Een belangrijke gebeurtenis in de hekstelling uit de 34-29 19-23 opening was de zestiende partij van de match Andreiko - Sijbrands. Andreiko bood remise aan na op zijn beurt Sijbrands verrast te hebben met een nieuwtje. Sijbrands dacht 45 minuten na en nam het aanbod aan.

Andreiko,A. - Sijbrands,T. Wch, 24-10-1973
1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.45-40 10-14 4.50-45 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31 14-20 7.41-37 10-14 8.46-41 4-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24 12.41-37 8-13 13.37-32 2-8 14.42-37 14-19 15.47-41 10-14 16.32-27 =

Sijbrands liet 16...17-22 uit zijn berekeningen, wegens 17.38-32 11-17(?) 18.32-28! met een puinhoop. Later is de terugruil 16...17-22 17.38-32 12-17 18.32-28 18-23 19.27x18 23x12 20.37-32 gespeeld. Zwartspelers maakten er weinig van. Zwart mag zich alvast niet vergrijpen aan de zet 20...13-18, vanwege het dammetje 35-30 en 29-24x4. In de partij Bruijn,de,A. - Lacroix,P. NLD-chT 1a, 30-10-1982 volgde 20...17-22!? 21.28x17 11x22 22.31-27? 22x31 23.26x37 16-21? 24.32-28 en schijf 9 was definitief ingesloten. Met 23...13-18! had zwart deze schijf kunnen bevrijden.

Kooij,van der,W. - Tjong,S. OGUtrecht oc, 25-10-1982
20.37-32 17-21 21.26x17 11x22 22.28x17 12x21 23.32-28 21-26 24.41-37 16-21 25.43-38 6-11 26.37-32 26x37 27.32x41 21-26 28.41-37 8-12 29.49-43 11-16 30.38-32 16-21 31.43-38 7-11 32.28-23 19x28 33.33x22 24x31 34.36x18 26-31 35.48-42 3-8 36.32-27 X

De beste manier om met zwart kansen te creëren lijkt mij 20...17-21 21.26x17 12x21. Wit moet dan kiezen uit scherp spel met b.v. 22.41-37 7-12 23.43-38 21-26 24.31-27 12-18 25.48-42 18-22! of achterlopen. Op 22.31-26 kan zwart het schijnoffer 22...13-18 26x17 11x22 24.28x17 9-13 overwegen. Wit mag niet verder gaan met 25.36-31 vanwege het dammetje 25...18-23, 8-13, 24-30 en 14-19 X. Na 25.32-28 7-12 heeft zwart wellicht een succesje geboekt.

Andreiko verdedigde voor de televisie zijn remiseaanbod  met de aardige variant 16...17-21 17.26x17 12x32 18.37x28 16-21! 19.41-37 21-26 20.38-32! 18-22 21.28x17 11x22 en wit kan alleen aan verlies ontkomen door 22.32-27 8-12 23.27x18 13x22 24.33-28 wat geen vetpot is. Bijgevolg is in deze variant de terugruil 20.37-32 26x37 21.32x41 18-22 22.28x17 11x22 23.38-32 noodzakelijk. Dat is gespeeld in de partij:

Loncke,P. - Faucher,S. FRA-ch, 08-08-1993
23.38-32 6-11 24.41-37 11-16 25.32-28 7-12 26.28x17 12x21 27.43-38 8-12 28.37-32 12-18 29.49-43 18-22 30.48-42 21-27 31.32x21 16x27 32.29-23 19x28 33.34-30 25x34 34.39x10 28x37 35.10-5 1-7 36.5x41 13-19 37.41x25 9-14 38.25x9 3x14 39.40-34 7-12 40.44-39 12-18 41.39-33 27-31 42.36x27 22x31 43.38-32 14-19 44.35-30 =

Voortdurend verhinderen kleine zetjes het ontwikkelen van schijf 9. Toch weet zwart zich veel kansen te scheppen. Vanuit diagram 5 toont hij zich te gretig. Hij hoopt met 29...18-22 op 20.32-28? 21-27 31.28x17 27-32 32.38x27 19-23 33.29x18 13x31 34.36x27 24-30 X en wordt vervolgens zelf verrast door een bekende wending. Veel beter lijkt gewoon 29...21-26 30.48-42 16-21! 31.42-37 18-22 X of 31.32-28 21-27 X altijd met dam. Truus redt zich evenwel met 29...21-26 30.29-23 19x37 31.34-30 25x34 32.39x8 3x12 33.36-31 en het overwicht van zwart is groot maar niet doorslaggevend.

Het zwarte voordeel is misschien duidelijker na 29...18-22 30.48-42 21-26! 31.32-28 16-21 32.28x17 21x12 33.38-32 13-18! (op 33...12-18 volgt geen 34.42-37? 18-22! 35.32-28 26-31 X, maar gewoon 34.32-28!). Truus geeft aan dat het uitspelen van de stand na 33...13-18 zwart een goed eindspel brengt:

34.32-28 9-13 35. 42-37 1-7 36.43-38 3-8 37.38-32 18-22 38.28x17 12x21 39.36-31 7-11 40.31-27 11-17 41.27-22 8-12 42.22-17 12-18 43.17-11 16x7 44.35-30 24x35 45.29-24 20x27 46.37-32 27x38 47.39-33 38x29 49.34x1 26-31!

