Als belangrijkste bedreiging voor de Keller wordt tegenwoordig de Chizhov ruil gezien. Tot kort voor het schrijven van dit verhaal is vrijwel geen enkele witspeler erin geslaagd ook maar iets te bereiken na de grove afwikkeling 22-27x28x21x27. Ondanks het gebrek aan verfijning blijkt de zwarte aanval gewoon door te walsen. Om de opening te kunnen redden, hebben enkele witspelers als kop van jut gefungeerd. Een correcte verdediging van de lange vleugel en engelengeduld zijn de sleutel tot succes. Veel witspelers spelen lichtvaardig 14.41-37? en zwart heeft voldoende aanknopingspunten om een gevaarlijke aanval te lanceren. De kunst is om 41-37 pas te spelen als het goed is.
Luteijn,F. -
Burgerhout,A. Zilveren Ooievaar, 14-01-1995
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23
7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 5-10 10.37-31 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20
14-19 13.20-15 10-14 14.41-37 22-27 15.31x22 17x28 16.33x22 18x27 17.26x17 12x21
18.40-35 8-12 19.34-30 25x34 20.39x30 12-18 21.44-39 7-12 22.45-40 2-7 23.40-34
11-17 24.39-33 6-11 25.33-29 21-26 26.38-33 17-21 27.43-39 11-16 28.47-41 27-32
29.37x28 23x32 30.49-43 12-17 31.30-25 7-12 32.34-30 17-22 33.30-24 19x30
34.25x34 22-27 35.42-38 26-31 36.34-30 12-17 37.30-25 31-37 38.39-34 17-22
39.34-30 13-19 40.29-24 9-13 41.43-39 32x34 42.30x39 19x30 43.41x32 27x29
44.25x12 13-18 45.12x23 21-27 46.35-30 16-21 47.39-33 21-26 48.30-24 14-20
49.33-29 27-32 50.24-19 2-0
Deze
stelling heeft zich inmiddels 21 keer voorgedaan. Zwart heeft de formatie
16,21,26,27 opgebouwd en dreigde met 28...27-31 te ruilen. Wanneer je dat niet
wilt toelaten, dan kun je niets anders doen, dan de verschrikkelijk zet 28.47-41
spelen. Zonder de onnodige zet 14.41-37? zou dit probleem zich niet hebben
voorgedaan en zou zwart gewoon slecht staan. In de diagramstand is vier keer 3-8
gespeeld en zeer vaak 28...18-22 geruild.
De uitval 28...27-32 is nieuw en eigenlijk best een aardige zet. Als wit de
voorpost moet ruilen, dan is de zwarte verdediging nog steeds fraai, terwijl de
aanval tegen de witte lange vleugel blijft doorlopen. Zwart heeft een
schreeuwend gebrek aan eerbied voor zijn illustere tegenstander tentoon
gespreid. Hij staat dank ook gewonnen na 39...21-26 40.30-24 (of?) 18-23
41.29x18 27-31 42.38x27 22-28 43.31x22 18x27 44.14-20 X. Gelukkig had zwart wat
tijdnood dank zij het speeltempo van 30 zetten voor de hele partij en zag hij
het pas bij analyse.
Kooij,van
der,W. - Tholel,F. NLD-ch sf3, 20-01-1995
28.47-41 27-32 29.37x28 23x32 30.49-43 18-22 31.30-24 19x30 32.34x25 12-18
33.39-34 7-12 34.34-30 22-27 35.41-37 32x41 36.36x47 26-31 37.46-41 31-36
38.41-37 21-26 39.43-38 27-31 40.38-32 3-8 41.29-24 12-17 42.33-28 8-12 43.48-43
18-22 44.32-27 22x33 45.24-19 31x22 46.19x10 9-14 47.10x8 12x3 48.25-20 17-21
49.20-14 22-28 50.14-10 3-9 51.30-25 9-13 52.10-5 21-27 53.5x21 26x17 54.35-30
17-22 55.30-24 16-21 56.25-20 22-28 2-0
Het terugruiltje 35.41-37x47 laat zwart inderdaad met en een hoop rommel zitten.
In de diagramstand heeft zwart gene enkel verweer meer tegen de dreiging 24-19
op een volgende zet. Na 43...16-21 44.43-38 18-22 45.24-19 14x23 46.28x8 12x3
47.25-20 is de zwarte korte vleugel krachteloos. Het geheim van het witte
succes is de ruil 31.30-24 19x30 32.34x25. Zwart zit daarna met slagjes naar
veld 10, terwijl zijn lange vleugel onder de voet gelopen wordt zodra hij de
formatie 3,9,14 opgeeft. Het gaat heel hard, nadat hij met 50...3-9,
strategische gezien, heeft moeten capituleren.
Schwarzman is de eerste geweest, die na het verschrikkelijke 47-41 nog wat wist te bereiken. Hij nam na 28.49-43!? 18-22 29.33-29 13-18? het fraaie zetje 23.30-24 etc. Daarna ontdekte Harm Wiersma in zijn voorbereiding op de match tegen Chizhov de mogelijkheid 28.43-39 18-22 29.29x18 12x23 30.33-29 13-18 31.37-31 26x37 32.42x31 9-13 33.39-33 en een soortgelijk zetje ingeleid met 30-24 verhinderd de achterloop 33...21-26. Daardoor ontstaat er aardig spel met 33...8-12 34.31-26 12-17, dat evenwel nog steeds beter voor de zwartspeler blijkt te zijn. Tijdens de match zelf kwam de stand een keer op het bord. De nuchterheid van de wereldkampioen voorkwam moeiteloos ongelukken:
Wiersma,H. -
Chizhov,A. Wch, 18-01-1994
28.43-39
18-22 29.29x18 12x23 30.33-29 13-18 31.37-31 26x37 32.42x31 23-28 33.30-25 9-13
34.34-30 7-12 35.49-44 12-17 36.44-40 28-32 37.40-34 19-23 38.39-33 23-28
39.41-37 32x41 40.46x37 28x39 41.34x43 13-19 42.30-24 19x30 43.35x24 3-9
44.48-42 9-13 45.42-38 27-32 1-1 (1.51/1.22)
Het voordeel van de zware opzet (vrijwel geen verliesgevaar), wordt teniet gedaan door het feit, dat het ook niet bijster kansrijk is. Een opmerkelijk afwikkeling is tweemaal genomen na 28.43-39 3-8 29.49-43 18-22 30.29x18 12x23 31.33-29 8-12 32.29x18 12x23 33.39-33. De slagwending 14-20, 13-18, 27-31x31-36 is op slag remise. Veel beter is 33...7-12. Er dreigt 12-18 en 27-31x31. Na het aangewezen 34.37-31 26x37 35.42x31 en 35...12-18, 35...22-28 of 35...13-18 lijkt zwart gewoon kansen te krijgen.