Wiersma introduceerde tegen Gantwarg een ander idee om de witte korte vleugel op te stellen. Het zinvolle resultaat ervan is en vroegtijdige vernietiging van de formatie 3,9,14. Het idee was tijdens de partij een redelijk succes, maar weinigen volgden hem na. Ondertussen is de variant een aantal keren op het bord geweest in correspondentiepartijen.

 

Wiersma,H. - Gantwarg,A. match1, 03-06-1991
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23 7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 5-10 10.37-31 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20 11-16 13.20-15 7-11 14.40-35 14-19 15.44-40 10-14 16.41-37 2-7 17.33-29 19-24 18.29x20 14-19 19.34-30 25x14 20.30-25 19-24 21.39-34 22-27 22.31x22 17x28 23.26x17 11x22 24.36-31 6-11 25.46-41 16-21 26.43-39 11-17 27.49-43 21-26 28.41-36 17-21 29.37-32 26x37 30.32x41 21-27 31.41-37 13-19 32.37-31 8-13 33.25-20 14x25 34.34-30 25x34 35.40x20 9-14 36.20x9 3x14 37.35-30 23-29 38.45-40 7-11 39.39-34 19-23 40.43-39 11-17 41.38-33 29x38 42.42x33 17-21 43.31-26 12-17 44.30-25 13-19 45.34-30 28-32 46.40-35 32-37 47.47-42 27-31 48.36x16 37-41 49.42-37 41x32 50.26-21 17x26 51.16-11 32-37 52.48-42 37x48 53.11-7 48x34 54.30x39 26-31 55.7-1 31-36 56.39-34 19-24 57.34-29 23x34 58.1x3 36-41 59.3-26 41-46 60.26-31 22-28 61.33x22 34-39 62.22-17 39-44 63.17-11 44-50 64.11-6 46-23 65.31-26 23-1 66.26-8 50-28 1-1
 

Een uitstekdn gespeelde partij van wit. In tegenstelling tot de correspondentiepartijen bereidt wit de ruil naar 20 een beetje voor. Maar ook direct 24.25-20 14x25 25.34-30 blijkt hoogst onduidelijk voor zwart. De opstelling met 24.36-31, die we ook wel in andere varianten zien is m.i. minder geslaagd. Het tweepootje 36,31 is de basis van de witte verdediging. Harm weet zich los te wurmen, maar Tiemen Oldenhuis lukt dat niet:

 

Oldenhuis,T. - Luteijn,F. NLD-chC, 01-01-1992
24.25-20 14x25 25.34-30 25x34 26.40x20 13-19 27.49-44 9-14 28.20x9 3x14 29.43-39 19-24 30.39-34 8-13 31.44-39 6-11 32.34-30 13-19 33.36-31 11-17 34.31-26 28-32 35.38x27 22x31 36.39-33 17-22 37.48-43 12-17 38.45-40 7-12 39.46-41 23-28 40.43-39 31-36 41.40-34 28-32 42.37x28 24-29 43.33x13 22x44 44.13x11 16x7 45.30-25 44-50 46.42-38 12-18 47.41-37 50-44 48.34-30 18-23 49.38-32 23-29 50.47-42 44-22 51.42-38 22-31 52.38-33 29x27 53.37-32 27x38 54.26x37 38-43 55.30-24 43-49 56.25-20 14x25 57.24-19 49-27 0-2
 

De actie 24.25-20? kan beter wat voorbereid worden. Het gevolg is, dat zwart veld 24 in handen krijgt. De witte stand stort ineen na 33.36-31? Na 33.45-40-34 heeft ook hij kansen. Opgemerkt moet worden, dat het eindspel nog houdbaar is. De voortzetting 48.34-29! is veel lastiger.

