Hekstellingen zijn een wat ouderwets systeem, dat zich de laatste tijd in hernieuwde belangstelling mag verheugen. Wit probeert een sterke centrumstand op te bouwen en de situatie combinatief naar zijn hand te zetten. Zwart probeert de vrije stukken zoveel mogelijk uit te dunnen en het restant vast te zetten. De ervaring in andere hekstellingopeningen leert, dat het uitdunnen van vrije stukken gemakkelijker is met ontwikkelingsvoorsprong voor de omsingelaar. Daarom lijkt het belangrijk voor zwart om de tempi uit te spelen en wit naar veld 28 te lokken alvorens aan het ruilen te slaan. De voortijdige ruil 13...17-21 zou niet goed moeten zijn.
Gantwarg,A.
- Leandro,J. Wch, 15-10-1988
1.33-29 20-25 2.39-33 15-20 3.44-39 10-15 4.50-44 5-10 5.31-26 19-23 6.37-31
14-19 7.41-37 10-14 8.46-41 4-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24
12.41-37 9-13 13.37-32 17-21 14.26x17 12x21 15.32-28 21-26 16.38-32 26x37
17.42x31 14-19 18.47-41 10-14 19.41-37 16-21 20.43-38 21-26 21.31-27 7-12
22.49-43 1-7 23.48-42 11-17 24.27-21 7-11 25.21-16 2-7 26.28-23 19x28 27.32x23
14-19 28.23x14 20x9 29.29x20 25x14 30.38-32 17-22 31.43-38 12-17 32.35-30 7-12
33.16x7 12x1 34.34-29 17-21 35.40-34 6-11 36.30-24 1-6 37.45-40 11-16 38.33-28
22x33 39.39x28 14-19 40.34-30 21-27 41.32x21 16x27 42.37-32 26-31 43.32x21 31-37
44.42x31 19-23 45.28x19 15-20 46.24x15 13x42 47.31-26 9-14 48.30-25 42-47
49.25-20 14x25 50.15-10 47-38 51.21-16 1-1
Wit is
erin geslaagd zijn centrum overtuigend te handhaven. Maar het is de vraag of hij
daar nu echt blij moet zijn. De moeilijkheid is de opsluiting te verbreken
zonder al het 'voordeel' weer kwijt te raken. Na 23.28-23 19x28 24.32x23 13-19
25.48-42 19x28 26.33x13 8x19 27.38-32 24x33 28.39x28 valt de schade mee. Alle
belangrijke formaties zijn er nog, zodat nadelig klassiek niet gevreesd hoeft te
worden. Anders is de situatie na 24...14-19xx14. Het stuk op 27 is dan niet te
handhaven voor wit. De terugruil 23.37-31 26x37 24.32x41 faalt op het dammetje
18-22, 8-13, 19-23 en 24-30x49 X.
De partijvoortzetting 23.48-42 kan ook beantwoord worden met 23...11-16! 24.28-23 19x28 25.32x23 14-19xx14 en de witte lange vleugel wordt onder de voet gelopen. Ook 25...13-19 26.38-32 19x28 27.33x13 8x19 28.43-38(?) 24x33 29.39x28 19-24 is een idee en wit heeft weinig speelvrijheid.
Terugzoekend in de partij zijn in diagram 3 alternatieven als 21.49-43 en 21.48-42 weinig aantrekkelijk, wegens de ruil 21...18-22x22. Op 21.49-43 18-22 22.28x17 11x22 23.48-42 3-9 is de enige speelbare zet 24.32-27. Na 24...8-12 25.27x18 13x22 26.31-27 22x31 27.36x27 6-11 heeft zwart best wat bereikt. Ook op 21.48-42 18-22 22.28x17 11x22 23.31-27 8-12 heeft wit niet anders dan de ruil 24.29-23 om het vege lijf te redden. Aangezien 24.32-28 last heeft van de wending 25-30, 24-30 en 20-24x41.
Schotanus,A.
