De uitkomst van de korte vleugel opsluiting in de Leningrader is bepalend voor de deugdelijkheid van deze scherpe opening. Enige oplettendheid wordt daarbij wel van de zwartspeler gevraagd. Henk realiseerde zich het gevaar van de manoeuvre 33-28-23 en verving 19...30-35 door 19...1-6. De korte vleugel opsluiting wordt er wel wat bloediger van. Zonder schijf 1 zijn veel bevrijdende ruilen niet mogelijk. Maar als we ervan uitgaan, dat wit niet voorgoed van veld 27 of 28 kan wegblijven, is het gevaar voor de zwartspeler beperkt. Anderzijds hoeft ook wit immobiliteit van het blok achter schijf 29 niet te vrezen, omdat het zwart aan tempi ontbreekt om dat probleem op het bord te laten.
Luteijn,F.
- Scholten,H. RDGDIO oc, 01-02-1994
1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.45-40 10-14 4.50-45 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31
15-20 7.42-37 19-24 8.48-42 14-19 9.31-27 10-14 10.37-31 4-10 11.41-37 17-22
12.46-41 11-17 13.27-21 16x27 14.32x21 6-11 15.21-16 10-15 16.31-27 22x31
17.36x27 24-30 18.35x24 19x30 19.27-21 1-6 20.37-32 30-35 21.42-37 14-19
22.47-42 20-24 23.29x20 25x14 24.34-29 23x34 25.40x29 14-20 26.39-34 19-23
27.43-39 9-14 28.32-27 17-22 29.38-32 22x31 30.32-27 31x22 31.21-17 12x21
32.26x10 15x4 33.44-40 35x44 34.49x40 20-25 35.37-32 11-17 36.40-35 3-9 37.45-40
17-22 38.41-37 13-19 39.29-24 19x30 40.35x24 9-13 41.34-29 4-10 42.32-27 22x31
43.37x26 18-22 44.29-23 X
In de diagramstand laat zwart zich verrassen door de manoeuvre 28.32-27! Veld 9 staat open. Als hij het veld sluit met 28...3-9, dan krijgt wit de gelegenheid te reorganiseren. De variant 28.32-27 3-9 29.38-32 17-22 30.45-40 22x31 31.32-27 31x22 32.21-17 12x21 33.26x10 15x4 34.42-38 is vergelijkbaar met de partij. Het centrum ligt open voor wit, maar het is houdbaar. Een ander idee is het toelaten van de terugruil 32-28x38. Dat zou kunnen beginnen met 29...14-19 (of 19...13-19). Op 29...14-19 30.32-28 23x32 31.27x38 19-23 32.49-43 13-19 33.38-32 en zwart komt onder redelijke omstandigheden los uit de opsluiting. De witte schijf 29 staat niet lekker.
De wederzijdse kracht van de korte vleugels is bepalend voor de uitkomst van de strijd. Eigenlijk hoeft wit de bevrijding van de zwarte korte vleugel met 17-22x22 niet te vrezen, omdat het tot een verzwakking van de zwarte korte vleugel leidt. Het ruiltje 24.34-29 had daarom beter door 24.32-28 vervangen kunnen worden. Zwart laat zich daarna het kaas van het brood eten. De bevrijding van de witte stand met 28...17-22 had hij nooit toe moeten laten. De aanval 39.29-24 had veel beter verdedigd kunnen worden.
Bokhoven,van,T.
- Giphart,J. Alblasserdam oc, 15-08-1986
19.27-21 30-35 20.37-32 14-19 21.42-37 20-24 22.29x20 25x14 23.47-42 14-20
24.32-28 23x32 25.37x28 20-25 26.42-37 9-14 27.38-32 14-20 28.41-36 20-24
29.34-29 24-30 30.40-34 1-6 31.43-38 17-22 32.28x17 11x22 33.44-40 35x44
34.49x40 30-35 35.32-28 35x44 36.39x50 7-11 37.28x17 11x22 38.37-32 19-23
39.32-27 22x31 40.26x37 12-17 41.21x12 8x17 42.50-44 15-20 43.37-32 6-11 44.16x7
2x11 45.36-31 17-22 46.31-26 11-17 47.34-30 =
Het vergaat de witspeler aanvankelijk veel beter dan mijn persoontje. Toch blijkt dit succes beperkt. De zetten 28.41-36, 29.34-29 zijn geen hoogvliegers. De rollen worden omgedraaid en wit wikkelt snel af naar remise met 33.44-40 etc. Drie alternatieven komen hier in aanmerking, t.w. 29.33-29, 28.43-38 en 28.32-27. De zet 28.33-29 biedt zwart diverse hergroeperingen. Het plan 28.43-38 met de dreiging 28-23xx23 blijkt wat tegen te vallen. Na 28...18-23 29.49-43 12-18 30.21x12 8x17 doet zwart nog volop mee. Ook 28...20-24 29.28-23 19x28 30.32x23 18x29 31.34x23 24-30 32.40-34 15-20 33.37-32 20-24 geeft zwart voldoende druk tegen de witte voorpost.