 

Beyaert,J. - Luteijn,F. Int GM, 01-01-1992
24.25-20 14x25 25.34-30 25x34 26.40x20 13-19 27.49-44 9-14 28.20x9 3x14 29.44-39 19-24 30.36-31 8-13 31.31-27 22x31 32.37x26 7-11 33.45-40 12-17 34.40-34 17-21 35.26x17 11x22 36.38-33 13-19 37.42-37 16-21 38.43-38 21-27 39.47-41 6-11 40.37-32 28x37 41.41x21 11-16 42.48-42 16x27 43.42-37 14-20 44.37-32 27-31 45.32-27 31-36 46.35-30 22x31 47.33-28 23x43 48.39x48 24x35 49.15x22 31-37 1-1
 

De Fransman Jose Beyaert vergrijpt zich in het middenspel ook aan de verleidelijke opmars 36-31, maar speelt het daarna beter en komt weg met een gelijkwaardige remise. Wanneer zwart alle strategische punten zou mogen bezetten, zoals in de partij zonder verder een zet te hoeven doen, dan stond hij uitstekend. Maar bij het uitspelen van de stand komt hij vrijwel steeds in tempodwang. In de diagramstand staat zwart opeens voor grote problemen.

 

Na 43...23-28 44.34-29 14-20 45.29-23 18x29 46.35-30 24x35 47.33x13 35-40 48.15x24 40-45 49.38-33 mag er geen dam gehaald worden. In de partij kiest wit voor de remise. Na 43...14-20 44.37-32 27-31 45.32-27 31-36 46.27-21? 20-25 47.21-16 22-27 48.16-11 18-22 49.11-7 27-31 staat zwart weer erg goed. De deelnemers aan het wereldkampioenschap hebben geen volle koffers met varianten meegenomen blijkt uit de magere oogst van het afgelopen jaar. Blijkbaar achten de witspelers de taak van de omsingelaar te zwaar. Slechts een fraaie partij op wereldniveau in de Keller werd aangetroffen:

 

Gantwarg,A. - Jansen,G. NLD-chT, 09-11-1991
1.33-29 17-22 2.39-33 11-17 3.44-39 6-11 4.50-44 1-6 5.31-26 16-21 6.32-28 19-23 7.28x19 14x23 8.35-30 10-14 9.30-24 5-10 10.37-31 20-25 11.24-20 15x24 12.29x20 14-19 13.20-15 10-14 14.41-37 11-16 15.40-35 7-11 16.44-40 2-7 17.33-29 19-24 18.29x20 14-19 19.35-30 25x14 20.40-35 22-27 21.31x22 17x28 22.26x17 12x21 23.30-25 7-12 24.34-30 11-17 25.30-24 19x30 26.25x34 6-11 27.35-30 17-22 28.38-33 21-27 29.37-31 16-21 30.33-29 11-16 31.45-40 21-26 32.40-35 26x37 33.42x31 12-17 34.43-38 17-21 35.38-33 21-26 36.29-24 26x37 37.24-19 13x24 38.30x10 9-14 39.10x19 23x14 40.47-41 27-32 41.34-29 16-21 42.48-42 37x48 43.41-37 48x23 44.46-41 28x39 45.37x10 22-28 46.10-5 39-43 47.5x16 43-48 met 25 zetten later een zwaar bevochten remise.

 

De strategie van de zwartspeler om consequent aan te vallen op het tweepootje 36,31 is hier en in andere varianten vaak moeilijk af te stoppen. Bij elke achterloop verzwakt de witte lange vleugel en komt hij vier onwelkome tempi naar voren. Zelf zou ik de beslissing 29.37-31 nog enige tijd willen uitstellen. Ook 30.33-29 is tamelijk scherp. Zwart kan overwegen het centrum te beveiligen met 34...13-19 alvorens de aanval op de andere vleugel voort te zetten. De uitwisseling naar 10 is hoogst origineel. Echter eerst 35...14-19 lijkt minstens zo goed. Waarschijnlijk heeft zwart de doorbraak niet zien aankomen.