- Heerde,van,P. NLD-chT, 17-11-1979
1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.44-40 10-14 4.50-44 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31
14-20 7.41-37 10-14 8.46-41 4-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24
12.41-37 9-13 13.37-32 17-21 14.26x17 12x21 15.32-28 21-26 16.38-32 26x37
17.42x31 16-21 18.43-38 21-26 19.47-42 26x37 20.42x31 7-12 21.48-42 11-17
22.42-37 6-11 23.32-27 11-16 24.27-22 18x27 25.31x11 16x7 26.38-32 14-19
27.36-31 10-14 28.49-43 7-11 29.43-38 2-7 30.31-26 12-18 31.32-27 11-16 32.38-32
7-12 33.26-21 1-6 34.28-23 19x28 35.33x22 24x33 36.39x28 14-19 37.37-31 20-24
38.34-29 24x33 39.28x39 6-11 40.31-26 11-17 41.22x11 16x7 42.39-33 15-20
43.33-28 20-24 44.28-22 18-23 45.21-17 12x21 46.27x16 23-29 47.44-39 8-12
48.22-17 12x21 49.26x17 7-12 50.17x8 13x2 51.39-34 19-23 52.16-11 3-8 53.11-6
25-30 54.34x25 29-33 55.6-1 23-28 56.32x23 33-38 57.23-18 8-12 58.18x7 2x11
59.1-6 11-16 60.6-50 X
Volgens de theorie, dat ontwikkelingsvoorsprong belangrijk is, zou wit in de diagramstand werkelijk voortreffelijk moeten staan. Hij staat wel 8 tempi naar voren. De partij wijst evenwel uit ondanks zijn latere overwinning, dat hij in werkelijkheid in grote nood is. Truus geeft ter illustratie 31.32-27 3-9 32.27-21 11-16 33.37-32 16x27 34.32x21 8-12 35.38-32 1-6 36.32-27 18-23 37.29x18 12x32 38.27x38 19-23 met een troosteloze stand. Beter dan de partijvoortzetting is 31.32-27 11-16 32.38-32 8-12! en zwart heeft meer greep op de stand, dan in de partij.
Wit
staat in de diagramstand zeer slecht. Na 31.26-21 11-16 32.32-27 8-12 33.27-22
16x27 34.22x31 3-9 valt er niets meer te doen tegen de dreiging 18-23x23 met
dodelijke omknelling. Op 31.28-22 18x27 32.32x21 is 32...11-17 33.21x12 7x18 met
kettingstelling het effectiefst. Immers de bevrijding 34.29-23 18x29 35.34x23
18x29 36.33x22 faalt op 36...13-18 X.
Een paar zetten terug was er nog weinig aan de hand.
Immers tegen een bevrijding als 23.49-43 en 24.34-30 is geen kruid gewassen.
Kennelijk achtte wit het voordeel na deze bevrijding onvoldoende. De twee
om twee 34-30x30 is in de variant met tweemaal 42x31, hoewel niet bijzonder
gevaarlijk, niet goed uit te stand te halen. Een enkeling produceert in wanhoop
de zet 13-19. Het ruiltje 20...18-22 21.28x17 11x22 is veel te scherp. Op
allerlei manieren kan wit het stuk onder vuur nemen. Ook kan hij spelen op de
finesse uit de partij:
Hoopman,P.
- Woolschot,B. Nijmegen, 25-07-1989
1.34-29 19-23 2.39-34 14-19 3.44-39 10-14 4.50-44 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31
14-20 7.41-37 10-14 8.46-41 4-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24
12.41-37 9-13 13.37-32 17-21 14.26x17 12x21 15.31-26 7-12 16.26x17 12x21
17.32-28 21-26 18.36-31 26x37 19.42x31 18-22 20.28x17 11x22 21.38-32 14-19
22.32-28 1-7 23.28x17 7-11 24.43-38 11x22 25.38-32 2-7? (diagram) 26.32-27 3-9 27.27x18
13x22 28.35-30 X.
Schijf 31 hindert wit bij het uitbouwen van zijn centrum.
Daarom nemen veel witspelers het zeker voor het onzekere en lopen achter met
31-26. Dat speelt natuurlijk echter de zwarte uitdunning tactiek in de kaart.
Nauwkeurigheid is vereist om te gemakkelijke bevrijdingen te voorkomen.
Mooser,R.
