Een succesvolle en consequente omsingeling is moeilijk te realiseren in een hekstelling met gesloten veld 19 en een ingesloten stuk op veld 9. Toch bestaan er twee voorbeelden, waarin zwart juist dank zij het stuk op 9 overtuigend weet te winnen. Vandaag bestuderen het hoe en het waarom van dit schijnbare wonder.
De
effectiefste manier om opruiming te houden onder de schijven op de witte lange
vleugel is in diagram 1 de enkele ruil naar 21. Meestal wil wit zijn tegenstander
niet toelaten op veld 26, zodat na 18.31-26 een verdere
uitdunning van zijn stelling plaatsvindt. Zwart pakt in de opening zes tempi
ontwikkelingsvoorsprong. Later neemt hij de opmerkelijke beslissing deze
tempi weer terug te geven via 24...21-27x17. Wit krijgt daarna op het oog gezien geen enkele
gelegenheid meer zich uit het spelbeeld los te maken. Steeds haalt zwart de
ruilen eruit door een schijfje weg te zetten of een geniepige meerslag erin te
brengen.
Kloosterman,R.
- Meijer,Hein NLD-ch sf2, 19-01-1991
1.31-26 18-23 2.33-29 13-18 3.39-33 9-13 4.44-39 20-25 5.50-44 14-20 6.37-31 4-9
7.41-37 10-14 8.46-41 5-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24 12.41-37
8-13 13.37-32 2-8 14.42-37 14-19 15.47-41 10-14 16.32-28 17-21 17.26x17 12x21
18.31-26 7-12 19.26x17 11x22 20.28x17 12x21 21.37-32 21-26 22.32-28 16-21
23.41-37 6-11 24.38-32 21-27 25.32x21 26x17 26.43-38 11-16 27.49-43 8-12
28.38-32 17-21 29.43-38 12-17 30.37-31 18-22 31.31-27 22x31 32.36x27 1-6
33.48-42 3-8 34.35-30 24x35 35.42-37 19-24 36.28-23 6-11 37.37-31 13-19 38.31-26
19x37 39.27-22 17x28 40.26x6 37-41 41.33x22 24x42 42.6-1 42-47 43.22-17 41-46 X
Mardosa,S. - Norvaisas,A. Vilnius ql, 06-06-1992
26.43-38 8-12 27.38-32 17-21 28.36-31 21-26 29.28-23 19x28 30.32x23 11-16
31.31-27 1-7 32.27-22 18x27 33.49-43 27-32 34.37x28 13-19 35.48-42 9-13 36.23-18
12x32 37.35-30 24x35 38.33-28 32x23 39.29x9 20-24 40.9x29 26-31 41.39-33 16-21
42.43-38 31-36 43.42-37 21-26 44.38-32 26-31 45.37x26 36-41 46.44-39 35x44
47.39x50 41-47 48.32-28 25-30 49.34x25 19-24 50.29x20 15x24 51.50-44 47x29
52.44-40 29-38 53.28-22 38-33 54.22-18 33-38 X
In diagram 2 het gemeenschappelijke moment in beide partijen. Hein Meijer gaat verder met 26...11-16, terwijl Norvaisas de zet 26...8-12 speelt. Het bezwaar van de zet van Hein Meijer lijkt mij 27.48-42 met altijd bevrijdende ruilen. De ruil 27.48-42 17-21 28.28-22 18x27 29.29-23 is niet geweldig. Dat blijft zo na 27.48-42 17-21 28.49-43 8-12 29.28-22 18x27 30.29-23 19x28 31.33x31 14-19 32.31-26 3-8 etc.
In
bepaalde opzichten is de methode van Hein Meijer dwingender. Echter als na
26...8-12 blijkt dat geen van de extra mogelijkheden, die wit krijgt, een
oplossing biedt, dan verdient het er aldus uithalen van de elementaire
ruilmogelijkheid 28-22 en 29-23 de voorkeur. De
zwarte stukken staan na 26...11-16 precies goed om hinderlijke
tactische wendingen te te vermijden. Zou schijf 1 op 6 staan, dan kan wit winnen 35-30, 28-23x11 en 29-24 X.
Ook in diagram 3 heeft zwart zich tegen ruilen gewapend. Het gat op 42 verhindert de ruilen naar 11. Op 30.28-22 doet zwart 30...17x28 31.32x12 13-18 X. Na 30.28-23 19x28 31.32x12 17x8 zijn alle zwarte opbouwproblemen opgelost en heeft hij winnend voordeel.
