Een veel gespeelde variant in de hekstelling uit de 34-29 opening, wordt gekenmerkt door de bezetting van veld 22. De bedoeling is dat wit een keertje oploopt en daarna terugruilt. De ontwikkelingsvoorsprong van zwart zou dan belangrijk moeten zijn. Een extraatje bij deze speelwijze is de bekende finesse:

Bergsma,P. - Salome,G. NLD-chT, 09-10-1982
1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.45-40 10-14 4.50-45 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31 14-20 7.41-37 9-14 8.46-41 4-9 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24 12.41-37 8-13 13.37-32 2-8 14.42-37 14-19 15.47-41 17-22 16.48-42 10-14 17.32-28 12-17 18.37-32 18-23 19.29x27 24-29 20.33x24 20x29 21.34x23 17-22 22.28x17 19x46 23.40-34 11x22 24.27x18 13x22 25.42-37 46x40 26.45x34 X

Meerdere voorbeelden bestaan. Veel aardiger is het verloop 16.48-42? 10-14 17.32-27. De situatie is dan nog zo onduidelijk, dat b.v. Rob Clerc tegen Anatoli Gantwarg de onderstaande damzet nagelaten heeft en 18...18-23 19.27x18 23x12 speelde (interland Nederland - Rusland 1982).

Bor,K. - Tak,van der,C. NLD-ch qf3 dec 4/6, 11-10-1986
16.48-42 10-14 17.32-27 12-17 18.37-32 16-21 19.27x16 18-23 20.29x27 24-29 21.33x24 20x29 22.34x23 19x48 23.41-37 14-20 24.38-32 20-24 25.40-34 17-22 26.27x18 13x22 27.44-40 11-17 28.43-38 9-14 29.49-43 14-20 30.32-27 3-9 31.27x18 8-13 32.37-32 13x22 33.32-27 22-28 34.27-22 7-11 35.16x7 1x12 36.22x11 6x17 37.31-27 9-13 38.26-21 17x26 39.34-30 25x34 40.39x17 48x39 41.35-30 39x25 42.27-22 28-33 43.38x29 20-24 44.29x20 25x21 45.40-34 15-20 46.34-30 21-49 47.30-25 20-24 48.36-31 26x37 49.22-17 49-16 50.17-12 16-2 51.45-40 37-41 52.40-35 41-46 53.25-20 24x15 54.35-30 2x35 55.12-7 46-23 X

Wit dreigt in de diagramstand zowel met 38-32, 43-38 als 27-22, 26-21 en 31-26 de vijandelijke dam onschadelijk te maken. Kennelijk is hij in de partij niet tevreden met de laatste mogelijkheid. Na 23...14-20 24.27-22 17x28 25.26-21 8-12 26.31-26 48x31 27.36x27 28-32 28.21-17 heeft zwart centrumoverwicht. Truus wijst op de mogelijkheid 23...13-18 24.38-33 8-13 25.43-38 48x30 26.35x24 13-19 X. Ook na bijgeven van schijf 26 met 25.26-21 17x26 26.43-38 is de stand kansrijk voor zwart.

Op 23...13-18 24.38-32 stelt Truus voor er nog een tweede schijf in te stoppen met 24...25-30. Het valt inderdaad niet mee de dam bevredigend af te nemen na vervolgzetten als (25.35x24) 9-13, 18-23, 17-21x22 of 17-22. Ook wijst Truus op de mogelijkheid schijf 25 een zet eerder te geven met 23...25-30 24.35x24 14-20. De damafname 25.27-22 20x29 26.40-35 17x28 27.37-32 is het niet helemaal voor wit.

Dusseldorp,van,C. - Rijkaart,C. NLD-chT 2c, 28-09-1991
16.32-28 10-14 17.28x17 12x21 18.26x17 11x22 19.38-32 8-12 20.33-28 22x33 21.29x38 3-8 22.48-42 6-11 23.31-26 11-17 24.36-31 7-11 25.31-27 1-6 26.41-36 17-22 27.34-29 22x31 28.36x27 24x33 29.39x28 20-24 30.43-39 18-23 31.40-34 24-29 32.45-40 13-18 33.35-30 9-13 34.39-33 12-17 35.33x24 17-21 36.26x17 11x31 37.37x26 18-22 38.28x17 15-20 39.24x15 23-29 40.34x23 19x48 41.30-24 25-30 42.24x35 16-21 43.44-39 48x45 44.35-30 21x12 X

Deze stelling is een dozijn keer voorgekomen. Zwart heeft zes tempi ontwikkelingsvoorsprong als compensatie voor de randschijf. In tegenstelling tot eerdere voorbeelden is wit relatief sterk in het centrum, zodat de strijd nog lang niet gestreden is.

