De achtergebleven schijf op veld 9 speelt zwart ernstig parten als hij de hekstelling constructief wil omsingelen. Sommige zwartspelers kiezen daarom voor handhaven van de spanning in het centrum met de bezetting van veld 22. Deze spanningen blijkt wit lang niet altijd te hoeven vrezen.

Teer,F. - Jager,de,E. NLD-chT 1a, 22-02-1992
16.31-27 17-21 17.26x17 11x31 18.37x26 7-11 19.42-37 18-22 20.47-42 12-18 21.32-28 1-7 22.28x17 11x22 23.37-31 7-11 24.31-27 22x31 25.26x37 18-22 26.37-32 8-12 27.36-31 12-18 28.32-28 3-8 29.28x17 11x22 30.31-26 6-11 31.34-30 25x23 32.33-29 24x33 33.39x6 18-22 34.44-39 8-12 35.40-34 23-28 36.6-1 12-17 37.1-6 16-21 38.42-37 21-27 39.38-32 27x38 40.43x23 19x28 41.39-33 28x30 42.35x24 20x29 43.26-21 17x26 X

Zwart heeft in de voorgaande fase steeds met finesses het witte spel aan banden gelegd. Voortdurend was 38-32 verhinderd door 18-23 en 24-29 of 24-30. Zonder het zetje uit de partij zou wit verloren staan. Veel beter dan 30...6-11? is 30...8-12! Wit staat voor een lastige keuze. De afwikkeling 31.29-23 19x28 32.38-32 28x48 33.33-29 24x33 34.39x10 kan nooit meer opleveren dan een benauwde remise.

De damzetten ingeleid door 30...8-12 31.38-32 18-23 32.29x7 hoeft wit niet al te zeer te vrezen. Truus stelt voor na 32...24-30 33.35x24 20x47 eerst te ruilen met 32-28x28 om zwart te verhinderen actief te worden met 22-27x27-32 etc. Na 30...8-12 31.38-32 heeft zwart weinig keus. Misschien kan 31...22-28. Handhaven van de spanningen met 32...12-17 is nauwelijks verantwoord. De opbouw 33.42-37 6-11 34.32-28! is kansloos.

Wit is degene, die voortdurend gedwongen spel heeft.  Zwart kiest bewust voor het innemen van een minder efficiënte opstelling in het centrum om de zetjes erin te houden. Op de 19e resp 27e zet wordt min of meer vrijwillig aangestuurd op een opstelling met 12-18. In diagram 3 zien we het juiste moment om dit plan in te zetten. Een zet later is een plan als 19...1-7 20.47-41 16-21? 21.26x17 11x22 22.32-28 7-11? 23.28x17 12x21 verhinderd door 34-30 en 33-28x7 X.

Poot,P. - Nas,M. NLD-chT 1a, 12-12-1987
19.42-37 16-21 20.26x17 11x22 21.32-28 1-7 22.28x17 12x21 23.38-32 8-12 24.43-38 21-26 25.49-43 3-8 26.47-42 18-22 27.36-31 12-18 28.32-27 7-11 29.38-32 18-23 30.27x18 23x12 31.42-38 12-17 32.32-28 17-22 33.28x17 11x22 34.35-30 X

Direct 21.32-28 is in deze opening een ernstige misgreep. Na 21.47-42 1-7 22.32-27 22x31 23.36x27 (of ook 22.32-28) ruilt wit zich los. Het enige moment, dat Peter zich daarna nog aan het noodlot kan onttrekken lijkt 24.37-31. Daarna is het plat.

Heusdens,R. - Rigterink,J. NLD-ch sf1, 31-01-1988
19.42-37 1-7 20.47-42 16-21 21.26x17 11x22 22.32-28 7-11 23.28x17 12x21 24.37-32 21-26 25.32-28 8-12 26.42-37 3-8 27.38-32 18-22 28.28x17 12x21 29.32-28 8-12 30.43-38 11-16 31.38-32 21-27 32.32x21 26x17 33.49-43 17-21 34.43-38 21-26 35.38-32 6-11 36.36-31 24-30 =

Hier een voorbeeld met 22.32-28. Zwart kan niet goed 23...11x22 slaan. Immers zowel 24.37-32, 24.38-32 als 24.37-31 zijn onduidelijk. De dammetjes na 24.37-32 of 24.38-32 18-23, 8-12, 24-29 resp. 24-30 zijn duur, maar kansrijk. Echter na 24.37-31 12-17 25.42-37 22-28 is zwart wat kaal aan de korte vleugel. Het partijverloop is niet geweldig voor zwart. 