In de partij gaat het hard. Diagram 5 is verschrikkelijk. Het broodnodige 34.42-37 mag niet vanwege de wending 34...17-22 35.28x26 19-23 36.29x18 13x42 37.38x47 24-30 X. In diagram 6 heeft wit nog alternatieven. De zet 31.31-26 is het niet. Zwart reageert met 31...3-8. Dan komen 36-31 en 48-43 niet in aanmerking. Op 48-43 beslist 22-27, terwijl 32.36-31 8-12 33.31-27 22x31 34.26x37 12-18 mogelijk nog erger is dan de partij. De langste variant is 31.31-26 3-8 32.48-42 1-7 33.42-37 7-12 34.37-31 12-18 35.31-27 22x31 36.36x27 18-22 37.27x18 13x22 38.29-23 8-12 39.34-29 9-13 40.40-34 13-18 X. Op 31.48-43 om de ruil 32-27x27 te nemen, volgt 31...21-26 X.
In diagram 4 het cruciale moment uit de partij Mardosa - Norvaisas. Het klopt precies voor zwart. Na het ruiltje 28-23x23 dwingt 11-16 het opspelen van schijf 27 af. Daarna is de klemzetdreiging 1-7, 14-19 etc. het grootste probleem voor wit. Hij weet het nog gelijk te houden. Maar dat is ook alles. Geen alternatief is spelen met de schijven 48 of 49, vanwege het zetje 18-23 en 24-30 X. Wel een idee is 29.31-27 1-7 30.28-23xx22 en de zwarte omsingeling slaat nog niet onmiddellijk door. Maar het ziet er niet goed uit. Opgemerkt moet worden, dat i.p.v. 28.36-31 de opmars 28.49-43 11-16 29.43-38 12-17 tot een positie uit de partij Kloosterman - Meijer leidt.
In
diagram 1 beginnen beide bovenstaande zwartspelers met het slimme ruiltje
17-21x21. Alleen Ton Halman probeert eens wat anders, dan het obligate 18.31-26
Halman,T.
- Buma,G. cor ncc 4.49, 27-09-1998
18.38-32 21-26 19.43-38 18-22 20.28x17 11x22 21.48-42 13-18 22.32-28 9-13
23.28x17 7-12 24.49-43 12x21 25.31-27 21x32 26.37x28 16-21 27.42-37 18-22
28.28x17 21x12 29.36-31 6-11 30.31-27 1-7 31.29-23 en dat verloor.
Meer voor de hand liggend vind ik 18.37-32 21-26 19.31-27. De pogingen 26-31, 8-12 of 7-12 zijn dan geen probleem voor wit. Wel vervelend is 19...18-22. Na 20.27x18 13x22 21.28x17 11x22 heeft zwart alles bereikt wat er in deze opening maar te bereiken valt. De slag 20.28x17 11x31 21.36x27 is erg riskant. Truus legt uit waarom.
21...7-12 22.32-28 12-18 23.41-36 26-31 24.29-23 31x22 25.28x17 19x28 26.33x22 18x27 27.34-30 25x34 28.39x10 15x4 29.35-30 20-25 30.38-32 en zwart wint een stuk door de opmars 1-7-11.
21...8-12 22.32-28 12-18 23.41-36 26-31 24.29-23 18x29 25.34x23xx17 en zwart speelt 13-19 met druk tegen schijf 17.
21...7-12 22.41-37 12-18 of 6-11 23.29-23xx22 is positioneel gezien niet geweldig voor wit.
21...8-12 22.41-36 7-11 23.32-28 11-17 24.48-42 17-21 etc.
21...8-12 22.41-36 7-11 23.27-21 16x27 24.32x21 26x17 25.29-23 19x28 26.33x22 17x28 27.34-30 met kansrijke aanval voor zwart.
Ogenschijnlijk weinig verschil lijkt de start met de dubbele ruil 17-21x22x21 te geven. Als wit meer wil dan de remise met 31-27x28, 28-22 en 29-23, dan ontstaat een vergelijkbaar spelbeeld. Het is inmiddels een half dozijn keer voorgekomen. In een van de onderstaande voorbeelden volgt wit een uitputtingsstrategie, terwijl in het andere wit inzet op een overrompeling van de zwarte stand met 36-31-27.
