeren met 38...14-19 39.46-41 13-18 40.33-29 23x25 41.36-31 met kansrijk eindspel. Het schijfoffer 38...14-19 39.46-41 27-32 40.42-38 32-37 41.41x32 28x37 42.36-31 geeft wellicht voldoende verdediging.

 

Maar al deze bespiegelingen vervallen tot niets als zwart de trage zet 37...11-16? vervang door 37...12-18! Na 38.47-42 28-32 39.46-41 23-28 40. 42-38 13-19 41.49-44 9-13 42.44-40 18-23 43.40-35 13-18 staat wit op het verkeerde been.

 

Raven,B. - Jong,de,I. NHO-ch, 10-10-1992
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23 7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 5-10 10.37-31 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20 14-19 13.20-15 10-14 14.40-35 22-27 15.31x22 17x28 16.26x17 12x21 17.33x22 18x27 18.34-30 25x34 19.39x30 8-12 20.44-39 2-8 21.45-40 12-18 22.40-34 8-12 23.30-25 18-22 24.34-30 12-18 25.41-37 21-26 26.37-31 26x37 27.42x31 11-17 28.30-24 19x30 29.25x34 7-12 30.34-30 23-28 31.39-34 18-23 32.43-39 13-19 33.38-33 9-13 34.49-43 6-11 35.31-26 11-16 36.47-42 3-8 37.42-38 12-18 38.30-25 8-12 39.46-41 28-32 40.34-29 23x34 41.39x30 32-37 42.41x21 16x27 en zwart ontstapte nog met remise.
 

Bert Raven is een van de weinig topspelers, die regelmatig het witte systeem en met gevoel heeft gespeeld. Het ruiltje 26.37-31 ligt voor de hand, maar is discutabel. Een vastberaden zwartspeler loopt vrijwel altijd het twee pootje 36, 31 onder de voet met een vastberaden aanval richting veld 26. De witte tegenaanval is dan vaak ongevaarlijk of komt te laat. De Jong gaat in deze partij vooral ten onder door gebrek aan daadkracht. in plaats van de aanval te openen tegen de witte lange vleugel klampt hij zich vast aan de formatie 3,9,14 tot tempodwang hem dwingt deze op te geven.

 

Na een aarzelende opbouwfase staat zwart eindelijk gereed voor de ruil 17-21x21. De tegenactie 30-24x24 baart evenwel zorgen. Evenals de damdreiging 37...17-21 38.26x17 12x21 39.33-29 13-18 40.39-33 en 30-25x2 X. Op 37...13-18 volgt 38.34-29 23x34 39.39-34x2 X. Van een beslissende tempodwang is geen sprake. Mits zwart een zet eerder met de doorstoot 28-32 komt. Op 38...28-32 39.46-41 23-28 gaat de partij verder. Zeker na 41-37x47 blijft zwart kampen met een nijpend tempoprobleem. Na 38...28-32 39.48-42 8-12 40.34-30 wint zwart via 27-31 en 14-20 X.