- Hilberink,E. NLD-chT, 04-01-1992
1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.45-40 10-14 4.50-45 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31
14-20 7.41-37 10-14 8.46-41 4-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24
12.41-37 9-13 13.37-32 17-21 14.26x17 12x21 15.31-26 7-12 16.26x17 12x21
17.32-28 2-7 18.42-37 21-26 19.37-32 16-21 20.36-31 26x37 21.32x41 21-26
22.48-42 11-16 23.42-37 16-21 24.41-36 18-22 25.28x17 21x12 26.38-32 6-11
27.43-38 11-16 28.32-28 7-11 29.36-31 11-17 30.31-27 17-21 31.37-32 14-19
32.49-43 10-14 33.47-42 12-18 34.42-37 1-6 35.28-22 3-9 36.35-30 24x35 37.33-28
6-11 38.28-23 19x17 39.37-31 26x28 40.29-24 21x32 41.38x27 20x29 42.34x3 17-22
43.27x18 13x22 44.3-17 9-13 45.17x6 14-19 46.39-34 19-24 47.34-30 25x34 48.40x20
15x24 49.43-38 24-29 50.44-39 13-19 =
Zwart verliest hier het belangrijke tempo 17...2-7? en geeft daarmee wit de kans tot 34-30x30. In de partij taalt deze daar niet naar. Na 17...2-7? 18.42-37 21-26 19.37-32 is het gewenste ruiltje 19...18-22 20.28x17 11x22 geen oplossing, omdat nu 34-30 en 32-28x9 kan. In plaats daarvan is direct 17...21-26 uit de vorige partij handiger. Op 18.36-31 26x37 19.42x31 16-21 is 20.38-32 verhinderd door 24-30 en 18-23 X. Na 20.31-26 2-7 21.26x17 11x22 22.28x17 7-12 heeft witte lange vleugel en centrum een fikse aderlating ondergaan. Het verloop 17...21-26 18.42-37 18-22 19.28x17 11x22 20.37-32 14-19 is bevredigend voor zwart. Het idee om zonder eerst een flinke ontwikkelingsvoorsprong te verwerven de ruil 34-30x30 eruit te halen met de opbouw 14-19 is wat te enthousiast.
Okken,J. - Giphart,J. Nijmegen, 27-07-1988
1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.45-40 10-14 4.50-45 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31
14-20 7.41-37 10-14 8.46-41 4-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24
12.41-37 9-13 13.37-32 17-21 14.26x17 12x21 15.32-28 21-26 16.38-32 26x37
17.42x31 14-19 18.43-38 10-14 19.48-42 7-12 20.42-37 11-17 21.49-43 17-21
22.31-26 2-7 23.26x17 12x21 24.36-31 21-26 25.31-27 6-11 26.47-41 7-12 27.28-23
19x28 28.32x23 14-19 29.23x14 20x9 30.29x20 25x14 31.33-28 14-19?(12-17! is veel
beter) 32.38-32 18-23
33.34-29 en wit behield belangrijk overwicht in het centrum.
Wit kan
in plaats van te ruilen ook overwegen de stand te sluiten met 42-37 om zo snel
mogelijk de dreiging 28-23x23 in de stand te brengen. een mogelijk bezwaar kan
de ruil 18-22x22 zijn. Sally de Jong bewijst dat dat probleem meevalt:
Jong,de,S. - Klaveren,van,H. NLD-chT 1a, 12-09-1987
1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.45-40 10-14 4.50-45 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31
14-20 7.41-37 9-14 8.46-41 4-9 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24
12.41-37 9-13 13.37-32 17-21 14.26x17 12x21 15.32-28 21-26 16.42-37 18-22
17.28x17 11x22 18.38-32 13-18 19.43-38 8-13 20.47-42 2-8 21.49-43 13-19 22.31-27
22x31 23.36x27 16-21 24.27x16 18-22 25.32-28 X.
Wit dreigt in de diagramstand met de bevrijding 34-30 en 33-28x30. Als zwart een
behoorlijk tempo zou hebben, dan was dat nog niet zo erg. Op 21...7-11 is de truc
22.32-27 13-19 23.37-32 26x28 24.42-37 22x42 25.33x2 42x33 26.39x28 24x22
27.2x30 een probleem. Op 21...6-11 zit er een afdoende vangstelling in. Maar dan
beslist 22.32-28 11-17 23.37-32 26x37 24.42x31 X. Na 21...7-12 22.32-27 3-9
23.35-30 24x35 24.29-23 18x29 25.27x7 1x12 26.34x23 25-30 27.40-34 35-40 houdt
zwart zich staande. Dat is ook het geval na 21...14-19 22.29-23 etc.