Verchovich,Alexei
- Dubois,J. Kislovodsk, 09-10-1981
1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.45-40 10-14 4.50-45 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31
14-20 7.41-37 10-14 8.46-41 4-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24
12.42-37 8-13 13.37-32 2-8 14.41-37 14-19 15.47-41 10-14 16.32-28 17-21 17.26x17
11x22 18.28x17 12x21 19.31-27 21x32 20.37x28 16-21 21.41-37 21-26 22.38-32 7-11
23.43-38 11-16 24.49-43 6-11 25.37-31 26x37 26.32x41 16-21 27.41-37 21-26
28.38-32 11-16 29.43-38 1-6 30.37-31 26x37 31.32x41 8-12 32.41-37 12-17 33.35-30
X.
Zwart
loopt in de eerste de beste finesse. Maar zijn stand was al minder. Na 32...6-11
33.38-32 16-21 34.36-31 21-26 35.31-27 11-16 36.37-31 26x37 37.32x41 krijgt wit
de overhand. Na 37...24-30 38.35x24 19x30 ontstaat een interessante positie. De
achterloop 39.40-35! is zelfs goed speelbaar voor wit. Echter ook 39.48-42 ziet
er dreigend uit. Niet goed is de opstoot 36.28-23? 19x28 37.32x23, vanwege
37...14-19 38.23x14 12-17 39.27-21 16x27 40.37-32 27x38 41.33x42 24x33 42.39x28
18-22 43.28-23 13-19 44.23-18 22x13 45.14x23 3-8 en wit heeft weinig te
verwachten.
Truus adviseert in diagram 10 direct te ruil 35...24-30 36.35x24 19x30. De achterloop 37.40-35 faalt op 12-17-22, 18-23x42x49 met een goed eindspel voor zwart. Wederom is evenwel de opmars van schijf 48 interessant. De zet 37.48-43! verhindert 30-35. Truus adviseert 37...14-19 38.43-38 19-24 39.40-35?!? Er is ook wel eens 20-24x24 geruild.
Knoops,N.
- Jager,de,E. NLD-chT 1a, 05-01-1991
16.32-28 17-21 17.26x17 11x22 18.28x17 12x21 19.31-27 21x32 20.37x28 16-21
21.48-42 21-26 22.42-37 6-11 23.38-32 11-16 24.36-31 7-11 25.41-36 1-6 26.43-38
18-22 27.28x17 11x22 28.32-28 16-21 29.28x17 21x12 30.38-32 6-11 31.32-28 11-16
32.31-27 12-18 33.36-31 24-30 34.35x24 19x30 35.37-32 26x37 36.32x41 20-24
37.29x20 15x24 38.49-43 14-19 39.40-35 8-12 40.27-22 18x27 41.28-23 19x28
42.33x31 9-14 43.31-27 14-19 44.34-29 24x33 45.39x28 3-9 46.35x24 19x30 47.45-40
13-19 48.43-39 9-14 49.27-22 14-20 50.40-34 20-24 51.41-37 16-21 52.37-32 19-23
53.28x19 24x13 54.22-17 21-27 =
Nico
Knoops stelt zich niet tevreden met kleine voordeeltjes en kiest voor de
nevenstaande ambitieuze opstelling. De formatie 9,13,18 wordt dan erg sterk. Het
partijverloop is niet minder voor zwart. Maar er zijn alternatieven. Het
scherpere 24...16-21 25.41-36 (of?) 8-12 26.43-38 7-11 27.31-27 11-16
28.49-43 vermag Truus niet te bekoren. Vreemd want 28...1-6 29.22-17 3-8 (of
?) 30.22-17 18-22 31.27x7 21x1 is nog best aardig voor zwart. Truus
merkt op dat de variant 24...16-21 25.41-36 7-11 26.43-38 11-16 27.49-43 1-6
28.28-22! 18x27 29.31x22 6-11 30.32-28 11-17 (Op 30...8-12 volgt 31.37-31 en 22-17)
interessante verwikkelingen geeft.
Een alternatief is het verliezen van wat tempi via 24...16-21 25.41-36 (of?) 18-22x12 (diagram 12). Op 12-18 28.37-32 26x37 29.32x41 gevolgd door 28-22 en 29-23 heeft zwart gemakkelijker spel. Echter het ambitieuzere 27...7-11 28.31-27 1-6 29.43-38 12-17 30.38-32 17-22 31.36-31 6-11 32.32-28 11-17 33.37-32 26x37 34.32x41 9-13 35.41-37 8-12 36.37-31 24-30 wordt ook zo even door Truus uit de mouw geschud.