Andreiko,A. - Soeplin,R. Yalta, 00-07-1964
1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.45-40 10-14 4.50-45 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31 14-20 7.41-37 10-14 8.46-41 4-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24 12.41-37 9-13 13.38-32 14-19 14.43-38 10-14 15.49-43 17-22 16.47-41 11-17 17.32-28 3-9 18.37-32 18-23 19.29x27 24-29 20.33x24 20x29 21.34x23 16-21 22.27x16 17-22 23.28x17 19x46 24.39-33 12x21 25.16x27 14-20 26.40-34 7-12 27.44-39 46-10 28.33-28 10x16 29.31-27 16x32 30.38x27 6-11 31.42-38 11-17 32.38-33 13-18 33.43-38 8-13 34.48-42 1-7 35.38-32 9-14 36.42-38 18-23 37.33-28 14-19 38.27-22 7-11 39.39-33 11-16 40.22x11 16x7 41.28-22 20-24 42.35-30 24x35 43.33-29 12-18 44.26-21 18x16 45.29x9 35-40 46.9-4 40x29 47.4-18 19-23 48.18x1 15-20 49.45-40 25-30 50.38-33 X

Een jeugdzonde van Andris Andreiko. Eerst overzien beide spelers de mogelijkheid 14.43-38? 19-23! Daarna overziet wit de valstrik. Het toelaten van de damzet is nog het beste. De afwikkeling 18.28-23 19x28 19.31-27 22x31 20.33x11 6x17 21.36x27 24x33 22.38x29 18-23 is erger. Zwart moet de damzet nemen, omdat het uitspelen van de tempi met 7-11 en 1-7 wit de laatste zet laat. De overblijvende stand na damafname is nog steeds veel beter voor zwart, maar kennelijk is Andreiko de betere speler.

Een ander idee in dit soort stellingen is 16...3-9 17.32-28 12-17!? De afwikkeling 18.28-23 19x28 19.35-30 24x35 29.29-24 20x29 21.34x3 13-19 22.3x21 16x27 23.26-21 17x26 24.31-27 laat zwart een iets gemakkelijker stelling. Dezelfde problematiek, maar wat later in de partij speelt een rol in:

Kasymow,T. - Tsirik,Z. URS-ch, 24-11-1965
1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.45-40 10-14 4.50-45 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31 14-20 7.41-37 10-14 8.46-41 4-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24 12.41-37 9-13 13.37-32 14-19 14.42-37 3-9 15.47-41 10-14 16.32-28 17-22 17.28x17 11x22 18.38-32 7-11 19.48-42 1-7 20.43-38 11-17 21.49-43 7-11 22.32-27 2-7 23.37-32 16-21 24.27x16 18-23 25.29x27 24-29 26.33x24 20x29 27.34x23 19x48 28.27-21 14-20 29.40-34 13-18 30.44-40 9-13 31.41-37 20-24 32.38-32 15-20 33.32-27 17-22 34.34-30 25x34 35.39x19 48x25 36.37-32 13x24 37.21-17 12x21 38.26x28 7-12 39.16x7 12x1 40.31-26 25-48 41.27-21 8-13 42.32-27 13-19 43.21-16 48-42 44.27-21 18-23 45.28-22 42-48 46.22-17 23-28 47.17-11 6x17 48.21x12 28-32 49.12-8 24-29 50.8-3 20-24 51.3-21 32-37 52.16-11 37-42 53.35-30 24x44 54.11-7 1x12 55.21x47 1-1

Het uitschuiven van de tempi en de opstelling met 14.42-37 en 15.48-42 resp. 15.47-41 is niet aantrekkelijk voor wit. Dat blijkt onder andere uit onderstaande partij. Wit ontkomt weliswaar aan een snelle nederlaag, maar de prijs is hoog.

Hoopman,P. - Eijk,van,R. NLD-ch sf3, 05-02-1989
1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.45-40 10-14 4.50-45 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31 14-20 7.41-37 10-14 8.46-41 4-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24 12.41-37 9-13 13.37-32 14-19 14.42-37 10-14 15.48-42 3-9 16.31-27 17-21 17.26x17 11x31 18.37x26 7-11 19.42-37 16-21 20.26x17 11x22 21.32-28 1-7 22.28x17 12x21 23.38-32 8-12 24.43-38 21-26 25.49-43 2-8 26.47-41 6-11 27.36-31 18-22 28.32-28 11-16 29.28x17 12x21 30.31-27 21x32 31.37x28 16-21 32.41-37 7-11 33.38-32 21-27 34.32x21 26x17 35.37-31 8-12 36.43-38 17-21 37.31-26 21-27 38.35-30 24x35 39.28-23 =.

Zwart heeft het aantal vrije witte stukken onder een gevaarlijk minimum weten te drukken. Ieder plan, dat een verdere aanslag doet op de laatste vrije stukken zou wel moeten winnen. Toch is het niet zo eenvoudig. Het partijverloop blijkt vooral door de achtergebleven schijf op veld 9 zelfs nauwelijks kansrijk. Wel kansrijk is 27...11-16 28.41-36 18-22 29.32-28 12-18 30.28x17 7-12 31.38-32 12x21 32.32-28 18-22 33.28x17 21x12 34.29-23 en zwart staat wat gemakkelijker. Truus merkt op dat ook 27...11-16 28.41-36 16-21 een idee is. Wit mag er niet op met 29.31-27 vanwege het zetje 19-23, 18-22, 7-11 en 24-30x49. Daarom is 29.35-30 24x35 30.31-27 gedwongen. Na 30...19-23 31.27x16 14-19 32.32-27 7-11 staat wit onplezierig.

