Een opsluiting van de zwarte korte vleugel is in de Leningrader een regelmatig terugkerend fenomeen. Hoewel interessant spel gegarandeerd, is het de vraag of het een en ander wel strategische verantwoord is voor wit. In deze belangrijke stand heeft zwart 15...10-14 gespeeld in plaats van het gebruikelijk 16...1-6. Meestal gebeurt dat per ongeluk. Zwart heeft dan de opmars 31-27-21 gewoon niet gezien. In de diagramstand heeft wit geen keus. Na 16.38-32 22-28 is er geen reddend zetje van Berger en komt hij slecht te staan. In de diagramstand moet zwart een belangrijke beslissing nemen. Na het voor de hand liggende 19...30-35 komt wit in het voordeel met 33-28x28, Hieronder zien we een instructief voorbeeld. Jammer dat de afwerking wat minder verzorgd is.
Bokhoven,van,T.
- Broekzitter,R. Alblasserdam oc, 20-01-1989
1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.45-40 10-14 4.50-45 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31
14-20 7.42-37 10-14 8.48-42 4-10 9.31-27 19-24 10.37-31 14-19 11.41-37 17-22
12.46-41 11-17 13.27-21 16x27 14.32x21 10-14 15.21-16 6-11 16.31-27 22x31
17.36x27 24-30 18.35x24 19x30 19.27-21 30-35 20.33-28 23x32 21.37x28 1-6
22.28-23 20-24 23.29x20 18x29 24.34x23 15x24 25.39-34 24-30 26.43-39 14-20
27.34-29 9-14 28.40-34 13-18 29.41-37 3-9 30.37-32 9-13 31.42-37 14-19 32.23x14
20x9 33.38-33 9-14 34.47-42 14-20 35.42-38 13-19 36.45-40 19-24 37.49-43 8-13
38.32-28 18-22 39.37-31 2-8 40.38-32 13-18 41.43-38 8-13 42.32-27 13-19 43.38-32
19-23 44.28x19 24x13 45.32-28 13-19 46.29-23 18x38 47.27x18 12x32 48.21x1 19-24
49.16x7 38-43 50.39x48 30x50 51.7-2 35x44 52.2x16 X
De pointe van het witte spel is 25.39-34!! Zonder deze scherpe tussenzet verliest wit schijf 23 of erger. Dat bleek tijdens mijn partij tegen Mark Hoogakker voor het kampioenschap van Den Haag. Hoewel ik de partij van Bokhoven - Broekzitter kende, meende ik het in mijn overmoed beter te weten:
Luteijn,F. - Hoogakker,M. The Hague-ch, 14-03-1994
19.27-21 30-35 20.33-28 23x32 21.37x28 1-6 22.28-23 20-24 23.29x20 18x29
24.34x23 15x24 25.41-37 24-30 26.39-33 13-18 27.33-29 14-20 28.37-32 8-13
29.42-37 30-34 30.47-41 9-14 31.38-33 3-9 32.43-39 34x43 33.49x38 13-19 34.33-28
9-13 35.40-34 18-22 36.38-33 13-18 37.44-39 35-40 38.41-36 19-24 39.36-31 14-19
X
De
meeste zwartspelers laten zich de variant 21...1-6 22.28-23 niet bewijzen en
spelen 21...13-19. Na 22.28-23 en 29-23x32 is er nog een hele strijd te gaan. In
onderstaande positie is zwart net iets te haastig met het bevrijden van zijn
korte vleugel.
Besten,den,C. - Bokhoven,van,T. NLD-chT 1a, 24-09-1988
19.27-21 30-35 20.33-28 23x32 21.37x28 13-19 22.28-23 19x28 23.29-24 20x29
24.34x32 14-19 25.41-37 18-23 26.38-33 12-18 27.21x12 8x17 28.26-21 17x26
29.37-31 26x48 30.47-42 48x28 31.33x4 19-24 32.4-31 11-17 33.31-48 X
Het aantal vrije schijven van zwart na de transactie is voldoende om stand te houden, maar onvoldoende om de strijd naar zich toe te trekken. Niet het vasthouden van de opsluiting maar de controle over het centrum is bepalend voor de uitkomst van de partij. In het volgende voorbeeld krijgt zwart ruim de gelegenheid zijn korte vleugel te bevrijden. Maar dan blijft het zitten met wit centrumoverwicht. Hij ziet af van de bevrijding en wordt ingemaakt.
Karregat,P.
- Schaafsma,R. NLD-chT 1b, 07-01-1989
19.27-21 30-35 20.33-28 23x32 21.37x28 13-19 22.28-23 19x28 23.29-24 20x29
24.34x32 8-13 25.38-33 14-19 26.42-37 9-14 27.40-34 2-8 28.33-28 18-22 29.47-42
22x33 30.39x28 15-20 31.42-38 13-18 32.43-39 20-24 33.38-33 24-30 34.32-27 8-13
35.34-29 14-20 36.27-22 18x27 37.21x32 19-24 38.32-27 3-9 39.27-21 13-18
40.49-43 18-22 41.45-40 9-13 42.41-36 13-19 43.40-34 X
Berg,van den,W. - Palmer,R. NLD-chT 1a, 27-10-1990
19.27-21 30-35 20.29-24 20x29 21.33x24 14-19 22.34-30 25x34 23.39x30 9-14
24.30-25 19x30 25.25x34 13-19 26.38-33 8-13 27.33-29 4-9 28.43-39 15-20 29.49-43
20-24 30.29x20 14x25 31.42-38 9-14 32.37-31 18-22 33.41-37 13-18 34.39-33 14-20
35.34-29 23x34 36.40x29 2-8 37.37-32 19-23 38.47-42 23x34 39.33-28 22x33
40.38x40 20-24 41.43-39 24-29 42.42-38 8-13 43.31-27 13-19 X
Een heel bijzonder reactie op 19...30-35 zien we in deze partij. Het is beetje de vraag of hij er wel gebruik van had moeten maken. In de partij krijgt zwart een enorm centrumoverwicht. Na het normale 20.33-28 1-6 21.28-23 biedt de aanval tegen schijf 23 21...20-24 22.29x20 18x29 23.34x23 15x24 24.39-34 24-30 25.43-39 14-20 meer perspectieven dan in de voorgaande partijen. Temeer daar wit ook een opsluiting aan de broek heeft gekregen.