In diagram 5 is de ruil 25...18-22 26.28x17 11x22 verhinderd door de bekende meerslagfinesse 27.29-23 19x28 28.34-30 25x34 29.39x10 28x37 30.10-5 X. Zwart neemt in diagram 6 de benen. Er is inderdaad geen goede mogelijkheid om de opsluiting te handhaven. De poging 36...12-17 37.31-27 17-21 strand op het zetje 38.37-31 26x37 39.32x41 21x23 40.29x18 13x22 41.33-29 X. De afwikkeling 36...12-17 37.31-27 17-22 38.28x6 19-23 39.29x18 13x42 faalt op 40.34-30 25x43 41.33-29 24x33 42.44-39 X (Truus).

In het volgende voorbeeld wikkelt zwart vanuit diagram 3 na het mislukken van de omsingeling op stijlvolle wijze af naar een open hekstelling, maar weet niet te winnen.

Mooser,R. - Gantwarg,A. NLD-ch open Nijmegen, 21-07-1991
19.42-37 18-22 20.32-28 1-7 21.28x17 12x21 22.26x17 11x22 23.38-32 8-12 24.37-31 12-18 25.32-27 3-8 26.47-41 22-28 27.33x22 24x33 28.39x28 18-23 29.22-18 23x21 30.31-26 13x22 31.26x28 7-12 32.44-39 12-18 33.43-38 6-11 34.49-43 11-17 35.41-37 8-12 36.39-33 19-24 37.37-32 17-21 38.36-31 14-19 39.34-29 9-13 40.31-27 25-30 41.43-39 20-25 42.29x20 15x24 43.28-22 21-26 44.32-28 12-17 45.22x11 16x7 46.38-32 18-22 47.27x9 19-23 48.28x19 24x4 49.35x24 26-31 50.40-34 31-36 51.32-27 36-41 =
 
Aanmerkelijk succesvoller is Nico Knoops. Maar hij is iets te gretig met 24...8-13 i.p.v. 24...9-13 en loopt later zelfs nog in een noodlottig zetje. 

Hoopman,P. - Knoops,N. Nijmegen, 25-07-1989
19.42-37 1-7 20.47-41 18-22 21.32-28 13-18 22.28x17 12x21 23.26x17 11x22 24.37-32 8-13 25.41-37 7-12 26.32-28 3-8 27.28x17 12x21 28.38-32 8-12 29.32-28 12-17 30.43-38 18-22 31.49-43 21-27 32.28-23 19x28 33.35-30 24x35 34.29-24 20x29 35.34x12 X

In het laatste voorbeeld een inhoudrijke partij, die pas in een laat stadium door zwart verloren wordt. Opgemerkt moet worden, dat hij in diagram 7 kan oversteken naar het voordelig verloop van de partij Poot - Nas via 25...16-21! etc.

Leemberg,N. - Bakker,Gerhard NLD-chC, 01-01-1988
19.42-37 7-11 20.47-42 17-22 21.32-28 1-7 22.28x17 11x22 23.37-31 8-12 24.31-27 22x31 25.26x37 18-22 26.37-32 12-17 27.32-28 16-21 28.36-31 3-8 29.31-26 6-11 30.42-37 11-16 31.38-32 7-12 32.43-38 24-30 33.35x24 19x30 34.40-35 20-24 35.29x20 15x24 36.44-40 22-27 37.34-29 14-19 38.29x20 25x14 39.35x24 19x30 40.40-34 30-35 41.34-29 27-31 42.49-44 31x42 43.38x47 21-27 44.32x21 16x27 45.45-40 17-21 46.26x17 12x21 47.40-34 21-26 48.29-24 26-31 49.28-23 8-12 50.33-29 12-17 51.39-33 17-22 52.23-18 31-36 53.29-23 27-31 54.18x27 31x22 55.34-30 22-27 56.24-19 13x24 57.30x10 9-14 58.10x19 27-31 59.19-14 31-37 60.14-10 36-41 61.47x36 37-42 62.10-4 42-48 63.23-19 48-37 64.19-13 37-23 65.13-8 23-40 66.8-2 40x49 67.2-7 X