Alexander Dibman zet de zwartspelers in de open hekstelling weer met beide benen op de grond. De betrekkelijkheid van 'tempovoordeel' wordt door hem wel heel hardhandig aangetoond. Ondanks ontwikkelingsvoorsprong wordt Jos Stokkel tijdens de interland Rusland - Nederland opgerold.
Dibman,A. - Stokkel,J. URS-NLD, 09-06-1983
1.33-29 19-23 2.39-33 14-19 3.44-39 10-14 4.50-44 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31
14-20 7.41-37 10-14 8.46-41 4-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24
12.41-37 8-13 13.37-32 14-19 14.42-37 2-8 15.47-41 17-22 16.32-28 10-14 17.28x17
12x21 18.26x17 11x22 19.38-32 8-12 20.33-28 22x33 21.29x38 6-11 22.31-26 11-17
23.32-27 1-6 24.37-31 7-11 25.48-42 3-8 26.42-37 17-21 27.26x17 12x32 28.38x27
8-12 29.31-26 12-17 30.37-31 18-23 31.41-37 24-29 32.34-30 25x34 33.39x30 29-33
34.43-38 33x42 35.37x48 20-24 36.40-34 24-29 37.44-39 29x40 38.45x34 14-20
39.30-25 20-24 40.34-30 9-14 41.49-43 23-29 42.43-38 29-34 43.38-33 34x43
44.48x39 13-18 45.27-21 16x27 46.31x13 19x8 47.30x10 15x4 48.25-20 17-21
49.26x17 11x22 50.20-14 6-11 51.35-30 11-17 52.30-24 22-27 53.33-28 17-22
54.28x17 27-32 55.36-31 32-38 56.39-33 38x9 X
Wit moet
het in deze stelling hebben van een door tempodwang gesteunde aanval tegen de
zwarte korte vleugel. Zoals reeds opgemerkt kan zwart dit voorkomen met de
tussenzet 21...16-21! en het aanknopingspunt voor de witte aanval is verdwenen.
Het thema in diagram 2 heeft zich vaker voorgedaan. Geen enkele zwartspeler wist
een bevredigende oplossing te verzinnen. Jacob Okken probeerde het tegen Sally
de Jong met 24-30x30. Vanzelfsprekend hield wit daar enig centrumoverwicht aan
over.
De
frontale aanpak van Stokkel met 26...17-21 levert niet het gewenste resultaat
op. Beter lijkt 26...17-22. Na 27.34-30 25x34 28.39x20 20-25 heeft zwart een
alleszins speelbare hekstelling aanvaard. Na 27.38-32 11-17 28.43-38 neemt Truus
het dammetje 28...17-21 29.26x28 18-22 30.27x7 8-12 31.7x18 13x42 32.37x48 24-29
X.
Nico Knoops speelde tegen Sally de Jong in een soortgelijke stelling het ruiltje 18-22x22 en kwam na de voorzichtige reactie 34-29 en 35-30 remise overheen. Een ander idee is wellicht 32.41-37. Na 32...22-28 neemt Truus het grappige zetje 33.26-21 17x26 34.34-29, 43-38, 48-42, 39-34x4. Dit eindspel is waarschijnlijk gewonnen voor wit, omdat de witte dam via veld 31 in veiligheid gebracht kan worden achter een scherm van eigen stukken en bijbehorende combinatie mogelijkheden. Zwart staat evenwel bevredigend op 32...9-13 33.43-38? 16-21 34.49-43 22-27. De opstelling van de zwarte vleugel laat te wensen over na 32...9-13 33.34-29 en 35-30. De olympische formatie 6,11,16,17 staat er dan wat zieligjes bij.
Diallo,M.
- Dubois,J. Wch, 09-10-1984
16.32-28 10-14 17.28x17 11x22 18.38-32 7-11 19.33-28 22x33 20.29x38 11-17
21.48-42 1-7 22.32-28 7-11 23.37-32 18-22 24.41-37 22x33 25.38x29 24x33 26.39x28
13-18 27.43-39 9-13 28.49-43 18-22 29.31-27 22x33 30.39x28 13-18 31.37-31 8-13
32.42-38 3-8 33.27-21 16x27 34.32x21 19-24 35.43-39 18-22 36.38-32 22x33
37.39x28 24-29 38.34x23 11-16 39.32-27 25-30 40.35x24 20x18 41.44-39 15-20
42.40-34 20-24 43.45-40 17-22 44.28x17 18-23 45.17-11 16x7 46.27-22 13-19
47.21-17 12x21 48.26x17 8-13 49.31-27 13-18 50.22x13 19x8 51.27-22 8-13 52.36-31
14-19 53.40-35 =
Een potentiële verbetering voor zwart lijkt 17...11x22!? in plaats van het dubbelslaan uit de voorgaande voorbeelden. Het partijverloop pleit voor het idee. De weerlegging zou van 18.38-32 7-11 19.48-42! moet komen. De wending 19...1-7 20.43-38 12-17 21.32-28 8-12 22.37-32 18-23 23.29x27 24-29 24.33x24 20x29 25.34x23 17-22 26.28x8 19x46 27.8x10 46x5 28.38-32 kost een schijf. Na 19...1-7 20.43-38 11-17 21.49-43 staat zwart plat. Geen verbetering is ook (17...11x22 18.38-32) 6-11, vanwege het hielslagje 19.26-21 X.