De voortzetting 28.32-27 wordt door ons altijd nuchtere Truus beantwoord met 28...19-23 29.28x19 13x24. Maar ook het logischer 28...1-6 29.27-22 18x27 30.21x32 12-18 en 7-12x11 geeft voldoende tegenspel. Niet alle witspelers reageren zo scherp op 19...30-35. Een alleraardigste strijd ontstond na 20.37-32 in de partij:
Kalmakov,A.
- Sjatsov,P. WRUS-ch, 06-04-1993
19.27-21 30-35 20.37-32 14-19 21.42-37 20-24 22.29x20 25x14 23.32-28 23x32
24.37x28 18-23 25.38-32 12-18 26.21x12 8x17 27.34-29 23x34 28.40x29 2-8 29.41-37
8-12 30.44-40 35x44 31.49x40 18-23 32.29x18 12x23 33.28-22 17x28 34.33x22 3-8
35.26-21 15-20 36.47-42 19-24 37.39-33 13-19 38.33-28 24-30 39.40-35 30-34
40.42-38 9-13 41.37-31 23-29 42.21-17 8-12 43.17x8 13x2 44.31-27 2-8 45.27-21
8-12 46.21-17 12x21 47.16x27 7-12 48.27-21 20-24 49.21-16 1-7 50.32-27 12-18
51.22x13 19x8 52.27-22 8-12 53.38-32 14-19 54.32-27 12-18 55.22x13 19x8 56.43-38
34-39 =
Wit ruilt in deze stand direct 23.32-28. Eerst 23.47-42, zoals van Bokhoven
lijkt sterker. Weinig witspelers ontwikkelen na het ruiltje 24-30x30 een schijf
met de achterloop 40-35. Immers zwart kan de witte korte vleugel toch niet
vasthouden. Een beetje sneu is het ongelukje, Hand den Engelsman overkwam na
40-35 in de variant met 3-9 in deze opening:
Engelsman,den,J. - Es,van,T. NLD-chT 1a, 08-10-1988
1.33-29 19-23 2.39-33 14-19 3.44-39 10-14 4.50-44 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31
14-20 7.42-37 9-14 8.48-42 3-9 9.31-27 17-22 10.37-31 11-17 11.27-21 16x27
12.32x21 6-11 13.21-16 19-24 14.31-27 22x31 15.36x27 1-6 16.27-21 14-19 17.41-37
10-14 18.46-41 24-30 19.35x24 19x30 20.40-35 14-19 21.35x24 19x30 22.37-32 20-24
23.29x20 25x14 24.34x25 23-29 25.33x24 13-19 26.24x22 17x46 X
Knoops,N.
- Luteijn,F. Int. Meestergroep, 01-01-1986
1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.45-40 10-14 4.50-45 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31
14-20 7.42-37 9-14 8.48-42 4-9 9.31-27 17-22 10.37-31 11-17 11.27-21 16x27
12.32x21 6-11 13.21-16 19-24 14.31-27 22x31 15.36x27 1-6 16.27-21 14-19 17.41-37
17-22 18.46-41 11-17 19.38-32 24-30 20.35x24 19x30 21.32-28 23x32 22.37x28 30-35
23.42-38 20-24 24.29x20 25x14 25.41-37 13-19 26.47-41 8-13 27.41-36 15-20
28.34-29 20-25 29.38-32 14-20 30.40-34 3-8 31.44-40 35x44 32.49x40 20-24
33.29x20 25x14 34.37-31 6-11 35.31-27 22x31 36.36x27 14-20 37.43-38 10-15
38.40-35 20-25 39.45-40 15-20 40.27-22 18x27 41.34-29 9-14 42.39-34 27-31
43.26x37 17x26 44.35-30 11-17 X
Een van de beste correspondentiedampartijen, die ik ooit
gespeeld heb, vond plaats tijdens de internationale meestergroep 1986. Nico
Knoops verraste mij met de Leningrader. Deze partij is uit Turbo dambase
verdwenen of is er nooit in terecht gekomen. De behandeling van de opening is
daarna nooit meer voorgekomen. De diagrammen 6 en 7 zijn eveneens volgens Turbo Dambase nooit
voorgekomen. De zet 9...17-22 is een versterking. De hekstelling 10.32-28 23x21
26x28 29.19-23 28x19 13x24 ziet er veel beter uit voor zwart.
