De witspelers laten zich tegenwoordig niet meer afslachten in de hekstelling uit de 34-29 19-23 opening. Via actief optreden op de lange vleugel breken ze de kracht van de zwarte korte vleugel. De omsingelaars, die in diagram 1 hardnekkig blijven volhouden aan een te rooskleurige voorstelling van zaken worden het slachtoffer van finesses.
Hoopman,P. - Aalten,van,G. NLD-ch, 09-04-1993
1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.45-40 10-14 4.50-45 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31
14-20 7.41-37 10-14 8.46-41 4-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24
12.41-37 8-13 13.37-32 2-8 14.42-37 14-19 15.48-42 10-14 16.31-27 17-21 17.26x17
11x31 18.37x26 16-21 19.26x17 12x21 20.42-37 8-12 21.37-31 7-11 22.34-30 25x23
23.32-28 23x32 24.38x7 X
Zwart dient in diagram 2 rustig te werk te gaan. Na het vrijwel gedwongen 21...21-26 (op 6-11 volgt 29-23 en 34-30x6, terwijl 3-8? 31-27! pijnlijk is) beschikt wit over twee afwikkelingen. Verleidelijk maar niet erg best is de damzet 22.32-27 26x37 23.36-31 37x26 24.27-21 26x17 25.29-23 18x29 26.34x23 19x28 27.33x2 13-18 en zwart staat goed. Beter is het simpele ruiltje 22.32-28 26x37 23.28-22 18x27 24.29-23 19x28 25.33x42. Zwart heeft dan weinig aan 24-29 en 25-30x18. Na 25...14-19 25.34-29 24x33 26.39x28 20-24 ontstaat een interessante stelling.
Zwart
heeft in diagram 3 behoefte aan een leukere voortzetting. Het verloop 20...6-11
21.37-31 11-16 is verdienstelijk. Echter na 20...6-11 21.32-28 11-16 22.28-22
18x27 23.29-23 19x28 24.33x31 14-19 25.38-32 en 26.34-29x28 begint de partij
opnieuw met overigens goede kansen voor zwart. Een beter idee lijkt 20...7-12.
Op 21.32-28 kan dan 21...12-17. Na 21.37-31 6-11 22.31-26 11-16 (of ook
22...12-17?!) 23.26x17 12x21 24.32-28 8-12 25.28-22 18x27 26.29-23 19x28
27.33x31 14-19 staat het niet lekker aan de witte lange vleugel.
Nitsch,P. - Hoopman,P. NLD-ch sf1, 09-02-1991
20.32-28 21-26 21.42-37 6-11 22.38-32 11-16 23.43-38 7-11 24.37-31 26x37
25.32x41 11-17 26.41-37 17-21 27.49-43 21-26 28.38-32 1-6 29.47-42 16-21
30.42-38 18-22 31.28x17 21x12 32.32-28 12-17 33.38-32 17-21 34.37-31 26x37
35.32x41 8-12 36.36-31 12-18 37.31-26 18-22 38.26x17 22x11 39.41-37 3-8 40.43-38
11-17 41.38-32 17-21 42.28-23 19x28 43.33x22 24x33 44.39x28 14-19 45.37-31 19-24
46.35-30 24x35 47.31-26 20-24 48.26x17 24-30 49.34-29 30-34 50.29-23 8-12
51.17x19 34-39 52.44x33 35x44 =
De
materiaal verhouding tussen de witte lange vleugel en de zwarte korte vleugel is
kritisch. Hier hebben we een witspeler, die zich rustig laat uitputten. Het
blijkt nog helemaal niet duidelijk. Voortdurend moet zwart rekening houden met
de opstoot 28-23x23. Hij moet allerlei bevrijdingen toelaten. Veel alternatieven
heeft hij niet. Het schijnoffer 26...18-22 27.28x17 7-12 28.32-28 12x21 29.36-31
8-12 30.38-32 in diagram 4 ziet er niet goed uit voor zwart.