Wit moet het in deze positie hebben van de tegenaanval tegen de zwarte korte vleugel. Opmerkelijk is, dat geen enkele zwartspeler van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt om het aanknopingspunt voor deze aanval (schijf 16) op te lossen met 21...16-21! Na 22.31-26 3-8 23.26x17 12x21 verzwakt het witte centrum en loopt de zwarte ontwikkelingsvoorsprong verder op. In diagram 4 gaat het mooi van de witte lange vleugel door de finesse 26...17-22! Een soortgelijk probleem aan de andere vleugel doet het steunpunt 45 sneuvelen, waardoor het aldra dweilen met de kraan open is. Een ander voorbeeld is de partij A. Martko - F. Luteijn ploegenwedstrijd correspondentiedammen 1980

21...3-8 22.48-42 7-11 23.31-27 11-17 24.36-31 17-21 25.31-26 1-7 26.26x17 12x21 27.34-29 24x33 28.39x28 19-24 29.44-39 14-19 30.37-31 21-26 31.42-37 7-12 32.39-33 12-17 33.41-36 17-21 34.27-22 18x27 35.31x22 24-29 36.33x24 20x29 37.40-34 29x40 38.45x34 8-12 39.37-31 26x37 40.32x41 21-26 41.38-33 9-14 42.43-39 16-21 43.36-31 26x46 44.33-29 46x23 45.29x20 25x14 46.22-17 12-18 47.17x26 6-11 48.26-21 19-23 49.49-43 14-19 =

Het ploegenkampioenschap was een van de eerste initiatieven van Anton Schotanus als voortrekker van het internationale correspondentiedammen. Jonge Russen, Polen, Tsjechen, Joegoslaven en Nederlanders bonden de strijd aan. Aan het eerste bord slaagde zwart er voortdurend in om de witte opbouw te hinderen zonder evenwel tot beslissend voordeel te komen. De zet 26...19-24 haalt het ruiltje 35-30 eruit. Tevens wordt het uitkomen van de schijven 38 en 42 verhinderd. Mogelijk nog effectiever was 28...21-26 geweest.

De opstelling van de witte lange vleugel met 37-31 en 42-37 was dan niet mogelijk geweest. Het ruiltje 28...21-26 29.35-30 25x34 30.40x29 is niet aantrekkelijk vanwege 30...18-22 31.28x17 19-23 32.29x18 13x31 33.17-11 6x17 34.41-36 8-13 en 17-22 met kansen voor zwart dank zij de grote ontwikkelingsvoorsprong. Na 28...21-26 29.44-39 19-24 30.39-34 7-12 31.43-39 14-19(of?) 32.49-43 18-23  33.41-36 12-18 34.34-30 25x34 35.39x30 18-22! heeft zwart groot centrum overwicht. Op het gespeelde 26...19-24 mag wit niet direct 27.37-31 spelen, vanwege 27...21-26 28.42-37 7-12 met de dreiging 18-22. De opbouw 28...19-24 29.44-39 14-19? laat wit de dans ontspringen. Kennelijk was ik maanden later bij de volgende zet de pointe van de positie vergeten. Alles ging toen nog per post en dat duurde eindeloos...

Stap,van der,P. - Giphart,J. Nijmegen, 25-07-1990
16.32-28 10-14 17.28x17 12x21 18.26x17 11x22 19.38-32 8-12 20.33-28 22x33 21.29x38 12-17 22.48-42 7-12 23.32-27 3-8 24.34-29 24x33 25.39x28 17-21 26.37-32 21-26 27.41-37 1-7 28.43-39 19-24 29.28-22 7-11 30.49-43 11-17 31.22x11 16x7 32.27-22 18x27 33.31x22 7-11 34.32-28 11-16 35.37-32 14-19 36.42-37 6-11 37.37-31 26x37 38.32x41 16-21 39.39-33 11-16 40.44-39 9-14 41.41-37 21-26 42.40-34 12-18 43.45-40 18x27 44.37-31 26x37 45.28-23 19x28 46.33x42 24-29 47.34x23 25-30 48.35x24 20x18 =

Zwart heeft hier meer weten te bereiken, dan in de voorgaande partij. Wederom is het fixeren van schijf 42 belangrijk. Maar in dit geval kan zwart dit ook bereiken met 27...20-24, want 28.38-33 12-17 29.42-38 faalt op 24-29 en 18-22 X. Na 27...20-24 28.38-33 12-17 29.43-38 17-21 30.27-22 18x27 31.31x22 14-20 is de val van schijf 22 onvermijdelijk. Op 27...20-24 28.38-33 12-17 29.43-39 17-21 30.42-38 18-23 is de opsluiting van de witte lange vleugel beslissend. Het aangewezen 27...20-24 28.43-39 14-20 29.39-33 6-11 30.49-43 9-14 31.44-39 18-23 garandeert zwart groot voordeel.