Uitputten van de vrije schijven buiten de opsluiting is een techniek om als omsingelaar in een hekstelling tot voordeel te komen. In de variant van de hekstelling uit de 34-29 19-23 opening zagen we in de voorgaande afleveringen reeds dat het zwart niet slecht vergaat, zelfs al doet hij het 'fout'. Dit keer aandacht voor de hoofdvariant.
Hoogterp,J. - Spanjer,H., NLD-ch sf3,
06-02-1990
1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.44-40 10-14 4.50-44 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31
15-20 7.41-37 10-15 8.46-41 4-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24
12.41-37 9-13 13.37-32 14-19 14.32-28 17-21 15.26x17 11x22 16.28x17 12x21
17.38-32 10-14 18.32-28 7-12 19.43-38 2-7 20.38-32 21-26 21.42-37 18-22 22.28x17
12x21 23.32-28 7-12 24.47-42 6-11 25.42-38 12-17 26.38-32 3-9 27.48-43 8-12
28.43-38 1-6 29.49-43 12-18 30.28-23 19x28 31.32x12 17x8 32.38-32 14-19 33.32-28
9-14 34.37-32 26x37 35.32x41 21-26 36.41-37 16-21 37.43-38 11-16 38.36-31 8-12
39.38-32 6-11 40.31-27 12-18 41.28-22 25-30 42.34x25 19-23 43.40-34 23-28
44.32x12 21x41 45.22-17 11x22 46.12-7 41-46 47.7-2 13-19 48.45-40 46-41 49.34-30
41-47 50.2-7 47-36 51.7-1 X
Zwart
speelt eerst op de lange vleugel om de vijandelijke stukken naar voren te
lokken. Deze vroege verklaring op de lange vleugel heeft het voordeel, dat
bevrijdingen met de twee om twee 34-30x30 eruit zijn. Daarentegen brengt het de
minder ernstige bevrijdingen 28-22 (18x27) 29-23x31 in de stand. Eerder zagen we
enige voorbeelden, waarin wit langer wacht met de bezetting van veld 28, dan
zwart tempi heeft en met: 14.42-37 10-14 15.47-41 3-9 16.48-42 17-22 17.32-28
11-17 18.37-32 18-23 19.29x27 24-29 20.33x24 20x29 21.34x23 16-21 22.27x16 17-22
het slachtoffer wordt van een toch wel bezwaarlijk dammetje.
Zwart
sluit in deze stelling veld 9 Een goede reden kan ik niet vinden. Immers op
26...8-12 is 27.32-27 geen dreiging. Na 27.32-27 21x41 28.36x47 26x37 29.47-41
37x46 30.48-43 46x23 31.29x9 24-30 blijft wit een schijf achter. Het stuk op
veld 9 hindert later de zwarte opbouw (diagram 3):
In de
partij speelt zwart 32...14-19. De voortzetting 32...8-12 heeft last van
33.34-30 25x23 34.33-29 22x33 35.39x17 11x22 36.44-39 en de
opsluitingsmogelijkheid aan de witte lange vleugel is weinig waard, omdat wit
meer vrije schijven heeft. Het positioneel aangewezen 32...13-18 faalt op de
damzet 33.35-30 24x35 34.29-24 20x49 35.39-33 49x27 36.31x2 21-27 37.44-39 35x44
38.39x50 en zwart moet werken voor de remise. Niet goed is de doorbraak
38...16-21 39.2x16 27-31 40.16x5 31x42 wegens 41.34-30 en 33-29x48 X (Truus).
Wit lijkt in diagram 4 aan het langste eind getrokken te hebben. Echter het offer 41...25-30 42.34x25 19-23 gooit roet in het eten. De reactie 43.40-34 is vindingrijk. Immers 43.39-34 13-19 X en 43.35-30 zijn erg slecht. Na het koelbloedige 43.40-34! 13-19 44.22x13 19x8 45.34x23 24-30 46.35x24 20x49 47.27-22 redt wit zich moeiteloos. Het partijverloop geeft nog wat kansen. Damhalen op 47 verdient de voorkeur voor zwart. Als laatste mist wit de grappige remise 51.29-23=.
