De opstelling met 8-13 en 2-8 in de hekstelling is primair bedoeld voor het hinderen van de witte opbouw door middel van de Haarlemmer. Een vroegtijdig sluiten van veld 19 haalt het zetje eruit en leidt tot insluiting van schijf 9. Daarom zie je dat steeds meer zwartspelers zich in diagram 1 tevreden stellen met het bescheiden ruiltje 17-21x21. Een opmerkelijk voorbeeld is de volgende partij. De opening werpt nog wel de vraag op wat te doen tegen 21.37-32 en de dreiging 34-30x30. Hoewel deze bevrijding zwart natuurlijk wel de overhand laat, lijkt het ruiltje 20...18-22x22 daarom consequenter.

Schippers,T. - Voorspuy,T. NLD-Cup, 14-05-1988
1.33-29 19-23 2.39-33 14-19 3.44-39 10-14 4.50-44 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31 14-20 7.41-37 10-14 8.46-41 4-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24 12.41-37 8-13 13.37-32 2-8 14.42-37 17-21 15.26x17 12x21 16.32-28 21-26 17.37-32 26x37 18.32x41 16-21 19.41-37 21-26 20.47-41 11-16 21.36-31 16-21 22.41-36 6-11 23.37-32 26x37 24.32x41 21-26 25.41-37 11-16 26.48-42 16-21 27.37-32 18-22 28.28x17 21x12 29.32-28 12-18 30.42-37 7-11 31.28-23 13-19 32.23x12 8x17 33.37-32 17-22 34.32-28 1-6 35.28x17 11x22 36.38-32 9-13 37.32-27 22x31 38.36x27 13-18 39.43-38 19-23 X

Wit laat diverse gelegenheden om schijf 38 in het spel te brengen lopen (23.38-32, 25.38-32 en 31.38-32). Als schijf 11 losstaat is de Haarlemmer immers niet gevaarlijk. In diagram 2 is 31.38-32 24-30 32.35x24 18-23 33.29x18 20x27 34.39-33 13x22 35,26x6 niet slechter voor wit. Na het gespeelde 31.28-23 maakt Theo Voorspuy het verrassend uit met 31...13-19! en de Haarlemmer krijgt vernietigende kracht.

Paluch,P. - Wirny,V. Sandomierz, 28-06-1989
14.42-37 17-21 15.26x17 12x21 16.31-26 7-12 17.26x17 12x21 18.47-42 21-26 19.32-28 18-22 20.28x17 11x22 21.38-32 14-19 22.43-38 16-21 23.49-43 10-14 24.36-31 1-7 25.32-28 7-11 26.28x17 11x22 27.29-23 19x28 28.34-30 25x34 29.39x10 28x50 30.10-5 22-27 31.31x22 50x11 32.40-34 11-2 33.37-31 26x37 34.42x31 20-24 35.5-46 13-19 36.46x5 X

Wirny is een wat onderschatte grootmeester. Meerdere voorbeelden bestaan van partijen, waarin Wirny vernietigend uithaalt in een spelbeeld, waarin velen hem voorgingen zonder veel zichtbaar resultaat. Pjotr Paluch speelt in zijn onschuld 18.47-42? en komt er door de Haarlemmer niet meer aan te pas. Of beter gezegd: Had er niet meer aan te pas moeten komen.

In de diagramstand is de terugruil 22.33-28 verhinderd door 22...24x33 en 20-24-30 X. De achterloop 22.32-28 geeft de Haarlemmer 22...26-31, 19-23 en 24-30 X. Na het gespeelde 22.43-38 16-21 is 23.32-28 verhinderd door 23...21-27, 26-31, 27-32, 19-23x31 en 24-30x47 X. Na het ruiltje 14...17-21 15.26x17 12x21 in diagram 1 is de achterloop 16.31-26 niet nodig of sterk. Na 16.32-28 21-26 17.37-32 staat wit twee zetten verder naar voren en heeft daarmee meer invloed in het centrum. Van Dusseldorp is in de volgende partij wel erg actief. Zijn kansrijke, wat wilde aanval wordt mogelijk dank zij het herhaald negeren van de Haarlemmer (19.38-32?!).