Zwart moet het in dit soort stellingen (diagram 5) vaak hebben van het sluiten van de stelling met 18-22 en 16-21. Hier is 26...18-22 27.38-32 16-21 28.37-31 21-26 29.48-43 26x37 30.32x41 geen goed plan. Schijf 22 dreigt ingeklemd te worden. Ook na 26...8-12 28.36-31! komt zwart onder grote druk te staan.
Wit houdt voortdurend de druk op de ketel. De formatie 34,39,43 is belangrijk voor de dreiging 28-23x23. Maar ook de dubbele dreiging 30...8-12? 31.28-22 18x27 32.29-23 19x28 33.33x31 hangt ervan af. Vandaar dat hij eerst met schijf 47 speelt. Op 30...6-11? volgt 28-23 en 33-28x7 X. De terugruil 30...21-27 31.32x21 26x17 faalt op de bekende finesse 32.35-30, 28-23, 29-24x21 X.
Schippers,T.
- Kuijstermans,C. NLD-chT, 26-09-1987
20.32-28 8-12 21.38-32 6-11 22.36-31 12-17 23.31-26 11-16 24.42-37 17-22
25.26x17 22x11 26.47-41 16-21 27.41-36 11-16 28.36-31 21-26 29.43-38 7-11
30.32-27 11-17 31.35-30 24x35 32.28-23 19x28 33.33x11 16x7 34.27-21 26x17
35.29-24 20x29 36.34x21 14-19 37.39-33 13-18 38.37-32 9-13 39.32-28 25-30
40.31-27 15-20 41.28-22 20-24 42.38-32 19-23 43.44-39 35x44 44.49x40 23-29
45.21-16 29x38 46.32x43 30-35 =
Wit doet er verstandig aan rustig te werk te gaan. De opmars van schijf 36 hoort er niet bij. Wit komt hier nog met de schrikt vrij na 30...11-17? 31.35-30 etc. met beter spel. Hij weet er overigens niet veel van te maken (37.40-34 is beter). In de diagramstand staat wit volgens Truus vrijwel verloren. Er dient dan 30...3-8 31.49-43 8-12 te volgen. De afwikkeling 32.27-21, 28-22, 29-23, 34-30x6 is slecht, maar nog niet geheel duidelijk. De terugruil 32.37-32 26x37 33.32x41 1-7 32.38-32 12-17 33.41-36 17-21 34.43-38 18-23 35.29x18 13x31 36.36x27 7-12 37.34-29 9-13 38.40-34 11-17 39.27-22 12-18 etc. is troosteloos voor wit. Wel typisch een Truus winst. Zelf zou ik nooit op het idee komen om 34...18-23 te ruilen.
Nagels,L.
- Karman,L. NLD-chC sfb, 01-01-1991
20.42-37 8-12 21.47-41 6-11 22.32-28 12-17 23.38-32 18-22 24.43-38 3-8 25.49-43
8-12 26.28-23 19x28 27.32x23 12-18 28.23x12 7x18 29.37-32 14-19 30.32-28 9-14
31.41-37 11-16 32.37-31 21-26 33.38-32 26x37 34.32x41 16-21 35.43-38 21-26
36.38-32 26-31 37.36x27 22x31 38.41-36 1-7 39.36x27 7-12 40.28-22 17x37 41.27-22
18x27 42.29-23 19x28 43.33x42 14-19 44.34-29 24x33 45.39x28 13-18 46.42-37 12-17
47.37-31 17-21 48.40-34 21-27 49.31x24 20x49 X
De opbouw met (20...8-12) 21.47-41 vanuit diagram 3 is niet best voor wit. Naar voren slaan vanuit diagram 8 na 26.28-23 19x28 27.32x23 12-18 28.23x12 7x18 is vereist, omdat 28...17x8 29.38-32 altijd een bevrijdende drie om drie geeft. Wel beter is vanuit diagram 9 de zet 29.38-32. Er dreigt een drie om drie. Na 29...14-19 kan 30.33-28 24x33(?) 31.28-23 X. Op 29...13-19 30.32-28 11-16 31.43-38 dreigt een dam, terwijl 31...9-13 32.38-32 1-6 33.36-31 21-26 34.41-36 16-21 35.28-23 en 33-28 tot bevrijding leidt. De twee om twee 31...18-23 32.29x27 21x23 33.38-32 9-13 34.33-29 leidt tot niets. Een alternatief voor zwart na 29.38-32 is 29...22-27. Weglopen mag met 32-28 niet, vanwege het dammetje 17-22, 24-30 en 18-23. Na 30.43-38 houdt zwart voordeel. Truus komt met de afwikkeling 29.38-32 22-27 30.35-30 27x49 31.30x8 18-23 32.29x18 17-22x3 en zwart gaat winnen.