De manoeuvre 14.31-27 22x31 15.36x27 heb ik bewust toegelaten. Natuurlijk mag zwart geen 15...17-22 16.33-28 X spelen. De reactie 15...1-6 16.27-21 14-19 geeft wit aanmerkelijk opbouwproblemen. Aangezien wit niet voorgoed weg kan blijven van de velden 27 en 28 is de zwarte korte vleugel opsluiting minder verplichtend dan hij eruit ziet. De zet 17.41-37 kwam enigszins als een verrassing. Want het laat zwart de kans zijn korte vleugel minder verplichtend op te stellen. Een goed alternatief is 17.38-32 10-14 18.41-37. De uitval 18...23-28? biedt alleen wit kansen. Na 18...24-30 komen we in bekende varianten.
Het partijverloop is 100% strategisch. In de partij krijgt
wit alle velden in het centrum, maar is voortdurend gedwongen om op de korte
vleugel te spelen. Het was mij al rond de 30ste zet duidelijk, dat ik gewoon een
schijf ging winnen door 'tempodwang'. De zet 28.34-29 is waarschijnlijk zo'n
beetje de beslissende fout. Daarna kan wit zich niet meer bevrijden met de ruil
37-31-27x27 zonder een 1 om 2 om de oren te krijgen. Ik heb mij in de partij wel
veel zorgen gemaakt om de volledige omarming van de zwarte korte vleugel met
37-31 en 38-32-27. Door schijf 6 op te spelen kan zwart de dreigingen met 28-23
pareren.
Voor het NCC-blad in die tijd maakte ik een verslag van deze partij. Opgemerkt werd dat in diagram 10 de ruil 19...24-30x30 vrijwel de enige is. De achterloop 21.40-35 faalt op 21...22-27 en 7-11x1x7x27 X. Schijf 10 opspelen daarentegen is strategisch gezien geen best plan. De formatie 10-14-19 is nodig om wit het centrum te betwisten.
Het soort flankspel, dat ontstaat is bekend uit tal van openingen. Meestal ontstaat dit spelbeeld na het uitwisselen van de voorposten 27 en 24 tegen elkaar. Bijzonder is de aanwezigheid van schijf 21. Daardoor kan wit in tegenstelling tot zijn tegenstander het terugruiltje 31-27x37 niet in de strijd werpen.
Diagram
11 was het toneel van dagenlang intensief zoeken. Aanvankelijk vreesde ik de
overval 37-31, 32-27 en 29-23. In eerste instantie zou ik een remisevoorstel van
mijn tegenstander blindelings hebben aangenomen. Maar bij nader onderzoek
ontdekte ik dat deze manoeuvre met 29-23 etc. nauwelijks te realiseren is.
De manoeuvre 14-20-24x14 daarentegen vergde enige inspanning. Zwart geeft zomaar twee tempi weg. Maar dat blijkt de witspeler voor allerlei vreemde tempoproblemen te zetten. De inlas 30...3-8 werd eerste in tweede instantie nodig bevonden. Maar inderdaad moet zwart zich wapenen tegen het verloop 29...14-20 30.40-34 20-24 31.29x20 25x14 32.33-28 3-8 33.28-23
De
voortzetting 37.43-38 vond ik verrassend. Echter het verwachte verloop 37.40-35
20-25 38.34-30 25x34 39.39x30 19-24 had ik al naar de winst geanalyseerd. In
diagram 13 is het duidelijk dat wit een stuk gaat verliezen. Het maakt evenwel
uit hoe. Na 39...18-22 40.27x18 13x22 41.34-29 19-24 42.29x20 15x24 43.40-34
25-30 44.34x25 24-29 45.33x24 22x42 46.32-28!! krijgt wit nog heel wat
tegenspel.
De zet
39...15-20 werd gespeeld, omdat de compensatie op 40.34-29 18-23x31x26 minder
is. Wellicht ook heeft wit de zet 39...15-20 40.34-29 nagelaten vanwege de
afwikkeling 40...18-22x45!? Ook na het offer 39...15-20 40.27-22 18x27 41.34-29
dient zwart zorgvuldig te werk te gaan. De zet 41...9-14 elimineert een witte
formatie en introduceert een aantal duivelse wendingen.
In diagram 14 is 44.28-22 verhinderd door 44...26-31; 25-30 en 9-14x37 X. De partijvoortzetting 44.35-30 leek mij niet de sterkste. Aandacht werd besteed aan 44.29-23 11-17 45.32-27 20-24 46.27-22 17-21 47.16x27 24-29 48.38-32 12-17 49.22x11 7x16 50.40-34 39x30 51.35x24 13-19 52.24x13 8x19 53.23-18 19-24! en damhalen op 50 beslist.