Harm Wiersma heeft bij diverse gelegenheden aangegeven, dat hij vrijwel onvoorbereid naar Rusland is afgereisd voor de match tegen Tsjizov. Dat het met zijn voorbereiding wel meevalt bleek tijdens de kloksimultaan van Wiersma in Rotterdam. Mijn clubgenoten Mark Hoogakker en Francis Tholel werden moeiteloos van het bord gezet. De partijen tegen Francis Tholel en een dag later tegen Van der Schaaf zijn belangrijk voor de theorie. Zij vormen een antwoord voor een levensgroot probleem, dat geboren werd met de partij:
Clerc,R. -
Chizhov,A. Wch, 29-11-1990
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23
7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 5-10 10.37-31 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20
14-19 13.20-15 10-14 14.41-37 22-27 15.31x22 17x28 16.33x22 18x27 17.26x17 12x21
18.34-30 25x34 19.40x18 13x22
20.37-31 7-12 21.45-40 9-13 22.31-26 22-28
23.26x17 11x22 24.40-34 6-11 25.44-40 11-17 26.40-35 12-18 27.35-30 8-12
28.38-33 17-21 29.33-29 21-26 30.30-25 2-7 31.34-30 7-11 32.30-24 19x30 33.25x34
11-17 34.34-30 3-9 35.30-25 27-31 36.36x27 22x31 37.43-38 18-22 38.29-24 12-18
39.39-34 22-27 40.46-41 18-22 41.41-36 17-21 42.49-44 13-19 43.24x13 9x18
44.47-41 28-33 45.38x29 31-37 46.41x32 27x47 47.29-24 47x20 48.15x24 21-27
49.34-29 27-31 50.36x27 22x31 51.25-20 14x25 52.24-19 31-37 53.29-23 18x29
54.19-13 37-41 55.13-8 41-46 56.8-2 26-31 57.44-40 31-36 58.2-7 29-34 59.40x29
36-41
De brute ruil 14...22-27 is daarna als het zwaard van Damocles boven de Keller opening blijven hangen. Tot het moment van schrijven is alleen Schwarzman tegen Hein Meijer erin geslaagd succes te boeken met het witte spel.
Schwarzman,A. - Meijer,Hein Cannes, 16-02-1993
18.40-35 7-12 19.34-30 25x34 20.39x30 12-18 21.44-39 11-16 22.45-40 6-11
23.40-34 21-26 24.39-33 16-21 25.33-29 11-16 26.47-41 2-7 27.49-44 8-12 28.38-33
18-22 29.29x18 12x23 30.33-29 13-18 31.30-24 19x50 32.43-38 23x34 33.38-33 50x28
34.37-31 26x37 35.41x1 2-0
Dit plan is grappig, maar verre van waterdicht. Zwart kan bijvoorbeeld
verdergaan met 30...3-8-12. Dit en andere gaten in de witte verdediging lijken
nu een beetje gedicht.
Wiersma,H.
- Schaaf,van der,C. NLD-chT, 11-12-1993
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23
7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 5-10 10.37-31 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20
14-19 13.20-15 10-14 14.40-35 22-27 15.31x22 17x28 16.33x22 18x27 17.26x17 12x21
18.34-30 25x34 19.39x30 8-12 20.45-40 12-18 21.40-34 7-12 22.41-37 11-17
23.44-39 6-11 24.38-33 2-7 25.33-29 21-26 26.39-33 17-21 27.47-41 11-16 28.43-39
18-22 29.29x18 12x23 30.33-29 13-18 31.37-31 26x37 32.42x31 9-13 33.39-33 7-12
34.31-26 12-17 35.49-43 23-28 36.43-39 19-23 37.30-25 28-32 38.41-37 32x41
39.36x47 23-28 40.34-30 27-32 41.46-41 21-27 42.41-36 13-19 43.30-24 19x30
44.25x34 3-9 45.34-30 9-13 46.30-25 32-37 47.47-42 14-19 48.42x31 19-23 49.29-24
23-29 50.24-19 13x24 51.39-34
Bijna op hetzelfde moment ontstond deze stand ook in de partij Luteijn - Goedemoed. Daar ging het verder met 18-22 29.29x18 12x23 30.37-31 26x37 31.42x31 22-28 32.33x22 27x18 33.31-26 3-8 34.26x17 7-12 35.36-31 12x21 36.31-26 21-27 37.39-33 8-12 38.41-36 12-17 39.46-41 18-22 40.49-43 13-18 41.43-39 27-32 42.30-25 19-24 43.48-42 9-13 44.42-37 13-19 45.37x28 23x32 46.34-30 18-23 47.39-34 16-21 48.36-31 21-27 49.41-36 23-29 50.34x23 19x39 51.30x10 32-38 52.10-5 38-43 53.5-46 43-48=
Inmiddels is deze stand al 21 maal op het bord geweest met 6 keer winst voor wit
en 5 keer voor zwart. Deze merkwaardig score ontstaat vooral door het enorme
ELO-verschil tussen de wit en de zwartspelers. De variant 28...18-22
29.29x18 12x23 30.33-29 13-18 31.37-31 26x37 32.42x31 9-13 had ik natuurlijk ook
gezien, maar ik miste het gemene 33.39-33, dat de achterloop 33...21-26
verhinderd door het dammetje 30-24, 35-30, 41x1 X.