De
stand blijft ook in de partij uitermate ingewikkeld. Truus geeft aan, dat in
diagram 10 de zet 31.36-31 beter is. De achterloop 31...21-26 faalt op de
plakker 32.29-23 26x46 33.23x21 46x23 34.34-30 X. Aangezien zwart de zet 31-26
niet mag toelaten, heeft hij niet beter dan 31...22-27 32.31x22 18x27 33.35-30
24x35 34.28-23 19x28 35.33x31 en wit redt het wellicht nog wel.
Na het gespeelde 31.41-37 11-16 mag 32.38-32 niet vanwege de omknelling 32...22-27 33.43-38 18-22 X. Na 31.41-37 11-16 32.37-31 mag zwart natuurlijk 31-26 niet toelaten. Voldoende verdediging geeft daarom nog 32...21-26 33.31-27 22x31 34.36x27 17-21 35.29-23 18x29 36.34x23 21x32 37.28x37 19x28 38.33x22.
In diagram 11 speelde zwart 35...21-26. Dat is gebaseerd op het feit, dat de afwikkeling 35-30, 28-23, 29-24x21 positioneel verloren is voor wit. Maar het partijverloop is niet voldoende. Daarom had hij er beter aangedaan om 35...1-6 36.41-37 6-11 37.38-32 22-27 38.28-23 27x38 39.23x12 17x8 40.33x42 24x33 41.39x28 19-24 42.37-31 21-26 43.34-30 26x48 44.30x10 15x4 45.40-34x15 = te spelen. Truus adviseert overigens op meerdere momenten 22-27.
Tak,van
der,C. - Rigterink,J. NLD-chT, 20-02-1988
20.42-37 6-11 21.32-28 8-12 22.47-41 12-17 23.38-32 18-22 24.37-31 21-26
25.31-27 22x31 26.36x27 11-16 27.41-37 7-12 28.28-22 17x28 29.33x22 24x33
30.39x28 19-24 31.44-39 24-29 32.34x23 25-30 33.35x24 20x18 34.39-34 14-19
35.40-35 9-14 36.45-40 15-20 37.34-30 1-6 38.43-38 3-9 39.22-17 (of?) X
Wit let in deze partij wat beter op en speelt aan de lange vleugel op een moment, dat er nog wat te halen valt. Het mag evenwel niet baten. Op de 39ste zet moet hij offeren, omdat hij anders het slachtoffer wordt van de wending 39...6-11 gevolgd door 40...16-21 X. Tot slot een voorbeeld, waarin zwart een uitstekend resultaat weet te bereiken door de ruil naar 21 enkele zetten uit te stellen. Heel mooi zoals zwart steeds met kleine finesses bevrijdingen weet te voorkomen.
Vandenberg,Y. - Koifman,I. EU-ch, 26-02-1992
16.31-27 17-21 17.26x17 11x31 18.37x26 6-11 19.42-37 1-6 20.47-41 16-21 21.26x17
12x21 22.32-28 21-26 23.38-32 18-22 24.28x17 11x22 25.32-28 7-11 26.28x17 11x22
27.37-32 8-12 28.41-37 12-17 29.32-28 17-21 30.28x17 21x12 31.43-38 12-18
32.38-32 19-23 33.32-27 18-22 34.27x18 23x12 35.37-32 25-30 36.34x25 14-19
37.25x23 13-18 38.29x20 18x27 39.49-43 15x24 40.43-38 26-31 41.39-33 31-37
42.44-39 27-32 43.38x27 37-42 44.33-28 42-48 45.40-34 12-17 46.28-23 48-37
47.23-18 37-28 0-2 (1.59/1.27)