Diagram
5 is afkomstig uit de partij J. Giphart - H.Clasquin, 30-9-1988. Dit is een van
de weinige partijen vanuit diagram 1, die niet verloren werd dor wit. Zwart is
net afgeweken van bovenstaande partij met 24...12-18. Eerst 24...6-11 en daarna
pas 25...12-18 is iets nauwkeuriger.
25.42-38 6-11 26.48-43 11-17 27.38-32 17-22 28.28x17 21x12 29.31-27 3-9 30.43-38 1-6 31.32-28 16-21 32.27x16 18-22 33.28x17 12x21 34.16x27 19-23 35.29x18 13x42 36.38x47 24-30 37.35x24 20x38 38.34-29 14-20 39.39-33 9-13 40.33x42 en zwart wist zich nog te redden.
De
opbouw uit de voorgaande partij met 25.42-38 6-11 26.38-32 1-6 27.49-43 8-12
28.43-38 12-17 verdient overweging. Na 29.48-42 17-22 30.28x17 11x22 31.31-27
22x31 32.36x27 6-11 33.27-22 18x27 34.29-23 19x28 35.33x31 staat wit niet
lekker. Bijvoorbeeld 35...24-29 36.34x23 25-30 37.35x24 20x18 geeft zwart
controle over veld 27. Vanuit diagram 6 de ruil 28.28-23 vrijwel onspeelbaar,
omdat schijf 3 nu niet op veld 9 staat.
Het partijverloop is aanmerkelijk minder. In diagram 7 is de voortzetting 30.43-38 gedwongen. Na 30.32-28 volgt 16-21, 18-22 en 19-23x42 X. Zwart mist vervolgens 30.43-38 19-23! 31.27-22 18x27 32.29x7 1x12 33.32x21 26x17! en wit heeft grote opbouwproblemen. Na de foutzet 30.43-38 1-6 31.32-28 heeft zwart niet beter, dan het partijverloop. Immers 31...6-11 32.49-43 11-17 33.35-30, 27-21 en 28-23x11 is slecht, terwijl 32...12-17 faalt op de damzet 35-30, 28-23 en 29-24x3 X.
De
opstelling met 12...8-13 in plaats van 12...9-13 in deze opening kan leiden tot
belangrijke verbeteringen in de opstelling van de zwarte stukken. Diagram 8 is
afkomstig uit de partij J. Giphart - C. Strooper, Goffert, 24-7-1989. De
schijven 3 en 9 komen volledige ten goede aan de vleugel, waar ze nodig zijn. De
finesse 25-30, 24-30, 20-24x41 dwingt wit tot behoedzaamheid.
24.37-32 26x37 25.32x41 3-8 26.41-37 21-26
27.36-31 16-21 28.48-43 7-11 29.43-38 12-17 30.38-32 17-22 31.28x17 21x12
32.32-28 12-18 33.31-27 8-12 34.27-22 18x27 35.28-23 19x28 36.33x31 24x33
37.39x28 14-19 38.44-39 12-18 39.49-43 18-22 40.28x17 11x22 41.47-42 6-11
42.42-38 11-17 43.38-32 17-21 44.34-30 25x34 45.40x29 13-18 46.45-40 19-23
47.40-34 2-7 48.35-30 20-25 49.30-24 7-11 50.39-33 11-16 51.33-28 22x33 52.29x38
18-22 X
Zwart
toont zich te ambitieus. Na 29...12-17? kan wit nog op een acceptabele wijze
loskomen. Veel beter is 29...12-18. De bevrijding 30.37-32 26x37 31.32x41 8-12
32.28-22 geeft zwart veel gemakkelijker spel. Het alternatief 29...12-18
30.38-32 8-12 31.31-27 19-23! 32.28x17 11x42 33.47x38 geeft zwart een goed
eindspel. Op 29...12-18 30.38-32 8-12 31.49-43 12-17 32.31-27 26-31 33.27x7
31x42 34.47x38 2x11 heeft zwart wederom kansrijk geofferd (truus).
Tenslotte moet nog opgemerkt worden, dat wit
de verkeerde bevrijding neemt. Natuurlijk had 34.37-31, 35.27-22 en 28-23x42x28
genomen moeten worden met eveneens tamelijk lastige positie voor wit (diagram
10). De formatie 45, 40, 35, 34 staat immers buitenspel. De zwarte randschijf 25
is alleen een probleem in klassieke standen als wit ook het centrum onder
controle heeft. In deze situatie is schijf 28 een dankbaar aanknopingspunt.