Dusseldorp,van,C. - Pippel,C. NLD-Cup, 08-05-1993
14.42-37 17-21 15.26x17 12x21 16.32-28 21-26 17.37-32 26x37 18.32x41 16-21 19.38-32 11-16 20.41-37 6-11 21.43-38 11-17 22.37-31 7-12 23.31-27 21-26 24.28-23 17-21 25.49-43 12-17 26.23x12 14-19 27.47-42 10-14 28.12-7 1x12 29.32-28 21x23 30.29x7 26-31 31.36x27 8-12 32.7x18 13x31 33.42-37 31x42 34.38x47 9-13 35.34-30 25x34 36.40x29 13-18 37.43-38 17-22 38.47-42 22-27 39.42-37 16-21 40.29-23 19x28 41.33x31 21-27 42.31x13 3-8 43.13x2 20-25 44.2x30 25x41 X

Kennelijk heeft zwart alleen rekening gehouden met de bevrijding 34-30x30. Nu wit zijn centrum handhaaft, is hij opeens in grote moeilijkheden. Op 22...21-26 is het de vraag of wit de afwikkeling 23.35-30 etc. wel neemt. Na 23.47-42 26x37 24.42x31 is het wellicht mogelijk zwart compleet onder de voet te lopen. De partijvoortzetting 22...7-12 is een pure noodgreep en in de overvloed aan gunstige voortzettingen neemt wit niet de kansrijkste.

Na 23.31-26 21-27 24.32x21 16x27 25.48-42 heeft hij groot voordeel voor het oprapen. Ook na het gespeelde 23.31-27 21-26 is 24.28-23 zeker niet de sterkste. Het ruiltje 24.27-21x21! blokkeert het zwarte spel volledig. Op 25...1-7 volgt het dammetje 28-22, 36-31 en 38-32x2 X. Na 25...26-31 26.36x27 17x26 27.28-23 1-7 28.49-43 18-22 29.27x18 13x22 30.35-30 en 23-19x27 heeft wit groot centrumoverwicht.

Cees Pippel beproeft zijn geluk tot het uiterste. Naast 27...17-22 28.27x18 8x17 29.32-28 13x22 30.36-31 verdient hoewel geen vetpot de tussenloop 27...26-31 nadere bestudering. De doorbraak 28.34-30 25x23 29.40-34 31x22 30.12-7 1x12 31.33-29 24x33 32.38x7 22-27!! hoeft niet gevreesd te worden. Ook valt de schade voor zwart na het antwoord 28.32-28 21x23 29.29x18 13x22 30.36x18 17-21 erg mee. Na het gespeelde 27...10-14? kan wit in het voordeel komen via 28.12-7 1x12 29.42-37!! 24-30 30.35x24 19x30 31.48-42 30-35 32.29-23 etc. Tot slot een aardig duel uit de glorietijd van Koeperman, waarin deze vanuit een mindere stelling profiteert van een teveel ambities bij de tegenstander:

Koeperman,I. - Prochorow,K. Spartakiade, april 1966
14.32-28? 17-21 15.26x17 12x21? 16.42-37 21-26 17.31-27 18-22 18.27x18 13x22 19.28x17 11x22 20.38-32 22-27 21.32x21 26x17 22.43-38 9-13 23.47-42 17-21 24.37-32 6-11 25.32-28 11-17 26.42-37 13-18 27.37-31 7-12 28.31-26 18-22 29.49-43 8-13 30.48-42 3-8 31.42-37 22-27 32.35-30 24x35 33.37-31 1-6 34.31x11 16x7 35.26x17 12x21 36.38-32 13-19 37.36-31 19-24 38.28-23 21-26 39.31-27 6-11 40.32-28 11-16 41.28-22 16-21 42.27x16 26-31 43.33-28 24x33 44.23-19 14x32 45.39x26 X

In deze partij blijkt na een vreemde zettenwisseling, waarom wit er na 16...21-26 goed aandoet om terug te ruilen met 17.37-32. Zwart heeft zonder enige concessie te doen vrijwel alles bereikt, wat er in deze opening te halen valt. Zijn enige zorg is nog het in bedwang houden van het uitgedunde witte centrum. Met de opbouw 7-12-18, 21-26 en 16-21 lijkt dat goed mogelijk. In de partij stuurt zwart aan op het vroegtijdig sluiten van de stelling, waarna het snel minder wordt.

Zwart vergrijpt zich in de diagramstand aan 31...22-27 met als pointe 32.37-31 12-18, 24-30, 8-12x32, 18-23x49 X. Maar Koeperman geeft er gewoon een schijfje bij en komt tot een gevaarlijk aanval tegen de zwarte korte vleugel. Een aardige voorzetting was 31...14-19 geweest. De manoeuvre 29-23 en 34-30x29 mag je met zwart natuurlijk niet toelaten. Maar op 32.29-23 zit de coup Napoleon 32...1-7 33.23x5 13-19 34.5x23 24-29 35.33x24 22x31 36.36x27 20x18 = erin. De transactie 32.37-31 10-14 (er dreigde 35-30, 34-30x9, alsmede 35-30, 31-27x9) 33.28-23 19x28 34.35-30 24x35 35.31-27 22x31 36.33x11 16x7 37.36x16 is beter voor zwart.