Inmiddels is gebleken, dat het plan van Wiersma voldoende tegenspel laat, zodat
mijn zet ook zo zijn verdienste heeft. Het dwingt zwart tot de terugtocht met
22-28. Na 31...21-26 wint 32.33-29 26x37 33.41x21 16x27 34.29x18 22-28 35.30-25
13x22 36.25-20 14x25 37.15-10 4x15 38.39-33 X.
Beide spelers laten wat steken vallen. Een opstelling met schijf 17 op 13 en 27 op 32 was lastiger geweest voor wit. In de diagramstand overwoog ik 41.43-38 9-13 42.30-25 19-24 43.48-42 14-19 44.33-29 24x33 45.38x29 23-28 met voldoende tegenspel voor zwart om zich te redden. Op 41.48-42 23-28 42.43-39 moet zwart even 42...27-32! zien en hij heeft mooi spel. De partijvoortzetting 41.43-39 is vrijwel verliezend.
Na de partij wees iemand mij erop, dat zwart in de variant 41.43-39 27-32
42.30-25 19-24 43.48-42 gewoon kan tussenlopen met 43...32-38 44.34-30 38x47
45.30x10 47x24 46.10-5 24-8 47.5x32 17-21 48.26x28 18-22 X. Truus deed ook nog
een duit in het zakje met de variant 43...9-13 44.42-37 23-28 45.34-29 24-30
46.35x24 32-38 X.
Een viertal spelers hebben de ruil 18-22 uitgesteld met 28...3-8. Tweemaal volgde de remiseafwikkeling 29.49-43 18-22 30.29x18 12x23 31.33-29 8-12 32.29x18 12x23 33.39-33 14-20 34.15x24 13-18 35.24x13 27-21 36.36x27 22x31 37.13x22 31-36 38.30-25=.
Een ander idee voor de stand op de 28e zet is 28...18-22 29.29x18 12x23 30.33-29 3-8 31.29x18 8-12 32.39-33 12x23 (diagram) 33.33-29 13-18 34.37-31 26x37 35.42x31 9-13 zit het dammetje naar 1 er niet in dus staat wit vrijwel met lege handen. Op 33.37-31 26x37 34.42x31 22-28 35.33x22 27x18 36.31-26 21-27 37.26-21? 27-32 38.21-17 8-12 heeft wit ook niets.
Wiersma,H.
- Tholel,F. Kloksim.
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23
7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 5-10 10.37-31 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20
14-19 13.20-15 10-14 14.40-35 11-16 15.34-30 25x34 16.39x30 7-11 17.44-39 2-7
18.45-40 22-27 19.31x22 17x28 20.26x17 12x21 21.33x22 18x27 22.40-34 8-12
23.39-33 11-17 24.41-37 6-11 25.33-29 12-18 26.38-33 7-12 27.43-39 17-22
28.37-31 21-26 29.30-25 26x37 30.42x31 11-17 31.46-41 23-28 32.31-26 3-8
33.41-37 17-21 34.26x17 12x21 35.37-31 21-26 36.34-30 26x37 37.48-42 37x48
38.15-10 48x23 39.10-5 28x39 40.30-24 19x30 2-0
Zwart zou positioneel gewonnen staan, als hij 21-26 zou mogen spelen. Na. 35...21-26 36.47-42 26x37 37.42x31 16-21 38.31-26 27-32 breekt hij door de witte lange vleugel. De finesse, die wit op volkomen natuurlijke wijze in de stand heeft gevlochten, speelt daarom een sleutelrol in de witte verdediging. Na 35...19-23 36.29-24 komt de zwarte lange vleugel onder vuur te liggen. Opmerkelijk veel verdediging blijkt nog van de opstelling 35...8-12 36.31-26 12-17 te bieden. Zwart kan met 37...28-32 hinderlijk initiatieven ontplooien. In de laatste diagram nog de finesse, waarmee wit de stelling verder insnoert. Op 26...3-8 om de stand open te houden volgt 27.30-24 19x28 28.43-38 23x34 29.38-32 X.