De voortzetting 18...12-17 laat het dammetje 29-23 en 34-29 toe. Maar ook (18...12-17) 19.32-28 17-21, 19.43-38 19-23 20.49-43 14-19 21.32-28 6-11 respectievelijk 19.32-27 6-11 20.27-21, 29-23, (8x17), 26-21, 34-29x6 verdienen aandacht. De partijvoortzetting 18...7-11 19.33-28? is dus wat twijfelachtig. Zwart staat na 19...22x33 20.29x38 11-17 21.48-42 1-7 22.32-27 (er werd 22.32-28 gespeeld) 7-11 met het laatste tempo zonder meer bevredigend. In de partij komt wit zelfs onder verpletterende druk te staan. Een ander idee voor zwart zien we in een partij uit het verre verleden.
Semenow,L.
- Ratz,A. URS-ch sf, 04-03-1963
16.32-28 9-14 17.28x17 11x22 18.38-32 3-9 19.32-27 19-23 20.37-32 14-19 21.32-28
23x21 22.26x28 10-14 23.31-26 6-11 24.26-21 16x27 25.28-23 19x28 26.33x31 24x33
27.39x28 11-17 28.41-37 14-19 29.37-32 1-6 30.44-39 20-24 31.39-33 7-11 32.43-38
17-21 33.49-43 11-16 34.43-39 9-14 35.48-43 14-20 36.34-29 21-26 37.40-34 26x37
38.32x41 18-22 39.28x17 12x21 40.45-40 0-2
Zwart maakt in plaats van 16...10-14 het tempo 16...9-14, slaat enkel en heeft
daarmee een extra tempo. Het partijverloop is zeer bevredigend voor hem.
19.33-28 mag niet vanwege dam naar 50. Beter dan het gespeelde 19.32-27 is
19.32-28 7-11 20.28x17 12x21 21.26x17 11x22 22.31-26 1-7 23.37-31 7-11 (niet
8-12? vanwege 34-30 en 33-29 met dam) 24.41-37 19-23 25.37-32 en zwart heeft het
probleem, dat 25...14-19 niet mag. Meerdere spelers hebben geprobeerd na het
normale 16...10-14 en dubbelslaan hetzelfde soort problemen te creëren door niet
terug te ruilen met 33-28.
Stokkel,J.
- Koeperman,I. Alukon, 24-05-1979
19.38-32 8-12 20.31-26 3-8 21.32-28 7-11 22.28x17 12x21 23.26x17 11x22 24.37-31
1-7 25.41-37 7-11 26.33-28 22x33 27.29x38 8-12 28.31-27 12-17 29.37-31 18-22
30.27x18 13x22 31.48-42 9-13 32.34-30 25x34 33.39x30 17-21 34.44-39 21-26
35.31-27 22x31 36.36x27 11-17 37.39-33 24-29 38.33x24 20x29 39.42-37 29-34
40.30x39 13-18 41.39-33 17-22 42.35-30 22x42 43.38x47 6-11 44.33-29 11-17
45.40-34 17-22 46.45-40 16-21 47.43-39 21-27 48.30-24 19x30 49.34x25 26-31
50.29-24 31-37 51.40-34 27-31 52.39-33 31-36 53.34-29 14-19 54.24x13 18x9
55.29-23 37-42 56.47x38 36-41 57.33-28 22x42 58.23-18 42-47 59.18-12 47-29
60.12-8 9-13 61.8x19 29-18 X
Wit besluit onder aanmerkelijk minder gunstige
tempoverhoudingen zich toch maar te bevrijden, daar het zo gewenste 26.37-32
beantwoord wordt met 18-23 en 24-29. Het alternatief 26.31-26 8-12 27.37-32
22-28! is evenmin aantrekkelijk. Zwart speelt in deze opening na 19.38-32
vrijwel altijd 19...8-12. Nico Knoops deed het anders tijdens het
wereldkampioenschap correspondentie dammen 1986 anders en kwam tot goed spel.
Helaas bleef de partij door het overlijden van de witspeler zonder een regulier
einde.
Roterband,E.
- Knoops,N. WchC, 01-01-1986
19.38-32 7-12 20.32-28 1-7 21.28x17 12x21 22.31-27 21x32 23.37x28 16-21 24.43-38
8-12 25.28-22 18x27 26.29-23 19x28 27.33x31 14-19 28.49-43 21-26 29.41-37 12-18
30.38-32 24-30 31.35x24 19x30 32.48-42 3-8 33.32-28 7-12 34.43-38 18-22 35.28x17
12x21 0-2
De bedoeling van 19...7-12 is om 20.33-28 te kunnen beantwoorden met 20...24x33 etc. en opsluiting van de witte lange vleugel. In de partij speelde wit 20.32-28. Principiëler was 20.48-42 16-21 geweest. De schijfwinst 21.31-27 22x31 22.36x16 faalt op 6-11, 18-22, 19-23 en 24-30x36. De bevrijding 21.33-28 faalt op 21...24x33! met dam. De afwikkeling 21.34-30 en 33-29x26 is beter voor zwart. De ruil 21.31-27 22x31 22.37x17 12x21 23.32-28 is goed speelbaar voor wit. Evenals 21.35-30 24x35 22.31-27 22x31 23.36x16.