Zwart dreigt hem vanaf veld 22 onder druk te zetten (14-19, 12-18 etc.). Wit
blijkt er meestal verstandig aan te doen de korte vleugel zo snel mogelijk te
ontwikkelen met 34-30x29 en de komende belegering moedig onder ogen te zien:
(14-19) 49-43 (12-18) 34-30 etc.
Es,van,T.
- Bokhoven,van,T. Alblasserdam oc, 26-05-1989
13.38-32 14-19 14.32-28 10-14 15.37-32 17-21 16.26x17 11x22 17.28x17 12x21
18.32-28 21-26 19.42-37 16-21 20.37-32 26x37 21.32x41 21-26 22.43-38 6-11
23.41-37 11-16 24.38-32 16-21 25.49-43 18-22 26.28x17 21x12 27.32-28 12-18
28.43-38 7-11 29.38-32 11-16 30.48-42 1-6 31.42-38 16-21 32.36-31 6-11 33.31-27
11-16 34.47-42 8-12 35.28-22 12-17 36.22x11 16x7 37.27x16 19-23 38.35-30 24x35
39.33-28 13-19 40.39-33 3-9 41.44-39 35x44 42.39x50 2-8 43.37-31 26x48 44.45-40
48x30 45.40-35 23x34 46.35x11 X
Ook in deze partij, die met enkele zettenwisselingen tot de hoofdvariant herleid kan worden, gaat de zwartspeler langdurig aan de leiding. In diagram 11 moet wit het hebben van bevrijdingen als 27-22 en 28-23x31 of de uitbraak naar veld 22 en 17. De ruil 35.27-22 18x27 36.28-23 19x28 37.33x31 24x33 38.39x28 ziet er acceptabel uit. Maar de zwarte stelling is zo flexibel, dat van een dynamisch evenwicht sprake lijkt. Aanmerkelijk beter dan de partijvoortzetting is de ruil 35.28-23 19x28 36.33x22 24x33 37.39x28. Op 37...14-19 kan wit uitrbeken met 22-17. Truus beantwoordt de partijvoortzetting 35.28-22? met 35...3-9! 36.33-28 24x33 37.38x29 20-24 38.29x20 15x24 en zwart wint minstens een schijf. Bijvoorbeeld 39.42-38 18-23 40.22-17 24-29 41.17x8 29-33 X.
Stenekes,B.
- Jong,de,D. NLD-chT 1b, 25-10-1986
13.37-32 14-19 14.32-28 10-14 15.38-32 17-21 16.26x17 11x22 17.28x17 12x21
18.32-28 7-11 19.43-38 2-7 20.49-43 7-12 21.38-32 21-26 22.43-38 26x37 23.42x31
11-17 24.47-42 1-7 25.42-37 7-11 26.48-42 17-22 27.28x17 11x22 28.32-28 3-9
29.28x17 12x21 30.37-32 21-26 31.31-27 19-23 32.35-30 24x35 33.33-28 14-19 etc.
In diagram 12 lijkt de stand niet te kloppen voor zwart. Weliswaar werken simpele oplossingen als 28.32-28 niet. Maar 31-27x27, 31-27x26 of 31-26 kunnen toch niet goed zijn voor zwart ? Op 28.31-27 22x31 29,36x27 komt Truus met het dodelijke 29...25-30! 30.34x25 19-23. Plakken met 30.35-30 of laten slaan geeft een simpel dammetje op 47. Sluiten kan niet vanwege soortgelijke dammetjes: 40-34 (24-30) en (14-19) X.
Eveneens onspeelbaar is de beginzet 28.31-27 22x31 29.37x26 25-30! 30.34x25 19-23 31.42-37 23x43 32.38x49 14-19 X. Alleen 28.31-26! 25-30 29.34x25 19-23 30.33-28 23x43 31.28x17 12x21 32.38x49 21-27 33.32x21 16x27 is nog te doen voor wit. Volgens Truus zou de verdediging moeten beginnen met 34.49-43 18-22 35.43-38 22-28 36.44-39 13-18 37.39-34 (dreigt 34-29x29) 28-33 38.38x29 24x33 39.35-30 18-23 40.37-31. Zeker is, dat de zet 26.48-42? vlak voor het bereiken van de diagramstand geen hoogvlieger was voor wit.