In het volgende voorbeeld bereikt zwart belangrijk meer, maar laat zich daarna de kaas van het brood eten:

Mooser,R. - Mol,O. Nijmegen, 30-07-1992
23.38-32 13-18 24.48-42 6-11 25.42-37 8-13 26.36-31 3-8 27.41-36 7-12 28.32-27 11-16 29.37-32 1-7 30.31-26 22x31 31.36x27 18-22 32.27x18 13x22 33.32-28 12-17 34.29-23 7-12 35.34-29 9-13 36.40-34 24-30 37.35x24 19x30 38.44-40 13-19 39.43-38 8-13 40.38-32 17-21 41.28x8 19x37 42.8x10 15x4 43.26x17 37-41 44.40-35 16-21 45.35x15 21x12 46.33-28 41-46 47.28-22 25-30 48.34x25 46-37 49.39-34 37-31 50.29-23 31x40 51.45x34 12-18 52.25-20 X

Het schijnoffer 33...9-13 34.28x17 12x21 35.26x17 7-12 is na 36.29-23 geen echt schijnoffer. Het echte offer 33...9-13 34.26x17 12x21 35.26x17 8-12 36.17x8 13x2 is volgens Truus wel kansrijk. Zwart heeft immers vrije doortocht aan de korte vleugel. Gantwarg pakt de zaken heel anders aan. Het geluk is met hem (diagram 1). 

Novikov,A. - Gantwarg,A. URS-ch, 14-11-1975
16.32-27 17-21 17.26x17 12x32 18.37x28 8-12 19.38-32 3-8 20.41-37 18-22 21.28x17 11x22 22.31-26 7-11 23.48-42 1-7 24.43-38 11-17 25.49-43 12-18 26.36-31 7-12 27.32-27 6-11 28.26-21 17x26 29.34-30 25x23 30.33-29 24x33 31.39x6 23-28 32.38-32 20-24 33.32x23 19x28 34.42-38 28-32 35.37x28 26x37 36.28-23 18x29 37.6-1 12-17 38.1x34 37-41 39.34-39 24-30 40.39x25 41-46 41.44-39 17-22 42.27x18 13x22 43.35-30 22-27 44.38-33 8-13 45.30-24 14-19 46.25x3 19x30 47.40-35 46-32 48.35x24 32x49 49.3-26 49-32 50.45-40 32-5 51.24-20 15x24 52.26-48 24-29 X

Het witte plan met 26.36-31 is erg scherp. Gewoon 26.32-28 laat hem al goed spel. In diagram 7 neemt wit de doorbaak naar 6. Gewoon doorspelen met 28.37-32 is een mogelijkheid. Op 28...22-28 29.32x23 19x28 30.33x22 17x28 31.38-33! 12-17 32.33x22 24x33(of?) 33.39x28 8-12 34.35-30 is zwart definitief een schijf kwijt zonder veel compensatie.

Truus geeft aan, dat wit in diagram 9 te zuinig is. Bijgeven met 37.38-32 37x28 38.1-6 geeft meer verdediging. Ook kan hij later met 41...25-39 het gevaarlijkste stuk op het bord elimineren. Zonder de finesse 52...24-29! zou de winst voor zwart lastig zo niet onmogelijk zijn geweest. Tijdens het toernooi in Nijmegen speelde van den Berg drie partijen in de hekstelling. Het eindresultaat in de volgende partij doet wat onrechtvaardig aan:

Linssen,M. - Berg,van den,W. Nijmegen, 30-07-1988
16.32-27 17-21 17.26x17 12x32 18.38x27 11-17 19.48-42 7-12 20.43-38 17-21 21.37-32 21-26 22.41-37 6-11 23.32-28 16-21 24.27x7 18-23 25.7x18 23x41 26.36x47 26x48 27.38-32 13x22 28.32-27 22x31 29.33-28 24x22 30.39-33 48x30 31.35x2 1-6 32.2-16 31-37 33.16-43 37-42 34.47x38 22-27 35.44-39 27-31 36.43-48 20-24 37.48x26 3-8 38.26x3 14-20 39.3x14 20x9 40.38-32 25-30 41.40-34 X

De witte opstelling oogt aardiger dan hij is. Met schijf 8 op 7 zou de witte stand zelfs 'opgevenswaardig' zijn. Nu dreigt zwart het centrum af te sluiten met 1-7. Na 23.49-43 1-7 24.27-22 18x27 25.31x22 12-18 heeft zwart beter spel. Truus geeft aan, dat wit het 'dammetje na' niet op de meest optimale wijze neemt. Veel kansrijker is 23.32-28 16-21 24.27x7 18-23 25.7x18 23x41 26.36x47 26x48 27.49-43 13x22 28.33-28 22x42 29.47x38 24x42 30.43-38 X en er is geen enkel tegenspel. Na het positionele 23.32-28 1-7 of 23...12-17 heeft zwart wel veel gemakkelijker spel.