Het voordeel van 12...9-13 boven 12...8-13 is dat een overbodige schijf van de lange vleugel ten goede komt aan de andere vleugel. Toch moet je daar geen overspannen verwachtingen van koesteren.

Jong,de,S. - Engelsman,den,J. NLD-chT 1a, 05-01-1991
1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.45-40 10-14 4.50-45 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31 14-20 7.41-37 10-14 8.46-41 4-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24 12.41-37 9-13 13.37-32 14-19 14.42-37 10-14 15.47-41 17-21 16.26x17 12x21 17.32-27 21x32 18.37x28 7-12 19.38-32 18-22 20.28x17 12x21 21.32-28 3-9 22.41-37 1-7 23.43-38 21-26 24.37-32 26x37 25.32x41 7-12 26.41-37 12-17 27.38-32 8-12 28.49-43 16-21 29.43-38 11-16 30.37-31 21-26 31.48-43 26x37 32.32x41 17-21 33.41-37 21-26 34.38-32 6-11 35.37-31 26x37 36.32x41 2-8 37.36-31 12-18 38.31-26 8-12 39.41-37 12-17 40.43-38 18-22 41.26-21 16x27 42.35-30 24x35 43.28-23 19x28 44.29-24 20x29 45.34x12 14-19 46.38-32 9-14 47.32-28 22-27 48.28-23 19x28 49.33x31 14-19 50.37-32 19-23 51.31-27 15-20 52.39-34 X.

Zwart moet geplaagd door finesses veld 9 sluiten. Er dreigt 31-27x9. Op 21...21-26 kan de manoeuvre 22.43-38 26x46 23.49-43 46x23 24.29x9 8-13 en de voorpost op veld 18 lijkt onaantastbaar.

Sally de Jong kiest eerder in de partij voor de veiligste voortzetting. Redelijk speelbaar lijkt ook 17.31-27 21-26 18.32-28 7-12 19.37-32 11-17 20.27-21x21. De poging van zwart om de witte stelling ook op de korte vleugel in te sluiten via 17.31-27 21-26 18.32-28 11-17? faalt op de bekende finesse 35-30, 28-23x11, 27-21 en 29-24x32 X. De tussenloop 19...26-31? faalt op het zetje 27-22, 38-32x42x16. Wit doet in deze variant er verstandig aan de rand op te zoeken. Na 20.41-37 17-21 21.48-42 1-7 moet 22.28-23x22x28 met makkelijker spel voor zwart. 

De zwarte manoeuvre 18...7-12 en 19...18-22 is te langzaam. Zetten als 7-12 dienen sowieso met terughoudendheid gespeeld te worden. Slaagt wit erin de formatie 28, 32, 37 te formeren, dan kan hij de hekstelling terugdrijven met 28-23x23 en de dreiging 34-30 dwingt zwart tot een roemloze terugtocht. Veel lastiger is 18...16-21. Na 19.31-26 7-12 20.26x17 11x22  21.28x17 12x21 22.38-32 8-12 23.32-28 6-11 dreigt zwart de stelling te sluiten met 12-17. De ruil 28-22 en 29-23x31 is geen vetpot voor wit. Na 18...16-21 19.41-37 21-26 20.38-32 18-22 21.28x17 11x22 staat wit lastig, omdat 33-28 nu of later verhinderd is door zetjes naar 50. Alleen 32-27 is nog een idee om los te komen. Ook 18...16-21 19.41-37 21-26 20.37-32 26x37 21.32x41 18-22 22.28x17 11x22 23.38-32 ziet er verdienstelijk uit voor zwart met schijf 9 opgelost.

Zwart staat in diagram 8 ogenschijnlijk schitterend, maar zorgvuldigheid is vereist. De voortzetting 32...12-18 is verhinderd door de bekende wending 35-30, 28-23 en 29-24. Na 32...2-8 33.36-31 spelen nog steeds allerlei wendingen hem parten. Echter na 32...16-21! (in plaats van het gespeelde 32...17-21) 33.36-31 12-18 kan hij de stelling kansrijk sluiten.

Andreiko,A. - Ivens,F. Samarkand, 29-05-1969
1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.45-40 10-14 4.50-45 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31 14-20 7.41-37 10-14 8.46-41 4-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24 12.41-37 9-13 13.37-32 14-19 14.42-37 10-14 15.48-42 17-21 16.26x17 12x21 17.32-28 21-26 18.38-32 18-22 19.28x17 11x22 20.43-38 13-18 21.49-43 7-12 22.31-27 22x31 23.36x27 8-13 24.32-28 6-11 25.37-32 1-6 26.47-41 3-9 27.41-37 11-17 28.27-21 16x27 29.32x21 18-22 30.21-16 12-18 31.28-23 19x28 32.38-32 18-23 33.29x27 17-21 34.32x23 21x41 35.42-37 41x32 36.23-19 14x23 37.34-30 25x34 38.39x37 13-18 X.

In het matchboek Sijbrands - Andreiko wordt verhaald, hoe Fred Ivens de kan van zijn leven miste toen Andreiko in de diagramstand afwikkelde met 31.28-23! 19x28 32.38-32? Zwart kan winnen met de meerslagfinesse 18-23, 14-19! en 24-30 X. Wel goed voor wit is 32.35-30! 24x35 33.38-32 13-19 34.32x21 26x17 35.37-32 etc.